<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2020:5734</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-19T08:46:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-155823-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:5734">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:5734</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-19T08:07:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2020:5734 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-03-2020 / 02-155823-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2020:5734:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling artikel 6 Wegenverkeerswet. Aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag. Vrouw rijdt vooruit terwijl echtgenoot portier vast heeft. Echtgenoot komt ten val en overlijdt. Taakstraf. Voorwaardelijke gevangenisstraf. Rij-ontzegging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2020:5734:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/155823-18  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 5 maart 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1951 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [adres] , </para>
      <para>raadsman mr. B. Vermeirssen, advocaat te Kattendijke.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 februari 2020, waarbij de officier van justitie mr. M.C. Fimerius en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>zij op of omstreeks 30 juni 2018 te Hulst, in elk geval in Nederland, als</para>
      <para>verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig</para>
      <para>(personenauto), daarmede rijdende over de weg, het/een parkeerterrein</para>
      <para>gelegen aan de [straatnaam] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan</para>
      <para>haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,</para>
      <para>door zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam, terwijl</para>
      <para>
        [slachtoffer] aan de bestuurderszijde het portier van voornoemde</para>
      <para>auto open had getrokken, (nog verder) achteruit te rijden en</para>
      <para>(vervolgens) vooruit te rijden, waardoor, in elk geval waarbij die [slachtoffer]</para>
      <para>ten val is gekomen en/of door dat bestuurdersportier, althans dat</para>
      <para>motorrijtuig is geraakt, in elk geval waardoor een botsing/aanrijding</para>
      <para>plaatsvond tussen het door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig en</para>
      <para>die [slachtoffer] , waardoor die [slachtoffer] werd gedood,</para>
      <para>terwijl zij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of</para>
      <para>tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, danwel na het feit niet heeft</para>
      <para>voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde,</para>
      <para>achtste of negende lid van genoemde wet;</para>
      <para>De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden,</para>
      <para>voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven,</para>
      <para>geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;</para>
      <para>(art 6 Wegenverkeerswet 1994, art 8 lid 1 Wegenverkeerswet 1994, art 8</para>
      <para>lid 2 ahf/ond a Wegenverkeerswet 1994, art 8 lid 2 ahf/ond b</para>
      <para>Wegenverkeerswet 1994 )</para>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling</para>
      <para>mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>A. (Art 307 SR)</para>
      <para>zij op of omstreeks 30 juni 2018 te Hulst, in elk geval in Nederland, als</para>
      <para>bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) grovelijk, althans</para>
      <para>aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en/of nalatig,</para>
      <para>terwijl [slachtoffer] aan de bestuurderszijde het portier van</para>
      <para>voornoemd motorrijtuig open had getrokken, (nog verder) achteruit is</para>
      <para>gereden en (vervolgens) vooruit is gereden, waardoor, in elk geval</para>
      <para>waarbij die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of door dat</para>
      <para>bestuurdersportier, althans dat motorrijtuig is geraakt, in elk geval</para>
      <para>waardoor een botsing/aanrijding plaatsvond tussen het door haar,</para>
      <para>verdachte, bestuurde motorrijtuig en die [slachtoffer] ,</para>
      <para>waardoor het aan haar schuld te wijten is dat [slachtoffer] is</para>
      <para>overleden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>meer subsidiair indien het onder A. niet bewezen verklaard kan worden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 255 SR</para>
      <para>zij op of omstreeks 30 juni 2018 te Hulst, in elk geval in Nederland,</para>
      <para>opzettelijk haar echtgenoot [slachtoffer] , tot wier onderhoud,</para>
