<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2020:6239</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-03T13:37:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 20_6095</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:6239">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:6239</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-03T13:35:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2020:6239 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-12-2020 / AWB - 20_6095</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2020:6239:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>KINDER</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2020:6239:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 20/6095 KINDER</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van 4 december 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser, </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para>Eiser heeft bij brief van 5 maart 2020 bezwaar gemaakt tegen het besluit inzake de kinderopvangtoeslag over 2013.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Belastingdienst/Toeslagen heeft dit bezwaar aan de rechtbank doorgezonden ter behandeling als beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>1. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Eiser is schriftelijk gewezen op deze verplichting. Bij aangetekende brief van 11 oktober 2020 is eiser medegedeeld dat op het eerdere verzoek om betaling van het griffierecht geen betaling is ontvangen. Eiser is voorts medegedeeld dat het griffierecht binnen vier weken na dagtekening van deze brief dient te zijn overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. Eiser is er in deze brief op gewezen dat hij bij niet tijdige betaling het risico loopt dat het beroepschrift niet-ontvankelijk wordt verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. Het beroep is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Derhalve zal de rechtbank de zaak zonder behandeling ter zitting afdoen als hierna vermeld.</para>
    <para />
    <para>3. Bij deze beslissing is in aanmerking genomen het gestelde in de artikelen 8:41, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, en 8:54, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>B.C. van Sprundel-Thelosen, griffier op 4 december 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
      <para>De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden verzet doen bij de rechtbank. De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na de verzending van deze uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 8:41, eerste lid, van de Awb luidt als volgt:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Van de indiener van het beroepschrift wordt door de griffier een griffierecht geheven. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 8:41, vierde lid, van de Awb luidt als volgt:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier deelt de indiener van het beroepschrift mede welk griffierecht is verschuldigd en wijst hem daarbij op het bepaalde in het vijfde en zesde lid.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb luidt als volgt:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het griffierecht dient binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier te zijn bijgeschreven op de rekening van het gerecht dan wel ter griffie te zijn gestort.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 8:41, zesde lid, van de Awb luidt als volgt:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Indien het bedrag niet tijdig is bijgeschreven of gestort, is het beroep niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb luidt als volgt:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de bestuursrechter te verschijnen, kan de bestuursrechter het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>