<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2020:5853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-23T07:23:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB- 20_9345</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>GZR-Updates.nl 2021-0197</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:5853">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:5853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-13T13:28:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2020:5853 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-11-2020 / AWB- 20_9345</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2020:5853:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>AVG</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2020:5853:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 20/9345 AVG </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van 20 november 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres, </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Stichting Intervence te Middelburg.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para>Eiseres heeft bij brief van 2 november 2020 beroep ingesteld tegen het niet (tijdig) beslissen door Stichting [naam stichting] op haar verzoek om inzage in en kopieën van de cliëntendossiers van haar minderjarige kinderen [naam kind] , [naam kind 2] en [naam kind 3] . </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1.	<emphasis role="italic">Feiten    </emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft bij brief van 5 september 2020 aan Stichting [naam stichting] verzocht om inzage in en kopieën van de voltallige dossiers van haar kinderen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 oktober 2020 heeft eiseres Stichting [naam stichting] in gebreke gesteld en verzocht haar bij niet tijdig beslissen een dwangsom toe te kennen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 2 november 2020 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet (tijdig) beslissen op haar verzoek van 5 september 2020, waarbij zij een beroep doet op de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), de Jeugdwet, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.	<emphasis role="italic">Wettelijk kader</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.	<emphasis role="italic">Beoordeling van de rechtbank</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal allereerst beoordelen of zij bevoegd is van het geschil kennis te nemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de artikelen 1:3, eerste lid en 6:2, aanhef en sub b van de Awb volgt dat alleen beroep bij de bestuursrechter mogelijk is als sprake is van (het uitblijven van) een beslissing van een bestuursorgaan. De rechtbank is van oordeel dat Stichting [naam stichting] geen bestuursorgaan is en overweegt daartoe het volgende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het verzoek van eiseres blijkt dat zij daarmee geen openbaarmaking van de betreffende dossiers voor iedereen heeft beoogd maar uitsluitend voor haarzelf. Het verzoek van eiseres moet worden aangemerkt als een verzoek in de zin van artikel 7.3.10 van de Jeugdwet danwel artikel 15 van de AVG (de opvolger van de Wbp).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 7.3.17 van de Jeugdwet ziet op dergelijke verzoeken en luidt sinds 1 januari 2015 als volgt: “Een beslissing van een jeugdhulpverlener genomen op grond van deze paragraaf, een beslissing op een verzoek als bedoeld in de artikelen 15,16, 17 of 19 van de Algemene verordening gegevensbescherming, alsmede een beslissing naar aanleiding van de aantekening van een bezwaar als bedoeld in artikel 21 van die verordening gelden, ook voor zover de jeugdhulpverlener, de beslissing heeft genomen als of namens een bestuursorgaan, voor de toepassing van paragraaf 3.3 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, als een beslissing genomen door een ander dan een bestuursorgaan”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond hiervan kan de Stichting [naam stichting] niet (langer) als een bestuursorgaan worden aangemerkt. De rechtbank wijst op de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:983 en van 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:436. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarom is de bestuursrechter niet bevoegd om van het door eiseres ingestelde beroep tegen het niet (tijdig) beslissen op haar verzoek kennis te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verwijzing van eiseres naar het EVRM kan niet leiden tot een ander oordeel over de toepassing van de Jeugdwet of de AVG. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres kan zich door middel van een verzoekschrift tot de burgerlijke rechter wenden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Daarom zal de rechtbank de zaak zonder behandeling ter zitting afdoen als hierna vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. T.B. Both, griffier, op 20 november 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>.</para>
      <para>De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden verzet doen bij de rechtbank. De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na de verzending van deze uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bijlage</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijk kader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Algemene wet bestuursrecht (Awb) </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 1:3, eerste lid luidt als volgt:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 6:2, aanhef en onder b luidt als volgt:  </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep worden met een besluit gelijkgesteld: het niet tijdig nemen van een besluit. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 8:54, eerste lid, onder b, van de Awb luidt als volgt:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de bestuursrechter te verschijnen, kan de bestuursrechter het onderzoek sluiten, indien de voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Jeugdwet</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 7.3.1, eerste lid luidt als volgt: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hetgeen in deze paragraaf, met uitzondering van de artikelen 7.3.4, 7.3.5, 7.3.6 en 7.3.16, is bepaald ten aanzien van de jeugdhulpverlener is van overeenkomstige toepassing op de medewerker van de gecertificeerde instelling, met dien verstande dat voor «jeugdhulp» of «verlening van jeugdhulp» wordt gelezen «uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering».</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 7.3.10 luidt als volgt:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De jeugdhulpverlener verstrekt aan de betrokkene desgevraagd inzage in en afschrift van de gegevens uit het dossier. De verstrekking blijft achterwege voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van een ander. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 7.3.11, eerste lid luidt als volgt:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Onverminderd artikel 7.3.2, derde lid, tweede volzin, draagt de jeugdhulpverlener zorg, dat aan anderen dan de betrokkene geen inlichtingen over de betrokkene dan wel inzage in of afschrift van de gegevens uit het dossier worden verstrekt dan met toestemming van de betrokkene. Indien verstrekking plaatsvindt, geschiedt deze slechts voor zover daardoor de persoonlijke levenssfeer van een ander niet wordt geschaad. De verstrekking geschiedt zonder inachtneming van beperkingen, indien het bij of krachtens de wet bepaalde daartoe verplicht.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 7.3.17 luidt als volgt:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Een beslissing van een jeugdhulpverlener genomen op grond van deze paragraaf, een beslissing op een verzoek als bedoeld in de artikelen 15,16, 17 of 19 van de Algemene verordening gegevensbescherming, alsmede een beslissing naar aanleiding van de aantekening van een bezwaar als bedoeld in artikel 21 van die verordening gelden, ook voor zover de jeugdhulpverlener, de beslissing heeft genomen als of namens een bestuursorgaan, voor de toepassing van paragraaf 3.3 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, als een beslissing genomen door een ander dan een bestuursorgaan.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 15, eerste lid, aanhef, luidt als volgt:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van de persoonsgegevens.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming (UAVG) </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 34 luidt als volgt:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Een schriftelijke beslissing op een verzoek als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de verordening wordt genomen binnen de in artikel 12, derde lid, van de verordening genoemde termijnen en geldt, voor zover deze is genomen door een bestuursorgaan, als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 35, eerste lid luidt als volgt:  </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Indien de beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 34 is genomen door een ander dan een bestuursorgaan, kan de belanghebbende zich tot de rechtbank wenden met het schriftelijk verzoek de verwerkingsverantwoordelijke te bevelen het verzoek als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de verordening alsnog toe of af te wijzen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 35, vijfde lid luidt als volgt:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De derde afdeling van de vijfde titel van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>