<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2020:2543</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-19T13:18:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-800277-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:2543">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:2543</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-17T12:04:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2020:2543 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-06-2020 / 02-800277-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2020:2543:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Veroordeling voor vijf aanrandingen en een mishandeling die in de periode 2017/2018 veel onrust veroorzaakten in Tilburg. Bewezenverklaring deels door schakelbewijs op basis van overeenkomsten in werkwijze, signalementen en locatiebepalingen.</para>
        <para>Betrouwbare herkenningen en waarneming rechtbank ter zitting dat verdachte lijkt op de gemaakte compositietekening. </para>
        <para>Toepassing ASR. Verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. Overschrijding redelijke termijn. Taakstraf en voorwaardelijke jeugddetentie. Voortzetting toezicht door jeugdreclassering. Toekenning vorderingen benadeelde partijen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2020:2543:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/800277-18  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 17 juni 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [adres 1] </para>
      <para>raadsvrouw mr. B. van der Werf, advocaat te Breda</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 juni 2020, waarbij de officier van justitie, mr. Bezem, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Op de zitting is als deskundige gehoord A.H.F. van Wijk, jeugdzorgwerker reclassering bij de William Schrikker Groep. [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] hebben een schriftelijke slachtofferverklaring ingediend en hebben gebruik gemaakt van het spreekrecht. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>Verdachte staat terecht terzake dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 7 september 2017 te Tilburg, door geweld en/of (een) </para>
      <para>andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of (een) andere </para>
      <para>feitelijkhe(i)d(en) [naam 1] heeft gedwongen tot het dulden van een of </para>
      <para>meer ontuchtige handelingen, bestaande uit het meermalen hard, snel en met </para>
      <para>kracht duwen van zijn schaamstreek van onder naar boven tegen de billen van </para>
      <para>die [naam 1] en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of </para>
      <para>bedreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) uit het achter </para>
      <para>die [naam 1] gaan staan en/of die [naam 1] met kracht tegen een poort aan te </para>
      <para>duwen, waardoor die [naam 1] klem kwam te zitten tussen verdachte en de poort </para>
      <para>en/of vervolgens meermalen hard, snel en met kracht met zijn schaamstreek van </para>
      <para>onder naar boven tegen de billen van die [naam 1] te duwen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2 </emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 25 januari 2018 te Tilburg, door geweld of een andere </para>
      <para>feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [naam 2] </para>
      <para> heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, </para>
      <para>bestaande uit het vastgrijpen van de rechterbil van die [naam 2] en bestaande </para>
      <para>dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld </para>
      <para>en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) uit het onverhoeds vastgrijpen van de </para>
      <para>rechterbil van die [naam 2] ; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3 </emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 01 februari 2018 te Tilburg, door geweld of een andere </para>
      <para>feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid </para>
      <para>
        [naam 3] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige </para>
      <para>handelingen, bestaande uit het tegelijkertijd met twee handen duwen tegen </para>
      <para>en/of vastpakken van de billen van die [naam 3] waardoor zij tegen de auto </para>
      <para>werd geduwd/gedrukt en/of het vervolgens verschuiven van zijn handen naar de </para>
      <para>heupen van de [naam 3] , althans naar de plaats waar haar broekzakken aan de </para>
      <para>voorkant zitten en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) </para>
      <para>en/of bedreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) uit het </para>
      <para>onverhoeds duwen tegen en/of vastpakken van de billen van die [naam 3] ; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 4 </emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 13 maart 2018 te Tilburg, door geweld of een andere </para>
      <para>feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [naam 4] </para>
      <para> heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige </para>
      <para>handelingen, bestaande uit het knijpen in en/of slaan op de billen en/of het </para>
      <para>aanraken van en/of slaan op de linker borst van die [naam 4] en bestaande </para>
      <para>dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld </para>
      <para>en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) uit het onverhoeds knijpen in en/of </para>
      <para>slaan op de billen en/of het aanraken van en/of slaan op de linker borst van </para>
      <para>die [naam 4] ; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 5 </emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 13 maart 2018 te Tilburg [naam 4] heeft </para>
      <para>mishandeld door met zijn platte hand op de linker wang van die [naam 4] </para>
      <para>te slaan; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 6 </emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 10 april 2018 te Tilburg, door geweld en/of (een) andere </para>
      <para>feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of (een) andere </para>
      <para>feitelijkhe(i)d(en) [naam 5] heeft gedwongen tot het dulden van een of </para>
      <para>meer ontuchtige handelingen, bestaande uit het betasten van de billen van die </para>
      <para>
        [naam 5] en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of </para>
      <para>bedreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) uit het </para>
      <para>onverhoeds zijn hand via de achterzijde van haar broek op haar (blote) billen </para>
      <para>te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle ten laste gelegde feiten heeft begaan. Hij baseert zich daarbij naast de aangiftes op het volgende: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>- het proces-verbaal herkenning persoon door een verbalisant naar aanleiding van een foto die aangeefster had gemaakt van verdachte;</para>
      <para>- het feit dat het signalement op die foto geen grote verschillen vertoont met de verdachte die vandaag op de zitting aanwezig is;</para>
      <para>- de verklaring van verdachte bij de politie dat hij die dag tot 16:45 uur bij [bedrijf] werkte en het feit dat de pleegplaats op de route ligt van [bedrijf] naar het toenmalige huisadres van verdachte, waardoor verdachte ten tijde van het plegen van het feit nabij de plaats delict geplaatst kan worden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 6</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>- het proces-verbaal bevindingen digitaal onderzoek van de telefoon van verdachte met betrekking tot de aanstraalgegevens op 10 april 2018;</para>
