<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2019:5487</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-06T13:44:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-170426-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:5487">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:5487</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-06T13:44:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2019:5487 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 06-12-2019 / 02-170426-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2019:5487:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, voor de aanwezigheid van ongeveer 145 liter amfetamine-olie, ruim 4 kilogram MDMA kristallen en twee munitiepatronen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2019:5487:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 02/170426-19  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 6 december 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>thans gedetineerd te PI Middelburg-locatie Torentijd, 4337 PE Middelburg, Torentijdweg 1</para>
      <para>raadsman: mr. H. van Asselt, advocaat te Roosendaal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 november 2019, waarbij de officier van justitie, mr. J. Bezem, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>Verdachte staat terecht, ter zake dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 13 juli 2019 te Bergen op Zoom opzettelijk aanwezig </para>
      <para>heeft gehad:</para>
    </parablock>
    <para>- ongeveer 4045 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal</para>
    <para>bevattende MDMA (kristallen); en/of</para>
    <para>- ongeveer 145 liter, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal </para>
    <parablock>
      <para>bevattende amfetamine (base),</para>
      <para>zijnde MDMA en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de </para>
      <para>bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het </para>
      <para>vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>dat hij op of omstreeks 13 juli 2019 te Bergen op Zoom,, munitie in de </para>
      <para>zin van art. 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie </para>
      <para>als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van Categorie III te weten 2 </para>
      <para>kogelpatronen, kaliber 9 mm (merk Luger) voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem beide tenlastegelegde feiten heeft begaan. Hij baseert zich daarbij op de bekennende verklaring van verdachte ter zitting, het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het aantreffen van de drugs en de munitie en de NFI-rapporten. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft ter zitting ten aanzien van beide tenlastegelegde feiten een bekennende verklaring afgelegd. De verdediging voert daarom geen bewijsverweer en refereert zich ten aanzien van beide tenlastegelegde feiten aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Aangezien verdachte ten aanzien van beide tenlastegelegde feiten een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. </para>
        <para>De rechtbank acht beide tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, gelet op:</para>
      </parablock>
      <para>- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 juli 2019, opgemaakt door verbalisant Machielsen;</para>
      <para>- de kennisgevingen van inbeslagneming d.d. 13 juli 2019; </para>
      <para>- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 juli 2019, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] ;</para>
      <para>- het NFI-rapport d.d. 26 juli 2019;</para>
      <para>- het NFI-rapport d.d. 3 september 2019;</para>
      <para>- het proces-verbaal Wapens Munitie en Explosieven d.d. 15 juli 2019;</para>
      <para>- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 22 november 2019.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>op 13 juli 2019 te Bergen op Zoom opzettelijk aanwezig </para>
        <para>heeft gehad:</para>
      </parablock>
      <para>- 4045 gram MDMA (kristallen) en</para>
      <para>- ongeveer 145 liter amfetamine (base),</para>
      <parablock>
        <para>zijnde MDMA en amfetamine telkens een middel als bedoeld in de </para>
        <para>bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het </para>
        <para>vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>op 13 juli 2019 te Bergen op Zoom, munitie in de </para>
        <para>zin van art. 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie </para>
        <para>als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van Categorie III te weten 2 </para>
        <para>kogelpatronen, kaliber 9 mm (merk Luger) voorhanden heeft gehad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest. Hij heeft bij de formulering van zijn eis de richtlijnen van het Openbaar Ministerie en de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, het feit dat hij ter zitting openheid van zaken heeft gegeven en spijt heeft betuigd, in strafverminderende zin meegewogen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzoekt nadrukkelijk om af te wijken van de LOVS-oriëntatiepunten, gelet op het gegeven dat verdachte aantoonbaar kwetsbaar is en een zogeheten makkelijke prooi is geweest. De verdediging verzoekt aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest, en daarbij al dan niet bijzondere voorwaarden op te leggen. Zij heeft hierbij ook verwezen naar jurisprudentie van de rechtbank locatie Breda en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, waarbij de rechtbank uit gaat van de door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de strafoplegging in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft ongeveer 145 liter amfetamine-olie en ruim 4 kg MDMA aanwezig gehad. Daarnaast was hij in het bezit van twee munitiepatronen. Volgens de LOVS-oriëntatiepunten die de rechtbank hanteert, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur hierbij het uitgangspunt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat verdachte geen hoofdrolspeler lijkt te zijn in het grotere geheel van de productie van en handel in synthetische drugs. Hij heeft zich tegen betaling laten lenen voor de opslag van deze goederen. Met zijn faciliterende rol heeft de verdachte echter wel bijgedragen aan de instandhouding van dit hele proces, waardoor de hoofdrolspelers buiten schot zijn gebleven. Met name de hoeveelheid amfetamineolie is aanzienlijk. Hiermee kan een zeer grote hoeveelheid harddrugs worden geproduceerd. </para>
        <para>Verdachte heeft met zijn handelen kennelijk slechts oog gehad voor zijn eigen financieel gewin. De rechtbank rekent dat de verdachte aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het is algemeen bekend dat synthetische drugs schade toebrengen aan de gezondheid en gebruikers van deze middelen. Bovendien is algemeen bekend dat de handel in harddrugs gepaard gaat met grof geweld dat een ontwrichtende werking op de rechtsstaat heeft. De op te leggen straf moet daarom mede een afschrikwekkende werking hebben op die personen die overwegen een faciliterende rol te gaan spelen in het drugsmilieu.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is gekomen in verband met harddrugs. Verdachte is daarnaast een kwetsbaar persoon met grote schulden, wat hem inderdaad tot een makkelijke prooi heeft gemaakt voor drugscriminelen die een opslagplaats zochten voor hun goederen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf voldoende recht doet aan al deze feiten en omstandigheden.  De door de raadsman voorgestelde straf staat niet in verhouding tot de gepleegde feiten en de impact daarvan op de samenleving. De rechtbank acht de door de raadsman ingebrachte, in zijn optiek vergelijkbare, zaken niet vergelijkbaar gelet op de aard en de hoeveelheid aangetroffen MDMA en amfetamineolie. De rechtbank zal aan verdachte dan ook een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van voorarrest.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Het beslag - De onttrekking aan het verkeer</title>
    <para>De hierna in de beslissing genoemde inbeslaggenomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. De voorwerpen behoren aan verdachte toe en zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36d en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet  </para>
      <para>gegeven verbod, meermalen gepleegd;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie;</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para />
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: </para>
    <para>2 STK Munitie, G2060761 (omschrijving: 2 x patroon 9 mm, Geel, merk: 9 mm).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Feraaune, voorzitter, mr. Speekenbrink en mr. Verschuren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Beek, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 december 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>