<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2018:7412</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-20T10:02:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/800434-17 en 02/800315-16 (TUL)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:7412">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:7412</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-20T10:01:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2018:7412 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-03-2018 / 02/800434-17 en 02/800315-16 (TUL)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2018:7412:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van voorarrest en TBS met verpleging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2018:7412:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer d.d. 13 maart 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1990, te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>thans verblijvende in [verblijfplaats] ,</para>
      <para>raadsvrouw mr. N. Assouiki, advocaat te Tilburg.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 februari 2018, waarbij de officier van justitie, mr. Lanslots, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>Verdachte staat, met inachtneming van artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering, terecht terzake dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 19 mei 2017 te Tilburg ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] te dwingen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die  [slachtoffer 1] , daartoe,</para>
    </parablock>
    <para>- die  [slachtoffer 1] heeft gevolgd en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer 1] (meerdere malen) heeft geduwd (waardoor zij tegen de muur aan kwam) en/of</para>
    <para>- de handen van die [slachtoffer 1] heeft gepakt en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) de panty van die [slachtoffer 1] heeft kapot getrokken en/of</para>
    <para>- met zijn handen tussen de benen van die [slachtoffer 1] is gegaan en/of</para>
    <para>- met zijn handen en/of zijn vingers langs de vagina van die [slachtoffer 1] is gegaan en/of</para>
    <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 27 mei 2017 tot en met 28 mei 2017 te Tilburg, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers is/heeft hij, verdachte, </para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer 2] op de fiets gevolgd naar haar woning en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) bij die [slachtoffer 2] in de portiek gaan staan en/of</para>
    <para>- haar gevraagd naar haar ma(a)t(en) en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) die [slachtoffer 2] een of meerdere malen (plotseling en/of onverhoeds) in haar borst(en) geknepen en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) haar deur heeft geblokkeerd (met zijn voet)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij op een tijdstip op of omstreeks 30 mei 2017 te Tilburg, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft/is hij, verdachte, daartoe </para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer 3] op de fiets gevolgd  en/of</para>
    <para>- bij die [slachtoffer 3] blijven fietsen en/of</para>
    <para>- in het zicht en nabijheid van die [slachtoffer 3] zich (steeds) afgetrokken en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) in het zicht en nabijheid van die [slachtoffer 3] zijn broek naar beneden gedaan en/of</para>
    <para>- zich - met ontbloot geslachtsdeel - (wederom) afgetrokken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.</para>
      <para>hij op of omstreeks 11 juni 2017 te Tilburg ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 4] te dwingen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen</para>
      <para>van het lichaam van die [slachtoffer 4] , daartoe ,</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer 4] heeft gevolgd op de fiets en/of</para>
    <para>- naast die [slachtoffer 4] is gaan fietsen en/of</para>
    <para>- in de borst(en) van die [slachtoffer 4] heeft geknepen en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer 4] heeft klem gereden (waardoor zij ten val is gekomen) en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer 4] heeft getracht te zoenen en/of</para>
    <para>- op de kont van die [slachtoffer 4] heeft geslagen en/of</para>
    <para>- getracht de slip van die [slachtoffer 4] uit te doen/ opzij te doen en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) zijn hoofd tussen haar benen heeft geduwd/gedaan en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) heeft getracht haar te "beffen"</para>
    <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair:</para>
      <para>hij op of omstreeks 11 juni 2017 te Tilburg, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers is/heeft hij, verdachte,</para>
    </parablock>
    <para>- naast die [slachtoffer 4] gaan fietsen en heeft hij die [slachtoffer 4] dusdanig snel/plotseling en/of onverhoeds aangeraakt/betast bij/aan de borst(en) en/of de kont en/of de o(o)r(en) waardoor die [slachtoffer 4] niet in staat was die handeling(en) te voorkomen, af te weren of daartegen weerstand te bieden, althans zich niet/onvoldoende aan de greep van verdachte(n) kon</para>
    <para>onttrekken en of</para>
    <para>- ( vervolgens) die [slachtoffer 4] afgesneden op de fiets (waardoor zij ten val is</para>
    <parablock>
      <para>gekomen) waarna hij haar vervolgens heeft trachten te zoenen en/of zijn hoofd</para>
      <para>tussen haar kruis/benen heeft trachten te duwen en/of haar op de kont heeft</para>
      <para>geslagen en/of zich vervolgens naast haar heeft afgetrokken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.</para>
      <para>hij op of omstreeks 6 juni 2017 te Tilburg, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers is/heeft hij, verdachte,</para>
    </parablock>
    <para>- zich toen in de nabijheid en in het zicht van die [slachtoffer 5] afgetrokken en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) die [slachtoffer 5] op de fiets is achtergevolgd</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling</para>
      <para>mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 6 juni 2017 te Tilburg de eerbaarheid heeft geschonden</para>
      <para>op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten het terrein</para>
