<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2021:2931</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-14T12:58:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-086378-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:2931">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:2931</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-14T12:41:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:2931 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 14-06-2021 / 02-086378-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2021:2931:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak voor medeplichtigheid van het binnen grondgebied brengen van hennep,  hennepbezit en vervoer van hennep. Geen bewijs van wetenschap van invoer vanuit Spanje en dus geen (voorwaardelijk) opzet. Uit vaste jurisprudentie volgt dat van doorvoer en vervoer van verdovende middelen slechts sprake kan zijn als en voor zover de drugs nog niet straf-vorderlijk in beslag genomen is. Handelingen die zijn verricht nadat het beslag heeft plaatsgevonden, kunnen niet meer strekken tot het verdere vervoer van die stoffen. Slechts een klein deel van de aangetroffen hennep is na inbeslagname doorgelaten. Uit het dossier blijkt niet dat dat meer is geweest dan de strafbaar gestelde 30 gram hennep. Daarom integrale vrijspraak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2021:2931:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02-086378-20  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 14 juni 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1997, te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>raadsman mr. E.M.J. Thomas, advocaat te Breda. </para>
      <para>Mr. A.W.A.P. Doesburg, advocaat in Breda, heeft ter zitting waargenomen <?linebreak?>voor mr. E.M.J. Thomas. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 31 mei 2021, waarbij de officier van justitie, mr. G. Smid, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte medeplichtig is aan het vervoeren van 37,4 kilogram hennep naar en in Nederland en medeplichtig is aan het aanwezig hebben ervan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medeplichtig is aan het vervoeren dan wel aanwezig hebben van 37,4 kilogram hennep. Hij baseert zich daarbij op het feit dat [verdachte] degene is die de garagebox huurde op naam van [naam 1] . De verhuurder van de loods had ook contact gehad met het telefoonnummer van verdachte. Verdachte was degene die de huur van de loods in de [adres] drie maanden vooruit heeft betaald. Daarnaast heeft hij kort na de aanhouding van medeverdachte [medeverdachte] nog geprobeerd om telefonisch contact met hem te krijgen. Deze omstandigheden bij elkaar maken dat de officier van justitie meent dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de ten laste gelegde medeplichtigheid. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de medeplichtigheid aan de invoer, het vervoeren en het aanwezig hebben van 37,4 kilogram hennep. De hennep is ingevoerd vanuit Spanje en wordt aangetroffen bij de transporteur in Nijmegen. Er is geen bewijsmiddel in het dossier dat wijst op enige betrokkenheid van verdachte bij dit transport. Ten aanzien van de medeplichtigheid voor zover dat ziet op Tilburg is er geen bewijsmiddel waaruit blijkt dat verdachte wist waar de loods voor gebruikt zou worden. Verdachte heeft weliswaar de huur van de garagebox betaald, maar dat maakt nog niet dat hij wist waar de loods voor gebruikt zou worden. Het opzet of voorwaardelijk opzet kan niet bewezen worden en daarom dient vrijspraak te volgen. </para>
        <para>Ten slotte is betoogd dat niet kan worden bewezen dat verdachte medeplichtig is aan het genoemde vervoer dan wel aanwezig hebben van 37,4 kilogram hennep. Deze hoeveelheid is weliswaar in Nijmegen binnengekomen, maar daar heeft de politie na inbeslagname een gecontroleerd transport met - zo blijkt uit het proces-verbaal - een kleine hoeveelheid hennep vervoerd naar Tilburg. De totale hoeveelheid van 37,4 kilogram kan dan niet meer worden meegenomen voor het bewijs. Verdachte had niet meer de beschikkingsmacht over deze hoeveelheid. De verdediging heeft in dit kader verwezen naar jurisprudentie van de Hoge Raad (o.a. ECLI: HR:1998:ZD1300). Ook om die reden dient vrijspraak te volgen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Op 28 november 2018 kwam er een melding binnen dat er bij een transporteur in Nijmegen een hoeveelheid verdovende middelen, afkomstig uit Spanje, was aangetroffen. Op een pallet lagen kussenboxen met daarin plastic zakken met henneptoppen. De lading was bestemd voor [naam 1] en het afleveradres betrof [adres] in Tilburg. De hennep werd gewogen en het totaalgewicht bedroeg op dat  moment 37,4 kilogram. De hennep is in Nijmegen in beslag genomen. Besloten werd de volgende dag, op 29 november 2018, een kleine hoeveelheid af te laten leveren op het adres [adres] te Tilburg door een transporteur en een politieagent. In de [adres] werd de chauffeur van het transport aangesproken door mevrouw [naam 2] die naar de lading vroeg. [naam 2] was daar samen met medeverdachte [medeverdachte] , die in de auto zat te wachten. Ze werden ter plaatse aangehouden. Bij een gesprek met de verhuurder gaf de verhuurder een telefoonnummer van de huurder op dat volgens het politiesysteem overeenkwam met het telefoonnummer van verdachte. Verdachte werd herkend op de beelden en verklaarde dat hij inderdaad voor een derde persoon de huur vooruit had betaald.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de inhoud van de tenlastelegging die ziet op handelingen in Nijmegen en later in Tilburg, zal de rechtbank deze afzonderlijk bespreken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Invoer en aanwezig hebben van hennep in Nijmegen</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte is in beeld gekomen bij de politie als huurder van de loods aan de Trappisten-straat in Tilburg. Mogelijk heeft hij een rol gespeeld bij het vervoer van Nijmegen naar Tilburg en bij het regelen van een opslagplek voor de hennep in Tilburg. Er zijn echter geen bewijsmiddelen waaruit volgt dat verdachte bij de invoer vanuit Spanje naar Nederland betrokken is geweest of hier zelfs maar wetenschap van heeft gehad. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt bij verdachte dan ook het (voorwaardelijk) opzet en dient hij hiervoor te worden vrijgesproken. Datzelfde geldt voor het onderdeel medeplichtigheid aan het aanwezig hebben van hennep in Nijmegen. De handelingen die in de tenlastelegging zijn uitgeschreven, zien hier niet op. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vervoer en aanwezig hebben van hennep in Tilburg</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank overweegt dat uit vaste jurisprudentie volgt dat van doorvoer en vervoer van verdovende middelen slechts sprake kan zijn als en voor zover de drugs nog niet straf-vorderlijk in beslag genomen is. Handelingen die zijn verricht nadat het beslag heeft plaatsgevonden, kunnen niet meer strekken tot het verdere vervoer van die stoffen. Aangezien in het onderhavige geval de 37,4 kilogram hennep vrijwel direct na ontdekking bij het transportbedrijf in Nijmegen in beslag is genomen, kan verdachte vanaf dat moment niet meer verantwoordelijk worden gehouden voor (medeplichtigheid) aan het vervoer daarvan. Dit is anders voor het aanwezig hebben van de hoeveelheid hennep die de politie vanuit Nijmegen naar Tilburg heeft getransporteerd. Uit het dossier is echter niet op te maken hoeveel hennep er uiteindelijk gecontroleerd is doorgelaten. In het proces-verbaal wordt slechts vermeld dat het om een ‘kleine hoeveelheid’ gaat. De rechtbank kan derhalve niet vaststellen of deze hoeveelheid groter is geweest dan de in de tenlastelegging opgenomen hoeveelheid van meer dan 30 gram. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande wordt verdachte ook vrijgesproken van het vervoer en het aanwezig hebben van hennep in Tilburg. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het tenlastegelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.L.E. Peeters, voorzitter, mr. E.B. Prenger en mr. M.M. Veldhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van G.T.A. Schuurmans, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 juni 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. M.M. Veldhuizen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>