<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2020:3858</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-20T13:21:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB- 20_7934 VV en AWB- 20_7935 VV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:3858">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:3858</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-20T13:20:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2020:3858 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-08-2020 / AWB- 20_7934 VV en AWB- 20_7935 VV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2020:3858:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opschorten uitkering op grond van de Participatiewet en verlengen opschortingsperiode</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2020:3858:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: BRE 20/7934 PW VV en BRE 20/7935 PW VV</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van 19 augustus 2020 van de voorzieningenrechter in de zaken tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam verzoekster], te [woonplaats verzoekster], verzoekster,</bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. B.J.P. Toonen,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom</emphasis>, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 2 juli 2020 (bestreden besluit I) waarbij haar uitkering op grond van de Participatiewet is opgeschort. Zij heeft ook bezwaar gemaakt tegen een besluit van 30 juli 2020 (bestreden besluit II), waarbij de opschorting van de uitkering is verlengd. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para>1. Verzoeker heeft, samengevat, aangevoerd dat de opschorting onrechtmatig is. Zij heeft geen inkomen en er is een acute financiële noodsituatie ontstaan.</para>
    <para>Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht de bestreden besluiten te schorsen.</para>
    <para />
    <para>2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. </para>
    <para />
    <para>3. In artikel 54, eerste lid, aanhef en onder a, van de Participatiewet is bepaald dat, onder de in dat artikellid beschreven omstandigheden, het college het recht op bijstand voor de duur van ten hoogste acht weken kan opschorten vanaf de eerste dag van de periode waarop het verzuim betrekking heeft.</para>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter overweegt dat het recht op uitkering in bestreden besluit 1 is opgeschort met ingang van 23 juni 2020. De maximale duur van de opschorting, namelijk acht weken, is inmiddels verstreken. Met het oog op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 april 2019 (ECLI:NL:CRVB:2019:1404) overweegt de voorzieningenrechter dat bestreden besluit 2 niet een nieuw opschortingsbesluit is, maar een mededeling dat de opschorting, waar in bestreden besluit 1 toe is besloten, wordt voortgezet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat de maximale duur van de opschorting is verstreken vormen de bestreden besluiten niet langer een belemmering voor bijstandverlening. Anders gezegd: verzoekster heeft ook zonder de gevraagde voorziening recht op uitbetaling van haar bijstandsuitkering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Dat kan anders zijn, overweegt de voorzieningenrechter ten overvloede, als	 het recht op uitkering inmiddels is ingetrokken. Maar in dat geval kan schorsing van de bestreden besluiten niet leiden tot het door verzoekster beoogde doel, hervatting van de uitbetaling van de uitkering. Verzoekster kan dan bezwaar maken tegen de intrekking van de uitkering, en zij kan in het kader van die bezwaarprocedure een verzoek om voorlopige voorziening indienen.</para>
    <para />
    <para>6. Nu de gevraagde schorsing van het bestreden besluit niet kan leiden tot het door verzoekster beoogde doel heeft zij geen belang bij haar verzoeken om voorlopige voorziening. Die verzoeken dienen daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard.</para>
    <para />
    <para>7. Er is geen reden een proceskostenveroordeling uit te spreken.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter verklaart de verzoeken om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.Z.B. Sterk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Oudkerk, griffier, op 19 augustus 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>