      <para>verpleging en verzorging zij krachtens wet of overeenkomst verplicht</para>
      <para>was, in een hulpeloze toestand heeft gebracht en/of in een hulpeloze</para>
      <para>toestand heeft gelaten,</para>
      <para>immers heeft verdachte [slachtoffer] aan zijn lot overgelaten en/of</para>
      <para>hem adequate lichamelijke verzorging en/of (onverwijlde) medische</para>
      <para>hulp / verzorging onthouden door, nadat die [slachtoffer] was betrokken bij</para>
      <para>een door haar veroorzaakt verkeersongeval en terwijl die [slachtoffer] niet</para>
      <para>meer aanspreekbaar was en/of in bewusteloze en/of comateuze</para>
      <para>toestand verkeerde, geen medische of andere hulp in te (laten)</para>
      <para>schakelen voor de nodige medische zorg ten behoeve van die [slachtoffer]</para>
      <para>en zodoende die [slachtoffer] in hulpeloze toestand heeft gebracht en/of</para>
      <para>gelaten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>B. (art 5 WVW)</para>
      <para>dat zij op of omstreeks 30 juni 2018 te Hulst, in elk geval in Nederland,</para>
      <para>als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende</para>
      <para>op de weg, het/een parkeerterrein gelegen aan de [straatnaam] ,</para>
      <para>terwijl [slachtoffer] aan de bestuurderszijde het portier van</para>
      <para>voornoemd motorrijtuig open had getrokken, met dat motorrijtuig (nog</para>
      <para>verder) achteruit is gereden en (vervolgens) vooruit is gereden,</para>
      <para>waardoor, in elk geval waarbij die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of</para>
      <para>door dat bestuurdersportier, althans dat motorrijtuig is geraakt, in elk</para>
      <para>geval waardoor een botsing/aanrijding plaatsvond tussen het door haar,</para>
      <para>verdachte, bestuurde motorrijtuig en die [slachtoffer] , waardoor die [slachtoffer]</para>
      <para> werd gedood,</para>
      <para>door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd</para>
      <para>veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die</para>
      <para>weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;</para>
      <para>De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden,</para>
      <para>voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven,</para>
      <para>geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>C. (art 8 WVW)</para>
      <para>zij op of omstreeks 30 juni 2018 te Hulst, in elk geval in Nederland, als</para>
      <para>bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft</para>
      <para>bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het</para>
      <para>alcoholgehalte in haar adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8,</para>
      <para>tweede lid, aanhef en onder a van</para>
      <para>de Wegenverkeerswet 1994, 460 microgram, in elk geval hoger dan 220</para>
      <para>microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;</para>
      <para>De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden,</para>
      <para>voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven,</para>
      <para>geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>zij, als degene die als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto)</para>
      <para>betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat plaatsvond op of</para>
      <para>omstreeks 30 juni 2018 te Hulst, in elk geval in Nederland, op/aan de</para>
      <para>
        [straatnaam] , de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft</para>
      <para>verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar zij wist of redelijkerwijs moest</para>
      <para>vermoeden, (aan) een ander, te weten [slachtoffer] , was gedood en/of</para>
      <para>letsel was toegebracht;</para>
      <para>De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden,</para>
      <para>voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven,</para>
      <para>geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;</para>
      <para>( art 7 lid 1 ahf/ond a Wegenverkeerswet 1994 )</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Geldigheid van de dagvaarding</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>3.1.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>Ten aanzien van feit 1 subsidiair onder B is naar voren gebracht dat sprake moet zijn van concreet gevaarscheppend gedrag. De verfeitelijking in de tenlastelegging ziet niet op een concreet gevaarscheppend gedrag, maar op feiten die duiden op een voltooid delict. De tenlastelegging is daarom innerlijk tegenstrijdig, zodat die niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>De officier van justitie heeft ten aanzien van dit verweer geen standpunt ingenomen.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
