<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2019:4782</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-01T14:24:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/820294-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:4782">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:4782</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-01T11:32:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2019:4782 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-11-2019 / 02/820294-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2019:4782:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voor het dealen van harddrugs gedurende een periode van 5 maanden en het, samen met zijn echtgenote, voorhanden hebben van hard- en softdrugs in de woning is verdachte veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2019:4782:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/820294-17  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 1 november 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [woonadres]</para>
      <para>raadsman mr. W. Bos, advocaat te Oud-Beijerland</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 oktober 2019, waarbij de officier van justitie, mr. Rammeloo, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2017</para>
      <para>tot en met 31 mei 2017 te Roosendaal, althans in Nederland,</para>
      <para>opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in</para>
      <para>elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een of meer (gebruikers) -</para>
      <para>hoeveelhe(i)d(en)</para>
      <para>cocaïne en/of amfetamine en/of heroïne en/of MDMA en/of GHB</para>
      <para>(4-hydroxybutaanzuur) en/of LSD (d-lysergzuurdiethylamide), in elk geval een</para>
      <para>hoeveelheid van (een) materia(a)l(en) bevattende cocaïne en/of amfetamine</para>
      <para>en/of heroïne en/of MDMA en/of GHB (4-hydroxybutaanzuur) en/of LSD</para>
      <para>(d-lysergzuurdiethylamide), zijnde cocaïne en/of amfetamine en/of heroïne</para>
      <para>en/of MDMA en/of GHB (4-hydroxybutaanzuur) en/of LSD (d-lysergzuurdiethylamide),</para>
      <para>(een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel</para>
      <para>aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
      <para>art 2 ahf/ond 3 Opiumwet</para>
      <para>art 10 lid 4 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 31 mei 2017 te Roosendaal, althans in Nederland, tezamen</para>
      <para>en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer</para>
    </parablock>
    <para>- 190 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine,</para>
    <para>en/of</para>
    <para>- 1,8 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende</para>
    <para>amfetamine, en/of</para>
    <para>- 25 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne,</para>
    <para>en/of</para>
    <para>- 17,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB</para>
    <para>(4 -hydroxybutaanzuur) en/of</para>
    <para>- 854 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,</para>
    <para>- 375 papertrips LSD, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal</para>
    <parablock>
      <para>bevattende LSD (d-lysergzuurdiethylamide) (lysergide/LSD),</para>
      <para>zijnde cocaine en/of amfetamine en/of heroïne en/of MDMA en/of LSD</para>
      <para>(lysergzuurdiethylamide),</para>
      <para>(telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst</para>
      <para>I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die Wet;</para>
      <para>art 2 ahf/ond C Opiumwet</para>
      <para>art 10 lid 3 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 31 mei 2017 te Roosendaal, althans in Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer</para>
    </parablock>
    <para>- 1468 gram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van</para>
    <parablock>
      <para>een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van</para>
      <para>hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), en/of</para>
    </parablock>
    <para>- 3697 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,</para>
    <parablock>
      <para>zijnde hasjiesj en/of hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet</para>
      <para>behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens liet vijfde lid van artikel 3a</para>
      <para>van die wet;</para>
      <para>art 3ahf/ond C Opiumwet</para>
      <para>art 11 lid 2 Opiumwet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte hetgeen hem is tenlastegelegd heeft begaan en baseert zich daarbij met name op de grotendeels bekennende verklaring van verdachte, op de bevindingen van verbalisanten en op een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van alle feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met uitzondering van het dealen in heroïne en LSD onder feit 1 nu verdachte ontkend heeft daarin gehandeld te hebben. Ten aanzien van de feiten 2 en 3 is aangevoerd dat verdachte deze feiten alleen heeft gepleegd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>Aangezien verdachte, met uitzondering van het dealen in heroïne en LSD een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:</para>
