<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2019:2772</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-24T19:53:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-06-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-043466-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NbSr 2019/213</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:2772">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:2772</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-21T10:40:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2019:2772 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-06-2019 / 02-043466-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2019:2772:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak van het voorhanden hebben van vuurwapens, ondanks het aantreffen van DNA op een patroonhouder van één van de vuurwapens. Uit de aanwezige bewijsmiddelen kan niet worden afgeleid dat verdachte op de ten laste gelegde datum bewustheid had van de aanwezigheid van de vuurwapens in de auto waarin hij en medeverdachten zaten.”</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2019:2772:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02-043466-19  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 20 juni 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren te Amsterdam op [geboortedatum]</para>
      <para>wonende te [adres 1]</para>
      <para>raadsvrouw mr. W.P.A. Vos, advocaat te Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 juni 2019, waarbij de officier van justitie, mr. Tax, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>Verdachte staat terecht, ter zake dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op of omstreeks 21 februari 2019 te Bergen op Zoom tezamen en</para>
      <para>in vereniging met een ander of anderen, althans alleen</para>
      <para>een wapen van categorie II, te weten een vuurwapen geschikt om </para>
      <para>automatisch te vuren (een pistoolmitrailleur) (Ceska Zbrojovka, type </para>
      <para>Skorpion vz. 61 [kaliber 7,65 mm]) voorhanden heeft/hebben gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op of omstreeks 21 februari 2019 te Bergen op Zoom, tezamen en</para>
      <para>in vereniging met een ander of anderen, althans alleen</para>
      <para>een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te</para>
      <para>weten een pistool, van het merk Colt, type model 1908, kaliber 380</para>
      <para>zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool </para>
      <para>en/of munitie categorie III te weten drie, althans meerdere, althans een </para>
      <para>patro(o)n(en) voorhanden heeft/hebben gehad;</para>
      <para>(art 26 lid 1 Wet wapens en munitie).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, </para>
      <para>voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie en de Regeling wapens </para>
      <para>en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn </para>
      <para>gebezigd;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tezamen en in vereniging voorhanden hebben van vuurwapens en munitie, zoals tenlastegelegd onder feit 1 en feit 2 Zij baseert zich daarbij op de bekennende verklaring van medeverdachte [mededader 1] en op het gegeven dat de tas waarin de wapens zijn aangetroffen open stond op de achterbank van de auto waar verdachte op dat moment ook in zat. De wapens waren dus zichtbaar voor hem. Hij moet dan ook op de hoogte zijn geweest van de aanwezigheid hiervan en had hier ook de beschikking over. Dit blijkt ook wel uit het feit dat zijn DNA  is aangetroffen op de patroonhouder die in het pistool zat. Daarbij komt nog dat op de GSM van verdachte foto’s van een vuurwapen zijn aangetroffen. Hij hield zich dus actief bezig met wapens. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten kan komen. Verdachte had geen beschikkingsmacht over de vuurwapens en hij was er zich ook niet van bewust dat er vuurwapens aanwezig waren in de tas. Verdachte had de tas niet eens gezien. Ook is de verdediging van mening dat in onvoldoende mate kan worden vastgesteld dat er een bewuste en nauwe samenwerking was tussen verdachte en zijn medeverdachten.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte wordt er – samengevat – van beschuldigd dat hij op 21 februari 2019 samen met medeverdachten [mededader 1] en [mededader 2] een aantal vuurwapens met munitie voorhanden heeft gehad. Om tot een veroordeling te komen voor het voorhanden hebben van de aangetroffen vuurwapens is in ieder geval nodig dat verdachte zich in meer of mindere mate bewust was van de aanwezigheid hiervan. Een dergelijke bewustheid kan echter niet worden afgeleid uit de aanwezige bewijsmiddelen. De wapens bevonden zich immers in een (ondoorzichtige) zwarte tas op de achterbank van de auto naast medeverdachte [mededader 1] , terwijl verdachte voorin de auto op de bestuurdersstoel zat. De tas stond weliswaar open op het moment dat agenten de auto doorzochten, maar daarmee is nog niet gezegd dat verdachte vanaf waar hij zat had kunnen zien dat hier vuurwapens in zaten. Foto’s van hoe de tas is aangetroffen ontbreken in het dossier, zodat de rechtbank dit niet kan vaststellen. Zijn verklaring dat hij de wapens niet heeft kunnen zien is dan ook niet onaannemelijk, te meer nu medeverdachte [mededader 1] heeft verklaard dat het zijn wapens waren en dat verdachte niet wist dat hij deze bij zich had en dit ook niet kon weten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Weliswaar acht de rechtbank het alleszins aannemelijk dat verdachte het aangetroffen pistool op enig moment in zijn handen en dus in zijn macht heeft gehad – zijn DNA is immers aangetroffen op de buitenzijde van de patroonhouder die zich in het pistool bevond – maar ook hiermee is nog niet bewezen dat verdachte het pistool dan ook op 21 februari 2019 voorhanden heeft gehad, zoals hem ten laste is gelegd. Het is immers ook mogelijk dat verdachte, zoals zijn medeverdachte [mededader 1] ter zitting heeft verklaard, het pistool maanden eerder heeft bekeken en vastgehad, maar dat hij op 21 februari 2019 niet wist van de aanwezigheid hiervan. Het is weliswaar ernstig zorgelijk dat verdachte het normaal lijkt te vinden wapens te bewonderen/hanteren, maar tot een bewezenverklaring kan dit niet leiden. </para>
        <para>Dat de foto’s van wapens die verdachte op zijn telefoon heeft staan - die hij ofwel zelf heeft gemaakt, ofwel doorgestuurd heeft gekregen – iets te maken hebben met de aangetroffen vuurwapens is eveneens niet gebleken, zodat ook hieruit niet kan worden afgeleid dat verdachte kennis had van de aanwezigheid van de wapens op 21 februari 2019.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten heeft begaan en zal hem dan ook van deze feiten vrijspreken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Vermariën, voorzitter, mr. Feraaune en mr. Felix, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Tafazzul, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 20 juni 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Vermariën is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>