      <para>- de verklaring van verdachte bij de politie, waaruit blijkt dat hij ten tijde van het plegen van het feit nabij de plaats delict geplaatst kan worden;</para>
      <para>- het proces-verbaal bevindingen met betrekking tot het onderzoek van het door aangeefster doorgegeven kenteken van de scooter, dat op één cijfer/letter na overeenkomt met dat van de scooter van verdachte, terwijl het door aangeefster doorgegeven kenteken niet bestaat. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van de feiten 2, 3, 4 en 5</emphasis>
        </para>
        <para>Voor de feiten 2, 3, 4, en 5 maakt de officier van justitie gebruik van schakelbewijs, gelet op:</para>
      </parablock>
      <para>- de overeenkomende werkwijze door het onverhoeds naar de billen grijpen, waarbij verdachte ten aanzien van feit 5 aangeefster ook heeft mishandeld;</para>
      <para>- de overeenkomende signalementen in alle zaken, in combinatie met de herkenning van verdachte door aangeefster bij de fotoconfrontatie ten aanzien van feit 3 - zij het dat deze niet 100% is, maar wel overtuigend -, de herkenning van verdachte door aangeefster bij de fotoconfrontatie ten aanzien van feit 4 en de herkenning van verdachte door een verbalisant ten aanzien van feit 1;</para>
      <para>- het patroon waarbij de strafbare feiten telkens gepleegd worden op het moment dat verdachte zich verplaatst langs de plaats delict, zoals blijkt uit het digitaal onderzoek van de telefoon van verdachte en onderzoek bij de werk- en stage-adressen van verdachte.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft aangevoerd dat tussen de door aangeefster opgegeven signalementen en kleding opmerkelijke verschillen bestaan met het signalement en de kleding van verdachte, zoals deze blijken uit het passantenonderzoek op 8 februari 2018. Ook is er geen DNA-match en kunnen de fotoconfrontaties niet als betrouwbaar worden aangemerkt: niet uitgesloten kan worden dat aangeefsters [naam 1] en [naam 4] verdachte herkennen als jongen uit de buurt in plaats van de degene die bij de ten laste gelegde incidenten was betrokken. De herkenning door aangeefster [naam 3] tijdens de fotobewijsconfrontatie was niet 100%. De verdediging bepleit naar het ontlastende bewijs te kijken en verdachte vrij te spreken van hetgeen naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De feiten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 1 </emphasis>
        </para>
        <para>
          [naam 1] heeft aangifte gedaan van aanranding. Op donderdag 7 september 2017 rond 16:45 uur liep zij naar de [Naam 6] op het Korvelplein te Tilburg. Op de terugweg zag zij een jongen op de Nicolaas Beetsstraat fietsen. Die jongen kwam vanuit een zijstraat aan de rechterkant aan fietsen. Zij kon de jongen als volgt omschrijven: </para>
      </parablock>
      <para>- blank <?linebreak?>- 1.70 meter - 1.80 meter lang; zij is zelf 1.60 meter en de jongen was een kop groter  <?linebreak?>- lichtblond, rossig kort en piekerig haar; <?linebreak?>- puistjes in het gezicht; <?linebreak?>- ogen dicht bij elkaar; <?linebreak?>- zwart/grijze lange spijkerbroek, leek versleten; <?linebreak?>- donkere kleding. <?linebreak?>De jongen fietste haar een paar keer voorbij. Zij liep toen naar de voordeur van haar huis aan de [adres 2] te Tilburg om haar fiets te pakken. De jongen zette toen aan en stopte. Zij liep toen naar de poort achter haar huis. Die jongen stond toen ook bij de poort en vroeg de weg naar [Naam 6] . Vervolgens stak zij de sleutel in het slot van de poort en de jongen kwam achter haar staan en deed zijn handen boven haar schouders op de poort. Zij voelde dat zijn middel haar opzettelijk met kracht tegen de poort aan duwde. Zij zat klem tussen zijn armen, lichaam en de poort. In totaal duwde de jongen vier of vijf keer hard, snel en met kracht met zijn schaamstreek van onder naar boven tegen haar billen aan. Zij kwam met haar linkerhand tegen de sleutel van de poort aan en zij voelde later een stekende pijn in haar hand. Zij schrok heel erg en was bang.<footnote-ref linkend="_50148c75-6d74-48e3-b647-f4fe22d510de" /></para>
      <parablock>
        <para>Op 3 april 2018 kreeg verbalisant [verbalisant 1] een melding van [naam 1] dat zij de jongen die haar had aangerand had gezien en een foto van hem had gemaakt. Verbalisant heeft deze foto van die jongen op de briefing laten zetten.<footnote-ref linkend="_a9c63034-e6b7-43a9-982a-46e5f0b93a6a" /></para>
        <para>De jongen op de afbeelding werd door verbalisant [verbalisant 2] herkend als verdachte. Hij herkende verdachte ambtshalve van een passantenonderzoek op 8 februari 2018. Hij herkende verdachte aan zijn opvallend blanke huidskleur, zijn smalle spitse gezicht, zijn smalle/slanke postuur en zijn haardracht.<footnote-ref linkend="_55daec41-31a0-4730-ab2f-647b63a2b863" /></para>
        <para>In zijn verhoor bij de politie op 17 april 2018 worden aan verdachte de foto getoond van het passantenonderzoek en de foto die [naam 1] van hem had gemaakt. Verdachte herkent zichzelf op die foto’s.<footnote-ref linkend="_9149e08a-ccda-4aef-812f-0d7b794e98d1" /> In zijn verhoor heeft verdachte verklaard dat hij op donderdagen tot 16:45 uur bij [bedrijf] in Tilburg werkt.<footnote-ref linkend="_a2822998-e863-439f-80e6-66ed8868804f" /> De woning van de ouders van verdachte, waar hij destijds woonde, ligt in de buurt van de woning van aangeefster [naam 1] .<footnote-ref linkend="_8e25477a-247d-4bdb-8ed1-1dfbdc2929b3" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op basis van de aangifte, de ambtshalve herkenning van verdachte door een verbalisant op de door aangeefster gemaakte foto en de eigen herkenning door verdachte op de aan hem getoonde foto’s in zijn verhoor bij de politie, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het feit heeft begaan. Daarbij komt dat verdachte heeft verklaard dat hij op donderdagen tot 16:45 uur werkte bij [bedrijf] in Tilburg, dat 7 september 2017 op donderdag viel en dat de plaats delict op de route van [bedrijf] naar zijn toenmalige woonadres aan de [adres 3] te Tilburg ligt, zodat verdachte ten tijde van het plegen van het feit in de nabijheid van het plaats delict kan worden geplaatst. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht daarbij, gelet op het letsel aan de hand van aangeefster, eveneens bewezen dat verdachte aangeefster door geweld en een andere feitelijkheid heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling. Het verweer van de verdediging dat de herkenning van verdachte door aangeefster niet betrouwbaar is, omdat zij verdachte wellicht herkende uit de buurt, kan naar het oordeel van de rechtbank verworpen worden. Aangeefster had immers bij haar aangifte al een signalement gegeven van de dader, welk signalement overeenkomt met dat van verdach</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 6</emphasis>
        </para>
        <para>
          [naam 5] heeft aangifte gedaan van aanranding. Op 10 april 2018 fietste zij rond 17:00 uur op de Generaal Winkelmanstraat te Tilburg. Er reed een jongen op een scooter schuin achter haar. Ze merkte pas dat hij achter haar reed, toen ze plotseling een hand op haar bil voelde. Zij werd aangeraakt op haar billen, vooral haar linkerbil en dan over de bilnaad op een stukje van haar rechterbil. Zij voelde zich geïntimideerd.<footnote-ref linkend="_6f5b3414-8dc8-4f86-9f75-f04f4db7daa5" /> In het informatief gesprek zeden verklaarde zij dat het aanraken heel soepel ging. De hand ging vlak via haar onderrug in haar broek bij haar billen. Zij voelde zijn hand op haar kont en hij stopte bij het zadel waar ze op zat. Doordat ze een string droeg, voelde ze zijn koude hand op haar blote huid. Het signalement van de jongen omschreef zij als volgt: </para>
      </parablock>
