<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2020:5226</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-09T14:43:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 19_6603</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2022:639" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2022:639, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:5226">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:5226</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-02T12:52:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2020:5226 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-10-2020 / AWB 19_6603</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2020:5226:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>GEMWT</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2020:5226:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 19/6603 GEMWT</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van 27 oktober 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Stichting Platform Keelbos, te Nuth, eiseres, </bridgehead>
    <para>gemachtigde: [naam gemachtigde] ,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para>Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 13 november 2019 (bestreden besluit) van het college inzake het niet-ontvankelijk verklaren van haar bezwaar. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 3 september 2020. Eiseres werd vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. M. van der Meer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 14 september 2020 heeft de gemachtigde van eiseres een wrakingsverzoek ingediend. Bij beslissing van 29 september 2020 heeft de wrakingskamer van de rechtbank het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De termijn voor het doen van uitspraak is hierdoor gedurende 15 dagen geschorst geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen </title>
    <para>1.	<emphasis role="italic">Feiten en omstandigheden</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam persoon] heeft op 24 april 2014 het bosperceel kadastraal bekend gemeente Goirle, [kadastrale aanduiding] nummer [kadastraal nummer1] en nummer [kadastraal nummer3] gekocht. Het bosperceel is gelegen naast het perceel plaatselijk bekend [adres] te [plaatsnaam] . Het bosperceel grenst aan de noordzijde aan de parkeerplaats ‘Leijkant’ langs de A58. Langs het noordelijke deel van het perceel is een hekwerk aanwezig van Rijkswaterstaat. Het noordelijk deel van het bosperceel werd op het moment van aankoop door [naam persoon] al geruime tijd gebruikt als homo-ontmoetingsplaats (HOP). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 16 mei 2014 heeft [naam persoon] bij het college een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een hekwerk aan de zuidzijde, westzijde en een deel van de noordelijke kant van het bosperceel. Bij besluit van 28 oktober 2014 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft bezwaren tegen het plaatsen van het hekwerk, omdat daardoor de toegankelijkheid van de HOP wordt belemmerd. Eiseres heeft rechtsmiddelen aangewend tegen de verlening van de omgevingsvergunning voor het hekwerk. In bezwaar, beroep en hoger beroep stond de vraag centraal of eiseres belanghebbende is bij het besluit van 28 oktober 2014.</para>
      <para>In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) van 15 februari 2017<footnote-ref linkend="_209c9c33-af1c-419e-9438-6834600b03bb" /> is geoordeeld dat het belang van eiseres, gelet op haar statutaire doelstelling<footnote-ref linkend="_0e82a13a-7391-437f-a8c0-c600da83d559" /> in samenhang met de omstandigheid dat zij feitelijke werkzaamheden verricht met betrekking tot die doelstelling, rechtstreeks bij het besluit is betrokken.</para>
      <para>De AbRS heeft het college opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres en daarin inhoudelijk in te gaan op de door eiseres naar voren gebrachte bezwaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In 2018 heeft eiseres handhavingsverzoeken ingediend met betrekking tot de percelen [kadastraal nummer1] , [kadastraal nummer2] en [kadastraal nummer3] . Het college heeft eiseres aangemerkt als belanghebbende bij de percelen [kadastraal nummer1] en [kadastraal nummer3] , omdat op deze percelen de HOP is gesitueerd. Het college heeft aan [naam persoon] een last onder dwangsom opgelegd teneinde een aarden wal van de percelen te verwijderen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na bezwaar, beroep en hoger beroep over de omgevingsvergunning voor het hekwerk heeft  de AbRS in de uitspraak van 15 mei 2019<footnote-ref linkend="_3dcf1554-50b5-4ddc-8aa9-f3668346f286" /> geoordeeld dat de door het college aan [naam persoon] verleende omgevingsvergunning voor het hekwerk in stand blijft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 17 juni 2019 heeft eiseres opnieuw een handhavingsverzoek ingediend met betrekking tot de percelen [kadastraal nummer1] , [kadastraal nummer2] en [kadastraal nummer3] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 14 augustus 2019 (primair besluit) heeft het college het handhavingsverzoek afgewezen. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat het gehele bosperceel is omsloten door de hekwerken van [naam persoon] en van Rijkswaterstaat. Er is volgens het college  geen sprake meer van een openbaar toegankelijk bosperceel of HOP. Het college stelt dat eiseres geen eigenaar is van het bosperceel, het bosperceel niet toegankelijk is en de rechtmatige eigenaar ( [naam persoon] ) niet instemt met het gebruik daarvan als HOP. Het college merkt eiseres daarom niet meer aan als belanghebbende. In het verleden merkte het college eiseres wel aan als belanghebbende, omdat toen de omgevingsvergunning voor het hekwerk nog niet onherroepelijk was. Volgens het college is er inmiddels sprake van gewijzigde feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bestreden besluit heeft het college de bezwaren van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.	<emphasis role="italic">Wettelijk kader</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het relevante wettelijk kader is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.	<emphasis role="italic">Motivering bestreden besluit</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bestreden besluit heeft het college het bezwaarschrift van eiseres - conform het advies van de commissie voor bezwaarschriften - niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiseres niet wordt aangemerkt als belanghebbende bij het handhavingsverzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is dit niet juist. Als eiseres geen belanghebbende zou zijn, valt haar verzoek niet aan te merken als een aanvraag in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zodat de afwijzing van dit verzoek geen besluit is als bedoeld in dit artikel.