<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2019:1613</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-15T15:39:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-700253-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:1613">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2019:1613</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-15T15:38:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2019:1613 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 15-04-2019 / 02-700253-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2019:1613:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opheffing voorlopige hechtenis wegens het ontbreken van ernstige bezwaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2019:1613:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</para>
  <para>Team strafrecht, locatie Middelburg</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Parketnummer: 02/700253-18</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Opheffing voorlopige hechtenis</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Beslissing op het verzoek d.d 11 april 2019 tot opheffing van de</para>
    <para>voorlopige hechtenis van:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      [verdachte] ,</para>
    <para>geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] ,</para>
    <para>wonende te [adres] ,</para>
    <para>thans gedetineerd.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Het verzoek is behandeld op de zitting van 11 april 2019 en aldaar is</para>
    <para>verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, gehoord. Tevens is gehoord</para>
    <para>de officier van justitie.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank overweegt naar aanleiding van het verzoek, als volgt.</para>
    <para>Aan de voorlopige hechtenis van verdachte ligt ten grondslag dat verdachte</para>
    <para>samen en in vereniging met een ander of anderen [slachtoffer] van het leven</para>
    <para>heeft beroofd door hem met een mes in de buik te steken.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verdachte heeft steeds ontkend dat hij verantwoordelijk is voor de dood van</para>
    <para>het slachtoffer.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank heeft in het bevel tot gevangenhouding van 8 januari 2019 over</para>
    <para>de ernstige bezwaren ten aanzien van verdachte het volgende overwogen.</para>
    <para>Verdachte is met het latere slachtoffer en de medeverdachten ( [medeverdachte 1] en</para>
    <para>
      [medeverdachte 2] ) tegelijkertijd in de kamer van [medeverdachte 2] geweest. Toen is ruzie</para>
    <para>ontstaan waarbij een mes is getoond en verdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat</para>
    <para>verdachte toen door het slachtoffer bij de keel is gepakt. Voorts hebben</para>
    <para>getuigen gezien dat in ieder geval verdachte en de andere mannelijke</para>
    <para>verdachte buiten de woning bij het slachtoffer, die toen op de grond lag,</para>
    <para>hebben gestaan waarbij door één van hen is gezegd: "we moeten hier weg".</para>
    <para>Vervolgens heeft verdachte zich ook uit de voeten gemaakt. Volgens getuige</para>
    <para>
      [naam getuige] heeft verdachte later tegen haar gezegd dat verdachte [medeverdachte 1] het</para>
    <para>slachtoffer heeft gestoken en dat verdachte [medeverdachte 2] de aanstichter was. Naar</para>
    <para>het oordeel van de rechtbank vormden die feiten en omstandigheden, in</para>
    <para>onderlinge samenhang bezien, voldoende basis voor het aannemen van ernstige</para>
    <para>bezwaren.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verdachte [medeverdachte 2] heeft op 25 maart 2019 onder meer verklaard dat zij een mes</para>
    <para>had gepakt, daarmee op een tafel is gaan staan om de verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte]</para>
    <para> en het slachtoffer uit haar woning te krijgen. Nadat zij vertrokken</para>
    <para>waren heeft zij het mes op tafel gelegd. Vervolgens zijn [medeverdachte 1] , verdachte en</para>
    <para>het slachtoffer weer de woning binnengekomen. Zij heeft verder verklaard dat</para>
    <para>verdachte [medeverdachte 1] en het slachtoffer ruzie kregen, dat daar klappen bij zijn</para>
    <para>uitgedeeld en dat zij [medeverdachte 1] hoorde zeggen: 'waar is dat mes'. [medeverdachte 2] heeft</para>
    <para>toen het mes gepakt om te voorkomen dat [medeverdachte 1] het mes zou pakken. Volgens</para>
    <para>
      [medeverdachte 2] heeft [medeverdachte 1] het mes van haar afgepakt en is hij vervolgens op het</para>
    <para>slachtoffer afgelopen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Uit een herzien rapport van 4 april 2019 van het NFI blijkt dat op het lemmet</para>
    <para>en op het heft van het mes DNA-materiaal van verdachte [medeverdachte 1] is aangetroffen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      [medeverdachte 1] heeft onder meer verklaard dat hij boos op het slachtoffer is geworden</para>
    <para>en hem heeft vastgepakt rond zijn bovenlichaam, dat het slachtoffer hem bij</para>
    <para>de keel heeft gegrepen en dat er 'vuisten zijn gevallen'. Als hij woedend</para>
    <para>wordt, wordt het hem zwart voor zijn ogen. Hij verklaart ook dat als [medeverdachte 2]</para>
    <para>verklaart dat hij om een mes vroeg en dit mes van tafel wilde pakken, dat</para>
    <para>-------------------------------------------------------------------------------</para>
    <para>niet waar is. Hij heeft volgens zijn verklaring geen mes gezien en ook geen</para>
    <para>mes vastgehad. Hij heeft het mes niet van [medeverdachte 2] afgepakt en is hier niet</para>
    <para>mee op het slachtoffer afgelopen. Hij heeft verklaard dat er geen DNA van hem</para>
    <para>op het mes zal zitten. Hij weet niet hoe zijn bloed op het mes komt.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Ter zitting van 11 april 2019 heeft de officier van justitie als het meest</para>
    <para>waarschijnlijke scenario benoemd dat [medeverdachte 1] het slachtoffer heeft gestoken.</para>
    <para>Naar het oordeel van de rechtbank lijkt dit inderdaad, op basis van het</para>
    <para>momenteel voorliggende dossier, vooralsnog het scenario waar van uit zou</para>
    <para>moeten worden gegaan. Uitgaande van dit scenario is ter beoordeling of er</para>
    <para>voldoende ernstige bezwaren bestaan voor het medeplegen van de doodslag in de</para>
    <para>zin dat verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] heeft gehandeld.</para>
    <para>Naar het oordeel van de rechtbank vormt de inhoud van het dossier, de</para>
    <para>resultaten van technisch onderzoek en de door de verdachten afgelegde</para>
    <para>verklaringen, onvoldoende basis om ernstige bezwaren in genoemde zin ten</para>
    <para>aanzien van verdachte aan te nemen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Gelet hierop heft de rechtbank de voorlopige hechtenis van verdachte op en</para>
    <para>gelast zij de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Deze beslissing is gegeven op  15 april 2019 door mr  G.H. Nomes, voorzitter,</para>
    <para>en mrs  N.C.W. Haesen en I.M. Josten, in tegenwoordigheid van  mr. S.A. Huwae,</para>
    <para>griffier.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>De officier van justitie gelast de tenuitvoerlegging van vorenstaande</para>
    <para>beschikking en brengt deze ter kennis van verdachte.</para>
  </parablock>
  <para />
</uitspraak>
</open-rechtspraak>