<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2019:3201</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-16T14:03:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-265144-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:3201">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:3201</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-16T14:02:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2019:3201 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 16-07-2019 / 02-265144-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2019:3201:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>mishandeling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2019:3201:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/265144-18  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 16 juli 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag 1] 1967 te [geboorteplaats] </para>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>raadsman mr. G.J. Woodrow, advocaat te Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 juli 2019, waarbij de officier van justitie, mr. Verhoeven, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>Verdachte staat terecht, ter zake dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 5 december 2018 te Tilburg, ter uitvoering van het door verdachte </para>
      <para>voorgenomen misdrijf om [naam 1] (geboren [geboortedag 2] 1955) opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een mes, althans een scherp </para>
      <para>voorwerp in de buik van die [naam 1] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat  voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.  </para>
      <para>hij op of omstreeks 5 december 2018 te Tilburg [naam 1] (geboren [geboortedag 2] 1955) heeft mishandeld door die [naam 1] tegen het hoofd, althans het lichaam te slaan/stompen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij op of omstreeks 5 december 2018 te Tilburg [naam 2] heeft mishandeld door die [naam 2] tegen het hoofd te slaan/stompen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie is van mening dat op basis van het dossier niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte degene is geweest die [naam 1] (geboren op [geboortedag 2] 1955) (hierna: [naam 1] ) met een mes heeft gestoken. De officier van justitie verzoekt verdachte vrij te spreken van feit 1.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie acht de feiten 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op de aangifte van [naam 2] (hierna: [naam 2] ), het proces-verbaal van bevindingen waaruit blijkt dat verdachte twee keer een slaande beweging maakt en de bekennende verklaring van verdachte. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is met de officier van justitie van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van feit 1 gelet op het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij het steekincident.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank voor de bewezenverklaring van feiten 2 en 3 gelet op de bekennende verklaring van verdachte. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op de steekwond in zijn buik en in zijn linkerflank staat niet ter discussie dat [naam 1] op 5 december 2018 tijdens een vechtpartij in Tilburg is gestoken met een mes, althans een scherp voorwerp. Verdachte was bij die vechtpartij betrokken. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank echter van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte degene is geweest die [naam 1] heeft gestoken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [naam 1] noch enige andere gehoorde persoon in het dossier heeft verdachte met een mes of ander scherp voorwerp gezien, laat staan daarmee zien steken. De camerabeelden met volgens de politie stekende bewegingen van verdachte richting de buik van [naam 1] laten ook geen mes zien in de betreffende rechterhand van verdachte. Volgens verdachte zijn die bewegingen vuistslagen en heeft hij op geen enkel moment een mes gehad. Bovendien maakt verdachte voornoemde gefilmde bewegingen buiten voor het huis van [naam 2] , zwager van [naam 1] , en benadert hij [naam 1] dan van voren. [naam 1] heeft echter niet gezien wie hem stak en weet zeker dat dat in de gang van het huis is gebeurd. Voornoemde camerabeelden dragen dan ook niet bij aan het bewijs tegen verdachte. Nu enig bewijsmiddel dat verdachte heeft gestoken ontbreekt, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van feit 1.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feiten 2 en 3</emphasis>
        </para>
        <para>Aangezien verdachte ten aanzien van de feiten 2 en 3 een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:</para>
      </parablock>
      <para>- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 2 juli 2019; <footnote-ref linkend="_96e3c7b3-72ad-4c0f-bbaf-085d589d088c" /></para>
      <para>- de aangifte van [naam 2] ; <footnote-ref linkend="_f729fffc-7bea-493f-9a2c-90fe9e488b94" /></para>
      <para>- de getuigenverklaring van [naam 2] . <footnote-ref linkend="_b50369e8-9124-42cc-8f8e-60fcb52f83ff" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>op 5 december 2018 te Tilburg [naam 1] (geboren [geboortedag 2] 1955) heeft mishandeld door die [naam 1] tegen het hoofd te slaan; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.</para>
        <para>op 5 december 2018 te Tilburg [naam 2] heeft mishandeld door die [naam 2] tegen het hoofd te slaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van één maand met aftrek.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzoekt bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met bij het plegen van de feiten sprake is geweest van eigen schuld ex artikel 6:101 BW. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 5 december 2018 in de middag is een broer van verdachte aangesproken door zijn buurvrouw, echtgenote van [naam 2] , omdat die broer zijn auto had geparkeerd voor het huis van zijn buren. Daarbij zou over en weer gescholden zijn. De vrouw met wie verdachte al heel lang samenwoont, was boos omdat er gescholden zou zijn met “kanker” en zij haar halve familie daaraan verloren is. Zij is rond 21.00 uur die avond met een bezem naar de woning van [naam 2] gelopen om daar de camera’s van de gevel te slaan. Het slaan met de bezem werd echter binnen bij [naam 2] gezien, waarop [naam 2] en zijn zwager [naam 1] naar buiten zijn gegaan. Over wat daarna is gebeurd tussen hen en de vrouw van verdachte lopen de lezingen uiteen, maar verdachte heeft vervolgens zowel [naam 2] als [naam 1] éénmaal met kracht met een vuist tegen het gezicht geslagen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank constateert dat verdachte zijn vrouw heeft vergezeld, terwijl zij bezig was met haar poging de camera’s aan de woning van [naam 2] te vernielen. Gesteld noch gebleken is dat verdachte haar daarvan heeft trachten te weerhouden. Integendeel, hij heeft er een schepje bovenop gedaan door zijn agressie op [naam 2] en [naam 1] zelf te richten. Ook als er sprake is van al langer durende ergernissen, zoals de vrouw van verdachte verklaart, is het gebruik van geweld tegen goederen, laat staan tegen mensen, niet de manier om frustratie af te reageren. Verdachte is bovendien al eerder met politie en justitie in aanraking geweest en in het verleden ook veroordeeld voor een geweldsdelict en zou dus beter moeten weten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat geldt ook voor de grote vechtpartij later die avond na 23.00 uur. Weliswaar zal verdachte voor het tenlastegelegde steken van [naam 1] worden vrijgesproken, maar vast staat dat hij ook toen geweld heeft gebruikt. Voor de rechtbank is duidelijk dat deze grote vechtpartij niet zou hebben plaatsgevonden als iedereen van de zijde van verdachte zich had beperkt tot het binnenshuis vieren van sinterklaasavond. Dat geldt niet alleen voor degene die als eerste de confrontatie met [naam 2] heeft gezocht. Die is naar de woning van [naam 2] gegaan en heeft daar vervolgens meermalen met kracht tegen de gesloten voordeur getrapt en meermalen met kracht geprobeerd de voorruit van de woonkamer in te slaan. Wanneer dit zinloze geweld eindelijk stopt, mede door ingrijpen van andere familieleden, blijven ook die andere familieleden en aanhang, waaronder verdachte, onnodig bij de woning van [naam 2] hangen in plaats van terug te keren naar de woning waar zij vandaan kwamen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat [naam 1] dan met een zwengel in de hand naar buiten komt, vindt de rechtbank begrijpelijk. Via de nog functionerende camera heeft hij immers meerdere personen van de zijde van verdachte kunnen zien, waarvan er een als een dolle tekeer gaat tegen de deur en het woonkamerraam van de woning van zijn zwager. Bovendien is tijdens het bezemincident eerder die avond na geweld tegen goederen ook geweld tegen hem en [naam 2] gebruikt. Ook het feit dat [naam 1] met die zwengel naar buiten komt, leidt er niet toe dat verdachte en de zijnen weg gaan. Als [naam 1] vervolgens een slaande beweging maakt met de zwengel, is dat voor hen als het ware een excuus om hun al langer bestaande frustratie over de familie [naam 1] de vrije loop te laten met een grote vechtpartij als gevolg.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende, is de rechtbank van oordeel dat voor de twee bewezenverklaarde  (vuist)slagen door verdachte tijdens het bezemincident een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken passend en geboden is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partij</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [naam 1] (geboren op [geboortedag 2] 1955)</emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij [naam 1] vordert een schadevergoeding van € 6.730,-, waarvan € 1.450,- voor materiële schade en € 5.280,0 voor immateriële schade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het strafbaar feit dat de grondslag voor de vordering vormt, is blijkens de schriftelijke vordering van 26 juni 2019 een vecht- en steekpartij. De vecht- en steekpartij is het incident waarvan het aan verdachte ten laste gelegde feit 1 deel zou hebben uitgemaakt. Verdachte is van dat feit echter vrijgesproken. Daarom zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het betoog ter zitting van de gemachtigde dat de schade ook zou zijn ontstaan als gevolg van feit 2 volgt de rechtbank niet. Dit feit vond eerder op de avond plaats en was toen geen onderdeel van een “vecht- en steekpartij”. De benadeelde partij zelf heeft er ook geen aangifte van gedaan, noch er anderszins over verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [naam 2]
        </emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij [naam 2] vordert een schadevergoeding van € 350,- voor feit 3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 350,- een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde acht zij tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De overige benadeelde </emphasis>partijen</para>
      <para>De benadeelde partijen [naam 3] (geboren [geboortedag 3] 1983), [naam 4] en [naam 5] vorderen ieder ook een schadevergoeding. Hun vorderingen zijn in het onderhavige dossier terechtgekomen, doordat vanuit het Openbaar Ministerie ook het parketnummer van verdachte is ingevuld op hun individuele schadevergoedingsverzoek. Verdachte is echter niet gedagvaard en dus ook niet veroordeeld voor enig feit dat op een van hen betrekking heeft. De rechtbank zal hen daarom niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 36f, 57, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het onder 1 tenlastegelegde feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> mishandeling</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3:</emphasis> mishandeling</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van twee weken</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partijen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 2] van € 350,-, ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening ;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij [naam 2] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para>- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam 2] , € 350,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door vijf dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [naam 2] vervalt en omgekeerd;</para>
    <para />
    <para>- verklaart de benadeelde partijen [naam 1] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. De Brouwer, voorzitter, mr. Feraaune en mr. Gillesse, rechters, in tegenwoordigheid van Van Dijke, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 juli 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. De Brouwer, mr. Gillesse en Van Dijke zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_96e3c7b3-72ad-4c0f-bbaf-085d589d088c" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer 2018286886 van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 363.</para>
    <para> De verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 2 juli 2019.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f729fffc-7bea-493f-9a2c-90fe9e488b94" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte [naam 2] , opgenomen op pagina 43 e.v.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b50369e8-9124-42cc-8f8e-60fcb52f83ff" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 2] , opgenomen op pagina 46 e.v.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>