<footnote-ref linkend="_e4afa096-849d-4792-9b24-2d42c6c239a8" /> Het bezwaar is dan niet-ontvankelijk omdat het niet gericht is tegen een besluit, niet omdat eiseres geen belanghebbende is in bezwaar. Dat is ze namelijk wel, omdat het college niet op haar verzoek om handhaving heeft besloten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal hierna beoordelen of het bestreden besluit ondanks het motiveringsgebrek dat aan dit besluit kleeft met toepassing van artikel 6:22 van de Awb in stand kan worden gelaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.	<emphasis role="italic">Beoordeling geschil</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tussen partijen is in geschil of het college terecht stelt dat eiseres niet meer kan worden aangemerkt als belanghebbende bij de percelen [kadastraal nummer1] en [kadastraal nummer3] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat het gehele bosperceel nu met hekwerken van de eigenaar en van Rijkswaterstaat is omsloten. Aan de noordzijde heeft de eigenaar bordjes geplaatst met ‘Verboden toegang – art. 461 WvSr’. Het bosperceel, dat in particuliere eigendom is, mag dus niet meer door derden worden betreden. Met de uitspraak van de AbRS van 15 mei 2019 is de omgevingsvergunning voor het hekwerk van [naam persoon] definitief geworden. Uit deze uitspraak vloeit voort dat de eigenaar juridisch gerechtigd was om het terrein af te sluiten en de openbaarheid te beëindigen. De rechtbank begrijpt dat eiseres zich niet neerlegt bij de uitspraak van de AbRS, maar voor de rechtbank is dit op dit moment de juridische realiteit. De stelling van eiseres dat de voorzieningenrechter van deze rechtbank in de uitspraak van 22 januari 2015 gesteld zou hebben dat het bosperceel vanaf parkeerplaats De Leikant vrij toegankelijk zou blijven, berust op een verkeerde interpretatie van die uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zowel feitelijk als juridisch is het particulier bosperceel nu dus afgesloten en niet meer openbaar. Alleen onrechtmatig kunnen derden zich nog toegang verschaffen tot het bosperceel. Er is geen sprake meer van een openbaar toegankelijk bosperceel en dus ook niet meer van een HOP. De toegankelijkheid van het perceel vanwege een aarden wal staat niet meer ter discussie. De toegang wordt niet verhinderd door een berg zand, maar door de hekken en het bord met het toegangsverbod van de eigenaar. Nu geen sprake meer is van een HOP, is eiseres geen belanghebbende meer bij de percelen [kadastraal nummer1] en [kadastraal nummer3] . Deze motivering van het college houdt in rechte stand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat de besluitvorming van het college in strijd is met het verbod op détournement de pouvoir (artikel 3:3 van de Awb). De eigenaar wilde het gebruik van zijn perceel door derden beëindigen, niet het college. Met de gerechtvaardigde afsluiting van het bosperceel en het toegangsverbod van de eigenaar is geen sprake meer van een HOP. Het besluit van het college is daar een gevolg van, niet de oorzaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding het motiveringsgebrek, genoemd onder punt 2, te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Awb, omdat de onderliggende motivering in het bestreden besluit houdbaar is en aannemelijk is dat eiseres niet is benadeeld door het gebrek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5 .	<emphasis role="italic">Conclusie</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep zal ongegrond worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6.	<emphasis role="italic">Proceskosten en griffierecht</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat de rechtbank toepassing geeft aan artikel 6:22 van de Awb, zal de rechtbank het college veroordelen in de door de gemachtigde van eiseres gemaakte proceskosten. Er is geen sprake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De reiskosten op basis van openbaar vervoer 2e klas (€ 46,60) en de verletkosten (€ 169,-) komen voor vergoeding in aanmerking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook moet het college het griffierecht vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 215,60;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt het college op het betaalde griffierecht van € 345,- aan eiseres te vergoeden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier, op 27 oktober 2020 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BIJLAGE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Algemene wet bestuursrecht (Awb)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 1:2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. </para>
    <para>2. (..)</para>
    <para>3. Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 1:3</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. </para>
    <para>2. (..)</para>
    <para>3. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen. </para>
    <para>4. (..)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 3:3</emphasis>
      </para>
      <para>Het bestuursorgaan gebruikt de bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 6:22</emphasis>
      </para>
      <para>Een besluit waartegen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, kan, ondanks schending van een geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel, door het orgaan dat op het bezwaar of beroep beslist in stand worden gelaten indien aannemelijk is dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wetboek van Strafrecht (WvSr)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 461</emphasis>
      </para>
      <para>Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, zich op eens anders grond waarvan de toegang op een voor hem blijkbare wijze door de rechthebbende is verboden, bevindt of daar vee laat lopen, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_209c9c33-af1c-419e-9438-6834600b03bb" label="1">
    <para> AbRS 15 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:393.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0e82a13a-7391-437f-a8c0-c600da83d559" label="2">
    <para> De stichting heeft ten doel om te streven naar het open houden van homo-ontmoetingsplaatsen, en behartigt de belangen van al de bezoekers van deze plaatsen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3dcf1554-50b5-4ddc-8aa9-f3668346f286" label="3">
    <para> AbRS 15 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1580.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e4afa096-849d-4792-9b24-2d42c6c239a8" label="4">
    <para> Zie bijvoorbeeld AbRS 2 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2377.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>