      <para>- jonge jongen 17 - 19 jaar</para>
      <para>- hij was tenger, er zit geen vent op de scooter </para>
      <para>- hij had een blanke, bleke huid, ongezond wit </para>
      <para>- hij had geen baardgroei</para>
      <para>- hij had stekelhaar van ongeveer 4 cm, een beetje egelhaar, donkerblond van kleur, volgens aangeefster een lichte aanzet en dan naar donkerder</para>
      <para>- het was een schriel tenger jochie.</para>
      <parablock>
        <para>Zij was gefocust op het kenteken van de scooter en noteerde het kenteken van de scooter in haar telefoon. In haar beleving was het [kenteken] .<footnote-ref linkend="_2c163dc6-7f44-4890-bec6-c21ba55ebc86" /></para>
        <para>Verbalisant [verbalisant 3] die ter plaatse was gegaan na de melding door aangeefster, trof een hevig geëmotioneerde aangeefster aan. De verbalisant zag dat aangeefster aan het huilen was. Aangeefster vertelde verbalisant dat zij rond 16:58 uur over de Generaal Winkelmanstraat fietste en dat zij toen een hand in haar broek voelde. Later hoorde verbalisant op het politiebureau dat aangeefster een aanvullend signalement van de dader gaf:</para>
      </parablock>
      <para>- naar schatting 1.75 - 1.80 meter.<footnote-ref linkend="_de4c32cc-4fd9-4b04-9904-6999bd00b1af" /></para>
      <parablock>
        <para>Verbalisant [verbalisant 4] , die eveneens ter plaatse was na de melding door aangeefster, sloeg aan op het door aangeefster gegeven signalement. Zij wist dat verdachte mogelijk in aanmerking kwam voor dit delict, omdat zij had vernomen dat hij was herkend op een foto gemaakt door een slachtoffer van een andere aanranding. In het politiesysteem zag verbalisant dat verdachte een snorfiets op naam had staan met kenteken [kenteken] . Doordat de B erg lijkt op een 8 en het kenteken voor het overige overeenkwam met het door aangeefster [naam 5] genoteerde kenteken, sloeg verbalisant nog meer aan op verdachte.<footnote-ref linkend="_d22c576e-3405-4b8d-8e61-ff5afd789e71" /></para>
        <para>Uit onderzoek door verbalisant [Naam 7] is gebleken dat verdachte sinds 6 april 2018 een snorfiets op zijn naam heeft staan, voorzien van kenteken [kenteken] . Tevens trof verbalisant op Google op naam van [verdachte] een hit aan op de Facebookpagina [rijschool] verkeersopleidingen, waarbij [verdachte] werd gefeliciteerd met het behalen van zijn bromfietsrijbewijs. Op de daarbij geplaatste foto herkende verbalisant de persoon direct als de hem ambtshalve bekende verdachte.<footnote-ref linkend="_1dcce808-fc7b-438b-8b18-7015df350c8b" /></para>
        <para>In zijn verhoor bij de politie op 17 april 2018 heeft verdachte verklaard  dat hij op 23 maart 2018 zijn scooterrijbewijs heeft gehaald bij rijschool [rijschool] .<footnote-ref linkend="_7ac37f4c-bb3a-4cac-beaa-8b0125665cbe" /> Verder heeft hij in zijn verhoor verklaard dat hij zijn scooter herkent op de foto die aan hem getoond wordt.<footnote-ref linkend="_5936c9a6-2ad2-4827-bc3f-09c2734a39ea" /> Voorts heeft hij verklaard dat hij op 10 april 2018 naar [stichting] is geweest, dat hij op de scooter naar huis is gegaan en dat de Generaal Winkelmanstraat in Tilburg op zijn weg terug ligt.<footnote-ref linkend="_f916f2d2-c7f8-4f27-9c2e-f5f2b6cf41a8" /> Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij bij [stichting] om 17:00 uur klaar is, soms iets eerder, soms iets later en dat hij altijd bovenop stekeltjeshaar had en de zijkanten van zijn haar kort. De stekeltjes stonden wel overeind.<footnote-ref linkend="_bdda41ad-8819-43db-ad0f-871954a74fb1" /></para>
        <para>Uit het onderzoek van de telefoon van verdachte blijkt dat als locatiegegevens op 10 april 2018 werden aangetroffen: </para>
      </parablock>
      <para>- 10 april 2018 van 16:30 uur tot 16:56 uur [stichting] ”, zijnde de locatie van [stichting]</para>
      <para>- 10 april 2018 van 17:02 uur tot 17:49 uur “thuis”.<footnote-ref linkend="_8279b3c0-5459-480e-b686-12de4d01b523" /></para>
      <para>De afstand van [stichting] tot aan de plaats delict aan de Generaal Winkelmanstraat te Tilburg bedraagt ongeveer 2,4 kilometer.<footnote-ref linkend="_bb0c1c3d-0b04-43d8-b8df-f0236ed8c833" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op basis van hiervoor genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit feit begaan heeft. De aangifte van [naam 5] wordt ondersteund door de bevindingen van de verbalisant, dat hij aangeefster vlak na het feit in emotionele toestand aantreft. De rechtbank concludeert dat verdachte degene is geweest die aangeefster heeft aangerand, op basis van het onderzoek naar het kenteken van de scooter van verdachte waaruit blijkt dat het kenteken van de scooter die op naam staat van verdachte op één cijfer/letter afwijkt van het kenteken dat door aangeefster is genoteerd, terwijl niet is gebleken dat het door [naam 5] genoteerde kenteken is te koppelen aan een andere scooter, de verklaring van verdachte dat hij op 23 maart 2018 bij rijschool [rijschool] zijn scooterrijbewijs heeft gehaald en de herkenning door verdachte van zijn scooter op de hem getoonde foto. Daar komt bij dat verdachte voldoet aan het door aangeefster opgegeven signalement, zoals onder meer blijkt uit de foto bij het behalen van zijn rijbewijs, waarop verdachte met stekeltjeshaar te zien is, en de eigen verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij destijds altijd bovenop stekeltjeshaar had. Uit het onderzoek van de telefoon van verdachte blijkt dat hij tot 16:56 uur in de buurt van [stichting] aanwezig was en zich daarna in de richting van zijn huis heeft begeven, hetgeen hem ten tijde van het plegen van het feit in de nabijheid van de plaats delict plaatst. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van de feiten 2, 3, 4 en 5 </emphasis>
        </para>
        <para>De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden, is of wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de aan hem ten laste gelegde feiten 2, 3, 4 en 5 heeft begaan. Ten aanzien van deze feiten zijn de volgende aangiftes gedaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>
          [naam 2] heeft aangifte gedaan van aanranding. Op donderdagochtend 25 januari 2018 fietste zij op de Langendijk te Tilburg richting de Grevenbrichtstraat. Om 07:54 uur ging zij linksaf de Grevenbrichtstraat in en een jongen haalde haar rechts in. Op het moment dat zij linksaf sloeg, werd zij bij haar rechterbil gegrepen door die jongen. Het voelde als knijpen in haar billen. Zij is er van geschrokken.<footnote-ref linkend="_7099002e-a3fd-4c41-b299-8cc78521a7ea" /></para>
        <para>Het signalement van de jongen omschreef aangeefster als volgt:</para>
      </parablock>
      <para>- blank, bleek, heel lichte huid</para>
      <para>- geschatte leeftijd ongeveer 17 jaar </para>
      <para>- hij had een donkere muts op </para>
      <para>- donkere gewatteerde winterjas </para>
      <para>- slank postuur (in de lengte gegroeid, in de breedte nog niet) </para>
      <para>- geen sporter </para>
      <para>- niet gespierd.<footnote-ref linkend="_be209218-00db-4048-9842-314804a3a679" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 3</emphasis>
        </para>
        <para>
          [naam 3] heeft aangifte gedaan van aanranding. Op donderdag 1 februari 2018 tussen 07:45 uur en 08:00 uur wilde zij naar haar werk gaan. Zij liep naar haar auto aan de overkant van de [adres 4] te Tilburg. Zij zag een jongeman voorbij fietsen. Zij keek die jongen aan toen hij voorbij fietste en die jongen haar ook. Het was niet helemaal donker meer. Het was schemerig, maar alles was goed te zien. Zij liep achter haar auto langs. Het had gevroren, dus zij moest de ruiten krabben. Zij zag de jongen terugfietsen.  Toen zij bij de ruit van het bijrijdersportier was om te krabben, werd zij in een keer vanuit het niets tegen haar billen tegen de auto geduwd. Zij keek om en zag die jongen. Zij voelde tegen haar billen twee handen op haar beide billen en zij werd tegen de auto geduwd. Het was best hard. Die jongen pakte met kracht haar billen vast. Hij deed zijn handen tegelijk op haar billen en duwde. Zijn handen verschoven naar heupen, meer naar voren, richting de plek waar haar broekzakken aan de voorkant zitten. Zij voelde dat ze niet weg kon. Het gebeuren doet heel veel met haar.<footnote-ref linkend="_492aa139-32c6-4841-9232-32901fcf454c" /></para>
