<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2021:3110</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T19:27:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB- 20_1052</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2022:1979" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2022:1979, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOM 2021/298</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:3110">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:3110</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-25T09:16:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:3110 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 21-06-2021 / AWB- 20_1052</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2021:3110:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>GEMWT</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2021:3110:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 20/1052 GEMWT</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van 21 juni 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [naam eiseres 1] , </emphasis>te [plaatsnaam] , eiseres 1, </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [naam eiseres 2]
          </emphasis>, te [plaatsnaam] , eiseres 2, </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para>tezamen: eiseressen, </para>
      <para>gemachtigde: [naam gemachtigde eiseressen] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <parablock>
      <para>Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 4 februari 2020 (bestreden besluit) over het afwijzen van vier handhavingsverzoeken van eiseressen. <?linebreak?></para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Middelburg op 28 mei 2021. Namens eiseressen was hun gemachtigde daarbij aanwezig. Het college heeft zich laten vertegen-woordigen door mr. L.A. Kaan, [naam vertegenwoordiger verweerder] en mr. J. Hofs.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens deze zitting zijn ook de zaken BRE 20/1051, 20/5770 en 20/9001 GEMWT behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen </title>
    <bridgehead role="italic">1.	Feiten </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brieven van 8 augustus 2019, 14 augustus 2019, 21 augustus 2019 en 5 september 2019 hebben eiseressen het college verzocht om handhavend op te treden tegen het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van de woningen aan de [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] , te [plaatsnaam 2] voor recreatief nachtverblijf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 9 september 2019 heeft het college aan eiseressen een voornemen gestuurd tot het afwijzen van drie van de handhavingsverzoeken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseressen hebben daar bij brief van 23 september 2019 een zienswijze tegen ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij afzonderlijke besluiten van 1 oktober 2019 (primair besluit) heeft het college de vier handhavingsverzoeken van eiseressen afgewezen, omdat eiseressen volgens het college niet kunnen worden aangemerkt als belanghebbende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseressen hebben daar bij afzonderlijke brieven van 21 oktober 2019 bezwaar tegen gemaakt. <?linebreak?></para>
      <para>Bij bestreden besluit heeft het college de bezwaren ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Eiseressen hebben daar op 10 februari 2020 beroep tegen ingediend.</title>
    <para />
    <bridgehead role="italic">2.	Gronden </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseressen hebben aangevoerd dat zij wel aangemerkt kunnen worden als belanghebbende, omdat eiseressen de panden aan de [adres verhuurpand eiseressen 1] te [plaatsnaam] en [adres verhuurpand eiseressen 2] te [plaatsnaam] niet in strijd met het bestemmingsplan verhuren aan verblijfsrecreanten. Wanneer de panden wel in strijd met het bestemmingsplan zouden worden verhuurd, kunnen eiseressen zich nog steeds op hun concurrentiebelang beroepen. Ter onderbouwing van dat standpunt verwijzen eiseressen naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 16 maart 2018.<footnote-ref linkend="_60927680-81da-4c81-87ce-f639fdfd8055" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">3.	Beoordeling </emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Eiseressen hebben het college verzocht om handhavend op te treden. Het college heeft de handhavingsverzoeken afgewezen, omdat eiseressen geen belanghebbende zijn en daarom geen handhavingsverzoek in kunnen dienen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>In de Awb wordt onder ‘aanvraag’ verstaan: ‘een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen’.<footnote-ref linkend="_d07cf062-2b4b-4cb2-b45a-f5143de47679" /> Onder ‘belanghebbende’ wordt op grond van de Awb verstaan: ‘degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken’.<footnote-ref linkend="_03ca7b7f-40d0-4af8-8ae0-3d75b26c85bb" /> Om als belanghebbende bij een besluit in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit.<footnote-ref linkend="_efada3b2-bf79-4d57-9d9c-089dffb55867" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college terecht besloten dat de handhavingsverzoeken van eiseressen niet kunnen worden aangemerkt als aanvraag, omdat eiseressen geen belang hebben bij de handhavingsbesluiten waar zij om hebben verzocht en daarom geen belanghebbende zijn bij die besluiten. De rechtbank stelt daarbij voorop dat eiseressen geen gevolgen van enige betekenis kunnen ondervinden van de activiteiten die plaatsvinden in de woningen aan de [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] te [plaatsnaam 2] , omdat de woningen van eiseressen te ver verwijderd liggen van die percelen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college ook terecht vastgesteld dat eiseressen geen concurrentiebelang hebben bij dergelijke besluiten. Op grond van vaste rechtspraak van de ABRvS<footnote-ref linkend="_fe590b74-02e0-486a-8e20-17e32db62078" /> heeft een exploitant van een concurrerende onderneming een rechtstreeks bij een handhavingsbesluit betrokken persoonlijk belang als deze ondernemer in hetzelfde marktsegment en binnen hetzelfde verzorgingsgebied werkzaam is. Eiseressen hebben verzocht om een besluit dat strekt tot handhavend optreden tegen het verhuren van woningen voor recreatief nachtverblijf op vier andere locaties. Het college heeft terecht vastgesteld dat eiseressen geen concurrentiebelang hebben bij dergelijke besluiten, omdat zij in strijd met wet- en regelgeving – zonder daarvoor vereiste vergunningen – woningen verhuren voor recreatief nachtverblijf in de gemeente Veere . In de door eiseressen genoemde uitspraak van de ABRvS<footnote-ref linkend="_b2354671-ca3a-4fc7-85bd-f04993d215a7" /> leest de rechtbank niet dat ook een concurrentiebelang aangenomen kan worden wanneer de activiteiten van de indiener van het handhavingsverzoek in strijd met de wet- en regelgeving plaatsvinden. Ook in die uitspraak werd het concurrentiebelang namelijk ontleend aan een legale situatie: een kampeervergunning op grond waarvan ter plaatse een minicamping mocht worden geëxploiteerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande heeft het college terecht besloten dat de handhavingsverzoeken van eiseressen niet aangemerkt konden worden als ‘aanvraag’. Het college heeft de verzoeken daarom terecht afgewezen. Het daartegen gerichte bezwaar heeft het college echter ten onrechte ongegrond verklaard. Het college had het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren, omdat de beslissing op de handhavingsverzoeken – vanwege het ontbreken van aanvragen – geen besluit was waar bezwaar tegen mogelijk was.<footnote-ref linkend="_8eb865ef-fe07-4578-a6b6-e5529fce6bf9" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">4. 	Conclusie  </emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De rechtbank zal het beroep gelet op het voorgaande gegrond verklaren en zal het bestreden besluit vernietigen. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en de bezwaren van eiseressen alsnog niet-ontvankelijk te verklaren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Nu het beroep gegrond wordt verklaard, dient het griffierecht aan eiseressen te worden vergoed. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>Eiseressen hebben niet om een proceskostenveroordeling verzocht. Desondanks ziet de rechtbank aanleiding om ambtshalve een vergoeding voor de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand toe te kennen. Die kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 667,50</para>
        <para>(1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 0,25 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 534,- en wegingsfactor 1). Voor de zitting rekent de rechtbank een kwart punt, omdat tijdens de zitting ook drie andere zaken van eiseres 1 met dezelfde gemachtigde zijn behandeld.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank: </para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het bestreden besluit; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de bezwaren van eiseressen niet-ontvankelijk;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt het college op het betaalde griffierecht van € 178,- aan eiseressen te vergoeden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt het college in de proceskosten van eiseressen tot een bedrag van € 667,50. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 21 juni 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te tekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_60927680-81da-4c81-87ce-f639fdfd8055" label="1">
    <para> ABRvS 16 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:902. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d07cf062-2b4b-4cb2-b45a-f5143de47679" label="2">
    <para> Artikel 1:3, derde lid, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_03ca7b7f-40d0-4af8-8ae0-3d75b26c85bb" label="3">
    <para> Artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_efada3b2-bf79-4d57-9d9c-089dffb55867" label="4">
    <para> ABRvS 15 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1514, r.o. 4.4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fe590b74-02e0-486a-8e20-17e32db62078" label="5">
    <para> ABRvS 20 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2018:2001, r.o. 4.4.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b2354671-ca3a-4fc7-85bd-f04993d215a7" label="6">
    <para> ABRvS 16 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:902, r.o. 2.2. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8eb865ef-fe07-4578-a6b6-e5529fce6bf9" label="7">
    <para> Artikel 7:1 jo. 8:1 van de Awb. En zie: ABRvS 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3739, r.o. 6.3. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>