<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2021:1365</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-30T15:56:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-03-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ABW- 20_6524</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:1365">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:1365</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-30T15:45:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:1365 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-03-2021 / ABW- 20_6524</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2021:1365:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ZW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2021:1365:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 20/6524 ZW</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van 19 maart 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiseres] , wonende te [plaatsnaam] , eiseres, </bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. M. Akça-Altun, advocaat te Breda,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen </emphasis>(UWV; kantoor Breda), verweerder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para>Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 22 april 2020 (bestreden besluit) van het UWV inzake haar aanspraak op een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 4 maart 2021. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Tevens is tolk in de Turkse taal [naam tolk] verschenen. Het UWV heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam vertegenwoordiger] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen </title>
    <para>1.	<emphasis role="italic">Feiten</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres is werkzaam geweest als orderpicker/productiemedewerker via [naam B.V.] B.V. voor 40 uur per week. Voor dat werk is zij op 1 februari 2019 uitgevallen vanwege psychische klachten. Vervolgens is eiseres op 29 april 2019 ziek uit dienst gegaan.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 16 mei 2019 heeft het UWV met ingang van 29 april 2019 aan eiseres een ZW-uitkering toegekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na een zogeheten Eerstejaars Ziektewetbeoordeling heeft het UWV bij besluit van <?linebreak?>17 februari 2020 (primair besluit) eiseres hersteld verklaard voor haar eigen werk en de <?linebreak?>|ZW-uitkering beëindigd met ingang van 21 februari 2020.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>2.	<emphasis role="italic">Omvang geschil</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In geschil is of het UWV op goede gronden de ZW-uitkering van eiseres heeft </para>
      <para>beëindigd per 21 februari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.	<emphasis role="italic">Wettelijk kader</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verzekerde die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek heeft recht op ziekengeld (artikel 19, eerste en vierde lid, van de ZW).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar vaste rechtspraak wordt onder het begrip ‘zijn arbeid’ verstaan de arbeid die de verzekerde het laatst voor het intreden van de arbeidsongeschiktheid heeft verricht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.	<emphasis role="italic">Arbeidsmaatstaf</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat in deze zaak het eigen werk als orderpicker/productiemedewerker als ‘zijn arbeid’ in de zin van artikel 19 van de ZW moet worden aangemerkt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.	<emphasis role="italic">Medische beoordeling</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bestreden besluit is gebaseerd op rapportages van een UWV-arts, gecontrasigneerd door een verzekeringsarts, en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&amp;b) van het UWV.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>UWV-arts [naam arts] heeft eiseres in het kader van een Eerstejaars Ziektewetbeoordeling gezien op het spreekuur op 8 november 2019, waarbij lichamelijk en psychisch onderzoek is verricht, en heeft het dossier bestudeerd. De UWV-arts rapporteert op 8 november 2019 het volgende. Eiseres ging ziek uit dienst vanwege het opspelen van al vele jaren bestaande psychische klachten. Na een zeer moeizaam huwelijk, waarin er sprake was van mishandeling van eiseres en middelengebruik door haar ex-partner, is eiseres weggezakt in depressieve klachten, PTSS en waarschijnlijk cultureel bepaald gedrag van zich terugtrekken, niet meer naar buiten gaan/geen contact met derden meer zoeken en stemmen horen. Op het spreekuur is eiseres erg bozig, theatraal en niet bereid mee te werken. Wel heeft zij hulp gezocht en is zij zeer recent gestart bij [naam bedrijf] . In het verleden zijn er meerdere langdurige behandelingen geweest bij de GGZ zonder resultaat. Ondanks de klachten heeft eiseres wel bijna een jaar kunnen werken in de maatgevende arbeid. Vanwege onduidelijkheid over de exacte aard en ernst van de klachten zal medische informatie worden opgevraagd bij [naam bedrijf] . </para>
