<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2020:4208</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-08T13:57:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-09-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/054140-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:4208">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:4208</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-07T14:34:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2020:4208 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 08-09-2020 / 02/054140-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2020:4208:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Openlijke geweldpleging. Taakstraf van 80 uur.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2020:4208:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/054140-19 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 8 september 2020 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>raadsman mr. G.J. Woodrow, advocaat te Tilburg. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 augustus 2020, waarbij de officier van justitie, mr. Nicolaes, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich op 4 maart 2019 te Tilburg primair schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag/poging tot zware mishandeling in vereniging dan wel subsidiair aan openlijke geweldpleging dan wel meer subsidiair aan mishandeling in vereniging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie verzoekt verdachte vrij te spreken van de primair tenlastegelegde poging tot doodslag/poging tot zware mishandeling, nu niet kan worden vastgesteld dat de door verdachte gepleegde geweldshandelingen de dood althans zwaar lichamelijk letsel tot gevolg zouden kunnen hebben en dat deze handelingen qua verschijningsvorm ook niet daarop gericht zijn geweest. De officier van justitie acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging en baseert zich daarbij op de aangifte van [aangever] , de bekennende verklaring van verdachte en de camerabeelden waaruit blijkt dat verdachte, terwijl [aangever] op de grond lag, één trap tegen het (boven)lichaam van [aangever] heeft gegeven.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat het door verdachte gebruikte geweld onvoldoende is om te kwalificeren als poging tot doodslag of poging tot zware mishandeling. De verdediging verzoekt dan ook verdachte van het primair tenlastegelegde vrij te spreken. Voor wat betreft de subsidiair tenlastegelegde openlijke geweldpleging acht de verdediging de geweldshandelingen voor zover die inhouden het trappen tegen het hoofd en het meermalen slaan tegen het hoofd niet bewezen en verzoekt verdachte hiervan vrij te spreken. Voor het overige refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>op 4 maart 2019 te Tilburg met anderen, op de openbare weg, Pieter Vreedeplein, <emphasis role="bold">openlijk in vereniging geweld </emphasis>heeft gepleegd tegen [aangever] , welk geweld bestond uit het meermalen met kracht<?linebreak?>- slaan en stompen tegen het gezicht en het hoofd en het lichaam en terwijl die [aangever] op de grond lag<?linebreak?>- schoppen/trappen tegen het lichaam.<?linebreak?></para>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte een taakstraf van 150 uur met aftrek van het voorarrest op te leggen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzoekt om bij de bepaling van de straf rekening te houden met de jonge leeftijd van verdachte, de beperkte rol van verdachte in de geweldshandelingen, de omstandigheid dat verdachte er mede voor heeft gezorgd dat het incident werd beëindigd door medeverdachte [medeverdachte] tegen te houden en hem mee te nemen, het blanco strafblad van verdachte en de positieve inhoud van het reclasseringsrapport. Bovendien heeft het voorarrest en het toezicht door de reclassering een diepe indruk op hem gemaakt. </para>
        <para>De verdediging verzoekt daarom de duur van de taakstraf te matigen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een openlijke geweldpleging in vereniging. Het slachtoffer is geschopt en geslagen, ook terwijl hij op de grond lag. Verdachte zelf heeft hierbij een schop tegen de (boven)rug van het slachtoffer gegeven. </para>
        <para>Verdachte heeft daarmee ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit en de gezondheid van het slachtoffer. Het slachtoffer lag weerloos op de grond en kon zich niet verdedigen tegen de schop tegen zijn lichaam. De rechtbank rekent dit verdachte aan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft verder kennis genomen van het over verdachte opgemaakte reclasseringsadvies van 16 oktober 2019. Uit dit rapport is gebleken dat verdachte zich goed heeft gehouden aan de voorwaarden die hem waren opgelegd in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis. Er is tijdens het schorsingstoezicht bij Novadic-Kentron voldoende aandacht besteed aan het gebruik van alcohol en geweld. De ondernomen stappen worden door de reclassering toereikend geacht. Verdachte krijgt steun vanuit zijn familie en er zijn steunbronnen in zijn studie en werk. De reclassering is van mening dat verdere bemoeienis van de reclassering in de vorm van reclasseringstoezicht met interventies niet nodig is. De reclassering adviseert om verdachte een taakstraf op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank gekeken naar de LOVS-oriëntatiepunten voor openlijke geweldpleging. De rechtbank neemt als uitgangspunt voor de strafoplegging een taakstraf van 150 uur. </para>
        <para>De rechtbank ziet echter aanleiding om in strafverminderende zin af te wijken van het uitgangspunt. Zij houdt daarbij uitdrukkelijk rekening met de relatief beperkte bijdrage van verdachte in de geweldshandelingen. Verdachte lijkt door de medeverdachten [medeverdachte] en zijn zusje [naam] te zijn meegesleurd in de situatie. Verdachte distantieert zich in eerste instantie niet en doet ook mee aan het geweld. Hij komt echter vrij snel tot inzicht dat dit geweld te ver gaat en heeft er uiteindelijk mede voor gezorgd dat het incident wordt beëindigd door [medeverdachte] tegen te houden. Verder heeft de rechtbank in positieve zin rekening gehouden met het reclasseringsadvies waaruit blijkt dat er op persoonlijk vlak geen zorgen zijn over verdachte.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte opleggen een taakstraf van 80 uur met aftrek van het voorarrest. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het onder primair tenlastegelegde feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <bridgehead role="italic">Strafbaarheid</bridgehead>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para>         Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;</para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf van 80 uren</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">40 dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf naar rato van 2 uur per dag;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Prenger, voorzitter, mr. Collombon en mr. Fontein, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Koster, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 8 september 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Collombon en mr. Fontein zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Bijlage I</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Primair</emphasis>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 4 maart 2019 te Tilburg<emphasis role="bold">, </emphasis>tezamen en in vereniging met een ander/anderen, althans alleen, <emphasis role="bold">ter uitvoering </emphasis>van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [aangever] opzettelijk van het leven te beroven<emphasis role="bold">, </emphasis>althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [aangever] voornoemd meermalen, althans eenmaal (met kracht) op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of (terwijl die [aangever] op de grond lag) (met kracht) op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Subsidiair</emphasis>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 4 maart 2019 te Tilburg met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, in elk geval op of aan een openbare weg, Pieter Vreedeplein,<emphasis role="bold"> openlijk in vereniging geweld </emphasis>heeft gepleegd tegen [aangever] , welk geweld bestond uit het meermalen (met kracht)<?linebreak?>- slaan en/of stompen tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam en/of (terwijl die [aangever] op de grond lag)<?linebreak?>- schoppen/trappen op/tegen het hoofd en/of het lichaam;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Subsidiair</emphasis>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 4 maart 2019 te Tilburg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen <emphasis role="bold">[aangever] </emphasis>heeft mishandeld door die [aangever] voornoemd meermalen (met kracht)<?linebreak?>- te slaan en/of te stompen tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam en/of (terwijl die [aangever] voornoemd op de grond lag)<?linebreak?>- te trappen/schoppen op/tegen het hoofd en/of het lichaam, waardoor die [aangever] pijn en/of letsel heeft bekomen. <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Bijlage II</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangezien verdachte ten aanzien van het subsidiaire feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 25 augustus 2020; </para>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , pagina 104 van het eind-proces-verbaal met dossiernummer 2019052679van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 183.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>