      <para>aan de Veemarktstraat en/of achter restaurant " [restaurant] ", door zich aldaar af te trekken;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. Ten aanzien van de tenlastegelegde pogingen is betoogd dat verdachte zich, om te komen tot een bewezenverklaring van de poging, blijkens de jurisprudentie schuldig moet hebben gemaakt aan een begin van uitvoering, waarbij de genoemde handelingen naar de uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd te zijn gericht op voltooiing van het misdrijf. Hiervan is bij feit 1, feit 2 en feit 5 sprake. Bij feit 1 heeft verdachte aangeefster gevolgd naar een afgelegen plek, haar met geweld tegen de muur geduwd en haar panty aan twee kanten kapot getrokken en is hij met zijn handen tussen de benen en langs de vagina gegaan. Dit handelen kan niet anders worden gezien dan te zijn gericht op voltooiing van het misdrijf. Bij feit 2 heeft verdachte aangeefster gevolgd tot bij haar woning en heeft hij haar bij de borsten gepakt. Bij feit 5 heeft verdachte aangeefster achterna gezeten, klemgereden, haar ten val laten komen en heeft hij geprobeerd haar vagina te likken. Dit handelen kan niet anders worden gezien dan te zijn gericht op voltooiing van het misdrijf. De poging kan derhalve bij feit 1, 2 en 5 bewezen worden. Ten aanzien van de bewijsmiddelen baseert de officier van justitie zich bij feit 1 op de aangifte van [slachtoffer 1] , de camerabeelden die laten zien dat verdachte [slachtoffer 1] achterna reed en dat zij een panty draagt die er intact uitziet en dat later de panty kapot is, zoals [slachtoffer 1] ook heeft verklaard in haar aangifte. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij [slachtoffer 1] wilde neuken. Ten aanzien van feit 2 baseert zij zich op de aangifte van [slachtoffer 2] , de verklaring van [getuige] , het feit dat aangeefster heeft verklaard dat zij verdachte op de eerste pro forma zitting heeft herkend en schakelbewijs, eruit bestaande dat het signalement van verdachte overeenkomt met het bij de andere feiten genoemde signalement. De verdachte rijdt volgens de verklaringen van aangeefsters ook steeds op een fiets met tassen. Ook is de verdachte steeds actief in dezelfde omgeving en zijn er van verschillende feiten camerabeelden waarop te zien is dat verdachte meisjes achtervolgt en zich aftrekt. Een aantal feiten heeft verdachte bekend. Gelet op de gelijke modus operandi is de officier van justitie van mening dat ook dit feit door verdachte is gepleegd. Ten aanzien van feit 3 baseert zij zich op de aangifte van [slachtoffer 3] , de door [slachtoffer 3] bij de aangifte overgelegde foto, de camerabeelden waaruit volgt dat verdachte rond die tijd op dezelfde plaats was en het proces-verbaal van bevindingen waaruit volgt dat verdachte kort na het incident is gecontroleerd door de politie. Verder houdt zij rekening met het schakelbewijs, zoals hiervoor bij feit 2 is genoemd. Dit alles bij elkaar maakt dat de officier van justitie van mening is dat het verdachte is geweest die dit feit heeft gepleegd. Ten aanzien van feit 5 baseert zij zich op de aangifte van [slachtoffer 4] , de foto’s van letsel bij aangeefster [slachtoffer 4] , de camerabeelden van verdachte en aangeefster, de processen-verbaal van herkenning door twee verbalisanten en de verklaring van verdachte op pagina 267 van het eindproces-verbaal.</para>
        <para>Ten aanzien van feit 6 baseert zij zich op de aangifte van [slachtoffer 5] , het mutatierapport en het proces-verbaal van bevindingen, alsmede op het schakelbewijs, zoals bij feit 2 is genoemd. Dit bij elkaar maakt dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte dit feit heeft gepleegd. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de onder feiten 1, 2 en 5 (primair en subsidiair) ten laste gelegde pogingen tot verkrachting of aanranding. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake was van vrijwillige terugtred. Immers, op het moment dat verdachte merkte dat er bij aangeefsters weerstand bestond, stopte hij met zijn handelingen. Derhalve dient verdachte vrijgesproken te worden. Ten aanzien van de feiten 2, 3, 5 subsidiair en 6 primair en subsidiair heeft de verdediging betoogd dat er geen sprake is geweest van het dwingen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen. Er was tussen verdachte en de slachtoffers geen sprake van enige vertrouwensrelatie, afhankelijkheidsrelatie of andere vorm van afhankelijkheid in het contact opgebouwd. Er was dus geen sprake van enige dwang. Derhalve dient verdachte van alle ten laste gelegde feiten vrijgesproken te worden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Feit 1:</emphasis>
        </para>
        <para>
          [slachtoffer 1] deed aangifte van een poging tot verkrachting, gepleegd op vrijdag 19 mei 2017. Aangeefster verklaarde dat zij die dag rond 06.00 uur in de ochtend in de Veemarktstraat te Tilburg was, op weg naar huis. Ze merkte dat ze niet alleen was en werd door een man geduwd. De man duwde haar tegen de muur en pakte haar bij haar panty. Er ontstond een strubbeling. De man trok de panty ter hoogte van haar bovenbenen kapot. Aangeefster voelde zijn hand tussen haar benen bij haar vagina. De man raakte haar over haar kleding heen aan. Aangeefster heeft de man gebeten in zijn hoofd. Aangeefster gaf als signalement dat de man een Syrisch uiterlijk had, glad haar en donkere ogen had.<footnote-ref linkend="_15987309-0014-496f-907a-0ac9523394c1" /></para>
        <para>Er zijn camerabeelden van die dag beschikbaar van het centrum. Op die beelden is een man te zien die een lichtkleurige pet en een donkere jas met rode broek draagt. De man rijdt op een donkere herenfiets en aan zijn stuur hangt een blauwe plastic tas. Op camera 13 is aangeefster te zien. Om 05.34.19 uur is op foto 7 aangeefster met een derde persoon te zien.<footnote-ref linkend="_66abed49-da35-4f3d-b203-e1062418a15f" /> De man (de verdachte) kwam in beeld en ging de Veemarktstraat in. Aangeefster en de andere persoon namen afscheid. Verdachte stond op enkele meters afstand naar beiden te kijken. Aangeefster liep verder de Veemarktstraat in. Verdachte stapte op zijn fiets en reed aangeefster langzaam achterna. Verdachte ging naast haar fietsen en deed een arm om haar schouder. Aangeefster en verdachte verdwenen uit beeld. Even later kwam aangeefster in beeld en zij sprak een vrouw op een scooter aan. Aangeefster stapte achterop de scooter. Te zien is dat haar panty kapot is. <footnote-ref linkend="_a18da20e-29f3-4823-bf3e-a665568a3ec4" /></para>
        <para>Verdachte is geconfronteerd met de camerabeelden en heeft verklaard dat hij degene is die dit heeft gedaan. Hij herinnert zich dat iemand hem in zijn hoofd heeft gebeten en dat zij hem ook heeft geslagen tegen zijn hoofd. Verdachte heeft verklaard dat hij haar panty kapot heeft gescheurd en dat zijn doel was om haar te verkrachten. <footnote-ref linkend="_72bbde34-288a-4a04-b099-6a2e4603b7cc" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot verkrachting. De aard van het door de verdachte toegepaste geweld in combinatie met het nachtelijke tijdstip, de stille plek, de verschillende pogingen aangeefster tegen de muur aan te duwen, het feit dat verdachte haar panty kapot heeft gescheurd en dat hij met zijn hand tussen haar benen en bij haar vagina ging, maken dat naar het oordeel van de rechtbank sprake was van seksuele intenties bij de verdachte. Verdachte heeft ook verklaard dat hij van plan was haar te verkrachten. De verschijningsvorm van bovenbeschreven feiten en omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank ook niet anders te duiden. Dat er sprake is geweest van vrijwillige terugtred, zoals door de verdediging is betoogd, wordt door de rechtbank niet gevolgd. Daarvan zou immers sprake zijn als de poging van verdachte door omstandigheden van zijn wil afhankelijk zou zijn gestopt. Hier waren al uitvoeringshandelingen door verdachte verricht en is de poging van verdachte gestopt door het hevige verzet van aangeefster.  In dat geval kan niet worden gesteld dat verdachte zich vrijwillig uit de situatie heeft teruggetrokken. Dit alles maakt dat de poging tot verkrachting wettig en overtuigend bewezen is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Feit 5:</emphasis>
