<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2020:5007</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-22T15:25:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB- 20_8459 VV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:5007">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:5007</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-22T15:24:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2020:5007 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 14-10-2020 / AWB- 20_8459 VV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2020:5007:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Omgevingsvergunning</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2020:5007:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 20/8459 WABO VV</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van 14 oktober 2020 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam verzoeker] ,  te [woonplaats verzoeker] , verzoeker</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen</emphasis>, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde partij heeft aan het geding deelgenomen</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam B.V.]
        </emphasis>, vergunninghoudster,</para>
      <para>gemachtigde: mr. L. de Kok</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 23 juli 2020 inzake de aan derde partij verleende omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1 eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ten behoeve van de inrichting gelegen aan [adres] te [plaatsnaam] . </para>
      <para>Dit beroep heeft procedurenummer 20/8431 WABO.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hij heeft op 8 september 2020 tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek heeft procedurenummer 20/8459 WABO.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 15 september 2020 en 22 september 2020 is namens de voorzieningenrechter aan verzoeker gevraagd om de spoedeisendheid van zijn verzoek te onderbouwen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 28 september 2020 heeft verzoeker hierop gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para>1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. </para>
    <para />
    <para>2. Verzoeker woont in de nabijheid van de inrichting van derde partij. Hij heeft aangevoerd dat tijdens de terinzagelegging van de omgevingsvergunning geen tekeningen en geen akoestische rapporten ter inzage hebben gelegen. Verzoeker stelt dat vergunninghouder nu zijn activiteiten mag uitbreiden en verplaatsen en daarom wil hij graag de tekeningen en rapporten inzien ten behoeve van de onderbouwing van zijn beroepsgronden. Intussen wil verzoeker de omgevingsvergunning geschorst hebben om te voorkomen dat er onomkeerbare stappen worden gezet. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningprocedure als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Voorts speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol. Nu verzoeker beroep heeft ingesteld, moet de vraag worden beantwoord of sprake is van onverwijlde spoed die noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening in afwachting van de uitspraak van de rechtbank op dat beroep. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker in zijn brief van 28 september 2020 heeft aangegeven dat hij inmiddels beschikt over een tekening waaruit blijkt dat de overslag van containers bij hem in de buurt zou kunnen gaan plaatsvinden. Het niet schorsen van de omgevingsvergunning betekent niet dat het overschrijden van voorgeschreven geluidsnormen onomkeerbaar is. Indien vergunninghoudster geluidsnormen gaat overtreden dan kan verweerder als het bevoegd gezag daartegen handhavend optreden. Intussen worden ten behoeve van de bodemprocedure 20/8431 WABO alle op de omgevingsvergunning betrekking hebbende stukken opgevraagd, zodat verzoeker zijn beroepsgronden zonodig nader kan onderbouwen. In die bodemprocedure zal de rechtbank beoordelen of de omgevingsvergunning rechtmatig is. Verzoeker heeft niet gesteld, en de voorzieningenrechter acht ook niet aannemelijk, dat hij dermate veel overlast ondervindt van de bedrijfsactiviteiten van derde partij dat hij de uitkomst van de bodemprocedure niet kan afwachten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Dit betekent dat geen sprake is van onverwijlde spoed in vorenbedoelde zin. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>4.	Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet daarom worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>P.H.M. Verdonschot, griffier	T. Peters, voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>