<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2019:4907</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-12T09:33:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-820640-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:4907">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:4907</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-11T11:23:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2019:4907 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 31-10-2019 / 02-820640-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2019:4907:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>‘Verdachte heeft als oprichter en beherend vennoot van een commanditaire vennootschap, door beleggers in de CV ingelegde gelden voor de aankoop van onroerend goed, verduisterd door de gelden zonder toestemming op andere wijze ten behoeve van hemzelf te besteden.’</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2019:4907:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 02/820640-17  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 31 oktober 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [adres 1] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: mr. R.B.M. Poppelaars, advocaat te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 7 oktober 2019, waarbij de officier van justitie, mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter zitting is vervolgens op 17 oktober 2019 formeel gesloten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van<emphasis role="italic"> 1 oktober 2006</emphasis> tot en met 29 november</para>
      <para>2017 te Terneuzen en/of Rotterdam en/of Goes, in elk geval in Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke perso(o)n(en)</para>
      <para>en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, opzettelijk een of meer</para>
      <para>geldbedragen, in elk geval enig groot geldbedrag, dat geheel of ten dele</para>
      <para>toebehoorde(n) aan</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- [naam 1] en/of</para>
      <para>- [naam 2] en/of</para>
      <para>- [naam 3] en/of</para>
      <para>- [naam 5] en/of</para>
      <para>- [naam 4] en/of</para>
      <para>- [naam 6] en/of</para>
      <para>- [naam 7] en/of</para>
      <para>- [naam 8] en/of</para>
      <para>- [naam 9] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn</para>
      <para>mededader(s), welk geldbedrag verdachte en/of zijn mededader(s) uit hoofde</para>
      <para>van zijn, verdachtes, persoonlijke dienstbetrekking als (alleen/zelfstandig</para>
      <para>bevoegd) directeur bij/van [naam 10] en aldus</para>
      <para>handelende van/als feitelijk en/of</para>
      <para>al dan niet middellijk (vertegenwoordigend) de enig aandeelhouder in [naam 11]</para>
      <para> , aldus handelende van/als feitelijk en/of al dan niet middellijk</para>
      <para>bestuurder van [naam 12] , aldus</para>
      <para>handelende van/als feitelijk en/of al dan niet middellijk vennoot in [naam 13]</para>
      <para> (van 1 september 2008 tot tenminste 24 juli 2015) <emphasis role="italic">en/of van een beroep van/als financieel adviseur en/of tegen geldelijke vergoeding</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk</para>
      <para>zich heeft/hebben toegeëigend,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">immers heeft verdachte de aan hem ter beschikking gestelde geldbedragen aangewend </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">voor een ander doel dan waarvoor verdachte deze geldbedragen onder zich heeft gekregen, te weten om onroerend goed aan te kopen dat in eigendom zou toebehoren aan [naam 13]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> . ;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling</para>
      <para>mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van <emphasis role="italic">1 oktober 2006</emphasis> tot en met 29 november 2017</para>
      <para>te Terneuzen en/of Rotterdam en/of Goes, althans in Nederland, tezamen en in</para>
      <para>vereniging met één of meer andere natuurlijke perso(o)n(en) en/of (een)</para>
      <para>rechtsperso(o)n(en), althans alleen, één of (meer)ma(a)l(en) (telkens) met het</para>
      <para>oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door een</para>
      <para>of meer listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels, een ander</para>
      <para>althans ander(en), te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- [naam 1] en/of [naam 2] , en/of</para>
    <para>- [naam 3] en/of [naam 5] , en/of</para>
    <para>- [naam 4] , en/of</para>
    <para>- [naam 6] en/of [naam 7] , en/of</para>