        <para>Het signalement omschreef aangeefster als volgt:</para>
      </parablock>
      <para>- een blanke jongen</para>
      <para>- ongeveer 1.70 - 1.75 meter </para>
      <para>- een jonge jongen, aangeefster schat hem tussen de 16 en 22 jaar </para>
      <para>- echt blank, een type dat snel kan verbranden </para>
      <para>- geen bril, baard of snor </para>
      <para>- een smal wat spitser gezicht</para>
      <para>- het was een lange tengere jongen </para>
      <para>- het is een Nederlandse jongen.<footnote-ref linkend="_9ae85880-fa1b-4761-a737-cd994b415767" /></para>
      <para>Op 10 februari 2018 is een compositietekening opgesteld naar aanleiding van het door aangeefster gegeven signalement. Na het voltooien van de tekening gaf aangeefster aan dat ze kippenvel kreeg van de tekening, dat de tekening niet helemaal goed is, maar wel wat van de dader weg heeft.<footnote-ref linkend="_125595bb-be08-4f3b-9957-bade2e71c8b1" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feiten 4 en 5</emphasis>
        </para>
        <para>
          [naam 4] heeft aangifte gedaan van aanranding en mishandeling. Op 13 maart 2018 om 15:00 uur reed zij bij het [Naam 8] in Tilburg. Zij reed vanuit de Tilburgseweg onder het viaduct door van de snelweg A58, waarna je meteen rechtsaf een pad in kunt wat uitkomt op La Defence. Ineens was er een jongen die heel dicht naast haar kwam rijden. Zij zag hem voor het eerst toen ze al op het pad reed. Volgens Google maps heet het pad Kalundborg. Hij kneep of sloeg haar op haar kont en hij raakte haar aan op haar borst. Hij raakte haar kont aan met zijn hand. Hij zat echt op haar bil. Hij raakte niet haar broek aan, maar haar jas, maar hij sloeg of kneep best hard. Hij sloeg als het ware tegen haar borst. Haar linkerborst raakte hij aan met platte hand. Zij trapte in zijn richting en hij kwam uit evenwicht. Hij kwam achter haar aan en sloeg haar met zijn platte hand op haar linkerwang. Toen ze thuis was voelde ze de pijn. Haar moeder zei dat ze een rode wang had. Aangeefster was in shock.<footnote-ref linkend="_b546c009-e123-4e70-929e-a64beac348b2" /> In het informatief gesprek zeden heeft aangeefster het volgende signalement van de jongen gegeven: </para>
      </parablock>
      <para>- rood, plat haar met gel naar een kant</para>
      <para>- heel veel puistjes in zijn hele gezicht </para>
      <para>- smal gezicht </para>
      <para>- smalle dunne jongen </para>
      <para>- tussen de 1.70 en 1.80 meter </para>
      <para>- donkere jas </para>
      <para>- 17 à 18 jaar oud.<footnote-ref linkend="_9693da93-3ecf-42b7-92fa-3f7834aa697f" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad is het gebruik van aan andere bewezen geachte, soortgelijke, feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen als ondersteunend bewijs (schakel-, ketting- of ketenbewijs) toegelaten. Daarbij moet het gaan om bewijsmateriaal van die andere feiten dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont met het bewijsmateriaal van het te bewijzen feit en dat duidt op een specifiek patroon in het gedrag van verdachte, welk patroon herkenbaar aanwezig is in de voor het te bewijzen feit voorhanden bewijsmiddelen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat het dossier voldoende wettig bewijs bevat om tot een bewezenverklaring te komen van de aan verdachte ten laste gelegde feiten 2, 3, 4 en 5. De rechtbank heeft ook de overtuiging bekomen dat verdachte deze feiten heeft begaan.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt voorop dat zij ervan uitgaat dat de jongen waarover wordt gesproken in de betreffende aangiftes verdachte is, evenals in de aangiftes van [naam 1] onder feit 1 en van [naam 5] onder feit 6. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In dit verband wijst de rechtbank op het signalement dat steeds door aangeefsters wordt gegeven en op belangrijke kenmerken overeenkomt. Opvallend hierbij zijn de steeds terugkerende kenmerken dat het een lange, smalle, tengere/dunne, jonge jongen betreft met een smal gezicht en met een blanke, hele lichte huid. Dat de signalementen niet op alle onderdelen exact overeenkomen, is naar het oordeel van de rechtbank niet van doorslaggevende betekenis. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank is voorts sprake van een overeenkomende werkwijze, die bij alle zaken min of meer gelijk is. Aangeefsters verklaren dat zij onverhoeds van achteren door een jongen werden vastgepakt of betast en/of aangeraakt bij hun billen en/of borst. Wat ook past in de wijze van opereren is dat de dader telkens op de fiets reed en kort nadat verdachte een scooterrijbewijs kreeg en een scooter, ook op een scooter en wel met voren besproken kenteken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder is er sprake van een overeenkomende geografische ligging van de plaatsen delict, die in de buurt van het woonadres van verdachte liggen, dan wel in de buurt van de maatschappelijke opvang [stichting] te Goirle of de werkgever [bedrijf] te Tilburg, dan wel op de route van verdachte van en naar deze adressen en dat deze feiten steeds zijn begaan op de dagen dat verdachte de route van of naar [stichting] , dan wel [bedrijf] moest afleggen. </para>
        <para>Verdachte heeft in zijn verhoor op 17 april 2018 bij de politie ten aanzien van feit 3 verklaard dat de Leidschendamstraat op zijn route ligt naar [bedrijf] .<footnote-ref linkend="_ce91815c-87f9-46cb-a9cb-5c5e5826ac06" /> Uit het proces-verbaal bevindingen van verbalisant [Naam 9] blijkt dat verdachte op 1 februari 2018 van 08:00 tot 16:45 uur heeft gewerkt bij [bedrijf] .<footnote-ref linkend="_8547673a-1e0b-4f24-9142-0c812d6c5ec9" /> Ter terechtzitting heeft verdachte ten aanzien van feit 2 verklaard dat hij op 25 januari 2018 om 08:00 uur moest beginnen bij [bedrijf] in Tilburg en dat hij dan altijd via de Langendijk fietst. Ten aanzien van de feiten 4 en 5 heeft hij ter terechtzitting verklaard dat hij op 13 maart 2018 onderweg was naar [stichting] en dat hij daar meestal rond 15:00 uur aankomt.<footnote-ref linkend="_3eaeb31f-07d7-4356-a326-3c7ac6194309" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van feit 3 heeft de rechtbank verdachte de compositietekening op pagina 237 van het dossier getoond. Verdachte ontkent dat hij dit is, maar de rechtbank heeft ter terechtzitting geconstateerd dat verdachte lijkt op de persoon op deze tekening.<footnote-ref linkend="_0927184e-89b0-42a3-863b-475e6fbb3b5f" /></para>
        <para>Aangeefster [naam 3] heeft weliswaar bij de fotoconfrontatie, waarbij verdachte op plaats 5 stond,<footnote-ref linkend="_a3470642-4d00-463b-80cb-f897330030d9" /> niet met 100% zekerheid kunnen zeggen dat verdachte de dader was, maar zij knikte ja bij het zien van foto 5 en kreeg bij het zien van de foto van verdachte rillingen, kippenvel en buikpijn.<footnote-ref linkend="_ba3796a3-0a61-46cd-a080-603d6244c0e4" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de feiten 4 en 5 heeft [naam 4] verdachte, die bij de fotoconfrontatie op plaats 8 stond<footnote-ref linkend="_919ed6e4-4f9f-4d75-9790-2e0e4e95fe21" /> voor 100% herkend als de dader.<footnote-ref linkend="_e59365fd-069e-475f-aad2-9f87535db4d6" /></para>
