<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2019:3811</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-26T14:28:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-038046-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:3811">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:3811</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-26T14:28:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2019:3811 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-08-2019 / 02-038046-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2019:3811:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak voor mishandeling. Veroordeling voor openlijke geweldpleging. Verdachte heeft aangifte gedaan van een zedenfeit tegen het slachtoffer. Lopende het onderzoek heeft zij, tezamen met anderen, aangever opgewacht, geduwd, en meermalen geslagen en geschopt. Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 90 uur en vergoeding van de immateriële schade van het slachtoffer, begroot op €300.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2019:3811:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/038046-17  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 26 augustus 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [Geboortedag] 1993 te [Geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [Adres] </para>
      <para>raadsvrouw mr. A. Greve-Kortrijk, advocaat te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 12 augustus 2019, waarbij de officier van justitie, mr. Van Aalst, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>Verdachte staat terecht, ter zake dat: </para>
    <para />
    <para>1<?linebreak?>zij op of omstreeks 6 september 2016 te Breda [Slachtoffer] heeft mishandeld door hem in het gezicht, althans tegen het hoofd, te slaan en/of te stompen;<?linebreak?></para>
    <para>2<?linebreak?>zij op of omstreeks 3 december 2016 te Breda, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Weerijssingel, in elk geval op of aan de openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [Slachtoffer] , welk geweld bestond uit:<?linebreak?>- het duwen van die [Slachtoffer] , ten gevolge waarvan die [Slachtoffer] op de grond is gevallen en/of<?linebreak?>- het vastthouden van deze [Slachtoffer] en/of<?linebreak?>- (vervolgens) het meerdere malen, althans eenmaal, slaan en/of stompen en/of schoppen tegen het lichaam van die [Slachtoffer] , ook terwijl die [Slachtoffer] op de grond lag.<?linebreak?></para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen. Voor wat betreft de mishandeling van [Slachtoffer] (hierna ook: aangever) op 6 september 2016 baseert de officier van justitie zich op de aangifte van [Slachtoffer] , die wordt ondersteund door de getuigenverklaringen van [Naam 1] , de buurvrouw van aangever, en [Naam 2] , de moeder van aangever. De officier van justitie acht deze verklaringen betrouwbaarder dan de verklaringen van verdachte, haar vader en (medeverdachte) [Medeverdachte] dat er niet geslagen is. Verdachte en [Medeverdachte] hebben bij de politie eerst ook hun betrokkenheid bij de openlijke geweldpleging van 3 december 2016 ontkend en pas bij confrontatie met andere bewijsmiddelen en verklaringen bekend. Daarnaast heeft de vader van verdachte verklaard dat ze naar aangever toegingen om hem te grazen te nemen en dat verdachte hem op zijn bek wilde slaan. De buurvrouw van aangever heeft ook geen belang bij het afleggen van een leugenachtige verklaring. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De bewezenverklaring van de openlijke geweldpleging op 3 december 2016 baseert de officier van justitie op de aangifte van [Slachtoffer] , de geneeskundige verklaring en de getuigenverklaring van [Naam 3] . Daarbij volgt uit de getuigenverklaring dat er naast verdachte en medeverdachte [Medeverdachte] nog meerdere mensen betrokken waren. Uit de verklaringen van verdachte en medeverdachte [Medeverdachte] volgt dat zij de anderen er buiten willen houden en ook hun eigen aandeel zo klein mogelijk willen maken. Het van de fiets duwen, vastpakken en het meermalen slaan, kunnen wettig en overtuigend bewezen worden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van feit 1, de mishandeling, en wijst daarbij op het volgende. De verklaringen van aangever, zijn moeder en de buurvrouw komen niet met elkaar overeen. Daarnaast heeft de politie die ter plaatse is gekomen geen letsel waargenomen. Verdachte heeft verklaard dat zij aangever heeft vastgepakt, maar niet geslagen. Op basis van de bewijsmiddelen kan niet worden vastgesteld of er daadwerkelijk is geslagen. Verdachte dient van dit feit te worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Feit 2, de openlijke geweldpleging, kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard op basis van de aangifte van [Slachtoffer] en de verklaringen van verdachte en medeverdachte [Medeverdachte] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>Niet ter discussie staat dat verdachte op 6 september 2016 met haar