    <para>- [naam 8] en/of [naam 9]</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft/hebben bewogen tot de afgifte van één of meer geldbedrag(en), hierin</para>
      <para>bestaande dat verdachte (telkens) tezamen met verdachtes mededader(s), althans</para>
      <para>alleen, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk</para>
      <para>valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- zich aan het publiek, althans aan één of meer van voornoemde perso(o)n(en)</para>
    <parablock>
      <para>heeft/hebben gepresenteerd als een instelling die een belegging in onroerend</para>
      <para>goed aanbiedt met een vaste gegarandeerde opbrengst en maandelijkse</para>
      <para>uitbetaling van het rendement en/of</para>
    </parablock>
    <para>- ( vervolgens) aan het (aldus benaderde) publiek, althans één of meer van</para>
    <parablock>
      <para>voornoemde perso(o)n(en) tot zekerheid van de geïnvesteerde gelden</para>
      <para>heeft/hebben voorgespiegeld:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>o dat via het [naam 14] rechtstreeks zou worden belegd in een gespreide</para>
      <para>onroerend goed portefeuille die overwegend zou bestaan uit geheel verhuurde</para>
      <para>woningen;</para>
      <para>o dat het [naam 14] zou zijn vrijgesteld voor een vergunning van de [naam 15] ;</para>
      <para>o dat een deelnemer op de eerste van elk kwartaal één of meerdere van de</para>
      <para>genomen participaties aan het [naam 14] te koop kon aanbieden;</para>
      <para>o dat de deelnemers aan het [naam 14] en/of de [naam 13] zouden worden</para>
      <para>geïnformeerd wanneer een nieuw object wordt aangekocht;</para>
      <para>o dat de participanten op het moment van verkoop van een woning uit de</para>
      <para>portefeuille van het [naam 14] 75% van de winsten zouden krijgen</para>
      <para>uitgekeerd;</para>
      <para>o dat het ingelegde geld in het [naam 16] gegarandeerd zou zijn;</para>
      <para>waardoor voornoemde [naam 1] en/of [naam 2] (inleg 75.000 euro)</para>
      <para>en/of [naam 3] en/of [naam 5] (inleg 25.000 euro) en/of M.M.E.</para>
      <para>de Bakker en/of [naam 7] (inleg 50.000 euro) en/of [naam 8] en/of</para>
      <para>
        [naam 9] (inleg 30.000 euro) en/of [naam 4] (inleg 15.000 euro werd(en)</para>
      <para>bewogen tot bovenomschreven afgifte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De geldigheid van de dagvaarding</emphasis>
        </para>
        <para>Door de verdediging is ten aanzien van het primair tenlastegelegde feit betoogd dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard, omdat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering en derhalve voor verdachte onvoldoende duidelijk is waartegen hij zich moet verdedigen. Er vindt namelijk geen afbakening plaats, doordat niet is geconcretiseerd welke medeplegers worden bedoeld met “een of meer natuurlijke of rechtspersonen”. Daarnaast is er sprake van een tegenstrijdigheid in de tenlastelegging, nu verdachte tevens functioneel daderschap ten laste wordt gelegd. </para>
        <para>Verder behelst de tenlastegelegde pleegperiode elf jaren, terwijl het zich wederrechtelijk toe-eigenen een handeling is die niet over een langere periode kan worden verricht. Tenslotte maakt de veelheid aan pleegplaatsen de tenlastelegging onduidelijk. </para>
        <para>Voor wat betreft het subsidiair tenlastegelegde feit is partiële nietigheid bepleit ten aanzien van het medeplegen, nu ook hier de concretisering inzake de medeplegers ontbreekt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie is van mening dat de dagvaarding geldig is en dat is voldaan aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering, zeker na wijziging van de tenlastelegging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat voor de tenlastelegging van een bepaald feit is vereist dat het om een bepaalde geconcretiseerde gedraging gaat. Een tenlastelegging die in de beschrijving van het gebeuren te weinig specifiek, fysiek onleesbaar, onduidelijk, innerlijk tegenstrijdig of onbegrijpelijk is, kan derhalve niet dienen als grondslag voor een terechtzitting en zal daarom leiden tot nietigheid van de dagvaarding. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding in onderhavige zaak ten aanzien van zowel het primair als subsidiair tenlastegelegde feit niet innerlijk tegenstrijdig en – gezien de wijziging van de tenlastelegging – voldoende concreet is, waardoor de tenlastelegging aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering voldoet. Het is voor verdachte voldoende duidelijk geweest waartegen hij zich diende te verdedigen. Zij wijst het verweer van de verdediging daarom af. De dagvaarding is dus geldig. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De overige voorvragen</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