        </para>
        <para>Op 11 juni 2017 deed [slachtoffer 4] aangifte van een poging tot verkrachting. Aangeefster verklaarde dat zij in Tilburg fietste richting Oud-Noord en dat er ter hoogte van de Albert Heijn een Oost-Europese man naast haar kwam fietsen. De man werd handtastelijk en zat aan haar borsten, billen en aan haar oor. De man sneed haar af toen zij onder het viaduct doorfietsten. Aangeefster botste tegen een muur en kwam ten val. De man kwam naast haar zitten en probeerde haar te zoenen. Aangeefster duwde de man weg. De man ging met zijn hoofd in de richting van haar kruis. Aangeefster dacht dat de man haar wilde beffen. De man gaf haar een harde klap op haar billen. De man stond op en trok zich voor aangeefster af. De man fietste vervolgens weg. <footnote-ref linkend="_2222bfde-6c07-42ef-a7ea-35aa7e3ebac9" /></para>
        <para>Aangeefster verklaarde dat de man blank was, mogelijk Oost-Europees was, kort zwart haar had, een donkerkleurige broek aanhad en op een fiets reed. De politie sloeg direct aan op dit signalement. Die week zouden er meermalen vrouwen zijn lastig gevallen en zouden er onzedelijke handelingen zijn verricht door [verdachte] (verdachte).<footnote-ref linkend="_e3ebb533-5333-477e-b15a-ab45165e9244" />  Van het centrum zijn camerabeelden van die dag beschikbaar. Op de beelden is te zien dat verdachte om 06.43.08 uur kwam aanfietsen vanaf de Albert Heijn aan het Piusplein te Tilburg.  Verdachte ging naast aangeefster rijden. Op de beelden is te zien dat de achterzijde van de jas van aangeefster omhoog stond en dat verdachte zijn hand hieronder had geplaatst. Aangeefster fietste met een versneld tempo weg. Om 06.44.40 uur kwamen verdachte en aangeefster in beeld en fietsten zij in de richting van de Spoorlaan in Tilburg. Verdachte zat met zijn rechterhand aan de linkerzijde van het gezicht van aangeefster en maakte een vegende beweging. Te zien is dat aangeefster wederom wilde versnellen met fietsen. Om 06.44.59 uur kwamen verdachte en aangeefster in beeld vanaf de Heuvelring. Verdachte leek zijn fiets voor de fiets van aangeefster te manoeuvreren om aangeefster tot stoppen te dwingen. Aangeefster versnelde en wist enige afstand tussen haar en verdachte te creëren. Om 06.45.24 uur kwam aangeefster uit de tunnel gefietst. Verdachte reed nog steeds naast haar. Verdachte maakte een zwaaiende beweging met zijn arm en fiets, waardoor aangeefster uit balans raakte en in aanraking kwam met de muur. Verdachte liep naar aangeefster toe die op de grond lag en bukte naar haar. Verdachte leek met zijn hoofd richting de benen van aangeefster te gaan. Aangeefster maakte een zwaaiende beweging en  verdachte deinsde naar achteren en ging staan. Verdachte greep met beide handen richting zijn schaamstreek. Verdachte haalde iets uit zijn broek en maakte met zijn rechterhand bewegingen van voor naar achter ter hoogte van zijn schaamstreek. Verdachte ging na enkele seconden naar aangeefster en aangeefster maakte handbewegingen. Verdachte ging naar achteren en maakte weer met zijn rechterhand bewegingen van voor naar achter ter hoogte van zijn schaamstreek.  Verdachte trachtte aangeefster vast te pakken bij haar hoofd. Aangeefster sloeg met haar arm richting verdachte. Verdachte stapte naar achter en bleef doorgaan met de hierboven beschreven handelingen. Verdachte stapte richting aangeefster. Aangeefster sloeg meerdere keren met haar linkerhand richting de schaamstreek van verdachte. Verdachte deed een stap naar achteren. Verdachte leek iets terug te stoppen in zijn broek. Verdachte rende weg richting zijn fiets, stapte op en reed weg. <footnote-ref linkend="_e0b3d95f-237b-4651-9838-bc6685af6cc5" /> [opsporingsambtenaar 1] keek de beelden uit en herkende verdachte voor 100%. <footnote-ref linkend="_43657535-48b5-4a67-9130-560d4ee39ebd" /></para>
        <para>
          [opsporingsambtenaar 2] bekeek een printscreen van de camerabeelden en herkende de verdachte meteen. [opsporingsambtenaar 2] had verdachte op vrijdag 2 juni 2017 aangehouden voor schennispleging. <footnote-ref linkend="_3087c307-7ab2-4bbc-9c17-db87c68123f0" /></para>
        <para>Verdachte heeft verklaard dat hij een keer een meisje is gevolgd dat aan het fietsen was en dat hij haar bij de kont heeft geraakt en haar benen heeft vastgepakt. Ze reden over een brug en hij sneed haar af. Het meisje kwam tegen de muur en begon op de grond te kreunen. Hij raakte haar bovenbenen en haar vagina aan. Hij heeft zijn geslachtsorgaan tevoorschijn gehaald en heeft zich afgetrokken. Verdachte heeft verklaard dat hij haar wilde neuken. Verdachte heeft verklaard dat hij haar hard tegen de kont heeft geslagen en dat zij zei dat hij op moest donderen. <footnote-ref linkend="_5f8a76f9-f641-4801-901d-aad8a735232c" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot verkrachting. De aangifte wordt ondersteund door de camerabeelden. De genoemde handelingen in de aangifte zijn immers ook op de camerabeelden te zien. Verdachte is door twee verbalisanten herkend en heeft ook zelf over dit voorval verklaard. De aard van het door verdachte toegepaste geweld in combinatie met het nachtelijke tijdstip, de stille plek en de verschillende pogingen aangeefster tot stoppen te dwingen, alsmede het feit dat hij haar bij haar vagina heeft gepakt toen zij op de grond lag en met zijn hoofd naar haar vagina ging, maken dat naar het oordeel van de rechtbank sprake was van seksuele intenties bij de verdachte. Verdachte heeft ook verklaard dat hij van plan was haar te verkrachten en dat hij met zijn mond de vagina van het meisje wilde likken. Uiteindelijk heeft hij zich afgetrokken, terwijl hij voor aangeefster stond. De verschijningsvorm van bovenbeschreven feiten en omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank ook niet anders te duiden dan dat er sprake is geweest van een poging tot verkrachting. Dat er sprake is geweest van vrijwillige terugtred, zoals door de verdediging is betoogd, wordt door de rechtbank niet gevolgd. Daarvan zou immers sprake zijn als de poging van verdachte door omstandigheden van zijn wil afhankelijk zou zijn gestopt. Hier waren al uitvoeringshandelingen door verdachte verricht en is de poging van verdachte gestopt door het hevige verzet van aangeefster.  In dat geval kan niet worden gesteld dat verdachte zich vrijwillig uit de situatie heeft teruggetrokken. Dit alles maakt dat de poging tot verkrachting wettig en overtuigend bewezen is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Feit 2:</emphasis>
        </para>
        <para>