      </parablock>
      <para>- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 18 oktober 2019<footnote-ref linkend="_e9d89157-5be5-49c2-8418-0c539b75ec37" />; </para>
      <para>- de bevindingen met betrekking tot de doorzoeking van de woning van verdachte waarbij hoeveelheden van diverse soorten verdovende middelen en geld zijn aangetroffen<footnote-ref linkend="_54caa13f-b94e-4952-b2d8-07d39a228e7b" />;</para>
      <para>- de bevindingen met betrekking tot opgenomen telefoongesprekken<footnote-ref linkend="_f0630f11-2ba8-4db3-831e-25850ba6f001" /><footnote-ref linkend="_39840ff2-c2b2-4419-aae5-1fc67908e9fc" />;</para>
      <para>- verklaringen van de getuigen [getuige 1]<footnote-ref linkend="_66f33ff7-a749-4db3-b4f1-3166c67617f6" /> en [getuige 2]<footnote-ref linkend="_e64bfe1b-b3a9-42a6-9a0d-bd6577322d5d" />.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is, anders dat de officier van justitie, van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor het dealen van heroïne en LSD. Verdachte heeft ontkend gedeald te hebben in deze drugs. Weliswaar is in de woning van verdachte heroïne en LSD aangetroffen, echter uit de verklaringen van de afnemers van verdachte kan  niet afgeleid worden dat verdachte deze drugs heeft gedeald. Het enkele bezit van heroïne en LSD acht de rechtbank onvoldoende voor het aannemen van wettig en overtuigend bewijs voor dealen van die stoffen. In zoverre zal verdachte daarom worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feiten 2 en 3</emphasis>
        </para>
        <para>Aangezien verdachte ten aanzien van de feiten 2 en 3, met uitzondering van het medeplegen van deze feiten en het aanwezig hebben van de aangetroffen hoeveelheden heroïne en de in de tenlastelegging aangegeven hoeveelheid hasjiesj en hennep, eveneens een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:</para>
      </parablock>
      <para>- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 18 oktober 2019<footnote-ref linkend="_1b4cb606-26a6-4bec-b559-e2b5c14a8eb0" />;</para>
      <para>- de bevindingen met betrekking tot de doorzoeking in de woning van verdachte waarbij de in de tenlastelegging opgesomde hoeveelheden verdovende middelen zijn aangetroffen<footnote-ref linkend="_2100e0cc-76cf-4253-8499-4fe4fdbc9408" /> en het naar aanleiding daarvan opgemaakte proces-verbaal van bevindingen waarin is gerelateerd dat de doorzoeking op 31 mei 2017 heeft plaatsgevonden<footnote-ref linkend="_2314930b-f176-4294-8c2c-ec23c6445017" />;</para>
      <para>- het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 11 augustus 2019 met betrekking tot onderzoek naar de aangetroffen cocaïne, amfetamine, heroïne, GHB, en MDMA en LSD<footnote-ref linkend="_18e6476d-f76e-4b60-802e-434c47b152a9" />; </para>
      <para>- de processen-verbaal van bevindingen met betrekking tot onderzoek aan de aangetroffen hasjiesj<footnote-ref linkend="_8bcb33ed-37ec-4cc1-91b5-58daf27c35ad" /> en hennep<footnote-ref linkend="_8e88aa39-152e-4065-af70-1b27c7a0959a" />.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is op grond van voornoemde bewijsmiddelen van oordeel dat ook het bezit van 25 gram heroïne wettig en overtuigend bewezenverklaard kan worden. Op de zolderverdieping van de woning is op een tafel (7.15) een wit busje met bruin poeder erin aangetroffen. De inhoud van dit busje had een gewicht van 25,1 gram<footnote-ref linkend="_7bd35f3f-bc81-496a-8b63-ad6291e1ece9" /> en door het NFI is vastgesteld dat de inhoud heroïne bevatte.<footnote-ref linkend="_55c86123-6eef-485b-8f08-66d12060428e" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de aangetroffen hoeveelheid hasjiesj en hennep overweegt de rechtbank nog dat uit de hiervoor vermelde processen-verbaal van bevindingen met betrekking tot onderzoek aan de aangetroffen hasjiesj en hennep een totaalgewicht is vastgesteld van 1.468,5 gram, respectievelijk 3.697,8 gram.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Is sprake van medeplegen?</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de feiten 2 en 3 alleen heeft gepleegd en dat zijn echtgenote niet op de hoogte was van de aanwezigheid van drugs in hun woning. De medeverdachte, de echtgenote van verdachte, heeft bij de politie verklaard dat zij niet wist dat er drugs in de woning lagen. De rechtbank acht deze verklaringen van verdachte en zijn medeverdachte niet aannemelijk. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorafgaande aan de doorzoeking van de woning aan de [adres 2] in Roosendaal heeft de echtgenote van verdachte, de medeverdachte [naam] , tegenover de rechter-commissaris aangegeven dat er een groot geldbedrag in de woning lag maar dat zij niet precies wist hoeveel dit betrof maar dat dit vorig jaar ongeveer € 10.000,= bedroeg<footnote-ref linkend="_08a0eed8-64b6-4188-9d0b-5d6162387879" />. Aan haar werd gevraagd of er ruimtes in het huis waren waar ze nooit kwam of niet mocht komen. Hierop gaf zij aan dat ze overal mocht komen en ook overal kwam<footnote-ref linkend="_703d1ca6-53b8-401e-9ca7-2772cf8a7c88" />. Verder werd haar gevraagd of er wapens, drugs of grote sommen geld in de woning lagen. Zij gaf hierop aan dat de verbalisanten overal mochten gaan zoeken, want er lagen geen drugs in de woning. Na de komst van de rechter-commissaris is de zoeking geopend. Toen er door een zoeker vanaf de zolder naar beneden werd geroepen dat het “bingo” was, riep medeverdachte [naam] opeens dat zij nooit op zolder of in de schuur kwam. </para>