        <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.</para>
        <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem primair tenlastegelegde feit, te weten verduistering. Hij verwijst hiervoor naar de bewijsmiddelen in het dossier. Hieruit blijkt dat verdachte de aangevers in het kader van zijn hoedanigheid als financieel adviseur heeft geadviseerd te beleggen in vastgoed middels [naam 13] (hierna: de [naam 13] ), waarbij de uitdrukkelijke afspraak en de bedoeling was dat door de [naam 13] zou worden belegd in onroerend goed. Het rendement uit de belegging zou bestaan uit inkomsten uit de verhuur van datzelfde onroerend goed. Hoewel verdachte de gelden van de aangevers in eerste instantie rechtmatig onder zich heeft gehad, heeft hij deze gelden aangewend voor een ander doel dan overeengekomen. Verdachte heeft de gelden van de aangevers direct aan zichzelf uitgeleend en hiermee onroerend goed in privé aangekocht. Door de gelden van de aangevers te gebruiken voor een ander doel heeft verdachte zich gedragen als eigenaar van deze gelden en deze gelden zich aldus wederrechtelijk toegeëigend. Verdachte heeft dit alles opzettelijk gedaan en bij het sluiten van de overeenkomsten een verkeerde voorstelling van zaken gegeven, waarbij sprake is geweest van meerdere feitelijke onjuistheden. </para>
        <para>Subsidiair heeft verdachte tenminste voorwaardelijk opzet gehad op het verduisteren van de aan de aangevers toebehorende gelden, aangezien zijn handelwijze niet past bij de uitoefening van het beroep van financieel adviseur.<?linebreak?>Meer subsidiair, indien verdachte van het primair tenlastegelegde feit mocht worden vrijgesproken, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan oplichting. Door een samenweefsel van verdichtsels en onjuiste mededelingen heeft verdachte bij de aangevers een verwachtingspatroon geschept, namelijk dat de inleg gegarandeerd was en ten alle tijde door hen kon worden teruggevraagd. Nadat de aangevers waren bewogen tot de afgifte van gelden, heeft verdachte deze gelden voor zichzelf aangewend en zich gedurende vele jaren verscholen achter verschillende rechtspersonen, leugens verteld en zich onbereikbaar gehouden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. Er is geen sprake van wederrechtelijke toe-eigening dan wel de opzet daarop. Verdachte heeft de gelden van de beleggers niet op andere wijze aangewend dan volgens de statuten van de [naam 13] mogelijk was. Uit de stukken blijkt dat het geld van de beleggers middels verdachte is geïnvesteerd in vastgoed, waarvoor zij zoals overeengekomen rentebetalingen ontvingen. De reden waarom verdachte het onroerend goed privé heeft aangekocht en verhuurd en vervolgens een leningsovereenkomst met de [naam 13] is aangegaan, is ter voorbereiding op de oprichting van de [naam 13] geweest. Op die manier konden de investeerders direct rendement ontvangen. De fout die verdachte hierbij echter heeft gemaakt, is dat er bij de leningen geen zekerheid is verstrekt door een hypotheekrecht te vestigen op de voor de [naam 13] aangekochte panden. Dit risico heeft zich verwezenlijkt en door de vereffening van een persoonlijke schuld is verdachte de panden kwijtgeraakt. Hoewel verdachte de investeerders hierover onvoldoende heeft geïnformeerd, is hij niet gestopt met het doen van rentebetalingen aan de beleggers en heeft hij zich ingespannen om de situatie te herstellen. </para>
        <para>Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde feit heeft de verdediging aangevoerd dat het causaal verband tussen de beloften en de investeringen ontbreekt. Ook heeft verdachte nimmer het oogmerk gehad om zich wederrechtelijk te bevoordelen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Op 1 oktober 2006 werd de commanditaire vennootschap [naam 13] (de [naam 13] ) opgericht met als beherend vennoot [naam 12] , welke rechtspersoon werd bestuurd door [naam 11] Enig aandeelhouder van [naam 11] was de [naam 10] . Verdachte was de bestuurder van laatstgenoemde rechtspersoon en feitelijk dus de oprichter en beherend vennoot van de [naam 13] .<footnote-ref linkend="_a468b910-9d8d-401f-95c6-3d3d4031c85b" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het kader van zijn hoedanigheid van financieel adviseur heeft verdachte personen uit zijn klantenkring benaderd voor het doen van beleggingen in de [naam 13] .<footnote-ref linkend="_f891a81a-359b-4c94-9d34-32d34ff5ccb8" /> Vervolgens zijn [naam 1] en [naam 2] , [naam 3] en [naam 5] , [naam 4] , [naam 6] en [naam 7] , [naam 8] en [naam 9] (hierna: de aangevers) in de periode van 1 oktober 2006 t/m 1 juli 2008 overgegaan tot het doen van betalingen als belegging in de [naam 13] . In totaal hebben zij € 195.000,00 geïnvesteerd in de [naam 13] .<footnote-ref linkend="_d5cba866-a1b5-418f-8dff-44c8b05c76c1" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de verklaringen van de aangevers blijkt dat zij bij hun belegging in de [naam 13] ter informatie van verdachte een brochure en/of schriftelijke bijsluiter kregen.<footnote-ref linkend="_6c5c7425-7dea-486f-aeb0-92a410a461e3" /> Hieruit volgt dat de doelstelling van de [naam 13] was om rechtstreeks te beleggen in onroerend goed en dat het </para>
