<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2019:542</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-12T14:08:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/353496 HA RK 18-253</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:542">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:542</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-12T10:56:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2019:542 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 31-01-2019 / 02/353496 HA RK 18-253</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2019:542:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wraking</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2019:542:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Wrakingskamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Procedurenummer: 02/353496 HA RK 18-253</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing van 31 januari 2019 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende op een geheim adres,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>gemachtigde mr. J.C.M. van Bladel, advocaat te ’s-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoek tot wraking van 28 december 2018;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank in de hoofdzaak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer ter zitting van 24 januari 2019, waarbij aanwezig was: de gewraakte rechter, mr. [naam rechter] . Hoewel daarvoor uitgenodigd, is namens verzoeker niemand ter zitting verschenen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verzoek strekt tot wraking van mr. [naam rechter] , optredend als kantonrechter (hierna: de kantonrechter) in de zaak met zaaknummer 6777139 OV VERZ 18-2657 (hierna: de hoofdzaak) op de gronden die verzoeker heeft uiteengezet in zijn wrakingsverzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De kantonrechter berust niet in het verzoek tot wraking.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van verzoeker</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft aangevoerd, kort weergegeven, dat de kantonrechter de schijn van vooringenomenheid heeft gewekt doordat:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zij tijdens de zitting naar bankafschriften heeft gevraagd, terwijl deze reeds tot het dossier behoorden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zij de partner, de zus en de broer van verzoeker niet heeft willen horen. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de kantonrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft aangevoerd dat:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zij ter zitting van 28 september 2018 heeft gevraagd om inzicht in de financiële positie van verzoeker in de vorm van rekening en verantwoording en dat die positie meer omvat dan alleen bankafschriften;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>haar ten tijde van de zitting niet bekend was dat verzoeker een partner heeft, haar was slechts bekend dat hij een vriendin heeft;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zij ter zitting heeft opgemerkt dat het horen van de zus en broer van verzoeker een goed idee zou kunnen zijn, maar dat verzoeker desgevraagd niet heeft aangegeven wat dit toe zou voegen. Zij heeft de opmerking van verzoeker daarom niet opgevat als een uitdrukkelijk verzoek om zijn zus en broer te horen. Zij is overigens bereid om de zus en broer van verzoeker alsnog ter zitting te horen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt het verzoek tot wraking gedaan, zodra de feiten of omstandigheden als hiervoor bedoeld aan de verzoeker bekend zijn geworden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De door verzoeker aan zijn verzoek ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden zijn alle terug te voeren op hetgeen is besproken ter zitting van 28 september 2018. Het verzoek tot wraking is van 28 december 2018, derhalve van drie maanden later. De conclusie kan daarmee niet anders zijn, dan dat verzoeker niet heeft voldaan aan het in 5.1 omschreven tijdigheidsvereiste. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Gelet op het vorenoverwogene kan verzoeker niet in zijn wrakingsverzoek worden ontvangen. Hij wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard in dat verzoek. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de behandeling van de zaak met zaaknummer 6777139 OV VERZ      18-2657 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 31 januari 2019, door mr. Peters, voorzitter, mr. Kok en mr.  Stassen, leden van de wrakingskamer, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. Van Wijk, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	De voorzitter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>