        <para>De rechtbank acht eveneens bewezen dat verdachte [naam 4] heeft mishandeld, gelet op de aangifte van [naam 4] en gelet op de schriftelijke slachtofferverklaring, ondertekend en ter zitting voorgelezen door de moeder van [naam 4] , waaruit blijkt dat de moeder van aangeefster zag dat aangeefster een rode wang had toen zij direct na het feit thuis kwam.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de aangiftes ten aanzien van de feiten 2, 3, 4 en 5 steun vinden in de verklaringen van de aangeefsters ten aanzien van de feiten 1 en 6. Bij de bewezenverklaring van de feiten 2, 3, 4 en 5 zal de rechtbank derhalve naast de verklaringen van aangeefsters tevens de verklaringen van de aangeefsters ten aanzien van de feiten 1 en 6 tot het bewijs bezigen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verwerpt ten aanzien van de feiten 4 en 5 het verweer van de verdediging dat de herkenning van verdachte door aangeefster [naam 4] bij de fotoconfrontatie niet betrouwbaar is, omdat zij verdachte wellicht herkende uit de buurt. Aangeefster heeft immers bij haar aangifte al een signalement had gegeven van de dader, welk signalement overeenkomt met de bij de fotoconfrontatie getoonde foto. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van de bewezen verklaarde feiten de handelingen van verdachte een ontuchtig karakter hebben. Voor het aannemen van een andere feitelijkheid als bedoeld in artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht is voldoende dat het slachtoffer door gebruikmaking door de verdachte van bepaalde feiten of omstandigheden gedwongen wordt de ontuchtige handelingen te ondergaan. Voor alle aangeefsters geldt dat verdachte hen onverhoeds van achteren heeft vastgepakt of betast en/of aangeraakt bij hun billen en/of borst, terwijl de ontuchtige handelingen werden verricht door een voor aangeefsters volkomen vreemde. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>op 7 september 2017 te Tilburg, door geweld en een andere feitelijkheid  [naam 1] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het meermalen hard, snel en met kracht duwen van zijn schaamstreek van onder naar boven tegen de billen van die [naam 1] en bestaande dat geweld en die andere feitelijkheid uit het achter die [naam 1] gaan staan en die [naam 1] met kracht tegen een poort aan te duwen, waardoor die [naam 1] klem kwam te zitten tussen verdachte en de poort en vervolgens meermalen hard, snel en met kracht met zijn schaamstreek van onder naar boven tegen de billen van die [naam 1] te duwen; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 2 </emphasis>
        </para>
        <para>op 25 januari 2018 te Tilburg, door een feitelijkheid  [naam 2] heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, bestaande uit het vastgrijpen van de rechterbil van die [naam 2] en bestaande die feitelijkheid uit het onverhoeds vastgrijpen van de rechterbil van die [naam 2] ; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 3 </emphasis>
        </para>
        <para>op  01 februari 2018 te Tilburg, door een feitelijkheid [naam 3] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het tegelijkertijd met twee handen duwen tegen en vastpakken van de billen van die [naam 3] waardoor zij tegen de auto werd geduwd/gedrukt en het vervolgens verschuiven van zijn handen naar de </para>
        <para>heupen van die [naam 3] , althans naar de plaats waar haar broekzakken aan de </para>
        <para>voorkant zitten en bestaande die feitelijkheid uit het onverhoeds duwen tegen en vastpakken van de billen van die [naam 3] ; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 4 </emphasis>
        </para>
        <para>op 13 maart 2018 te Tilburg, door geweld en een andere feitelijkheid [naam 4] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het knijpen in of slaan op de billen en het aanraken van of slaan op de linker borst van die [naam 4] en bestaande dat geweld en die andere feitelijkheid uit het onverhoeds knijpen in of slaan op de billen en het aanraken van of slaan op de linker borst van die [naam 4] ; </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 5 </emphasis>
        </para>
        <para>op 13 maart 2018 te Tilburg [naam 4] heeft mishandeld door met zijn platte hand op de linker wang van die [naam 4] te slaan; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 6 </emphasis>
        </para>
        <para>op 10 april 2018 te Tilburg, door een feitelijkheid [naam 5] heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, bestaande uit het betasten van de billen van die </para>
        <para>
          [naam 5] en bestaande die feitelijkheid uit het onverhoeds zijn hand via de achterzijde van haar broek op haar blote billen te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert - met toepassing van het adolescentenstrafrecht - aan verdachte op te leggen een werkstraf van 180 uren, te vervangen door 90 dagen jeugddetentie en een jeugddetentie van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzoekt in geval van bewezenverklaring bij de op te leggen straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze blijken uit de over verdachte uitgebrachte rapportages van de psycholoog en de reclassering. De psycholoog heeft geadviseerd om verdachte het ten laste gelegde, indien bewezen, in verminderde mate toe te rekenen. Zowel de psycholoog als de reclassering hebben geadviseerd het adolescentenstrafrecht toe te passen. De verdediging heeft verzocht om rekening te houden met de (overschrijding van de) redelijke termijn, met het voorarrest, met de drie maanden huisarrest die verdachte als schorsingsvoorwaarde opgelegd heeft gekregen, met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en met de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). De verdediging verzoekt geen voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, omdat verdachte dan bij een eventuele terugval meteen in detentie geplaatst wordt, terwijl een impulsieve daad vanwege de problematiek van verdachte niet geheel te voorkomen is. Gelet op het feit dat ingezet moet worden op een  pedagogische benadering van verdachte, bepleit de verdediging een grotendeels voorwaardelijke werkstraf, met oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gedurende een periode van ruim een half jaar viel verdachte vrouwen - in de leeftijd variërend van 15 tot 45 jaar - lastig. Er was dan veelal niemand in de buurt die hen kon helpen en soms konden ze moeilijk wegkomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vijf aanrandingen, waarbij hij een van de slachtoffers ook mishandeld heeft. Verdachte heeft zich hierbij kennelijk laten leiden door zijn impulsieve handelingsdrang en zijn eigen belangen, en heeft geen rekening gehouden met de gevoelens van de aangeefsters. Door zo te handelen heeft verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en het veiligheidsgevoel van deze vrouwen en een bedreigende situatie voor hen doen ontstaan: zij waren op dat moment immers alleen met verdachte en wisten bovendien niet wat verdachte (nog meer) van plan was. De aanrandingen hebben grote indruk op aangeefsters gemaakt. Slachtoffers van dit soort feiten ondervinden daar vaak nog jarenlang last van en de herinnering eraan hindert hen in hun dagelijks bestaan. Uit de schriftelijke slachtofferverklaringen van aangeefsters [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] blijkt dat dit ook bij hen het geval is. Uit hun verklaringen blijkt immers dat zij erg geschrokken zijn door het handelen van verdachte en dat dit hun dagelijkse leven ingrijpend heeft beïnvloed. Zij voelen zich niet meer veilig op straat en hebben nog altijd last van angstgevoelens. Aangeefster [naam 4] heeft door haar medische conditie zelfs voor haar leven moeten vrezen toen zij heel hard van verdachte probeerde weg te fietsen. Voorts hebben deze delicten veel maatschappelijke onrust veroorzaakt in Tilburg. Dit soort delicten leidt tot een toename van gevoelens van angst en onveiligheid onder burgers. De rechtbank rekent verdachte al deze gevolgen aan. De ernst van de feiten rechtvaardigt in beginsel het opleggen van een vrijheidsbenemende straf. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Over verdachte is op 1 juli 2018 een psychologisch rapport opgemaakt. Daaruit komt naar voren dat bij verdachte sprake is van een verstandelijke ontwikkelingsstoornis, een autismespectrumstoornis en aandachtstekortstoornis, gecombineerd beeld, die ook ten tijde van de bewezen verklaarde feiten aanwezig waren. Het advies van de psycholoog is om het bewezenverklaarde aan verdachte in verminderde mate toe te rekenen. Het risico van seksueel grensoverschrijdend gedrag blijft aanwezig. De psycholoog adviseert een leerstraf gericht op seksualiteit en daaraan gerelateerde thema’s, dan wel aandacht voor seksualiteit binnen de lopende begeleidingsvormen in het kader van een voorwaardelijk strafdeel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het recente voorlichtingsrapport van de reclassering over verdachte van 25 februari 2020 blijkt dat verdachte is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis, ADHD, ODD en dat hij een licht verstandelijke beperking heeft. De reclassering schat het recidiverisico in als gemiddeld. Beschermende factoren zijn de steun en pedagogische beïnvloeding van zijn moeder en stiefvader. Daarnaast woont verdachte sinds mei 2019 bij Stichting [stichting] in Goirle, waar hij intensieve persoonlijke begeleiding krijgt en vaardigheden leert om met zijn gedragsproblemen om te gaan. Verdachte houdt zich aan de voorwaarden binnen het schorsingstoezicht. De reclassering adviseert een meldplicht bij de William Schrikker Groep, ambulante behandeling gericht op seksualiteit en begeleid wonen of maatschappelijke opvang, welk verblijf al is aangevangen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De deskundige heeft op de zitting aangegeven dat hij vanaf het moment van de schorsing van de voorlopige hechtenis bij verdachte betrokken is en dat verdachte zich houdt aan de schorsingsvoorwaarden. Verdachte woonde ten tijde van de schorsing nog niet bij [stichting] , maar nu wel. Binnen die vertrouwde setting kunnen inmiddels gesprekken over seksualiteit gevoerd worden. Naar de mening van de deskundige is het toezicht door de William Schrikker Groep niet meer noodzakelijk. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zowel de psycholoog als de reclassering adviseren het adolescentenstrafrecht toe te passen. Gelet op de problematiek bij verdachte die nog lange tijd vraagt om een pedagogische benadering en de ontvankelijkheid van verdachte voor begeleiding, geeft de rechtbank toepassing aan het adolescentenstrafrecht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de op te leggen straf rekening verder gehouden met het strafblad van verdachte, met het voorarrest en het huisarrest, met de (overschrijding van de) redelijke termijn, met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en met de oriëntatiepunten voor straftoemeting van de LOVS. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, van 180 uren, met aftrek van het voorarrest en een voorwaardelijke jeugddetentie van drie maanden met een proeftijd van twee jaar en met oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, een passende straf is. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat toezicht door de William Schrikker Groep Jeugdreclassering wel noodzakelijk is. Dit waarborgt dat er deskundig, iets meer op afstand, toezicht is dat ook voortduurt in het geval verdachte mocht verhuizen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partijen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vorderingen </emphasis>
        </para>
        <para>De volgende benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">ten aanzien van feit 3</emphasis>
        </para>
        <para>
          [naam 3] vordert € 1.062,61 aan schadevergoeding, bestaande uit: </para>
      </parablock>
      <para>- materieel € 332,61 voor kleding, medicatie en reiskosten </para>
      <para>- immaterieel € 750,00	</para>
      <para>- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedings-maatregel en te vermeerderen met de proceskosten ad € 41,91. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">ten aanzien van de feiten 4 en 5</emphasis>
        </para>
        <para>
          [naam 4] vordert € 3.630,64 aan schadevergoeding bestaande uit:</para>
      </parablock>
      <para>- materieel € 630,64 voor kleding en reiskosten </para>
      <para>- immaterieel € 3.000,00 </para>
      <para>- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedings-maatregel.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">ten aanzien van feit 6 </emphasis>
        </para>
        <para>
          [naam 5] vordert € 996,00 aan schadevergoeding, bestaande uit:</para>
      </parablock>
      <para>- materieel € 96,00 voor kleding</para>
      <para>- immaterieel € 900,00 </para>
      <para>- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedings-maatregel. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen voldoende onderbouwd zijn en integraal kunnen worden toegewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Primair zijn de vorderingen door de verdediging betwist. </para>
        <para>Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de kleding de dagwaarde dient te worden vergoed, dan wel, waar geen aankoopbonnen zijn overgelegd, deze vorderingen dienen te worden afgewezen. De gevorderde reiskosten en kosten voor medicatie kunnen worden vergoed, met dien verstande dat ten aanzien van de reiskosten  van de benadeelde partij [naam 4] wordt verzocht deze in redelijkheid te bepalen. De proceskosten van de benadeelde partij [naam 3] dienen ten aanzien van de verlofuren te worden beperkt tot twee uur.  </para>
        <para>Ten aanzien van de door de benadeelde partijen gevorderde immateriële schade verzoekt de verdediging deze, gelet op vergelijkbare zaken, te matigen, dan wel in redelijkheid te bepalen.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging verzoekt de vorderingen van de benadeelde partijen voor het meer of anders gevorderde af te wijzen, dan wel refereert zij zich aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van een op te leggen schadevergoedingsmaatregel verzoekt de verdediging geen vervangende gijzeling toe te passen, dan wel maximaal één dag. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de gebeurtenissen een enorme impact hebben gehad op alle betrokkenen. De rechtbank benadrukt dit omdat de beoordeling van de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen een juridische beoordeling is die onmogelijk ook de mate van die impact volledig tot uitdrukking kan brengen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de door de benadeelde partijen gevorderde schade een rechtstreeks gevolg is van de respectievelijke bewezen verklaarde feiten en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.</para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">ten aanzien van feit 3 </emphasis>
        </para>
        <para>Vordering [naam 3] </para>
        <para>De rechtbank acht de gevorderde materiële en immateriële schade, gelet op de onderbouwing, voldoende aannemelijk gemaakt. De rechtbank houdt ten aanzien van de materiële schade rekening met de afschrijvingskosten voor de kleding. Voor de kleding kent de rechtbank een bedrag toe van € 288,00 en wijst de vordering voor de kleding voor het overige af. Voor de medicatie en de reiskosten kent de rechtbank een bedrag toe van </para>
