<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2019:4082</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-19T11:51:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/362139 HA RK 19-197 en 02/362147 HA RK 19-199</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:4082">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:4082</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-19T11:35:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2019:4082 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-09-2019 / 02/362139 HA RK 19-197 en 02/362147 HA RK 19-199</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2019:4082:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wraking</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2019:4082:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers 02/362139 HA RK 19-197 en 02/362147 HA RK 19-199</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beslissing van 19 september 2019 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier van de hierna te noemen zaken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het wrakingsverzoek van verzoeker ontvangen op 20 augustus 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de brief van de griffier van 21 augustus 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de reactie van verzoeker op voornoemde brief ontvangen op 26 augustus 2019, met aanvullende stukken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de op 28 augustus 2019 ontvangen reactie van mr. Boxem.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzoek strekt tot wraking van mr. Boxem, hierna te noemen de rechter, die belast is met de gevoegde behandeling van de zaken met nummers BRE 17/7317 en </para>
        <para>BRE 17/7318 welke zien op de aanslag inkomstenbelasting 2015. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechter berust niet in het verzoek tot wraking.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 8:15 Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Daarbij moet voorop worden gesteld, dat bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter als uitgangspunt dient, dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat een rechter ten aanzien van een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Het verzoek moet op grond van artikel 8:16 lid 1 Awb worden gedaan, zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoeker heeft op 20 augustus 2019 een wrakingsverzoek ingediend. Daarbij heeft hij vermeld dat zijn wrakingsverzoek betrekking heeft op de brief van de rechtbank van </para>
        <para>17 augustus 2019 omdat in deze brief is vermeld dat voor de behandeling van zijn zaken op 17 oktober 2019 slechts 25 minuten zijn uitgetrokken. Verzoeker is van mening dat de zaken dermate complex zijn dat zij niet binnen het tijdsbestek van 25 minuten kunnen worden behandeld. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend omdat hij het niet eens is met de gereserveerde behandeltijd van zijn zaken. Blijkens het procesreglement bestuursrecht is het verzenden van de uitnodiging/oproep voor de mondelinge behandeling, inclusief het vermelden van de behandeltijd, een beslissing die wordt genomen door de griffier, die zich daarbij baseert op gebruikelijke behandeltijden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Artikel 2.14 lid 1 van het procesreglement bestuursrecht vermeldt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“In de uitnodiging of oproeping vermeldt de griffier of de zaak door een enkelvoudige of een meervoudige kamer wordt behandeld en zo mogelijk de geplande behandeltijd. Tevens vermeldt de griffier hierin de naam, onderscheidenlijk namen van de rechter(s) of de vindplaats waar dit is gepubliceerd.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien het voorgaande ligt er aldus geen rechterlijke beslissing ten grondslag aan de vermelding van de geplande behandeltijd in de uitnodigingsbrief. Daarbij merkt de wrakingskamer op dat het de rechter vrij staat om af te wijken van de geplande behandeltijd, als hij dat nodig of wenselijk vindt. Hierdoor is het dan ook niet mogelijk dat deze vermelding aan de behandelend rechter wordt toegeschreven. Gelet daarop zal dit ertoe leiden dat verzoeker niet in zijn verzoek kan worden ontvangen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omdat sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9,1, gelezen in samenhang met paragraaf 4.3 van het wrakings- en verschoningsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakings- en verschoningsprotocol).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 19 september 2019 door mrs. Peters, Stassen en </para>
      <para> Tempel, in tegenwoordigheid van mr. Rockx, griffier, en in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>