<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2020:3597</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-04T09:25:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8616192 VV EXPL 20-51</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:3597">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:3597</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-04T09:24:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2020:3597 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 31-07-2020 / 8616192 VV EXPL 20-51</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2020:3597:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontruiming huurwoning wegens overlast, verstek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2020:3597:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Cluster I Civiele kantonzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 8616192 VV EXPL 20-51</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis in kort geding d.d. 31 juli 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de [eiseres] , </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: mr. M.C.E. Wirken, advocaat te Oosterhout,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [adres] , </para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De procesgang blijkt uit de volgende stukken:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 13 juli 2020 met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 22 juli 2020 met een USB-stick van de zijde van eiseres.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 juli 2020. Ter zitting waren aanwezig mevrouw [naam] woonconsulent, bijgestaan door mr. Wirken voornoemd. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd de woning aan het adres [adres] te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige goederen voor zover deze goederen niet het eigendom van eiseres zijn, en, met afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van eiseres te stellen, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Ter onderbouwing van haar vordering heeft eiseres betoogd dat omwonenden sinds ongeveer een jaar ernstige overlast ervaren van gedaagde. De ernstige en voor omwonenden inmiddels onhoudbare overlast wordt vooral veroorzaakt door luide stem- en schreeuwgeluiden door gedaagde gedurende de dag, maar vooral in de nacht. Inzet van hulpverlening heeft niet tot verbetering van de situatie geleid. Eiseres benadrukt dat zij niet tot doel heeft om gedaagde zonder hulp op straat te zetten, maar dat een ontruiming van de woning gevolgd door een verhuizing naar een stabiele situatie met de benodigde hulpverlening de voorkeur heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>Ter zitting is gebleken dat gedaagde op 23 juli 2020 is opgenomen in een </para>
        <para>GGZ-instelling. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>Een ontruimingsvordering heeft naar haar aard een spoedeisend karakter, zodat eiseres ontvankelijk is in haar vordering. </para>
        <para>Nu gedaagde geen verweer heeft gevoerd tegen hetgeen eiseres in de dagvaarding heeft aangevoerd en gelet ook op de inhoud van de bij de dagvaarding overgelegde producties, komt de vordering tot ontruiming de kantonrechter voorshands niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering zal dan ook worden toegewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <parablock>
        <para>Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. </para>
        <para>De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op: </para>
      </parablock>
      <para>- dagvaarding 		€    100,89</para>
      <para>- griffierecht 		€    124,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde 	<emphasis role="underline">€    480,00</emphasis></para>
      <para>Totaal 			€    704,89</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing in kort geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt gedaagde om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning te [adres] te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige goederen voor zover deze goederen niet het eigendom van eiseres zijn, en, met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eiseres te stellen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 704,89, daarin begrepen een bedrag van € 480,-- als salaris voor de gemachtigde van eiseres;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.N.A. Ebben, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>