          </para>
          <para>De onder feit 1 subsidiair en onder B opgenomen verfeitelijkende gedragingen dienen ter nadere omschrijving van het gevaar voor de veiligheid op de weg dat door die gedragingen werd veroorzaakt. Dat die gevaarlijke gedragingen zich uiteindelijk hebben verwezenlijkt in een daadwerkelijk ongeval onderstreept alleen maar het gevaar van die gedragingen. De omstandigheid dat naast die gedragingen ook het gevolg van die gedragingen is opgenomen leidt naar het oordeel van de rechtbank daarom niet tot het oordeel dat daarmee de tenlastelegging innerlijk tegenstrijdig is. De rechtbank verwerpt daarom het verweer.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De overige voorvragen</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
        <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
        <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder </para>
        <para>1 primair en het onder 2 ten laste gelegde feit heeft gepleegd. </para>
        <para>Voor wat betreft het onder 1 primair ten laste gelegde feit is volgens de officier van justitie sprake van aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag, omdat verdachte, onder invloed van alcohol heeft (door)gereden terwijl haar man het bestuurdersportier had geopend en de deurklink vasthield, omdat hij wilde voorkomen dat verdachte met drank op zou gaan autorijden Hierdoor is hij ten val gekomen en is hij als gevolg daarvan overleden. Gelet op het pathologisch onderzoek en het onderzoek van de auto gaat de officier van justitie er van uit dat slachtoffer niet is overreden, maar is geraakt door de onderkant/zijkant van de auto aan de bestuurderszijde. </para>
        <para>Verdachte is vervolgens naar huis gereden en heeft zich niet om haar man bekommerd. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1 primair (artikel 6 WVW)</emphasis>
        </para>
        <para>Primair is aangevoerd dat het noodzakelijk is om vast te stellen dat het slachtoffer en de auto waarin verdachte reed met elkaar in contact zijn geweest om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van een auto-ongeval. Er kan niet met voldoende zekerheid worden geoordeeld dat er sprake was van het openen van het bestuurdersportier of van een auto-ongeluk. De verklaringen van [getuige] zijn wisselend en wellicht heeft hij achteraf zelf zaken ingevuld die hij niet heeft kunnen zien. Er dient rekening gehouden te worden met het scenario dat het slachtoffer zelf is gestruikeld of gevallen. Verdachte had daarin geen rol. Verdachte dient te worden vrijgesproken van dit feit.</para>
        <para>Subsidiair is aangevoerd dat de omstandigheid dat het slachtoffer is overleden niet mag meespelen in de beoordeling of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Het enkele feit dat verdachte met iets te veel alcohol is gaan rijden, is onvoldoende voor schuld in de zin van artikel 6 WVW. De vraag waar het slachtoffer was, wat hij deed en of verdachte dat had moeten opmerken kan niet worden beantwoord, zodat onvoldoende resteert om van schuld in de zin van artikel 6 WVW te spreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1 subsidiair onder A (artikel 307 Sr)</emphasis>
        </para>
        <para>Het primaire standpunt ten aanzien van feit 1 primair wordt ook ten aanzien van dit feit primair aangevoerd. Vrijspraak van het primair tenlastegelegde zal ook tot vrijspraak van dit feit moeten leiden, nu artikel 6 WVW een specialis is van dit feit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1 subsidiair onder A subsidiair (artikel 255 Sr)</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft het slachtoffer wel zien liggen, maar zij dacht dat hij gewoon gevallen was, zonder gevolgen. Zij had geen kennis van zijn toestand. Bovendien was er een getuige aanwezig. Er is dus geen opzet op het in hulpeloze toestand laten van het slachtoffer.</para>
        <para>Ten aanzien van dit feit is daarom vrijspraak bepleit.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1 subsidiair onder B (artikel 5 WVW)</emphasis>
        </para>
        <para>Het primaire standpunt ten aanzien van feit 1 primair wordt ook ten aanzien van dit feit primair aangevoerd.</para>
        <para>Subsidiair is eveneens vrijspraak bepleit omdat niet duidelijk is welke overtreding verdachte heeft gemaakt die tot gevaar zou leiden. Zij reed immers enkel weg.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1 subsidiair onder C (artikel 8 WVW)</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft naar voren gebracht dat ten aanzien van dit feit geen verweer wordt gevoerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>Primair is aangevoerd dat verdachte niet wist dat zij betrokken was bij een ongeval en dat (daardoor) het slachtoffer letsel had. Verdachte moet daarom van dit feit worden vrijgesproken.</para>