        <para>rendement zou bestaan uit inkomsten uit de verhuur hiervan. De aangevers zouden voor hun inleg gegarandeerd 4% rente per jaar ontvangen en maakten aanspraak op winstdeling. Zij konden hun inleg tegen inkoopprijs aanbieden. <footnote-ref linkend="_0506478f-b98d-4a7d-9a93-e70b68e014e9" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast wordt door [naam 1] verklaard dat hij door de verstrekte informatie van verdachte en de mondelinge toelichting daarop er vanuit ging dat de [naam 13] in woningen in Nederland zou beleggen door deze aan te kopen. De woningen zouden vervolgens worden verhuurd.<footnote-ref linkend="_931f10fd-22b9-48f4-a3c6-e4974b9531e8" /> Ook [naam 4] heeft verklaard dat door verdachte als uitleg over de [naam 13] het verhaal werd verteld wat in grote lijnen in de folder en de schriftelijke bijsluiter stond vermeld.<footnote-ref linkend="_6167441c-c4e3-4cfe-b358-3d16ef5ae922" /></para>
        <para>De overige aangevers hebben verklaard dat zij er vanuit gingen dat de [naam 13] het ingelegde geld in onroerend goed zou beleggen.<footnote-ref linkend="_190ced0c-14a4-4fcd-a4b3-64517f0b9708" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 29 november 2017 is verdachte door de politie aangehouden. Verdachte heeft toegegeven dat hij het geld van de aangevers niet heeft gebruikt om onroerend goed aan te kopen dat in eigendom zou toebehoren aan de [naam 13] .<footnote-ref linkend="_17c07bdb-5e17-453c-a85f-b55d44e27cea" /> Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank niet kunnen uitleggen waar het geld van de aangevers wel aan is besteed. Met betrekking tot verdachtes stelling dat hij in privé onroerende goederen heeft aangekocht, te weten op 5 december 2005 de woning aan de [adres 2] te Sluiskil, op 2 augustus 2006 de woning aan de [adres 3] te Terneuzen en op 11 april 2007 de woning aan de [adres 4] te Vlissingen en dat in verband hiermee in januari 2006, augustus 2006 en mei 2007 geldleningsovereenkomsten zijn gesloten tussen hemzelf en [naam 13] overweegt de rechtbank dat - nog daargelaten dat uit de stukken niet blijkt dat deze leningen verband hielden met de inleg van de aangevers - verdachte niet gerechtigd was om de inleg op deze wijze te besteden. Uit geen enkel stuk blijkt dat de aangevers ermee instemden dat het door hen ingelegde geld zou worden aangewend voor een ander doel dan het aankopen van onroerend goed dat eigendom zou zijn van de [naam 13] . Door te handelen zoals hij heeft gedaan heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank de ingelegde gelden zich wederrechtelijk toegeëigend en gelden verduisterd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door en namens verdachte is aangevoerd dat hij volgens de statuten van de [naam 13] heeft gehandeld. Daaruit leidt de rechtbank af dat verdachte opzet had op zijn handelingen. De rechtbank stelt echter vast dat het dossier geen statuten bevat en dat de aangevers hebben verklaard niet over statuten te beschikken, die de [naam 13] toestaan de gelden aan te wenden voor het verstrekken van geldleningen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit, te weten verduistering, gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn beroep onder zich heeft, meermalen gepleegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende bewijs voorhanden is, waaruit blijkt dat verdachte dit feit tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke personen en/of rechtspersonen zou hebben begaan. Zij spreekt verdachte daarom partieel vrij op dit punt.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">primair:</emphasis>
        </para>
        <para>in de periode van 1 oktober 2006 tot en met 29 november 2017 in Nederland, alleen, opzettelijk geldbedragen toebehorende aan</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>- [naam 1] en</para>
        <para>- [naam 2] en</para>
        <para>- [naam 3] en</para>
        <para>- [naam 5] en</para>
        <para>- [naam 4] en</para>
        <para>- [naam 6] en</para>
        <para>- [naam 7] en</para>
        <para>- [naam 8] en</para>