        <para>Na ontvangst van de bij [naam verpleegkundige ] , verpleegkundig specialist GGZ bij [naam bedrijf] , opgevraagde medische informatie rapporteert de UWV-arts op 14 februari 2020 het volgende. Er is sprake van een stabiele situatie. Behandelaar geeft aan dat de psychische problemen al jaren bestaan en dat eiseres onvoldoende kan/wil meewerken aan aanpak van onderliggende persoonlijkheidsproblematiek. Werk heeft in het verleden een positieve invloed gehad op eiseres. Er wordt geen aanzienlijke verandering van de medische situatie, belastbaarheid en mogelijkheden verwacht binnen drie maanden. Eiseres is voldoende belastbaar om weer de maatgevende arbeid te hervatten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verzekeringsarts b&amp;b [naam verzekeringsarts] heeft het dossier bestudeerd. De verzekeringsarts b&amp;b rapporteert op 21 april 2020 het volgende. Door eiseres zijn geen nadere medische gegevens overgelegd waaruit zou moeten blijken dat er sprake is van ernstigere beperkingen dan waarvan bij het primaire besluit is uitgegaan. De lichamelijke klachten zijn niet te herleiden tot een objectiveerbare medische stoornis. De psychische klachten bestaan al jaren. <?linebreak?>[naam bedrijf] gaf al aan dat werken juist goed is voor eiseres. Dit geeft structuur in haar leven, ze moet op tijd uit bed, het geeft sociale contacten. De behandeling bij depressieve klachten is activeren. Er is geen reden om af te wijken van het oordeel van de UWV-arts. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Eiseres heeft in beroep tegen het medisch oordeel van het UWV haar bezwaargronden herhaald. Eiseres stelt dat zij volledig arbeidsongeschikt is wegens lichamelijke en psychische klachten en dat zij door dagelijks medicijngebruik suf en slaperig is, waardoor zij geen arbeid kan verrichten. Verder stelt eiseres dat er ten onrechte geen urenbeperking is aangenomen. In beroep heeft eiseres tevens de rechtbank verzocht een onafhankelijke deskundige in te schakelen om haar lichamelijke en psychische klachten te onderzoeken op kosten van het UWV, omdat zij daarvoor geen financiële middelen heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Eiseres heeft haar beroepsgronden niet nader onderbouwd met nieuwe medische informatie, maar heeft zich met name beroepen op de al in het dossier aanwezige medische informatie. De rechtbank overweegt dat deze medische informatie in bezwaar al bij het UWV bekend was en door de UWV-arts en de verzekeringsarts b&amp;b in hun conclusies is betrokken. Het gaat bij een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling om de beperkingen die een medisch en objectiveerbaar gevolg zijn van ziekte. Het UWV heeft zorgvuldig gemotiveerd welke klachten en beperkingen objectiveerbaar zijn. De bevindingen van de verzekeringsartsen zijn onderbouwd en berusten op voldoende zorgvuldig onderzoek. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de verzekeringsartsen geen juist of een onvolledig beeld hebben gehad van de medische situatie van eiseres op 21 februari 2020. </para>
        <para>Uit de informatie van de behandelend sector volgt een duidelijk beeld van de klachten, de gestelde diagnoses en de bevindingen bij onderzoek door de behandelaren. De standpunten van de UWV-arts en de verzekeringsarts b&amp;b enerzijds en de behandelaren anderzijds staan niet lijnrecht tegenover elkaar. </para>
        <para>Eiseres is de mogelijkheid geboden medische informatie in te brengen, van welke mogelijkheid zij in de procedure ook gebruik heeft gemaakt. Niet is gebleken dat eiseres belemmeringen heeft ondervonden bij de onderbouwing van haar medisch standpunt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu er geen twijfel is aan de juistheid van de conclusies van de UWV-arts en de verzekeringsarts b&amp;b, is er geen aanleiding een deskundige te benoemen. Het verzoek daartoe wordt afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>6. 	De beroepsgronden van eiseres slagen niet. Het UWV heeft op goede gronden de ZW-uitkering van eiseres beëindigd per 21 februari 2020. Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard. Er is geen reden een proceskostenveroordeling uit te spreken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. A.M. Pasmans, griffier, op 19 maart 2021en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>