        <para>Subsidiair is naar voren gebracht dat de uitsluitingsgrond van artikel 7, tweede lid, WVW van toepassing is. Verdachte wist dat getuige [getuige] in de buurt was en dat, mocht het nodig zijn, iedereen wist dat zij met de auto is vertrokken. Haar identiteit is bekend, zodat verdachte dient te worden vrijgesproken van dit feit.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feiten en omstandigheden</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op de stukken in het dossier en de verklaring van verdachte ter terechtzitting<footnote-ref linkend="_0f2901c6-0a35-4d38-9f1d-a572a62af994" /> gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden. Verdachte heeft op 30 juni 2018 kort vóór 01:00 uur als bestuurder gereden in een personenauto op het parkeerterrein van [naam] aan de [straatnaam] te Hulst<footnote-ref linkend="_b99fd9e4-4b53-4d40-8526-387be7f15285" />.</para>
        <para>Verdachte heeft verklaard dat zij die avond bij de [naam] had gewerkt en dat zij die avond bier en whisky had gedronken.<footnote-ref linkend="_e5e40fd7-8c50-40fb-9593-957592d977c2" /> Haar man, het latere slachtoffer, was er ook en zat aan de bar. Ook hij had alcohol gedronken, zo is gebleken uit later bloedonderzoek. Nadat hij verdachte had uitgescholden, is verdachte naar de keuken in de kantine gegaan. Daar is zij vanwege haar gladde slippers gevallen, waarbij haar bril is gebroken. Zij was als gevolg daarvan gewond aan haar neus. Verdachte wilde daarna naar huis. Buiten op de parkeerplaats wilde het latere slachtoffer haar tegenhouden te gaan rijden, omdat zij had gedronken. Daarbij heeft hij haar twee keer bij haar keel gepakt. Verdachte sloeg daarop haar man en is naar de auto gelopen. Zij is ingestapt en is gaan rijden. Zij had toen haar bril niet op<footnote-ref linkend="_f04c53a8-5695-4c78-a868-e1d2d4f31cc4" /> en ze droeg gladde slippers waardoor ze geen goede grip had op de pedalen<footnote-ref linkend="_abf413dc-60c1-46fa-9232-627cc46cc52e" />. Ze reed eerst achteruit het parkeervak uit<footnote-ref linkend="_2d5dd4ac-f16a-4841-afc3-b46b75c52fb0" />. Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat verdachte instapte en naar achteren reed. Op dat moment liep het slachtoffer achterlangs de auto en rukte het portier aan de bestuurderszijde open. Vervolgens zag hij de auto schoksgewijs achteruit rijden tot de achterwielen de trottoirband raakten. Hij zag dat het slachtoffer nog steeds bij het portier aan de bestuurderszijde was. Toen de auto vooruit wegreed, zag hij het slachtoffer op straat liggen met een plas bloed bij het hoofd. Verdachte was weggereden.<footnote-ref linkend="_01e8875f-0224-4721-a84c-2c3b8c9e72ec" /> [getuige] heeft hulp gehaald in de kantine. </para>
        <para>Om 00:58 uur is bij de meldkamer een melding binnengekomen van het ongeval. De politieagenten die ter plaatse zijn gegaan, hebben bij aankomst het slachtoffer aangetroffen op de grond met onder zijn hoofd een grote plas bloed. Het slachtoffer is overgebracht naar het ziekenhuis in Gent waar hij op 1 juli 2018 is overleden<footnote-ref linkend="_460b79ef-8e0e-45ce-bb84-02a59f4671bd" />.</para>
        <para>Volgens de patholoog wordt het intreden van de dood verklaard door verwikkelingen van ernstig schedel-hersenletsel als gevolg van hevig uitwendig mechanisch stomp geweld op het lichaam. Er was vermoedelijk geen sprake van overrijding, gezien het ontbreken van breuken in aangezichtsbeenderen en het ontbreken van deformatie (vervorming) van met name het aangezicht en de romp, aldus de patholoog.<footnote-ref linkend="_abb96771-59dd-4734-ac03-053b28398644" /></para>
        <para>Na de melding zijn verbalisanten naar de woning van verdachte gegaan. Zij was thuis en is meegenomen naar het politiebureau waar om 01:58 uur een ademanalyse is afgenomen. Het resultaat van het ademonderzoek was een score van 460 ug/l<footnote-ref linkend="_0ea8630b-025b-4632-9333-9d8cf2516875" />.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1 primair</emphasis>
        </para>
        <para>Ten aanzien van dit feit is door de verdediging aangevoerd dat niet met zekerheid kan worden geoordeeld dat sprake is geweest van het openen van het bestuurdersportier. De rechtbank gaat wat dat betreft uit van de verklaring van getuige [getuige] . De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan zijn verklaring op dat punt. De verklaring van [getuige] over de gebeurtenissen in de kantine, de geweldshandelingen van het slachtoffer ten opzichte van verdachte en de omschreven rijrichtingen van verdachte komen overeen met de verklaringen van verdachte daarover. Daar komt bij dat [getuige] meteen ter plaatse heeft verklaard dat slachtoffer het bestuurdersportier had geopend en dit later die dag in zijn tweede verklaring heeft herhaald. Zij acht de verklaring van [getuige] over het openen van het bestuurdersportier door het slachtoffer daarom betrouwbaar.</para>