        <para>- [naam 9] ;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>welk<emphasis role="italic">e</emphasis> geldbedrag<emphasis role="italic">en</emphasis> verdachte uit hoofde van zijn, verdachtes, persoonlijke dienstbetrekking als (alleen/zelfstandig bevoegd) directeur van [naam 10] en aldus handelende als feitelijk de enig aandeelhouder in [naam 11] , aldus handelende als feitelijk bestuurder van [naam 12] , aldus handelende als feitelijk vennoot in [naam 13] en van een beroep van financieel adviseur, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend,</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>immers heeft verdachte de aan hem ter beschikking gestelde geldbedragen aangewend voor een ander doel dan waarvoor verdachte deze geldbedragen onder zich heeft gekregen, te weten om onroerend goed aan te kopen dat in eigendom zou toebehoren aan [naam 13]</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van negen maanden met aftrek van voorarrest. Hij heeft bij de formulering van zijn eis de richtlijnen van het Openbaar Ministerie als uitgangspunt genomen en rekening gehouden met de ernst van het feit en de persoon van verdachte. Hij acht strafverzwarend dat verdachte zich gedurende langere periode schuldig heeft gemaakt aan verduistering van het geld van in totaal negen personen en dat hij hierbij misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen dat zij in hem hadden als zijnde hun financieel adviseur.   </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzoekt, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring mocht komen, geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen. De verdediging verwijst hiervoor naar de oudheid van de zaak en de inspanningen van verdachte om de schade te beperken en de aangevers schadeloos te stellen, alsmede naar de persoonlijke omstandigheden van verdachte.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan grootschalige verduistering. Hij hield de slachtoffers voor een beleggingsmodel te hebben ontwikkeld, dat hen een hoog rendement zou opleveren. Hiervoor heeft verdachte in hoedanigheid van financieel adviseur personen uit zijn klantenkring benaderd en hen overgehaald tot het doen van investeringen door onder andere te vermelden dat de inleg een gegarandeerde teruggave met zich meebracht. Deze personen, die op financieel vlak het volle vertrouwen in verdachte hadden, zijn vervolgens overgegaan tot het inleggen van geld in de [naam 13] . Aan hen was voorgehouden dat de door hen ingelegde gelden zouden worden aangewend voor het aankopen van onroerend goed dat eigendom zou zijn van de [naam 13] . Dat is echter niet gebeurd. Verdachte heeft niet kunnen uitleggen waar het geld van de aangevers aan is besteed. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door zijn handelwijze heeft verdachte aangevers financieel ernstig gedupeerd. De gelden die de slachtoffers beschikbaar stelden, waren bedoeld voor onder andere hun pensioenopbouw. Zij hebben hun investeringen na herhaaldelijk verzoek jaren later nog steeds niet teruggekregen. Ook had een aantal van hen het ingelegde bedrag na enige tijd dringend nodig in verband met ziekte. Doordat verdachte het geld heeft verduisterd, waren deze slachtoffers niet in staat hun geld aan te wenden voor het voldoen van medische kosten. De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging neemt de rechtbank als uitgangspunt de oriëntatiepunten van het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht), die gelden voor fraude. Deze gaan bij een benadelingsbedrag tussen de € 125.000,00 en € 250.000,00 uit van een gevangenisstraf tussen de negen en twaalf maanden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor oplichting, belastingfraude en valsheid in geschrifte en dat hij een schriftelijke waarschuwing heeft gekregen voor faillissementsfraude. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf voldoende recht doet aan de ernst van het feit en de persoon van verdachte. Zij legt daarom aan verdachte op een gevangenisstraf van negen maanden, met aftrek van voorarrest.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partijen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [naam 1] en [naam 2]</emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partijen [naam 1] en [naam 2] vorderen tezamen een schadevergoeding van € 75.000,00 ter zake van materiële schade (bestaande uit de inleg van de belegging) en vergoeding van de proceskosten ad € 250,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële schade</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.</para>
      <para>Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partijen [naam 1] en [naam 2] zal de rechtbank tevens de wettelijke rente toewijzen vanaf 29 november 2017 en de schadevergoedingsmaatregel opleggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