        <para>Tijdens de doorzoeking werden er hoeveelheden drugs aangetroffen in de trapkast in de gang, in de achter de woning gelegen schuur en op de zolder van de woning. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft verklaard dat hij samen met zijn vrouw in de woning aan de [adres 1] in Roosendaal heeft gewoond.<footnote-ref linkend="_fee45db7-194c-476b-912c-134c882eb275" />Medeverdachte [naam] heeft verklaard dat zij zich vooral bezig hield met het huishouden en de zorg voor de kinderen<footnote-ref linkend="_6090746e-6198-44a4-a191-0168df8d8ec1" />. Op de zolder van de woning stond een droger die af en toe gebruikt werd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de hiervoor vermelde feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat naast verdachte ook de medeverdachte gebruik maakte van de woning waar de verdovende middelen zijn aangetroffen. De rechtbank gaat er van uit dat gebruikers van een woning in het algemeen wetenschap hebben van de daar aanwezige goederen en dat deze goederen zich ook in hun machtssfeer bevinden. Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden waaruit voortvloeit dat dit anders is. De bewijsmiddelen bieden daarentegen concrete aanknopingspunten dat ook de medeverdachte daar wel van op de hoogte was. De drugs werden onder meer aangetroffen in de schuur die bij de woning behoorde. In die schuur stond onder meer ook een damesfiets met een kinderzitje en speelgoed<footnote-ref linkend="_5f65ac37-7920-4486-806d-624e6d135606" />. Op de zolderverdieping lagen de aangetroffen drugs in het zicht op en rondom een tafel. </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de verdovende middelen zich in de machtssfeer van zowel verdachte als de medeverdachte hebben bevonden en dat ook de medeverdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van de verdovende middelen, althans van de aanmerkelijke kans daarop. </para>
        <para>Gelet hierop kan naar het oordeel van de rechtbank ook het medeplegen wettig en overtuigend bewezen worden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>in  de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 mei 2017 te Roosendaal, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd,  (gebruikers)-hoeveelheden cocaïne en amfetamine en MDMA en GHB (4-hydroxybutaanzuur), zijnde cocaïne en amfetamine </para>
        <para>en MDMA en GHB (4-hydroxybutaanzuur), middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 31 mei 2017 te Roosendaal, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer</para>
      </parablock>
      <para>- 190 gram van een materiaal bevattende cocaïne en</para>
      <para>- 1,8 kilogram van een materiaal bevattende amfetamine en</para>
      <para>- 25 gram van een materiaal bevattende heroïne en</para>
      <para>- 17,7 gram van een materiaal bevattende GHB (4-hydroxybutaanzuur) en</para>
      <para>- 854 gram van een materiaal bevattende MDMA en</para>
      <para>- 375 papertrips  van een materiaal bevattende LSD (d-lysergzuurdiethylamide) (lysergide/LSD),</para>
      <para>zijnde cocaïne en amfetamine en heroïne en MDMA en LSD (lysergzuurdiethylamide)  middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 31 mei 2017 te Roosendaal, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer </para>
      </parablock>
      <para>- 1468 gram hasjiesj,  en</para>
      <para>- 3697 gram hennep, zijnde hasjiesj en hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 2 jaar.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte volledig de verantwoordelijkheid voor zijn daden heeft genomen en dat al het onder hem inbeslaggenomen geld is afgedragen aan justitie. Verder is aangevoerd dat een inhoudelijke behandeling van de zaak lang op zich heeft laten wachten. Verdachte heeft de zorg voor zijn gezin en zijn moeder. Verzocht is te volstaan met een deels voorwaardelijke gevangenisstraf waarvan de duur van het onvoorwaardelijke gedeelte gelijk is aan het voorarrest, met een proeftijd van 1 jaar. Subsidiair is verzocht hem een taakstraf op te leggen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het dealen van harddrugs gedurende een periode van 5 maanden. Daarnaast heeft verdachte een grote hoeveelheid soft- en harddrugs in zijn woning aanwezig gehad. </para>
        <para>Door de handel in drugs is verdachte mede verantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik van verdovende middelen veroorzaakt. Daarbij is van belang dat die stoffen sterk verslavend werken en schadelijk zijn voor de gezondheid. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat verslaafden in de regel vermogensdelicten plegen om in hun gebruik te kunnen voorzien. Verdachte heeft zich om al deze gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld uit winstbejag. Dat verdachte een aanzienlijke winst heeft behaald, blijkt wel uit de grote hoeveelheid geld die in de woning is aangetroffen.</para>