vader en [Medeverdachte] aan de deur is geweest bij aangever en daarbij aangever heeft vastgegrepen bij zijn kleding. Dat laatste heeft verdachte op zitting bekend. Het slaan op die dag blijft zij echter ontkennen en daarin vindt zij in het dossier haar vader en [Medeverdachte] aan haar zijde. Daartegenover staan drie belastende verklaringen over het slaan, maar de rechtbank constateert dat die op onderdelen van elkaar verschillen. Bovendien zijn blijkens de aangifte verbalisanten ter plaatse geweest, die een en ander zouden vastleggen, maar een mutatie of een proces-verbaal van bevindingen daarover heeft de rechtbank niet aangetroffen. Niet is dus gebleken dat de betreffende verbalisanten die dag letsel hebben waargenomen bij aangever. De rechtbank ziet thans geen noodzaak het onderzoek ter zitting te heropenen om alsnog die mutatie of een proces-verbaal van bevindingen aan het dossier te laten toevoegen, mede gelet op de lange tijd die sinds het incident inmiddels is verstreken. Gelet op het voorgaande kan naar het oordeel van de rechtbank feit 1 wel wettig, maar niet overtuigend bewezen worden en daarom zal verdachte daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft ter zitting bekend aangever op 3 december 2019 op de Weerijssingel in Breda te hebben geslagen, terwijl [Medeverdachte] daar bij aanwezig was. Hoe zij heeft geslagen, kan zij zich niet herinneren en ook niet dat [Medeverdachte] aangever eerst van zijn fiets heeft geduwd. Maar als ze dat laatste bij de politie heeft verklaard, zoals haar is voorgehouden op de zitting, dan is dat zo geweest.<footnote-ref linkend="_1f71af8e-5075-4c16-a1c1-7b7a45a0448f" /> Volgens aangever is hij daarna door beiden geslagen en geschopt en hebben ook nog twee mannen achter aangever hem geslagen.<footnote-ref linkend="_1ef9688e-2908-4e39-929c-1ed5ecc42428" /> Getuige [Naam 3] zag die dag vier personen boven één persoon hangen die op de grond lag. Ze waren de persoon op de grond aan het trappen.<footnote-ref linkend="_a48c7976-5b27-48fd-8832-7b980e453a6a" /> Gelet op het voorgaande kan feit 2 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna onder 4.4 weergegeven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat aangever aan het openlijk geweld letsel heeft overhouden, blijkt uit de medische verklaring van 15 december 2016. Op 6 december 2016 zijn bij aangever blauwe plekken waargenomen op de rug, arm en zij, met een geschatte genezingsduur van twee weken.<footnote-ref linkend="_1c1605f1-fa02-4806-acf4-a448c47fc1e6" /> Dit is van belang voor de juridische kwalificatie van het feit in de beslissing onder 9.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para> op 3 december 2016 te Breda, met anderen, op of aan de openbare weg, Weerijssingel,  openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [Slachtoffer] , welk geweld bestond uit:<?linebreak?>- het duwen van die [Slachtoffer] , ten gevolge waarvan die [Slachtoffer] op de grond is gevallen en<?linebreak?>- het vasthouden van deze [Slachtoffer] en<?linebreak?>- vervolgens het meerdere malen slaan en schoppen tegen het lichaam van die [Slachtoffer] , ook terwijl die [Slachtoffer] op de grond lag.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 90 uur, met aftrek van voorarrest. De richtlijnen van het Openbaar Ministerie schrijven bij openlijke geweldpleging zonder letsel een taakstraf van 150 uur voor en bij licht letsel een gevangenisstraf van drie maanden Bij de bepaling van de strafeis heeft de officier van justitie in het voordeel van verdachte rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn en de onherroepelijke veroordeling van een medeverdachte van aangever [Slachtoffer] in een zedenzaak met verdachte als slachtoffer. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft verzocht artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, schuldigverklaring zonder oplegging van een straf, toe te passen. Daarbij heeft de verdediging gewezen op het zedenfeit dat verdachte is overkomen, het uitblijven van communicatie door de zedenpolitie, de ontkennende houding van de twee daders in de zedenzaak en het tijdsverloop in deze zaak. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft op 3 december 2016 met onder andere mededader [Medeverdachte] , inmiddels haar echtgenoot, het recht in eigen handen genomen door aangever van zijn fiets te duwen en vervolgens meermalen te slaan en te schoppen. Dat is een geplande bestraffing geweest, waarbij verdachte en haar mededaders met twee auto’s richting het werk van aangever zijn gegaan en hem hebben opgewacht om hem te straffen. Zij vonden dat de politie te weinig deed aan het onderzoek naar een aangifte door verdachte van een zedenfeit gepleegd op</para>