          [slachtoffer 2] deed aangifte van aanranding op zondag 28 mei 2017 tussen 02.15 uur en 02.32 uur op de Ringbaan Zuid te Tilburg. Aangeefster verklaarde dat zij bij haar woning in het portiekje stond en dat een man haar aanraakte op haar borsten. Hij kneep in haar borsten. Hij vroeg ook welke maat ze had. Aangeefster begon te schoppen, waarop de man haar losliet. Zij probeerde haar woning te betreden en de man probeerde zijn voet nog tussen de deur te krijgen. Aangeefster verklaarde dat ze denkt dat de man uit Syrië kwam, dat hij een onverzorgde volle baard hard, donker krullend haar met flinke inhammen. Hij had een rond gezicht en een normaal postuur.<footnote-ref linkend="_7f1ed738-27ee-4640-baa0-fab7f352c75e" /> Aangeefster heeft meegewerkt aan een meervoudige fotoconfrontatie. De foto van verdachte was opgenomen op positie 2.<footnote-ref linkend="_0482dfe6-79c4-435f-8ee6-f03e8a09e73b" /> Aangeefster verklaarde dat zij niemand echt duidelijk herkende, maar dat ze twijfel had bij de personen van foto 1 en 2. <footnote-ref linkend="_b61a6690-a630-4024-b370-a76f9b9d8985" />  Aangeefster heeft verklaard dat zij verdachte bij de eerste pro formazitting voor 100% heeft herkend als de dader van de aanranding. Zij herkende de man aan de blik in zijn ogen. <footnote-ref linkend="_2972feac-0c3f-4f74-9ab2-bbdd8ae2f8fa" /></para>
        <para>Verdachte heeft verklaard dat hij heel vaak tussen 23 uur ‘s avonds en zes uur ‘s morgens vrouwen heeft gevolgd. <footnote-ref linkend="_c72231f4-014e-436d-8476-94cf85167967" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt als volgt. Behoudens haar aangifte heeft [slachtoffer 2]  bij de fotobewijsconfrontatie aangegeven dat zij twijfelde bij de fotoconfrontatie bij foto 1 en 2, terwijl de foto van verdachte op plaats 2 stond. Ook heeft [slachtoffer 2] aangegeven dat zij verdachte heeft herkend op de eerste pro formazitting. De rechtbank overweegt dat deze verklaringen uit één bron, te weten aangeefster, afkomstig zijn. Volgens het tweede lid van art. 342 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) – dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan – kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gerelateerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van art. 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Opmerking verdient dat het bij de in cassatie aan te leggen toets of aan het bewijsminimum van art. 342, tweede lid, Sv is voldaan, van belang kan zijn of de feitenrechter zijn oordeel dat dat het geval is, nader heeft gemotiveerd. Voorts is in de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad het uitgangspunt verankerd dat het bewijs in aanwezigheid van de verdachte ter openbare terechtzitting aan de orde dient te komen en dat de verdachte een adequate mogelijkheid moet hebben om in het licht van zijn verdedigingsrechten als bedoeld in art. 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden tegenargumenten naar voren te brengen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan de rechtbank ligt aldus de vraag voor of er voldoende steunbewijs in overige bewijsmiddelen te vinden is. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is.</para>
        <para>De bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan de gepleegde pogingen tot verkrachting onder feit 1 en 5, waarbij verdachte als dader is herkend, kunnen dienen als schakelbewijs, nu sprake is van een herkenbare, specifieke modus operandi van verdachte. Uit de aangiftes volgt dat de werkwijze van de dader en het signalement van de dader met elkaar overeenkomt. Zo heeft de dader zowel [slachtoffer 4] (feit 5), [slachtoffer 1] (feit 1) als aangeefster bij onderhavig feit achtervolgd op de fiets en hen vervolgens lichamelijk betast. Het signalement dat aangeefster gaf, een man met Syrisch uiterlijk, komt overeen met het signalement van verdachte. Ook heeft verdachte zich in die periode in mei/juni 2017 blijkens het proces-verbaal van herkenning (voetnoot 9) in ieder geval op 2 juni 2017 al schuldig gemaakt aan schennispleging. De tenlastegelegde feiten hebben in een kort tijdsbestek plaatsgevonden, te weten in mei en juni 2017 terwijl verdachte pas in april 2017 was vrijgekomen. Ook hebben de drie genoemde feiten plaatsgevonden in het centrum van Tilburg. De rechtbank neemt daarbij ook in aanmerking dat verdachte heeft verklaard vaak meisjes te hebben gevolgd. </para>
        <para>Gezien al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het verdachte moet zijn geweest die dit feit heeft gepleegd en acht zij het feit wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Feit 3:</emphasis>
        </para>
        <para>
          [slachtoffer 3] deed aangifte en verklaarde dat zij op dinsdag 30 mei 2017 omstreeks 04.00 uur naar huis liep en dat ze hoorde en voelde dat ze werd achtervolgd door een man op een fiets. De man had het volgende signalement: licht getint, grijze pet, baardje, rood shirt en spijkerbroek. De man reed op een zwarte fiets. De man zat met zijn rechterhand in zijn broek ter hoogte van zijn geslachtsdeel. De man maakte met zijn hand bewegingen alsof hij zichzelf aan het aftrekken was. De man kwam steeds dichterbij aangeefster fietsen en de man stopte op de kruising met de Karrestraat. De man deed zijn broek naar beneden en stond op ongeveer drie meter van aangeefster verwijderd. De man trok zichzelf af. Aangeefster heeft verklaard dat zij die dag weer moest werken en dat een vriendin van aangeefster naar haar toe kwam met een foto van een man die aangeefster herkende als de man die haar de vorige avond had gevolgd. Haar vriendin had de foto gemaakt de avond van de achtervolging op het terras van de [club] toen zij gezien had dat de man zich daar aan het aftrekken was. <footnote-ref linkend="_d55aa720-7f0b-4684-9647-021f12327df4" /></para>
        <para>Op 30 mei 2017 kregen verbalisanten de melding om naar de Heuvelstraat in Tilburg te gaan omdat er een man vrouwen zou achtervolgen en zijn geslachtsdeel mogelijk had laten zien. Terwijl de politie naar de Heuvelstraat reed, belde de verbalisant met de meldster die zei dat de man met twee tassen op de fiets rond reed en een rode Polo aanhad. De politie zag ter plaatse een man fietsen die richting de Spoorlaan te Tilburg reed. De man had twee Alditassen bij zich, droeg een petje en een grijze joggingbroek en rood shirt. De man zag er onverzorgd uit. De man werd aangehouden. De man verklaarde dakloos te zijn en verklaarde dat hij [verdachte] heette. De man schreef desgevraagd op een briefje te zijn: [verdachte] [geboortedag] 1990. De verbalisant controleerde de gegevens in het politiesysteem. Bij de naam van [verdachte] stond een foto. De foto kwam overeen met het uiterlijk van de man die tegenover de politie stond. De politie stelde vast dat de man die zij voor zich had [verdachte] was. <footnote-ref linkend="_6abc4890-2ef1-4a05-807f-e8f371ac6557" />  Er werden camerabeelden veiliggesteld. Op de beelden was te zien dat er op 30 mei 2017, tussen 04.34 en 05.00 uur, een man tussen de 30 en 45 jaar oud, met een petje, donkerkleurig haar, een rood of oranjekleurig T-shirt en een lichtkleurig baseballpetje door de Telegraafstraat naar het Pieter Vreedeplein in de richting van de Heuvelring in Tilburg reed.  <footnote-ref linkend="_1f4f9ff2-ebc3-493c-86e5-4af2d559ad1f" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat het verdachte is geweest die zich op 30 mei 2017 in de nabijheid van aangeefster heeft afgetrokken. Hiertoe overweegt de rechtbank dat verdachte blijkens het proces-verbaal van bevindingen (voetnoot 17) die nacht in het centrum rondreed. Het signalement van verdachte zoals dit door aangeefster is opgegeven, te weten een man met een grijze pet en rood shirt op een fiets komt overeen met de bevindingen van de politie op dat moment bij de aanhouding van verdachte. Immers, de politie relateert dat verdachte op de fiets was, een petje droeg, en een rood shirt aanhad. De rechtbank is van oordeel dat de bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan de gepleegde pogingen tot verkrachting onder feit 1 en 5, waarbij verdachte als dader is herkend, kunnen dienen als schakelbewijs, nu sprake is van een herkenbare, specifieke modus operandi van verdachte. Uit de aangiftes volgt dat de werkwijze van de dader en het signalement van de dader met elkaar overeenkomt. Zo heeft de dader zowel [slachtoffer 4] (feit 5), [slachtoffer 1] (feit 1) als aangeefster bij onderhavig feit achtervolgd op de fiets. Ook aangeefster werd bij onderhavig feit gevolgd op een fiets.  Ook heeft verdachte zich in die periode in mei/juni 2017 blijkens het proces-verbaal van herkenning in ieder geval op 2 juni 2017 (voetnoot 9) al schuldig gemaakt aan schennispleging. De tenlastegelegde feiten hebben in een kort tijdsbestek plaatsgevonden, te weten in mei en juni 2017 terwijl verdachte pas in april 2017 was vrijgekomen. Ook hebben de drie genoemde feiten plaatsgevonden in het centrum van Tilburg. De rechtbank neemt daarbij ook in aanmerking dat verdachte heeft verklaard vaak meisjes te hebben gevolgd. Deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, leiden tot het oordeel dat verdachte deze feitelijke handelingen heeft gepleegd, zoals deze zijn tenlastegelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan de rechtbank ligt de vraag voor of de feitelijke handelingen zoals deze door verdachte zijn verricht, zijn te kwalificeren als ontuchtige handelingen als bedoeld in artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht nu er geen lichamelijke aanraking tussen verdachte en aangeefster heeft plaatsgevonden. Volgens jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2004:AQ0950) kan er onder omstandigheden sprake zijn van ontucht ook indien er geen lichamelijke aanraking tussen de verdachte en het slachtoffer heeft plaatsgevonden. In een dergelijk geval moet er wel sprake zijn geweest van relevante interactie tussen de verdachte en het slachtoffer. Naar het oordeel van de rechtbank is er in dit geval sprake geweest van deze relevante interactie. Immers, verdachte heeft eerst aangeefster achtervolgd en maakte bewegingen alsof hij zich aan het aftrekken was. Hij kwam steeds dichterbij aangeefster fietsen en stopte uiteindelijk om op een afstand van ongeveer drie meter van aangeefster zich af te trekken. Zij moest op dat moment dulden dat verdachte zich aftrok in haar nabijheid. Gelet hierop acht de rechtbank het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Feit 6:</emphasis>
        </para>
        <para>
          [slachtoffer 5] deed aangifte van openbare schennis der eerbaarheid, gepleegd op 6 juni 2017. Om 03.30 uur in de nacht liep zij naar haar fiets bij [adres] in Tilburg. Zij zag een man achter een container staan aan de achterkant van [restaurant] . De man was zich achter de container aan het aftrekken. Aangeefster is weggefietst en de man is haar gevolgd. <footnote-ref linkend="_596d1f6d-68c6-45d0-842b-3b80e423de4b" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoewel er in beginsel alleen een aangifte is voor dit feit, is er naar het oordeel van de rechtbank voldoende schakelbewijs om te komen tot de conclusie dat verdachte degene is geweest die zich op 6 juni 2017 in de nabijheid van aangeefster heeft afgetrokken. De rechtbank verwijst hiertoe naar de hierboven bij feit 2 genoemde overweging ten aanzien van artikel 342, tweede lid, Sv. De rechtbank is van oordeel dat de bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan de gepleegde schennisplegingen op 30 mei 2017 (feit 5) en op 2 juni 2017 (voetnoot 9) waarbij verdachte als dader is herkend, kunnen dienen als schakelbewijs, nu sprake is van een herkenbare, specifieke modus operandi van verdachte. De tenlastegelegde feiten hebben in een kort tijdsbestek plaatsgevonden, te weten in mei en juni 2017 terwijl verdachte pas in april 2017 was vrijgekomen. Ook hebben de drie genoemde feiten plaatsgevonden in het centrum van Tilburg. De rechtbank neemt daarbij ook in aanmerking dat verdachte heeft verklaard vaak meisjes te hebben gevolgd. Gelet hierop is er voldoende wettig en overtuigend bewijs dat het verdachte was die dit feit heeft gepleegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan de rechtbank ligt de vraag voor of de feitelijke handelingen zoals deze door verdachte zijn verricht, zijn te kwalificeren als ontuchtige handelingen als bedoeld in artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht nu er geen lichamelijke aanraking tussen verdachte en aangeefster heeft plaatsgevonden. Volgens jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2004:AQ0950) kan er onder omstandigheden sprake zijn van ontucht ook indien er geen lichamelijke aanraking tussen de verdachte en het slachtoffer heeft plaatsgevonden. In een dergelijk geval moet er wel sprake zijn geweest van relevante interactie tussen de verdachte en het slachtoffer. Naar het oordeel van de rechtbank is er in dit geval geen sprake geweest van een relevante interactie. Immers, aangeefster kwam bij haar fiets en toen zag ze verdachte al staan die zich aan het bevredigen was. Er had op dat moment nog geen enkele interactie tussen verdachte en aangeefster plaatsgevonden. Dat verdachte later aangeefster is gaan volgen, maakt dit oordeel niet anders. Gelet hierop is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het primaire ten laste gelegde feit. De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het primair ten laste gelegde feit. Het subsidiaire ten laste gelegde feit, de schennispleging, kan gelet op voornoemde bewijsmiddelen wel wettig en overtuigend bewezen worden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">hij</emphasis> op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 23 mei 2017 te Tilburg ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of een andere feitelijkheid <emphasis role="strike-through">en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid</emphasis> [slachtoffer 1] te dwingen tot het ondergaan van een of meer handelingen die <emphasis role="strike-through">bestonden uit of </emphasis>mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die  [slachtoffer 1] , daartoe ,</para>
      </parablock>