        <para>€ 30,71.</para>
        <para>Ten aanzien van de immateriële schade heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij vergelijkbare uitspraken. De rechtbank kent het gevorderde bedrag van € 750,00 toe. </para>
        <para>De rechtbank kent de gevorderde wettelijke rente toe en legt met betrekking tot de toegekende vordering tevens de schadevergoedingsmaatregel op.</para>
        <para>De rechtbank veroordeelt verdachte voorts in de proceskosten van de benadeelde partij van € 41,91.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">ten aanzien van de feiten 4 en 5 </emphasis>
        </para>
        <para>Vordering [naam 4] </para>
        <para>De rechtbank acht de gevorderde materiële en immateriële schade, gelet op de onderbouwing, voldoende aannemelijk gemaakt. De rechtbank houdt ten aanzien van de materiële schade rekening met de afschrijvingskosten voor de kleding. Voor de kleding kent de rechtbank een bedrag toe van € 180,00 en wijst de vordering voor de kleding voor het overige af. Voor de reiskosten kent de rechtbank een bedrag toe van € 430,64. Dat de benadeelde partij deze kosten heeft moeten maken om zich te laten behandelen voor de medische gevolgen van de aanranding acht de rechtbank voldoende aannemelijk. </para>
        <para>Ten aanzien van de immateriële schade heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij vergelijkbare uitspraken. Vast staat dat de benadeelde partij lijdt aan een aangeboren hartafwijking, waarbij een hoge inspanning kan leiden tot een dodelijk hoge hartslag. Gelet op de medische conditie van de benadeelde partij en de omstandigheid dat zij ten gevolge van de aanranding en de daarop gevolgde vlucht, voor haar leven heeft moeten vrezen, kent de rechtbank een bedrag toe van € 2.000,00. Voor het overige verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering ten aanzien van de immateriële schade. </para>
        <para>De rechtbank kent de gevorderde wettelijke rente toe en legt met betrekking tot de toegekende vordering tevens de schadevergoedingsmaatregel op.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">ten aanzien van feit 6</emphasis>
        </para>
        <para>Vordering [naam 5]</para>
        <para>De rechtbank acht de gevorderde materiële en immateriële schade, gelet op de onderbouwing, voldoende aannemelijk gemaakt. De rechtbank houdt ten aanzien van de materiële schade rekening met de afschrijvingskosten voor de kleding. Voor de kleding kent de rechtbank een bedrag toe van € 80,00 en wijst de vordering voor het overige af. </para>
        <para>Ten aanzien van de immateriële schade heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij vergelijkbare uitspraken. De rechtbank kent een bedrag toe van € 750,00.  Voor het overige verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering ten aanzien van de immateriële schade. </para>
        <para>De rechtbank kent de gevorderde wettelijke rente toe en legt met betrekking tot de toegekende vordering tevens de schadevergoedingsmaatregel op.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 36f, 63, 77c, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 246 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> feitelijke aanranding van de eerbaarheid </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> feitelijke aanranding van de eerbaarheid </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3: </emphasis>feitelijke aanranding van de eerbaarheid </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	feit 4: </emphasis>feitelijke aanranding van de eerbaarheid </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	feit 5:</emphasis> mishandeling </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	feit 6: </emphasis>feitelijke aanranding van de eerbaarheid </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende jeugddetentie;</emphasis></para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in <emphasis role="bold">voorarrest</emphasis> heeft doorgebracht <emphasis role="bold">in mindering</emphasis> wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf <emphasis role="bold">naar rato van twee uur per dag</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een jeugddetentie van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;</emphasis></para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat deze jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para />
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarden</emphasis>: </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Meldplicht bij reclassering </emphasis>
      </para>
      <para>* Verdachte meldt zich drie dagen na het ingaan van de proeftijd bij de William Schrikker Groep via telefoonnummer 088-526 0000 en blijft zich melden op afspraken met de </para>
      <para>reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ambulante behandeling gericht op seksualiteit </emphasis>
      </para>
      <para>* Verdachte laat zich behandelen door Stichting Stevig of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering. De behandeling start zo snel mogelijk na het ingaan van de proeftijd. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Begeleid wonen of maatschappelijke opvang </emphasis>
      </para>
      <para>* Verdachte verblijft bij Stichting Respect of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de jeugdreclassering. Het verblijf is reeds gestart in april 2019. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>* Verdachte moet zich tijdens de proeftijd gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de jeugdreclassering, uit te voeren door de William Schrikker Groep als gecertificeerde instelling;</para>
      <para>* Verdachte verleent ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt.</para>
      <para>* Verdachte verleent medewerking aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- geeft opdracht aan de William Schrikker Groep tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partijen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">ten aanzien van feit 3</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij <emphasis role="bold">[naam 3]</emphasis> van </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">	€ 1.068,71</emphasis>, waarvan <emphasis role="bold">€ 318,71</emphasis> ter zake van <emphasis role="bold">materiële schade</emphasis> en <emphasis role="bold">€ 750,00</emphasis> ter zake van <emphasis role="bold">immateriële schade</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    <para>- wijst af het meer of anders gevorderde;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op <emphasis role="bold">€ 41,91</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- legt aan verdachte de verplichting op <emphasis role="bold">aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van het slachtoffer <emphasis role="bold">[naam 3] € 1.068,71</emphasis> te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf </para>
    <para>	1 februari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    <para>- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">ten aanzien van de feiten 4 en 5</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij <emphasis role="bold">[naam 4]</emphasis> van </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">€ 2.610,64</emphasis>, waarvan <emphasis role="bold">€ 610,64</emphasis> ter zake van <emphasis role="bold">materiële schade</emphasis> en <emphasis role="bold">€ 2.000,00</emphasis> ter zake van <emphasis role="bold">immateriële schade</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 maart 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    <para>- wijst af het meer of anders gevorderde ter zake van de materiële schade;</para>