      </para>
      <para>De proceskosten (buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten) zijn op grond van artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering voor toewijzing vatbaar. De rechtbank zal de gevorderde kosten van € 250,00 toewijzen. Zij heeft hierbij acht geslagen op het liquidatietarief in kantonzaken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [naam 5]
        </emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij [naam 5] vordert – als erfgename van [naam 3] – een schadevergoeding van € 75.649,67, te weten € 75.149,67 ter zake van materiële schade (bestaande uit de inleg van de belegging in [naam 17] ad € 20.122,47; de inleg van de belegging in [naam 18] ad € 30.000,00; de inleg van de belegging in [naam 13] ad € 25.000,00 en de gemaakte taxikosten voor het bijwonen van de zitting ad € 27,20) en € 500,00 ter zake van immateriële schade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële schade – inleg van de belegging(en)</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade voor wat betreft de inleg van de belegging(en) tot een bedrag van € 25.000,00 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit, nu dit bedrag ziet op de belegging in [naam 13] , in welk kader verdachte wordt veroordeeld. Zij acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering inzake het materiële deel voor wat betreft de inleg van de belegging(en) tot dat bedrag toegewezen. De benadeelde partij [naam 5] zal in het overige deel van haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Zij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële schade – taxikosten</emphasis>
      </para>
      <para>Tevens is de rechtbank van oordeel dat de materiële schade voor wat betreft de gemaakte taxikosten voor het bijwonen van de zitting een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en zij acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering voor wat betreft de gemaakte taxikosten zal worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immateriële schade </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht een bedrag van € 250,- redelijk en billijk. Voor het overige zal zij de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering en kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij [naam 5] zal de rechtbank tevens de wettelijke rente toewijzen vanaf 29 november 2017 over de materiële schade voor wat betreft de inleg van de belegging(en) en de immateriële schade, te weten over het totaalbedrag van € 25.250,00, en de schadevergoedingsmaatregel opleggen over het gehele toegewezen bedrag, te weten over het totaalbedrag van € 25.277,20. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [naam 4]
        </emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij [naam 4] vordert een schadevergoeding van € 17.216,70, te weten </para>
      <para>€ 17.116,70 ter zake van materiële schade (bestaande uit de inleg van de belegging ad </para>
      <para>€ 15.000,00; de niet ontvangen rente over de jaren 2014 t/m 2017 ad € 2.100,00 en de gemaakte portokosten ad € 16,70) en € 100,00 ter zake van immateriële schade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële schade</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.</para>
      <para>Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering inzake het materiële deel zal worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immateriële schade </emphasis>
      </para>
      <para>Voorts is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van immateriële schade, die een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en zij acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering inzake het immateriële deel zal worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij [naam 4] zal de rechtbank tevens de wettelijke rente toewijzen vanaf 29 november 2017 en de schadevergoedingsmaatregel opleggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [naam 6]
        </emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij [naam 6] vordert – als erfgename van [naam 7] – een schadevergoeding van € 58.600,00 ter zake van materiële schade (bestaande uit de inleg van de belegging ad € 50.000,00; de niet ontvangen rente over de jaren 2014 t/m 2018 ad </para>
      <para>€ 8.500,00 en de gemaakte telefoonkosten ad € 100,00). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.</para>