      <para>- die  [slachtoffer 1] heeft gevolgd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- die [slachtoffer 1] <emphasis role="strike-through">(meerdere malen)</emphasis> heeft geduwd (waardoor zij tegen de muur aan kwam) en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- de handen van die [slachtoffer 1] heeft gepakt en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- ( vervolgens) de panty van die [slachtoffer 1] heeft kapot getrokken en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- met zijn handen tussen de benen van die [slachtoffer 1] is gegaan en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- met zijn handen en/of zijn vingers langs de vagina van die [slachtoffer 1] is gegaan <emphasis role="strike-through">en/of</emphasis></para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">hij op een tijdstip</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 27 mei 2017 tot en met 28 mei 2017 te Tilburg, door <emphasis role="strike-through">geweld of</emphasis> een andere feitelijkheid <emphasis role="strike-through">en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid,</emphasis> [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het <emphasis role="strike-through">plegen en/of</emphasis> dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers is/heeft hij, verdachte, </para>
      </parablock>
      <para>- die [slachtoffer 2] op de fiets gevolgd naar haar woning en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- ( vervolgens) bij die [slachtoffer 2] in de portiek gaan staan en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- haar gevraagd naar haar ma<emphasis role="strike-through">(a)</emphasis>t<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">) </emphasis>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- ( vervolgens) die [slachtoffer 2] <emphasis role="strike-through">een of meerdere malen</emphasis> (<emphasis role="strike-through">plotseling en/of</emphasis> onverhoeds) in haar borst<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">) </emphasis>geknepen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- ( vervolgens) haar deur heeft geblokkeerd <emphasis role="strike-through">(</emphasis>met zijn voet<emphasis role="strike-through">)</emphasis></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.</para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">hij op een tijdstip</emphasis> op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 30 mei 2017 te Tilburg, door <emphasis role="strike-through">geweld of</emphasis> een andere feitelijkheid <emphasis role="strike-through">en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid</emphasis>, [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft/is hij, verdachte, daartoe </para>
      </parablock>
      <para>- die [slachtoffer 3] op de fiets gevolgd  en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- bij die [slachtoffer 3] blijven fietsen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- in het zicht en nabijheid van die [slachtoffer 3] zich <emphasis role="strike-through">(steeds)</emphasis> afgetrokken en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="strike-through">(</emphasis>vervolgens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> in het zicht en nabijheid van die [slachtoffer 3] zijn broek naar beneden gedaan en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- zich - met ontbloot geslachtsdeel - <emphasis role="strike-through">(</emphasis>wederom<emphasis role="strike-through">)</emphasis> afgetrokken</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5.</para>
        <para>Primair:</para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">hij</emphasis> op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 11 juni 2017 te Tilburg ter uitvoering van het door verdachte  voorgenomen misdrijf om door geweld of een andere feitelijkheid <emphasis role="strike-through">en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid</emphasis> [slachtoffer 4] te dwingen tot het ondergaan van een of meer handelingen die <emphasis role="strike-through">bestonden uit of</emphasis> mede bestonden uit het seksueel binnendringen</para>
        <para>van het lichaam van die [slachtoffer 4] , daartoe ,</para>
      </parablock>
      <para>- die [slachtoffer 4] heeft gevolgd op de fiets en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- naast die [slachtoffer 4] is gaan fietsen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- in de borst<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> van die [slachtoffer 4] heeft geknepen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- die [slachtoffer 4] heeft klem gereden <emphasis role="strike-through">(</emphasis>waardoor zij ten val is gekomen<emphasis role="strike-through">)</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- die [slachtoffer 4] heeft getracht te zoenen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- op de kont van die [slachtoffer 4] heeft geslagen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- getracht de slip van die [slachtoffer 4] <emphasis role="strike-through">uit te doen/</emphasis> opzij te doen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- ( vervolgens) zijn hoofd tussen haar benen heeft geduwd<emphasis role="strike-through">/gedaan</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- ( vervolgens) heeft getracht haar te "beffen"</para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>6.</para>
        <para>Subsidiair:</para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">hij</emphasis> op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 6 juni 2017 te Tilburg de eerbaarheid heeft geschonden op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten het terrein <emphasis role="strike-through">aan de Veemarktstraat en/of</emphasis> achter restaurant " [restaurant] ", door zich aldaar af te trekken;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Abusievelijk zijn de feiten in de dagvaarding en vervolgens in onderhavig vonnis niet doorlopend genummerd en ontbreekt een feit nummer 4.</para>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest en de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: TBS) met verpleging van overheidswege.