<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2021:2725</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-02T18:08:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 19 _ 4446</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:temporal rdfs:label="Periode">
        <start rdfs:label="van">2019</start>
        <end rdfs:label="tot">2019</end>
      </dcterms:temporal>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2021060707</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2021-1873</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:2725">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:2725</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-02T14:03:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:2725 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-06-2021 / AWB - 19 _ 4446</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2021:2725:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2021:2725:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Belastingrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer BRE 19/4446</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak van 4 juni 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [belanghebbende] te [woonplaats] , belanghebbende,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Schouwen-Duiveland, de heffingsambtenaar.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van 16 augustus 2019 (bestreden besluit) van de heffingsambtenaar over de aanslag rioolheffing 2019 voor de onroerende zaak aan [adres 1] te [woonplaats] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is behandeld op zitting in Middelburg op 23 april 2021. Haar echtgenoot [echtgenoot] was daarbij aanwezig. Namens de heffingsambtenaar was daarbij aanwezig [heffingsambtenaar] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">1. 	Feiten</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In een beschikking van 27 februari 2019 heeft de heffingsambtenaar aanslagen rioolheffing 2019 bekendgemaakt voor de onroerende zaak aan [adres 1] te [woonplaats] . </para>
      <para>Daarnaast heeft de heffingsambtenaar in een andere beschikking met dezelfde datum aanslagen rioolheffing 2019 bekendgemaakt voor de onroerende zaak aan [adres 2] te [woonplaats] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft op 15 maart 2019 bezwaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De heffingsambtenaar heeft het bezwaar tegen de beschikking die betrekking heeft op [adres 1] te [woonplaats] bij bestreden besluit ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft daar op 26 augustus 2019 beroep tegen ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="italic">2.	 Gronden</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft aangevoerd dat de heffingsambtenaar niet bevoegd was om een aanslag rioolheffing te leggen voor zowel [adres 1] als [adres 2] , omdat sprake is van één eigenaar en één aansluiting op het riool. Het riool is aangesloten op het zakelijk deel van het pand: [adres 2] . In dat deel van het gebouw is de toiletruimte voor het hele gebouw gelegen. <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <bridgehead role="italic">3.	Beoordeling </bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Ter zitting heeft belanghebbende bevestigd dat in het object één toilet aanwezig is waar zowel de gebruikers van het kantoor aan [adres 2] als de bewoners van de woning aan [adres 1] gebruik van maken. Gelet daarop is tijdens de zitting vastgesteld dat dan de twee delen van het pand in het kader van de gemeentelijke belastingen ten onrechte zijn aangemerkt als twee zelfstandige onroerende zaken (twee objecten in de zin van de Wet WOZ) en dat in ieder geval ten onrechte twee keer rioolheffing is geheven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal het beroep daarom gegrond verklaren, het bestreden besluit vernietigen en de aanslag rioolheffing voor [adres 1] voor het jaar 2019 herroepen. Ter zitting hebben de heffingsambtenaar en belanghebbende afgesproken dat de gemeentelijke belastingen voor [adres 1] en [adres 2] voor de jaren 2017 t/m 2021 opnieuw bekeken zullen worden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De rechtbank zal bepalen dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende het betaalde griffierecht vergoedt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt de uitspraak op bezwaar; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>herroept de aanslag rioolbelasting 2019; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>gelast dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 47,- vergoedt.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 1 juni 2021 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	De rechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para>1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;<?linebreak?>2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
    <parablock>
      <para>	a. de naam en het adres van de indiener;</para>
      <para>	b. een dagtekening;</para>
      <para>	c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
      <para>	d. de gronden van het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>