        <para>28 augustus 2016. Daarin had verdachte aangever en een vriend van hem als daders aangewezen en die liepen al die tijd nog vrij rond. Bovendien was aangever eerder door haar aangesproken bij hem thuis op 6 september 2016 en toen had hij tegenover haar en in aanwezigheid van mededader [Medeverdachte] ontkend dat er iets strafbaars was gebeurd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Eigenrichting kan niet geaccepteerd worden in de rechtstaat die Nederland is. In ons land is democratisch afgesproken dat de vervolging en afdoening van strafbare feiten plaatsvinden volgens de regels van met name het wetboek van Strafrecht en van Strafvordering. Bovendien dient het te gebeuren door de professionals van met name het Openbaar Ministerie en de onafhankelijke strafrechters. Daarmee wordt voorkomen dat chaos, willekeur en het recht van de sterkste gaan gelden. Overigens constateert de rechtbank dat er in Nederland vele strafbare feiten plaatsvinden, de een nog heftiger dan de ander, en dat slechts zeer zelden slachtoffers of hun naasten het recht in eigen hand nemen. Ondanks de vaker voorkomende lange wachttijd voordat een strafzaak wordt opgepakt en is afgedaan en ondanks dat de uitkomst ervan niet altijd naar tevredenheid is van een of meer benadeelden. Dat moet ook zo blijven. Daarom zou de door de verdediging verzochte schuldigverklaring zonder oplegging van straf een ongepaste reactie zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank vindt de vordering van de officier van justitie wel passend en is van oordeel dat daarin al voldoende rekening is gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het tijdsverloop van deze zaak. Weliswaar spreekt de rechtbank verdachte vrij van feit 1, maar dat is geen aanleiding om verdachte een lagere straf op te leggen dan gevorderd. Het is voor de rechtbank namelijk duidelijk dat de eigenrichting niet had plaatsgevonden als verdachte die niet had gewild. Daarom zal verdachte dezelfde taakstraf van 90 uur worden opgelegd als haar mededader [Medeverdachte] , die bij vonnis van gelijke datum onder parketnummer 02/038068-17 ook is veroordeeld voor dit feit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partij</title>
    <para>De benadeelde partij [Slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 450,-- voor feit 2. Het gevorderde bedrag ziet op vergoeding in verband met lichamelijk letsel: blauwe plekken en schaafwonden en psychisch letsel: angstklachten. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van het letsel en de bedragen die in een soortgelijke zaken zijn opgelegd, de schade tot een bedrag van € 300,-- een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte en haar medeverdachte [Medeverdachte] aansprakelijk voor die schade. De rechtbank stelt de schade van de benadeelde partij vast op dit bedrag en zal het overige deel afwijzen en bepalen dat verdachte en medeverdachte [Medeverdachte] hoofdelijk veroordeeld worden om tot betaling hiervan over te gaan. Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het onder 1 tenlastegelegde feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para>openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;</para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf van 90 uren</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende  hechtenis</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">45 dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf naar rato van 2 uur per dag;</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [Slachtoffer] van € 300,--, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 3 december 2016 tot aan de dag der algehele voldoening ter zake van immateriële schade;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para>- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;</para>
    <para>- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [Slachtoffer] (feit 2), € 300,--, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 3 december 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, te betalen, bij niet betaling te vervangen door 6 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;</para>
    <para>- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;</para>
    <para>- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. De Brouwer, voorzitter, mr. Goossens en mr. Speekenbrink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Smits, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 26 augustus 2019.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_1f71af8e-5075-4c16-a1c1-7b7a45a0448f" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer 2017047433 van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 126.</para>
    <para> Verklaring verdachte ter zitting van 12 augustus 2019.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1ef9688e-2908-4e39-929c-1ed5ecc42428" label="2">
    <para> Proces-verbaal aangifte, pagina’s 85 en 86.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a48c7976-5b27-48fd-8832-7b980e453a6a" label="3">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [Naam 3] , pagina 95.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1c1605f1-fa02-4806-acf4-a448c47fc1e6" label="4">
    <para> Geneeskundige verklaring, pagina 93.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>