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op de betoogde vrijspraak is de verdediging primair van mening dat geen straf dient te worden opgelegd. Subsidiair is betoogd dat TBS met verpleging van overheidswege thans nog niet aan de orde is. TBS met verpleging van overheidswege is een ultimum remedium en dient alleen dan te worden opgelegd als alle lichtere en minder ingrijpende behandelingsvormen benut zijn geweest. Dit is niet het geval. Plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht is minder ingrijpend en derhalve wenselijk. Verdachte kan, gelet op zijn problematiek, als volledig ontoerekeningsvatbaar worden beschouwd en voldoet derhalve aan de criteria voor plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft het op de dagvaarding ad informandum vermelde strafbare feit bij de strafbepaling buiten beschouwing gelaten, nu verdachte ter zitting zijn bekennende verklaring heeft herroepen en er aldus een inhoudelijke behandeling van dit feit dient plaats te vinden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een tweetal pogingen tot verkrachting, een tweetal aanrandingen en een schennispleging. Verdachte heeft mevrouw [slachtoffer 1] (feit 1) gevolgd en tegen een muur geduwd. Hij heeft haar bij haar panty gepakt en heeft haar panty ter hoogte van haar bovenbenen kapot getrokken. Verdachte heeft zijn hand tussen haar benen gestopt en heeft haar bij haar vagina over de kleding aangeraakt. Aangeefster zag een scooter aan komen rijden en is bij de bestuurster van de scooter achterop gesprongen. Dankzij het kordate optreden van de aangeefster is het handelen van de verdachte beperkt gebleven tot een poging tot verkrachting. Bij mevrouw [slachtoffer 4] (feit 5) heeft verdachte haar op de fiets gevolgd en heeft hij haar klem gereden. Zij kwam op de grond terecht. Verdachte heeft haar bij haar borsten gepakt en heeft zijn hoofd tussen haar benen geduwd. Ook heeft hij geprobeerd haar te zoenen. Verdachte heeft zich vervolgens in haar nabijheid afgetrokken en is vertrokken. Naast deze twee pogingen tot verkrachting heeft hij zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen jegens mevrouw [slachtoffer 2] (feit 2) en [slachtoffer 3] (feit 3). Bij mevrouw [slachtoffer 2] is hij haar gevolgd tot in de portiek van haar woning en heeft hij haar bij de borsten gepakt. [slachtoffer 3] is hij gevolgd en zij moest dulden dat verdachte zich in haar nabijheid aftrok. Ten slotte heeft hij zich schuldig gemaakt aan schennispleging (feit 6). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan zeer ernstige feiten. Het handelen van de verdachte heeft blijkens de ter zitting afgelegde slachtofferverklaring van mevrouw [slachtoffer 2] een grote impact op haar gehad. De gedachte aan wat haar had kunnen overkomen, blijft zich aan haar opdringen en beperkt haar in haar dagelijks leven. Ook in de maatschappij veroorzaken dergelijke feiten grote onrust.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens de landelijke oriëntatiepunten wordt voor een verkrachting doorgaans een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd. Hier is sprake van een tweetal pogingen daartoe. Normaliter wordt bij een poging de op te leggen straf verminderd met een derde. De rechtbank houdt hiermee rekening bij het bepalen van de straf. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de omstandigheden waaronder het feit is begaan en het strafblad van verdachte, waaruit naar voren komt dat hij zich niet eerder heeft schuldig gemaakt aan zedendelicten. Ten slotte is rekening gehouden met de persoon van verdachte, zoals onder meer uit de rapportages die over verdachte zijn opgemaakt, is gebleken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft met betrekking tot de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte onder meer acht geslagen op de over verdachte opgemaakte rapportages, te weten het rapport van de forensisch [psychiater 1] van 27 augustus 2017, het rapport van de [psycholoog 1] van 28 augustus 2017, alsmede de opgemaakte contra-expertise van 21 februari 2018, opgesteld door [psychiater 2] en [psycholoog 2] . De deskundigen zijn het eens waar het gaat om de vraag of verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. De vier deskundigen hebben verklaard dat er sprake is van een psychotische stoornis, ernstige verslavingsproblematiek en zwakbegaafdheid. De deskundigen zijn van mening dat deze stoornissen aanwezig waren ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde en dat deze stoornissen hebben bijgedragen aan het plegen van de tenlastegelegde feiten. [psychiater 1] en [psycholoog 1] hebben geadviseerd om verdachte ten aanzien van de hem tenlastegelegde feiten ten minste verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren. [psychiater 2] en [psycholoog 2] hebben geadviseerd om verdachte (sterk) verminderd toerekeningsvatbaar te achten. De rechtbank neemt deze adviezen over en acht verdachte (sterk) verminderd toerekeningsvatbaar. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft te kampen met een combinatie van diverse stoornissen. De deskundigen schatten het recidiverisico hoog in onder meer als het gaat om recidive op het gebied van zedendelicten. Zo hebben [psychiater 2] en [psycholoog 2] in hun rapport opgemerkt dat dit risico hoog is op basis van de ernst en aard van de (psychotische) symptomen en de hiermee samenhangende seksuele ontremming/hyperseksualiteit, die zijn oorsprong vindt in de voorgeschiedenis van verdachte. De seksuele occupatie is nog immer aanwezig en zal weer oplaaien als verdachte onbehandeld op straat komt te staan en naar drugs grijpt. Er is onder meer sprake van een hoge mate van impulsiviteit, seksuele preoccupatie, seks als coping, slechte probleemoplossende en sociale vaardigheden en het onvermogen om zich te hechten aan en te verplaatsen in anderen. Beschermende factoren als een netwerk, sociale relaties, wonen of werk zijn thans niet aanwezig. </para>
        <para>De rapporteurs concluderen dat verdachte in een gedwongen kader dient te worden behandeld om de gevaarzetting van zijn stoornis te reduceren, waarbij een langdurige klinische behandeling in een matig tot hoog beveiligde omgeving noodzakelijk wordt geacht. Een behandeling in een voorwaardelijk kader wordt niet haalbaar geacht, gelet op de eerdere behandelpogingen in diverse forensisch psychiatrische klinieken waarbij verdachte zich niet hield aan de voorwaarden en vrijwel meteen recidiveerde. Behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht is eveneens niet haalbaar gelet op de beperkte behandelduur en gelet op het feit dat verdachte niet volledig ontoerekeningsvatbaar is. De rapporteurs hebben de rechtbank geadviseerd om aan verdachte op te leggen TBS met verpleging van overheidswege. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de inhoud van voornoemde rapportages, heeft de rechtbank er geen vertrouwen in dat verdachte effectief kan worden behandeld binnen een kader met een voorwaardelijk karakter, noch in het kader van een deels voorwaardelijke straf, noch in het kader van TBS met voorwaarden. De rechtbank volgt ook de deskundigen in hun standpunt dat een plaatsing in een psychiatrische kliniek niet haalbaar is, gelet op het feit dat verdachte een lange behandelduur nodig zal hebben alvorens de maatschappij weer in te gaan en met name gelet op het feit dat verdachte niet als geheel ontoerekeningsvatbaar kan worden beschouwd en daarom niet voor opname in een psychiatrisch ziekenhuis in aanmerking komt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal dan ook de maatregel van TBS met dwangverpleging opleggen nu de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling en de verpleging van overheidswege eist. De rechtbank zal daarom gelasten dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en zal bevelen dat de verdachte van overheidswege zal worden verpleegd. De rechtbank acht het van groot belang dat zo spoedig mogelijk met behandeling zal worden aangevangen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat voldaan wordt aan de eisen die de wet daaraan stelt, te weten:</para>
