<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2021:2132</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-21T13:31:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/058908-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:2132">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:2132</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-29T10:17:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:2132 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 29-04-2021 / 02/058908-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2021:2132:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen feiten en omstandigheden die duiden op betrokkenheid bij diefstal van een grote hoeveelheid babyvoeding/melkpoeder. Dus vrijspraak van diefstal. Ook vrijspraak van heling van die hoeveelheid babyvoeding/melkpoeder, nu er onvoldoende wettig bewijs is</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2021:2132:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/058908-18  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 29 april 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>raadsman mr. B.G.M. Frencken, advocaat te ‘s-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 april 2021, waarbij de officier van justitie, mr. Nieuwenhuis, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met één of meer personen een grote hoeveelheid potten babyvoeding/melkpoeder heeft gestolen dan wel dat zij zich samen met één of meer personen schuldig heeft gemaakt aan de heling van die grote hoeveelheid potten babyvoeding/melkpoeder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie is van mening dat op grond van het dossier geen betrokkenheid van verdachte bij de diefstal dan wel de heling kan worden vastgesteld. Hij vordert een integrale vrijspraak van verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is met de officier van justitie van mening dat er geen betrokkenheid is van verdachte bij de diefstal. Ook zijn er geen aanwijzingen dat zij wetenschap had van het verwerven en het voorhanden hebben van de hoeveelheid babyvoeding/melkpoeder. De rechtbank kan dan ook niet tot een bewezenverklaring komen en dient verdachte integraal vrij te spreken van het tenlastegelegde.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat er op 15 januari 2018 een diefstal van een grote hoeveelheid babyvoeding/melkpoeder heeft plaatsgevonden in Katwijk. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat er in het dossier geen feiten en omstandigheden naar voren komen die erop wijzen dat verdachte mogelijk betrokken is geweest bij voornoemde diefstal. De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en zal haar dan ook van het primaire feit vrijspreken.</para>
        <para>Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde heling overweegt de rechtbank dat er onvoldoende wettig bewijs is om te komen tot een bewezenverklaring van dit feit. Daarom zal verdachte ook hiervan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het primair en subsidiair tenlastegelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Broeders, voorzitter, mr. Janssen en mr. Ides Peeters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Tafazzul, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 april 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Bijlage I</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij, op of omstreeks 15 januari 2018 te Katwijk, althans in Nederland, </para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, </para>
      <para>een oplegger (gekentekend [kenteken] ) en/of een container (gevuld met 11.340, </para>
      <para>althans een grote hoeveelheid pot(ten) babyvoeding/melkpoeder (merk </para>
      <para>
        [merk 1]/[merk 2]), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan </para>
      <para>aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan [bedrijf 1] </para>
      <para> en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] , heeft </para>
      <para>weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht ) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou </para>
      <para>kunnen leiden: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij, in of omstreeks de perode van 15 januari 2018 tot en met 05 februari 2018 te </para>
      <para>Katwijk en/of Waalwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of </para>
      <para>meer anderen, althans alleen, een of meerdere goed(eren), te weten 11.340 of 5.662, </para>
      <para>althans een grote hoeveelheid pot(ten) babyvoeding/melkpoeder (merk </para>
      <para>
        [merk 1]/[merk 2]) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, </para>
      <para>terwijl zij en haar mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden </para>
      <para>krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden </para>
      <para>dat het een door misdrijf verkregen goed betrof; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van </para>
      <para>Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>