        <para>Bijzonder kwalijk acht de rechtbank ook de aanwezigheid van de grote hoeveelheid drugs in de woning, een omgeving waar ook zijn kinderen verbleven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf voldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van verdachte. Hierbij heeft de rechtbank rekening gehouden met straffen die landelijk voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Verder heeft de rechtbank bij de beoordeling van de hoogte van de op te leggen straf de justitiële documentatie van verdachte betrokken. Hieruit blijkt dat verdachte al eerder is veroordeeld vanwege een Opiumwetdelict. </para>
        <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om de duur van de gevangenisstraf te matigen vanwege een overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank constateert dat die termijn is overschreden met ongeveer 5 maanden, echter de rechtbank laat het bij die enkele constatering.</para>
        <para>De rechtbank ziet verder geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> 	opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:	</emphasis>medeplegen van: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3:</emphasis> 	medeplegen van: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 2 jaar</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Van Kralingen, voorzitter, mr. Van der Linden en mr. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van Van den Goorbergh, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 1 november 2019.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_e9d89157-5be5-49c2-8418-0c539b75ec37" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZB2R017033 van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 554.</para>
    <para> De verklaring van verdachte ter zitting van 18 oktober 2019.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_54caa13f-b94e-4952-b2d8-07d39a228e7b" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 69 en 75-80.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f0630f11-2ba8-4db3-831e-25850ba6f001" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 189-191.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_39840ff2-c2b2-4419-aae5-1fc67908e9fc" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 246-247.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_66f33ff7-a749-4db3-b4f1-3166c67617f6" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , pagina’s 305-306.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e64bfe1b-b3a9-42a6-9a0d-bd6577322d5d" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , pagina’s 361-363.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1b4cb606-26a6-4bec-b559-e2b5c14a8eb0" label="7">
    <para> De verklaring van verdachte ter zitting van 18 oktober 2019.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2100e0cc-76cf-4253-8499-4fe4fdbc9408" label="8">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 69 en 75-80.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2314930b-f176-4294-8c2c-ec23c6445017" label="9">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 84.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_18e6476d-f76e-4b60-802e-434c47b152a9" label="10">
    <para> Het deskundigenrapport van het NFI van 11 augustus 2019. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8bcb33ed-37ec-4cc1-91b5-58daf27c35ad" label="11">
    <para> De processen-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina’s 383-384, 396-397 en 406-407.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8e88aa39-152e-4065-af70-1b27c7a0959a" label="12">
    <para> De processen-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina’s 385-386, 388, 394 en 406-407.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7bd35f3f-bc81-496a-8b63-ad6291e1ece9" label="13">
    <para> Het proces-verbaal bemonstering harddrugs, pagina 408.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_55c86123-6eef-485b-8f08-66d12060428e" label="14">
    <para> Het deskundigenrapport van het NFI van 11 augustus 2019.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_08a0eed8-64b6-4188-9d0b-5d6162387879" label="15">
    <para> Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina 69.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_703d1ca6-53b8-401e-9ca7-2772cf8a7c88" label="16">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 296.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fee45db7-194c-476b-912c-134c882eb275" label="17">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 143.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6090746e-6198-44a4-a191-0168df8d8ec1" label="18">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [naam] , pagina 167.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5f65ac37-7920-4486-806d-624e6d135606" label="19">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 74.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>