      <para>Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij [naam 6] zal de rechtbank tevens de wettelijke rente toewijzen vanaf 29 november 2017 en de schadevergoedingsmaatregel opleggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [naam 8] en [naam 9]</emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partijen [naam 8] en [naam 9] vorderen tezamen een schadevergoeding van € 35.000,00, te weten € 30.000,00 ter zake van materiële schade (bestaande uit de inleg van de belegging), € 5.000,00 ter zake van immateriële schade en vergoeding van de proceskosten (liquidatiekosten) ad € 1.390,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële schade</emphasis>
      </para>
      <para>Uit de stukken blijkt dat verdachte reeds bij civielrechtelijk vonnis van 6 februari 2019 is veroordeeld tot betaling van de door de benadeelde partij [naam 9] gevorderde materiële schade in het kader van het bewezen verklaarde feit. De rechtbank zal de benadeelde partijen [naam 8] en [naam 9] daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering ten aanzien van het materiële deel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht een bedrag van € 500,- redelijk en billijk. Voor het overige zal zij de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering en kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partijen [naam 8] en [naam 9] zal de rechtbank tevens de wettelijke rente toewijzen vanaf 29 november 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal wel de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot een totaalbedrag van </para>
      <para>€ 31.890 (€ 31.390,00 (bestaande uit de in het civiele vonnis toegewezen hoofdsom en salaris) in het kader van het civielrechtelijk vonnis d.d. 9 februari 2019 en € 500,00 ter zake van immateriële schade), nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 36f, 57, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorvragen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de dagvaarding geldig;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het primair tenlastegelegde feit bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:  </para>
    <para>Verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn beroep onder zich heeft, meermalen gepleegd;  </para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van negen maanden</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partijen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [naam 1] en [naam 2]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partijen [naam 1] en [naam 2] van € 75.000,00 ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 29 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op € 250,00;</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [naam 5]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 5] van </para>
    <para>€ 25.277,20, waarvan € 25.027,20 ter zake van materiële schade en € 250,00 ter zake van immateriële schade, waarbij het bedrag van € 25.250,00 dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 29 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    <para>- verklaart de benadeelde partij [naam 5] niet-ontvankelijk in het overige gedeelte van de vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [naam 4]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 4] van € 17.216,70, waarvan € 17.116,70 ter zake van materiële schade en € 100,00 ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 29 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [naam 6] </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 6] van </para>
    <para>€ 58.600,00 ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 29 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [naam 8] en [naam 9]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partijen [naam 8] en [naam 9]  van € 500,00 ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 29 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para>- verklaart de benadeelde partijen [naam 8] en [naam 9] niet-ontvankelijk in het overige deel van de vordering;</para>
    <para />
    <para>- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:</para>
    <parablock>
      <para>-   <emphasis role="underline">[naam 1] en [naam 2]</emphasis>: € 75.000,00 ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 29 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening; 365 dagen hechtenis,</para>
      <para>-   <emphasis role="underline">[naam 5]</emphasis>: € 25.277,20, waarvan € 25.027,20 ter zake van materiële schade en € 250,00 ter zake van immateriële schade, waarbij het bedrag van </para>
      <para>€ 25.250,00 dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 29 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening; 161 dagen hechtenis,</para>
      <para>-   <emphasis role="underline">[naam 4]</emphasis>: € 17.216,70, waarvan € 17.116,70 ter zake van materiële schade en </para>
