<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2020:2608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-03T09:53:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 20_47</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:2608">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:2608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-03T09:53:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2020:2608 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-06-2020 / AWB - 20_47</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2020:2608:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>AWB - 20_47</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2020:2608:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 20/47 WIA</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van 18 juni 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], te [plaatsnaam], eiseres, </bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. J.W. van de Wege,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen </emphasis>(UWV; kantoor Eindhoven), verweerder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para>Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 25 november 2019 (bestreden besluit) van het UWV inzake de weigering een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 4 juni 2020. Partijen zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen </title>
    <para>1.	<emphasis role="italic">Feiten</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres is werkzaam geweest als [functie]. Voor dat werk is zij op 1 september 2017 uitgevallen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 11 juli 2019 (primair besluit) heeft het UWV geweigerd per 30 augustus 2019 aan eiseres een WIA-uitkering toe te kennen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. 	<emphasis role="italic">Omvang geschil </emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In geschil is of het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd per 30 augustus 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.	<emphasis role="italic">Wettelijk kader</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is bepaald dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat pas recht op uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van belang is dan ook:</para>
    </parablock>
    <para>- of eiseres medische beperkingen heeft en</para>
    <para>- of zij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.</para>
    <para />
    <para>4.	<emphasis role="italic">Medische beoordeling</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd op rapportages van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&amp;b) van het UWV.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De verzekeringsarts heeft gerapporteerd dat er sprake lijkt te zijn van vroeg kinderlijke traumatisering wat mogelijk heeft geleid tot een verstoorde ontwikkeling in de persoonlijkheid. Er zou sprake kunnen zijn van PTSS. De verzekeringsarts is van mening dat eiseres is aangewezen op werk zonder hoge stressbelasting. Verder neemt de verzekeringsarts lichte rugbeperkingen aan vanwege de geclaimde rugklachten. </para>
        <para>De beperkingen en de belastbaarheid van eiseres zijn neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 25 juni 2019.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De verzekeringsarts b&amp;b heeft gerapporteerd dat de weergegeven beperkingen goed passen bij PTSS en een depressie. Op grond van de borderline persoonlijkheidsstoornis moeten er beperkingen op het sociaal terrein worden aangenomen. De beperkingen zoals opgenomen in de FML houden vrijwel volledig rekening met de mentale kwetsbaarheid van belanghebbende. Wel heeft de verzekeringsarts b&amp;b aanleiding gezien een beperking voor het hanteren van emotionele problemen van anderen aan te nemen.</para>
        <para>Ten aanzien van de lage rugklachten heeft de verzekeringsarts b&amp;b gerapporteerd dat deze a-specifiek zijn. Met de gegeven dynamische en statische beperkingen is de rugbelastbaarheid van eiseres niet onderschat. </para>
        <para>De verzekeringsarts b&amp;b heeft aanvullend gerapporteerd dat de na het medisch onderzoek verstrekte medische gegevens niet leiden tot verdere aanpassing van de belastbaarheid. De milde discopathie is niet van klinische betekenis omdat bekend is dat een dergelijke bevinding geen relatie heeft met lage rugpijn. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Eiseres heeft tegen het medisch oordeel van het UWV aangevoerd dat haar belastbaarheid onjuist is vastgesteld. De beperkingen die voortvloeien uit de borderline persoonlijkheidsstoornis zijn door de verzekeringsarts onderschat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Uit de rapportages van de verzekeringsartsen blijkt dat zij op de hoogte waren van de door eiseres gestelde klachten, waaronder de borderline persoonlijkheidsstoornis. Bij de opstelling van de FML is met het geobjectiveerde deel van de klachten rekening gehouden. Daarbij heeft de verzekeringsarts b&amp;b rekening gehouden met de gegevens van GGZ Breburg. De FML is aangevuld met een beperking voor het hanteren van emotionele problemen van anderen. Eiseres heeft in beroep geen (medische) informatie overgelegd die de rechtbank aanleiding geeft te twijfelen aan de belastbaarheid die de verzekeringsartsen hebben aangenomen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Niet gebleken is dat in de FML van 25 juni 2019, aangevuld met de beperking voor het hanteren van emotionele problemen van anderen, de beperkingen van eiseres zijn onderschat. Voor de verdere beoordeling gaat de rechtbank dan ook uit van de belastbaarheid die is neergelegd in die FML met genoemde aanvullende beperking.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>5.	<emphasis role="italic">Geschiktheid voor de functies</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&amp;b) van het UWV heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML en de extra beperking die de verzekeringsarts b&amp;b heeft aangenomen de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: medior soldering operator (Sbc-code 111180), wikkelaar (Sbc-code 267053) en assembleur sanitair (Sbc-code 271130). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De rechtbank ziet geen reden om te oordelen dat de voor eiseres geselecteerde functies in medisch opzicht niet passend zijn. De rechtbank verwijst naar het rapport van de arbeidsdeskundige van 10 juli 2019 en het rapport van de arbeidsdeskundige b&amp;b van 22 november 2019. Daarin is inzichtelijk gemotiveerd dat, uitgaande van de vastgestelde beperkingen, eiseres de werkzaamheden kan verrichten die verbonden zijn aan deze functies. Haar standpunt dat zij niet in staat is de geduide functies te verrichten, vloeit voort uit de opvatting dat haar medische beperkingen zijn onderschat. Zoals de rechtbank in overweging 4.4 heeft geconcludeerd is die opvatting niet juist. De hiervoor genoemde functies mochten worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.</para>
      <para />
      <para>6.	<emphasis role="italic">Mate van arbeidsongeschiktheid </emphasis></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op basis van de inkomsten die eiseres met de geduide functies zou kunnen verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot de conclusie dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Omdat eiseres tegen deze berekening geen gronden naar voren heeft gebracht, gaat de rechtbank uit van deze mate van arbeidsongeschiktheid. </para>
        <para>Omdat pas recht bestaat op een WIA-uitkering bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer, heeft het UWV de WIA-uitkering terecht geweigerd per 30 augustus 2019.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het beroep zal dan ook ongegrond worden verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>7.	<emphasis role="italic">Proceskosten en griffierecht</emphasis></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard is er geen reden om een proceskostenveroordeling uit te spreken. Ook bestaat geen aanleiding om te bepalen dat het griffierecht aan eiseres moet worden vergoed.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H.J.G. Römers, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 18 juni 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>