<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2019:4590</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-22T09:22:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-82100-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:4590">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:4590</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-22T09:21:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2019:4590 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-10-2019 / 02-82100-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2019:4590:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vrijspraak</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2019:4590:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/821100-16 en 02/213107-14 (tul)  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 17 oktober 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] </para>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>raadsman mr. A.H.J. Bals, advocaat te Kloetinge</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <parablock>
      <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 oktober 2019, waarbij de officier van justitie, mr. Snoeks, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
      <para>Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>Verdachte staat terecht, ter zake dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair:</emphasis> hij op of omstreeks 25 september 2016 te Bergen op Zoom ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] van het leven te beroven, (vanaf een driewielige motor) met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen in de richting van een personenauto (waarin [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] zich bevonden) heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair:</emphasis> hij op of omstreeks 25 september 2016 te Bergen op Zoom [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend als bestuurder van een driewielige motor met hoge snelheid achter de personenauto (waarin [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] zich bevonden) gereden en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen in de richting van die personenauto (waarin [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] zich bevonden) geschoten.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>Naar de mening van de officier van justitie staat vast dat er is geschoten maar valt onvoldoende te bewijzen dat dit door verdachte is gedaan. Betrokkenen verklaren wisselend en zowel onderling als innerlijk tegenstrijdig. Geen van de betrokkenen kan of wil de identiteit van de vierde persoon bekend maken. [naam 2] en [naam 3] willen ook geen aangifte doen en zijn niet langer bereikbaar voor de politie. Dat maakt naar de mening van de officier van justitie hun verklaringen er niet betrouwbaarder op. Daarnaast is er geen technisch bewijs op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat verdachte op de plaats delict was. De officier van justitie heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het primair en het subsidiair tenlastegelegde.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de verklaringen in het dossier die afkomstig zijn van direct betrokkenen niet consistent, niet volledig en daarmee niet betrouwbaar zijn. De betrokkenen aan de zijde van aangever willen geen medewerking verlenen aan het vaststellen van hun identiteit, zwijgen over de vierde persoon en verklaren wisselend over het al dan niet zien van een wapen bij verdachte. Daarnaast past de herkenning van verdachte op een driewielige motor zonder helm niet in de camerabeelden.</para>
        <para>Verdachte is zelf ook niet direct openhartig en draait tot op de zitting om de feiten heen, echter hij zat destijds niet in de beste periode van zijn leven.</para>
        <para>Er moet daarom worden gekeken naar wat onomstotelijk vast staat, het objectieve bewijs, te weten de camerabeelden, de processen-verbaal van bevindingen, het forensisch onderzoek en de verklaring van de niet betrokken getuige [naam 4] . Gelet op de inhoud van die bewijsmiddelen is er naar de mening van de raadsman onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. De raadsman heeft verzocht verdachte integraal vrij te spreken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat weliswaar vast staat dat er op betrokkenen is geschoten maar dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring te komen van zowel het primair als het subsidiair aan verdachte tenlastegelegde. De rechtbank zal verdachte vrijspreken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De overwegingen omtrent het beslag</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De onttrekking aan het verkeer</emphasis>
        </para>
        <para>Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, omdat het voorwerp is achtergebleven op de openbare weg nadat door een nog onbekende een strafbaar feit is gepleegd namelijk het schieten op betrokkenen.</para>
        <para>Verder is het voorwerp van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en/of het algemeen belang.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De vordering tot tenuitvoerlegging</title>
    <para>Nu verdachte wordt vrijgesproken, dient de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken, die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter te Breda d.d. 18 december 2014, te worden afgewezen.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para>De opgelegde maatregel berust op artikel 36b en 36d van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit;</para>
    <para />
    <para>- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen voorwerp, te weten: S&amp;B Luger huls;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vordering tenuitvoerlegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Van Kralingen, voorzitter, mr. Kooijman en mr. Dekker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van de Vrede, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 17 oktober 2019.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>