<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2020:4368</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-22T15:43:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-09-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB- 20_7059</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:4368">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:4368</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-19T09:07:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2020:4368 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 15-09-2020 / AWB- 20_7059</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2020:4368:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>GEMWT</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2020:4368:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer BRE 20/7059 GEMWT</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van 15 september 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [Eiser 1] en [Eiser 2] , wonende te [Plaatsnaam] , eisers, gemachtigde: mr. M.J. Smaling, </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouder van de gemeente Zundert, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college op hun bezwaarschrift.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft besloten het beroep versneld te behandelen onder toepassing van afdeling 8.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vervolgens toepassing gegeven aan artikel 8:54, eerste lid, van de Awb, zodat een behandeling ter zitting achterwege is gebleven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>1. Op grond van de stukken gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben het college op 10 juli 2019 verzocht om handhavend op te treden.</para>
      <para>Bij besluit van 19 november 2019, verzonden op 28 november 2019, heeft het college besloten het verzoek deels toe te wijzen, deels af te wijzen en deels niet-ontvankelijk te verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen dit besluit hebben eisers op 4 december 2019, door het college ontvangen op </para>
      <para>5 december 2019, een bezwaarschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 1 april 2020 schorst het college - in verband met de maatregelen rondom het corona-virus COVID 19 - de termijn voor het nemen van een besluit op van 16 maart 2020 tot en met 28 april 2020. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Derde belanghebbenden [Naam derde belanghebbende 1] en [Naam derde belanghebbende 2] hebben het college bericht een fysieke hoorzitting te wensen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 18 mei 2020, door het college ontvangen op 19 mei 2019, hebben eisers het college in gebreke gesteld.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vanaf 1 juni 2020 waren bijeenkomsten met maximaal 30 personen op 1,5 meter afstand weer toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 15 juni 2020, door de rechtbank ontvangen op 18 juni 2020, hebben eisers beroep ingesteld tegen het door het college niet tijdig nemen van een beslissing op het verzoek van eiseres. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het college heeft op 9 juli 2020 een verweerschrift ingediend. De hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie is gepland op 16 september 2020. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De termijn voor het indienen van bezwaar bedraagt 6 weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit is bekendgemaakt.<footnote-ref linkend="_790d3577-b337-4884-bd67-0d9497b74e3b" /> Een bestuursorgaan beslist op een bezwaarschrift - als een adviescommissie wordt ingeschakeld - binnen 12 weken na de dag waarop de termijn voor het indienen van bezwaar is verstreken.<footnote-ref linkend="_89ac48cb-7292-4668-85c0-8894bde87109" /> Zolang het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is om een beschikking te geven, wordt de termijn voor het geven van een beschikking opgeschort.<footnote-ref linkend="_7f2f2c1d-0963-4fbc-b8c8-286ec262aae1" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.<footnote-ref linkend="_a6eca8a5-58c8-4759-b7ba-8204f7192ba2" /> Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.<footnote-ref linkend="_dbcc4dcd-7975-452a-a468-f7d92675c061" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Het primaire besluit is op 28 november 2019 verzonden. De zes weken termijn voor het indienen van bezwaar liep dus tot en met 9 januari 2020. De twaalf weken termijn voor het nemen van een beslissing op bezwaar duurde daarom tot en met 2 april 2020. De termijn is opgeschort wegens overmacht in de periode van 16 maart 2020 tot en met 28 april 2020. De beslistermijn liep dus tot en met 18 mei 2020. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het college na de brief van 1 april 2020 geen schriftelijke aanzegging heeft gestuurd naar eisers dat de beslistermijn langer blijft opgeschort wegens overmacht en/of dat de beslistermijn wordt verlengd. De beslistermijn is dus overschreden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben het college op 19 mei 2020 in gebreke gesteld. Sindsdien zijn meer dan twee weken verstreken.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is daarom kennelijk gegrond. Het is de rechtbank niet gebleken dat inmiddels een beslissing op het bezwaarschrift is genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Inmiddels zijn sinds de versoepeling van de corona-maatregelen per 1 juni 2020 ruim drie maanden verstreken. Voldoende tijd om een hoorzitting te organiseren, een advies uit te brengen en een besluit te nemen. De rechtbank zal daarom bepalen dat het college nu binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit moet nemen en verzenden. De rechtbank zal daarnaast bepalen<footnote-ref linkend="_1369168f-d845-4bbf-a83c-2e5dadaab4cf" /> dat het college een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De rechtbank veroordeelt het college in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op </para>
    <para>€ 262,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 0,50). De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, zodat een wegingsfactor van 0,50 geldt.  </para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">3.	Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond; </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>draagt het college op <emphasis role="bold">binnen twee weken</emphasis> na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een beslissing op het bezwaarschrift te nemen en te verzenden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat het college aan eisers een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>€ 15.000,-;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>draagt het college op het betaalde griffierecht van € 178,- aan eisers te vergoeden; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt het college in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 262,50.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van D. Ablas, griffier, op 15 september 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	 rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_790d3577-b337-4884-bd67-0d9497b74e3b" label="1">
    <para> artikel 6:7 van de Awb en artikel 6:8, eerste lid, van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_89ac48cb-7292-4668-85c0-8894bde87109" label="2">
    <para> artikel 7:10, eerste lid, van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7f2f2c1d-0963-4fbc-b8c8-286ec262aae1" label="3">
    <para> artikel 4.15, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb en artikel 7:14 van de Awb </para>
  </footnote>
  <footnote id="_a6eca8a5-58c8-4759-b7ba-8204f7192ba2" label="4">
    <para> artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb en artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dbcc4dcd-7975-452a-a468-f7d92675c061" label="5">
    <para> artikel 6:12, tweede lid, van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1369168f-d845-4bbf-a83c-2e5dadaab4cf" label="6">
    <para> Met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>