<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2019:2920</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-02T10:30:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">c/02/359646/ HA RK 19-140</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:2920">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:2920</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-02T10:23:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2019:2920 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-07-2019 / c/02/359646/ HA RK 19-140</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2019:2920:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>wraking</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2019:2920:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 359646 HA RK 19-140</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beslissing van 1 juli 2019 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier van de hierna te noemen zaak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de zitting in deze zaak gehouden op 14 juni 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van de zitting van 14 juni 2019 waar het wrakingsverzoek is gedaan;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de brief van verzoeker van 19 juni 2019 .</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek strekt tot wraking van [naam rechter] als behandelend rechter in de zaak met nummer C/02/358062 / JE RK 189-768 ( [namen] ).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De ontvankelijkheid van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 14 juni 2019 heeft een zitting plaatsgevonden in de zaken met de nummers C/02/327840/ FA RK 17-1200 (verzoek tot wijziging van het hoofdverblijf en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken) en C/02/358062 / JE RK 189-768 (ondertoezichtstelling). In deze procedure heeft [naam rechter] op de zitting een mondelinge uitspraak gedaan op het verzoek ondertoezichtstelling. Vast staat dat nadat de mondelinge uitspraak door de rechter is gedaan, verzoeker heeft gezegd: “Ik wraak u”. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat verzoeker daarna onmiddellijk de zittingzaal heeft verlaten, heeft de wrakingskamer hem gevraagd de gronden van zijn wrakingsverzoek te verduidelijken. Bij brief van </para>
      <para>19 juni 2019 heeft verzoeker aangegeven dat hij wil dat de twee toegekende uitbreidingen worden ingetrokken. Verder wil verzoeker een betere vraagstelling aan de Raad voor de Kinderbescherming en wil hij niet steeds met een andere kinderrechter geconfronteerd worden.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer stelt na bestudering van het dossier vast dat verzoeker met de twee toegekende uitbreidingen doelt op de beslissing die op 21 juni 2018 door een andere rechter dan de nu gewraakte rechter is gegeven. Datzelfde geldt voor de vraagstelling aan de Raad voor de Kinderbescherming: ook die vraagstelling is reeds op 21 juni 2018 door een andere rechter vastgesteld. Dat zijn dus geen wrakingsgronden die zich tot [naam rechter] richten. De wens van verzoeker niet steeds met een andere kinderrechter geconfronteerd te worden, kan evenmin worden gezien als een wrakingsgrond tegen [naam rechter] . Gelet hierop kan verzoeker niet in zijn verzoek worden ontvangen. Wraking van een rechter is op grond van de wet immers alleen mogelijk als en zolang een zaak wordt behandeld door die rechter. De bezwaren van verzoeker richten zich op een andere rechter, die daarbij ook al een jaar geleden heeft beslist. Omdat sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, wat mogelijk is op grond van paragraaf 9.1, gelezen in samenhang met paragraaf 4.3 van het wrakings- en verschoningsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakings- en verschoningsprotocol).  </para>
      <para>Niet-ontvankelijkverklaring betekent dat de wrakingskamer niet inhoudelijk ingaat op het wrakingsverzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 1 juli 2019 door mrs.  Peters, Breeman en</para>
      <para>Tempel, in tegenwoordigheid van mr. Rockx, griffier, en in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>