<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2020:2978</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-09T14:15:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-820712-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:2978">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:2978</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-09T14:15:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2020:2978 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 09-07-2020 / 02-820712-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2020:2978:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vrijspraak ontucht met drie neefjes wegens onvoldoende wettig bewijs</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2020:2978:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/820712-18  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 9 juli 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag 1] 1975 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [adres] </para>
      <para>raadsvrouw mr. C.R. Pirone, advocaat te Rijen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 juni 2020, waarbij de officier van justitie, mr. RC.P. Rammeloo, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 1 oktober 2014 tot en met 12 maart 2017 meerdere keren ontucht heeft gepleegd met de minderjarigen [slachtoffer 1] (feit 1) en [slachtoffer 2] (feit 2) door hun geslachtsdeel te betasten, en voorts dat hij dit in diezelfde periode meerdere keren heeft geprobeerd bij de minderjarige [slachtoffer 3] (feit 3), steeds terwijl zij aan zijn zorg waren toevertrouwd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Zij voert in dat verband allereerst aan dat de verklaringen van de minderjarigen  onvoldoende betrouwbaar zijn om voor het bewijs te kunnen worden gebruikt. Ook vinden deze verklaringen geen steun in andere bewijsmiddelen, waardoor niet is voldaan aan het wettelijk bewijsminimum. Tot slot stelt de verdediging dat er ook geen overtuigend bewijs is dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordelingskader</emphasis>
        </para>
        <para>Beoordeeld moet worden of er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Bij de beoordeling van dat bewijs stelt de rechtbank voorop dat in zedenzaken doorgaans slechts het veronderstelde slachtoffer en de veronderstelde dader aanwezig zijn. In deze zaken is dat ook het geval. Verdachte ontkent. Dit betekent dat de verklaringen van de veronderstelde slachtoffers als enig bewijsmiddel voorhanden zijn. </para>
        <para>Op grond van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan door de rechtbank niet uitsluitend worden aangenomen op basis van een enkele verklaring. Deze bepaling strekt ertoe de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat zij de rechter verbiedt om tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige naar voren gebrachte feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Twee getuigen uit dezelfde bron resulteren niet in twee afzonderlijke bewijsmiddelen die minimaal zijn vereist om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Er moet sprake zijn van bijkomend bewijs uit een van de getuige onafhankelijke bron. </para>
        <para>Daarbij komt dat de Hoge Raad in zijn arrest van 4 juli 2017 (ECLI:NL:HR:2017:1216) heeft overwogen dat in het geval sprake is van twee personen die afzonderlijk aangifte doen tegen één verdachte, deze verklaringen, indien zij elkaar over en weer ondersteunen voor wat betreft de aard van de ontuchtige handelingen en de wijze waarop deze hebben plaatsgevonden, ook gebruikt kunnen worden als steunbewijs.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toegepast in deze zaak</emphasis>
        </para>
        <para>In deze zaak gaat het om de verdenking dat verdachte in de ten laste gelegde periode met twee minderjarigen, [slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 2] ontuchtige handelingen heeft gepleegd en dat met een derde minderjarige, [slachtoffer 3] ), heeft geprobeerd. [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zijn broers van elkaar. Verdachte is de partner van hun tante, bij wie zij regelmatig verbleven. De beschuldiging luidt dat verdachte op die momenten de ten laste gelegde gedragingen heeft gepleegd. Behalve de studioverklaring van [slachtoffer 1] bevat het dossier enkel de bevindingen van de politie over wat zij in afzonderlijke gesprekken met  [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] van hen over de vermeende ontucht heeft vernomen. Ander direct bewijs voor de in de tenlastelegging genoemde gedragingen ontbreekt. Niemand anders is hiervan getuige geweest. Verdachte ontkent de beschuldigingen met klem. In het dossier bevinden zich ook de aangiftes en (aanvullende) getuigenverklaringen van [naam 1] , de moeder van de minderjarigen, en [naam 2] , de vader van de minderjarigen. Deze kunnen echter niet worden gebruikt als steunbewijs, nu zij daarin slechts verklaren over wat zij van de minderjarigen zelf over het vermeende gedrag van verdachte hebben vernomen. Dit betreft dan ook geen bewijsmateriaal afkomstig uit een andere bron. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vervolgens is de vraag aan de orde of de verklaringen van de minderjarigen elkaar dan in dusdanige mate ondersteunen dat zij over en weer als steunbewijs kunnen worden gebruikt, waardoor aan het bewijsminimum is voldaan. In dat verband stelt de rechtbank allereerst vast dat alleen [slachtoffer 1] een uitgebreide verklaring heeft afgelegd. Daarin heeft hij onder meer verklaard dat zijn oom aan zijn plasser heeft gezeten en dat dat heel vaak is gebeurd. Ook heeft hij verklaard dat het meestal gebeurde als zijn tante weg was, maar ook als zijn tante op de stoel zat. Als [slachtoffer 1] vroeg of verdachte daarmee wilde stoppen, stopte hij ook. [slachtoffer 2] heeft slechts heel kort met de politie gesproken en verteld dat verdachte aan zijn plasser heeft gekriebeld. Dat is drie keer voorgekomen. Meer wilde [slachtoffer 2] niet aan de politie kwijt. Ook [slachtoffer 3] heeft met de politie gesproken. Daarbij vertelde hij dat verdachte heeft geprobeerd met zijn hand in zijn broek te gaan. Dit gebeurde als zijn tante er niet bij was. [slachtoffer 3] moest dan bij verdachte op schoot gaan zitten waarna verdachte aan hem vroeg of hij aan zijn plasser mocht zitten. Als [slachtoffer 3] dan zei dat hij het niet wilde, gebeurde het ook niet. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van de minderjarigen voor wat betreft de aard van de ontuchtige handelingen weliswaar raakvlakken vertonen, maar dat voor wat betreft de wijze waarop deze handelingen plaatsvonden, een verklaring van [slachtoffer 2] ontbreekt, terwijl de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] op belangrijke onderdelen van elkaar verschillen. Alles afwegend concludeert de rechtbank dat de verklaringen van de minderjarigen elkaar in onvoldoende mate ondersteunen om over en weer in elkaars zaak als steunbewijs te kunnen worden gebruikt.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op het voorgaande is niet aan het bewijsminimum voldaan. De rechtbank zal verdachte, bij gebrek aan voldoende wettig bewijs, van alle aan hem ten laste gelegde feiten vrijspreken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De benadeelde partij</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [slachtoffer 1]</emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 1.500,00 voor feit 1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.</para>
      <para>De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [slachtoffer 2]</emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 2.148,28 voor feit 2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.</para>
      <para>De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [slachtoffer 3]</emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert een schadevergoeding van € 1.100,00 voor feit 3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.</para>
      <para>De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van alle tenlastegelegde feiten;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [slachtoffer 1]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;</para>
    <para />
    <para>- compenseert de kosten aldus dat benadeelde partij [slachtoffer 1] en verdachte ieder de eigen kosten dragen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [slachtoffer 2]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;</para>
    <para />
    <para>- compenseert de kosten aldus dat benadeelde partij [slachtoffer 2] en verdachte ieder de eigen kosten dragen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [slachtoffer 3]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;</para>
    <para />
    <para>- compenseert de kosten aldus dat benadeelde partij [slachtoffer 3] en verdachte ieder de eigen kosten dragen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Josten, voorzitter, mr. H.E. Goedegebuur en mr. W. Anker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Eekelen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 juli 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Bijlage I</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. Aan verdachte is na wijziging het volgende ten laste gelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 1<?linebreak?>hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2014 tot en met 12 maart 2017 te Tholen, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag 2] 2006, immers heeft hij een of meermalen het (ontblote) geslachtsdeel van die [slachtoffer 1] betast en/of aangeraakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:<?linebreak?>hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2014 tot en met 12 maart 2017 te Tholen, met [slachtoffer 1] , geboren [geboortedag 2] 2006, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit nee een of meermalen het (ontblote) geslachtsdeel van die [slachtoffer 1] betasten en/of aanraken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2<?linebreak?>hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2014 tot en met 12 maart 2017 te Tholen, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedag 3] 2010, immers heeft hij een of meermalen het (ontblote) geslachtsdeel van die [slachtoffer 2] betast en/of aangeraakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:<?linebreak?>hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2014 tot en met 12 maart 2017 te Tholen, met <emphasis role="bold">[slachtoffer 2] , geboren [geboortedag 3] 2010, </emphasis>die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het een of meermalen het (ontblote) geslachtsdeel van die [slachtoffer 2] betasten en/of aanraken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 3<?linebreak?>hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van <emphasis role="bold">1 oktober 2014 tot en met 12 maart 2017 </emphasis>te Tholen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om<?linebreak?>met [slachtoffer 3] , geboren [geboortedag 4] 2008, die aan zijn zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd, ontucht te plegen (opzettelijk) met zijn, verdachtes, hand en/of vinger(s) in de (onder)broek van voornoemde [slachtoffer 3] is gegaan, althans heeft geprobeerd te gaan en/of aan die [slachtoffer 3] heeft gevraagd of hij dat mocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:<?linebreak?>hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2014 tot en met 12 maart 2017 te Tholen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om<?linebreak?>met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedag 4] 2008, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen te plegen (opzettelijk) met zijn, verdachtes, hand en/of vinger(s) in de (onder)broek van voornoemde [slachtoffer 3] is gegaan, althans heeft geprobeerd te gaan en/of aan die [slachtoffer 3] heeft gevraagd of hij dat mocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>