        <para>De rechtbank overweegt dat uit de hierboven aangehaalde bewijsmiddelen naar voren komt dat verdachte met het voertuig achteruit reed en daarna vooruit, terwijl het slachtoffer het bestuurdersportier vast had. Er was derhalve contact tussen het voertuig en het slachtoffer als gevolg waarvan hij ten val is gekomen. Er kan daarom worden gesproken van een verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW. Als gevolg van dit contact is het slachtoffer ten val gekomen, waarbij hij ernstig hoofdletsel heeft opgelopen. Blijkens de bevindingen van de patholoog heeft het hoofdletsel tot de dood geleid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat zij in het geheel niet heeft gemerkt dat het slachtoffer het bestuurdersportier had opengetrokken en gedurende enige tijd vast heeft gehouden ongeloofwaardig. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid omdat zij voor- en achteruit is gereden, terwijl het slachtoffer op dat moment het geopende bestuurdersportier vast had. De rechtbank is daarmee van oordeel dat verdachte schuld in de zin van artikel 6 WVW heeft aan dit ongeval. Het rijgedrag van verdachte kan worden aangemerkt als aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam. </para>
        <para>Daarnaast was haar reactievermogen aangetast doordat zij is gaan rijden met meer dan de dubbele score van de toegestane maximale hoeveelheid alcohol per liter uitgeademde lucht, welke omstandigheid als strafverzwarend meeweegt. De rechtbank heeft in haar oordeel tevens betrokken de omstandigheden dat verdachte het voertuig heeft bestuurd zonder haar bril op; deze was kapot gegaan in de keuken van de kantine. Voorts dat verdachte het voertuig heeft bestuurd terwijl ze geen goede grip had op de pedalen door haar gladde slippers. </para>
        <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is, op de wijze zoals onder 4.4. is weergegeven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft verklaard dat toen zij wegreed van de parkeerplaats van de [naam] zij het slachtoffer op de grond zag liggen en dat ze vervolgens naar huis is gegaan<footnote-ref linkend="_2232c191-877d-4efe-b5c1-19bf1db35527" />+ <footnote-ref linkend="_45c71afb-e310-4d5d-8b23-7940abfa51c2" />. De rechtbank acht het onaannemelijk dat zij niet heeft gemerkt dat het slachtoffer het bestuurdersportier had opengetrokken terwijl zij reed. Doordat het slachtoffer het bestuurdersportier had geopend terwijl verdachte reed, en zij daarna het slachtoffer op de grond zag liggen had zij redelijkerwijs moeten vermoeden dat letsel was toegebracht aan het slachtoffer door haar rijgedrag terwijl het slachtoffer het bestuurdersportier vast had. Desondanks is zij naar huis gereden en heeft zij het slachtoffer hulpeloos achtergelaten zodat het onder 2 tenlastegelegde in beginsel wettig en overtuigend bewezen is. </para>
        <para>De omstandigheid dat ter plaatse een getuige aanwezig was die haar identiteit en die van het voertuig kende maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat de situatie als omschreven in het tweede lid van artikel 7 WVW aan de orde is. Het belang dat artikel 7 WVW beschermd is niet alleen het veiligstellen dat betrokkenen na een verkeersongeval in staat worden gesteld de veroorzaker van het ongeval aansprakelijk te kunnen stellen voor de geleden schade, maar ook onder meer het belang van verkeersveiligheid, het leven en de lichamelijke gezondheid en integriteit van verkeersdeelnemers. Uit het handelen van verdachte zelf kan niet worden afgeleid dat zij behoorlijk – actief –  de gelegenheid heeft geboden om haar identiteit en die van het voertuig vast te stellen. Zij heeft het geheel passief aan een getuige overgelaten of en hoe er werd gehandeld na haar vertrek. Ook heeft zij bij thuiskomst niet zelf de politie ingelicht over het verkeersongeval dat had plaatsgevonden op de parkeerplaats bij de [naam] .</para>
        <para>De rechtbank acht het feit daarom wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.primair</para>
        <para>op 30 juni 2018 te Hulst, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, een parkeerterrein</para>
        <para>gelegen aan de [straatnaam] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan</para>
        <para>haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,</para>
        <para>door aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam, terwijl</para>
        <para>
          [slachtoffer] aan de bestuurderszijde het portier van voornoemde</para>
        <para>auto open had getrokken, (nog verder) achteruit te rijden en</para>