      <para>€ 100,00 ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 29 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening; 121 dagen hechtenis,</para>
      <para>-   <emphasis role="underline">[naam 6]</emphasis>: € 58.600,00 ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 29 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening; 313 dagen hechtenis,</para>
      <para>-   <emphasis role="underline">[naam 8] en [naam 9]</emphasis><emphasis role="italic">:</emphasis> € 31.890,00, waarvan € 31.390,00 in het kader van het civielrechtelijk vonnis d.d. 9 februari 2019 en € 500,00 ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 29 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening; 209 dagen hechtenis,</para>
      <para>met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;</para>
    </parablock>
    <para>- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen, voorzitter, mr. I.M. Josten en </para>
      <para>mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.J.I.F. van Beek, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 31 oktober 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. Mullers is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_a468b910-9d8d-401f-95c6-3d3d4031c85b" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer wordt daarmee, tenzij anders vermeld, bedoeld een paginanummer van het eindproces-verbaal met registratienummer PL2000-2016221423 van de politie, Eenheid Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 t/m 1213.</para>
    <para> De schriftelijke bescheiden, bestaande uit de uittreksels van de Kamer van Koophandel van 22 juli 2009, p. 1053 en 1080; het proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens d.d. 5 juni 2017, p. 552, vierde t/m zesde alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f891a81a-359b-4c94-9d34-32d34ff5ccb8" label="2">
    <para> De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 1 oktober 2019.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d5cba866-a1b5-418f-8dff-44c8b05c76c1" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [naam 5] d.d. 28 december 2017, </para>
    <para>p. 135, een na laatste alinea; het proces-verbaal van aangifte [naam 4] d.d. 27 juli 2017, p. 140, tweede alinea; de schriftelijke bescheiden, bestaande uit de certificaten van deelname, p. 63, 178 en 243.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6c5c7425-7dea-486f-aeb0-92a410a461e3" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van aangever [naam 1] d.d. 4 januari 2018, p. 91, vijfde alinea; het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [naam 5] d.d. 28 december 2017, p. 136, tiende en twaalfde alinea; het proces-verbaal van aangifte van [naam 4] d.d. 27 juli 2017, p. 140, laatste alinea; het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [naam 6] d.d. 27 december 2017, p. 167, vijfde en tiende alinea; het proces-verbaal van verhoor van slachtoffer [naam 8] d.d. 28 december 2017, p. 218, laatste alinea, en p. 219 eerste alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0506478f-b98d-4a7d-9a93-e70b68e014e9" label="5">
    <para> De schriftelijke bescheiden, te weten de financiële bijsluiter [naam 13] en de brochure [naam 13] p. 145 en p. 154 t/m 157.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_931f10fd-22b9-48f4-a3c6-e4974b9531e8" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van aangever [naam 1] d.d. 4 januari 2018, p. 92, eerste alinea; het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [naam 5] d.d. 28 december 2017, p. 136, tiende en twaalfde alinea; het proces-verbaal van aangifte van [naam 4] d.d. 27 juli 2017, p. 140, laatste alinea; het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [naam 6] d.d. 27 december 2017, p. 167, vijfde en tiende alinea; het proces-verbaal van verhoor van slachtoffer [naam 8] d.d. 28 december 2017, p. 218, laatste alinea, en p. 219 eerste alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6167441c-c4e3-4cfe-b358-3d16ef5ae922" label="7">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte van [naam 4] d.d. 27 juli 2017, p. 140, laatste alinea</para>
  </footnote>
  <footnote id="_190ced0c-14a4-4fcd-a4b3-64517f0b9708" label="8">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [naam 5] d.d. 28 december 2017, p. 136, tiende en twaalfde alinea; het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [naam 6] d.d. 27 december 2017, p. 167, vijfde en tiende alinea; het proces-verbaal van verhoor van slachtoffer [naam 8] d.d. 28 december 2017, p. 218, laatste alinea, en p. 219 eerste alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_17c07bdb-5e17-453c-a85f-b55d44e27cea" label="9">
    <para> De verklaring van verdachte ter zitting d.d. 7 oktober 2019. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>