<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2021:1929</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-20T15:02:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB- 21_709 VV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:1929">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:1929</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-20T15:02:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:1929 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-04-2021 / AWB- 21_709 VV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2021:1929:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Toewijzing van verzoek tegen verlenen omgevingsvergunning tweede fase voor het wijzigen van een varkenshouderij</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2021:1929:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 21/709 WABOM VV</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van 20 april 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">1. [verzoeker 1]</emphasis>te Oosterhout,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">2. [verzoeker 2]</emphasis>te Breda,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">3. [verzoeker 3]</emphasis>te Breda,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">4. [verzoeker 4]</emphasis>te Rijsbergen,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">5. [verzoeker 5]</emphasis>te Rijsbergen,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">6. [verzoeker 6]</emphasis>te Breda,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">7. [verzoeker 7]</emphasis>te Breda,</para>
    <parablock>
      <para>eisers,</para>
      <para>gemachtigde: ir. A.K.M. van Hoof,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde partij heeft aan het geding deelgenomen: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [vergunninghoudster]
        </emphasis>, te Breda, vergunninghoudster,</para>
      <para>gemachtigde: ing. J.B.M. Lauwerijssen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 28 december 2020 van het college (bestreden besluit) waarbij een omgevingsvergunning tweede fase is verleend aan vergunninghoudster voor het wijzigen van een varkenshouderij aan [adres] . Zij hebben daarnaast de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep en het verzoek zijn besproken ter zitting in Breda op 30 maart 2021. Verzoekers werden vertegenwoordigd door hun gemachtigde. Het college werd vertegenwoordigd door [vertegenwoordigers] . Vergunninghoudster werd vertegenwoordigd door [vergunninghoudster] en haar gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para>1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. </para>
    <para />
    <para>2. In de tussenuitspraak van heden in de hoofdzaak met zaaknummer BRE 21/710 WABOM heeft de rechtbank een bestuurlijke lus toegepast om het college in de gelegenheid stellen alsnog een archeologisch onderzoek uit te voeren en een herstelbesluit te nemen met een termijn van acht weken. De voorzieningenrechter ziet daarin aanleiding het bestreden besluit voor onbepaalde tijd te schorsen. Gelet op het bepaalde in artikel 8:85, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht zal deze schorsing in principe gelden totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. </para>
    <para />
    <para>3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en schorst het bestreden besluit. </para>
    <para />
    <para>4. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, dient het college aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht te vergoeden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter veroordeelt het college in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.068,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 534,‑ en wegingsfactor 1). De gevraagde reiskosten  komen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat verzoekers zelf niet zijn verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter: </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>schorst het bestreden besluit voor onbepaalde tijd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt het college op het betaalde griffierecht van € 360,- aan verzoekers te vergoeden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1.068,-.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier, op 20 april 2021 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>