        <para>(vervolgens) vooruit te rijden, waardoor die [slachtoffer]</para>
        <para>ten val is gekomen en waardoor die [slachtoffer] werd gedood,</para>
        <para>terwijl zij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, </para>
        <para>tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2</para>
        <para>als degene die als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto)</para>
        <para>betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat plaatsvond op of</para>
        <para>omstreeks 30 juni 2018 te Hulst, aan de [straatnaam] , de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar zij redelijkerwijs </para>
        <para>moest vermoeden, aan een ander, te weten [slachtoffer] , letsel was toegebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte voor feit 1 primair en feit 2 op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast heeft zij een rijontzegging gevorderd voor de duur van 3 jaar met aftrek van de tijd dat het rijbewijs al is ingenomen geweest.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft onder verwijzing naar het reclasseringsrapport aangevoerd dat een gevangenisstraf in het onderhavige geval niet passend is. Daarbij komt dat verdachte een blanco strafblad heeft. Verzocht is om een taakstraf op te leggen, eventueel in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft, terwijl zij onder invloed verkeerde van alcoholhoudende drank, een verkeersongeval veroorzaakt. Ze heeft als bestuurder van een auto aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld, waardoor bij haar echtgenoot – die wilde voorkomen dat zij ging autorijden – dusdanig letsel is toegebracht dat hij daaraan is komen te overlijden. Verdachte heeft bovendien de plaats van het ongeval verlaten, waarbij zij haar echtgenoot in hulpeloze toestand achterliet.</para>
        <para>Door het overlijden van het slachtoffer is aan de nabestaanden groot leed toegebracht dat door geen enkele straf kan worden gecompenseerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het strafblad van verdachte blijkt dat zij niet eerder met justitie in aanraking is geweest. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Reclassering Nederland heeft in haar rapport van 5 juli 2018 naar voren gebracht dat bij verdachte sprake is van problemen op het gebied van alcoholgebruik, het sociaal netwerk, psychische c.q. emotionele stabiliteit en huisvesting. Vóór het ongeval waren er relationele problemen, onder meer door fysiek geweld. Dit laatste blijkt ook uit dossierinformatie van de huisarts. Daaruit komt tevens naar voren dat verdachte chronisch psychiatrische klachten heeft, waarbij onder meer depressie aan de orde was.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de bepaling van de strafmaat gaat de rechtbank voor wat betreft het onder 1 primair bewezenverklaarde feit uit van aanmerkelijke schuld, en niet zoals de officier van justitie van ernstige schuld. Daardoor zal een lagere straf volgen dan de officier van justitie heeft geëist.</para>
        <para>In soortgelijke gevallen, waarbij voor wat betreft artikel 6 WVW sprake is van een aanmerkelijke schuld, een dodelijk slachtoffer en een alcoholgehalte van minder dan </para>
        <para>570 ug/l, wordt doorgaans een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden opgelegd in combinatie met een rijontzegging van 2 jaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de bepaling van de strafmaat houdt de rechtbank – naast al het bovenstaande – rekening met de omstandigheden waaronder dit feit is begaan. Uit het politiedossier en het reclasseringsrapport blijkt dat sprake was van een problematische relatie waarin huiselijk geweld plaatsvond. Ook in de bewuste nacht was de echtgenoot gewelddadig tegenover verdachte. Kort voordat verdachte in de auto stapte hadden zij en haar echtgenoot ruzie over het feit dat zij naar huis wilde rijden. Daarbij heeft haar echtgenoot haar tweemaal bij de keel gepakt. Verdachte heeft verklaard dat ze daardoor in paniek was geraakt. Vervolgens is zij in de auto gestapt en heeft het ongeval plaatsgevonden.</para>