    <para>- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering ter zake van de immateriële schade niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para>- legt aan verdachte de verplichting op <emphasis role="bold">aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van het slachtoffer </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 4] € 2.610,64</emphasis> te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf </para>
      <para>13 maart 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para>- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">ten aanzien van feit 6  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij <emphasis role="bold">[naam 5]</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 830,00</emphasis>, waarvan <emphasis role="bold">€ 80,00</emphasis> ter zake van <emphasis role="bold">materiële schade</emphasis> en <emphasis role="bold">€ 750,00</emphasis> ter zake van <emphasis role="bold">immateriële schade</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    <para>- wijst af het meer of anders gevorderde ter zake van de materiële schade;</para>
    <para>- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering ter zake van de immateriële schade niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para>- legt aan verdachte de verplichting op <emphasis role="bold">aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van het slachtoffer <emphasis role="bold">[naam 5] € 830,00</emphasis> te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    <para>- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;</para>
    <para />
    <para>- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Los, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. Beudeker, rechter en tevens kinderrechter en mr. Dijkman, rechter, in tegenwoordigheid van Van der Gaag, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 17 juni 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Beudeker is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_50148c75-6d74-48e3-b647-f4fe22d510de" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld het eindproces-verbaal ZBRBC18011-Petron van politie eenheid Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 413</para>
    <para> proces-verbaal van aangifte op p. 319 en p. 320 en de daarbij gevoegde foto van het letsel aan de hand op p. 321</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a9c63034-e6b7-43a9-982a-46e5f0b93a6a" label="2">
    <para> proces-verbaal van bevindingen op p. 323 en de daarbij gevoegde foto op p. 325</para>
  </footnote>
  <footnote id="_55daec41-31a0-4730-ab2f-647b63a2b863" label="3">
    <para> proces-verbaal herkenning persoon op p. 326 en de daarbij gevoegde foto van het passantenonderzoek op p. 330 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9149e08a-ccda-4aef-812f-0d7b794e98d1" label="4">
    <para> proces-verbaal van verhoor van verdachte op p. 141 en de aan hem getoonde foto’s op p. 147 en p. 148 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_a2822998-e863-439f-80e6-66ed8868804f" label="5">
    <para> proces-verbaal verhoor van verdachte op p. 142</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8e25477a-247d-4bdb-8ed1-1dfbdc2929b3" label="6">
    <para> bijlage bij proces-verbaal van aangifte op p. 322 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_6f5b3414-8dc8-4f86-9f75-f04f4db7daa5" label="7">
    <para> proces-verbaal van aangifte op p. 344 en p. 345</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2c163dc6-7f44-4890-bec6-c21ba55ebc86" label="8">
    <para> proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden op p. 339 en p. 340</para>
  </footnote>
  <footnote id="_de4c32cc-4fd9-4b04-9904-6999bd00b1af" label="9">
    <para> proces-verbaal van bevindingen op p. 352 en p. 353 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d22c576e-3405-4b8d-8e61-ff5afd789e71" label="10">
    <para> proces-verbaal van bevindingen op p. 354 en p. 355 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1dcce808-fc7b-438b-8b18-7015df350c8b" label="11">
    <para> proces-verbaal van bevindingen op p. 356 en p. 357 en de daarbij gevoegde foto op p. 358</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7ac37f4c-bb3a-4cac-beaa-8b0125665cbe" label="12">
    <para> proces-verbaal verhoor verdachte op p. 127 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5936c9a6-2ad2-4827-bc3f-09c2734a39ea" label="13">
    <para> proces-verhaal verhoor verdachte op p. 142 en de daarbij behorende foto op p. 149</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f916f2d2-c7f8-4f27-9c2e-f5f2b6cf41a8" label="14">
    <para> proces-verbaal verhoor verdachte op p. 143 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_bdda41ad-8819-43db-ad0f-871954a74fb1" label="15">
    <para> verklaring van verachte op de zitting van 3 juni 2020 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8279b3c0-5459-480e-b686-12de4d01b523" label="16">
    <para> proces-verbaal van bevindingen op p. 81 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_bb0c1c3d-0b04-43d8-b8df-f0236ed8c833" label="17">
    <para> proces-verbaal van bevindingen op p. 82 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7099002e-a3fd-4c41-b299-8cc78521a7ea" label="18">
    <para> proces-verbaal van aangifte op p. 209 t/m p. 211 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_be209218-00db-4048-9842-314804a3a679" label="19">
    <para> proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden op p. 207</para>
  </footnote>
  <footnote id="_492aa139-32c6-4841-9232-32901fcf454c" label="20">
    <para> proces-verbaal van aangifte op p. 221, p. 222 en p. 224</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9ae85880-fa1b-4761-a737-cd994b415767" label="21">
    <para> proces-verbaal van aangifte op p. 223 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_125595bb-be08-4f3b-9957-bade2e71c8b1" label="22">
    <para> proces-verbaal van bevindingen compositietekening op p. 233 en p. 234 en de daarbij behorende tekening op p. 237</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b546c009-e123-4e70-929e-a64beac348b2" label="23">
    <para> proces-verbaal van aangifte op p. 274 t/m p. 277</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9693da93-3ecf-42b7-92fa-3f7834aa697f" label="24">
    <para> proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden op p. 272</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ce91815c-87f9-46cb-a9cb-5c5e5826ac06" label="25">
    <para> proces-verbaal verhoor verdachte op p. 144 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8547673a-1e0b-4f24-9142-0c812d6c5ec9" label="26">
    <para> proces-verbaal van bevindingen op p. 66 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3eaeb31f-07d7-4356-a326-3c7ac6194309" label="27">
    <para> verklaring van verdachte op de zitting van 3 juni 2020 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0927184e-89b0-42a3-863b-475e6fbb3b5f" label="28">
    <para> eigen waarneming van de rechtbank op de zitting van 3 juni 2010</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a3470642-4d00-463b-80cb-f897330030d9" label="29">
    <para> proces-verbaal van meervoudige fotobewijsconfrontatie op p. 243</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ba3796a3-0a61-46cd-a080-603d6244c0e4" label="30">
    <para> proces-verbaal tonen selectie bij fotobewijsconfrontatie op p. 244 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_919ed6e4-4f9f-4d75-9790-2e0e4e95fe21" label="31">
    <para> proces-verbaal van meervoudige fotobewijsconfrontatie op p. 293</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e59365fd-069e-475f-aad2-9f87535db4d6" label="32">
    <para> proces-verbaal tonen selectie bij fotobewijsconfrontatie op p. 297</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>