        <para>Onder die omstandigheden en de eerder aangehaalde persoonlijke omstandigheden van verdachte acht de rechtbank het niet passend om aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend zal de rechtbank een taakstraf van maximale duur opleggen, te weten een taakstraf van 240 uren, bij niet voltooien te vervangen door een gevangenisstraf van 120 dagen. Om de ernst van het feit te benadrukken legt zij ook een voorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast legt de rechtbank haar een onvoorwaardelijke rijontzegging op voor de duur van twee jaren, met aftrek van de tijd die het rijbewijs al ingehouden is geweest.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Het beslag</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De verbeurdverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd de onder verdachte in beslag genomen personenauto verbeurd te verklaren. De verdediging heeft verzocht te personenauto terug te geven aan verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp is vatbaar voor verbeurdverklaring. Gebleken is dat de feiten zijn begaan met betrekking tot het voorwerp.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 7, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4. is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>Feit 1 primair: 	<emphasis role="italic">Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en terwijl degene die schuldig is aan dit feit, verkeerde in de toestand bedoeld in artikel 8, tweede lid van deze wet</emphasis>;</para>
      <para>Feit 2:		<emphasis role="italic">Overtreding van artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de 			Wegenverkeerswet 1994;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende  hechtenis</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">120 (honderdtwintig) dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf naar rato van 2 uur per dag;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 3 (drie) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para />
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 2 (twee) jaren</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd dat verdachte haar rijbewijs al heeft ingeleverd in mindering wordt gebracht op de rijontzegging;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen voorwerp, te weten 1 personenauto [kenteken] (G1899616).</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Josten, voorzitter, mr. D.H.. Hamburger en </para>
      <para>mr. R.J.H. van der Linden, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Moggré-Hengst, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 5 maart 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mrs. I.M. Josten en R.J.H. van der Linden zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_0f2901c6-0a35-4d38-9f1d-a572a62af994" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt, tenzij anders vermeld, bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door één of meer daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Wanneer wordt verwezen naar dossierpagina’s betreffen dit de doorgenummerde pagina’s van het dossier van de Politie Eenheid Zeeland – West-Brabant, nummer PL2000-2018150388.</para>
    <para> Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 februari 2020.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b99fd9e4-4b53-4d40-8526-387be7f15285" label="2">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 30 juni 2018, pagina 128. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e5e40fd7-8c50-40fb-9593-957592d977c2" label="3">
    <para> Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 februari 2020.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f04c53a8-5695-4c78-a868-e1d2d4f31cc4" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 30 juni 2018, pagina 34, negende alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_abf413dc-60c1-46fa-9232-627cc46cc52e" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 30 juni 2018, pagina 34, tweede alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2d5dd4ac-f16a-4841-afc3-b46b75c52fb0" label="6">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 30 juni 2018, pagina 32, achtste alinea (“ik stap in de auto en rij naar achter”).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_01e8875f-0224-4721-a84c-2c3b8c9e72ec" label="7">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van getuige P [getuige] van 30 juni 2018, pagina 129.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_460b79ef-8e0e-45ce-bb84-02a59f4671bd" label="8">
    <para> Proces-verbaal van de politie te Gent (België), pagina 96.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_abb96771-59dd-4734-ac03-053b28398644" label="9">
    <para> NFI-rapport van 19 september 2018 ‘Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood’, opgemaakt door dr. V. Soerdjbalie-Maikoe, pagina 6 van 15, tweede en laatste alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0ea8630b-025b-4632-9333-9d8cf2516875" label="10">
    <para> Resultaat van het ademonderzoek op 30 juni 2018, pagina 29.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2232c191-877d-4efe-b5c1-19bf1db35527" label="11">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 30 juni 2018, pagina 31, vijfde en zesde alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_45c71afb-e310-4d5d-8b23-7940abfa51c2" label="12">
    <para> Voor wat betreft pleegdatum en pleegplaats: zie voetnoot 2.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>