      </parablock>
      <para>- bij verdachte bestond ten tijde van het plegen van het feit een gebrekkige ontwikkeling en een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens;</para>
      <para>- op het gepleegde misdrijf is een gevangenisstraf van vier jaren of meer gesteld;</para>
      <para>- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist die maatregel. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt voorts dat de maatregel van terbeschikkingstelling zal worden opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van een of meer personen. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zoals hiervoor is overwogen, is een gevangenisstraf van lange duur de meest passende sanctie. Echter, de rechtbank acht het belang van behandeling, die op niet al te lange termijn moet starten, erg groot. Dit is redengevend om de onvoorwaardelijke gevangenisstraf, conform de eis van de officier van justitie, te beperken tot een duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partij</title>
    <para>De benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer 2]</emphasis> vordert een schadevergoeding van <emphasis role="bold">€ 3.160,14</emphasis> voor <emphasis role="bold">feit 2.</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.</para>
      <para>Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen, met oplegging van de wettelijke rente vanaf 27 mei 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de toegekende vordering van voornoemde benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer 4]</emphasis> vordert een schadevergoeding van <emphasis role="bold">€ 182,10</emphasis> voor <emphasis role="bold">feit 5</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.</para>
      <para>Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen, met oplegging van de wettelijke rente vanaf 11 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de toegekende vordering van voornoemde benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Devorderingtottenuitvoerlegging</title>
    <para>De officier van justitie heeft in eerste instantie gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant d.d. 21 september 2015 onder parketnummer 02/800315-16 ten uitvoer zal worden gelegd. Ter zitting heeft de officier van justitie aangegeven dat de voorwaardelijke gevangenisstraf reeds ten uitvoer is gelegd, zodat thans het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de voorwaardelijke gevangenisstraf reeds ten uitvoer is gelegd. De officier van justitie dient derhalve in de vordering tot tenuitvoerlegging niet-ontvankelijk te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 37a, 37b, 45, 57, 239, 242 en 246 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het onder feit 6 primair tenlastegelegde feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> poging tot verkrachting;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> feitelijke aanranding van de eerbaarheid;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3: </emphasis>feitelijke aanranding van de eerbaarheid;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 5 primair: </emphasis>poging tot verkrachting;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 6 subsidiair: </emphasis>schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar  </para>
      <para>              verkeer bestemd;</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 12 maanden</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
    <para />
    <para>- gelast de <emphasis role="bold">terbeschikkingstelling</emphasis> van verdachte, <emphasis role="bold">met verpleging</emphasis> van overheidswege.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partijen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer 2]</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 3.160,14.</emphasis> waarvan € 1.910,14 ter zake van materiële schade en € 1250,= ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente berekend vanaf 27 mei 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; </para>
    <para />
    <para>- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer <emphasis role="bold">[slachtoffer 2] (feit 2), € 3.160,14</emphasis> te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door <emphasis role="bold">41</emphasis> dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;</para>
    <para>- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd; </para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer 4]</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 182,20</emphasis>, ter zake van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente berekend vanaf 11 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; </para>
    <para />
    <para>- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer <emphasis role="bold">[slachtoffer 4] (feit 5), € 182,20 te betalen</emphasis>, te vermeerderen met de wettelijke rente berekend vanaf 11 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door <emphasis role="bold">3</emphasis> dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;</para>
    <para>- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vordering tenuitvoerlegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak onder parketnummer 02/800138-15.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Kouwenhoven, voorzitter, mr. Beudeker en mr. Van Bergen, rechters, in tegenwoordigheid van Schuurmans, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 13 maart 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Kouwenhoven is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_15987309-0014-496f-907a-0ac9523394c1" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt daarmee, tenzij anders vermeld, bedoeld het eindproces-verbaal onderzoek Evrotas met onderzoeksnummer 2017135959/ZBRBC1711 van de politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 272.</para>
    <para> Het proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 1] , p. 66, 67 en 68. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_66abed49-da35-4f3d-b203-e1062418a15f" label="2">
    <para> Foto 7, opgenomen op dossierpagina 86. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_a18da20e-29f3-4823-bf3e-a665568a3ec4" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 70, 71 en 72.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_72bbde34-288a-4a04-b099-6a2e4603b7cc" label="4">
    <para> Het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 258, 259 en 261. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2222bfde-6c07-42ef-a7ea-35aa7e3ebac9" label="5">
    <para> Het proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 4] , p. 48</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e3ebb533-5333-477e-b15a-ab45165e9244" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 21 en 22.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e0b3d95f-237b-4651-9838-bc6685af6cc5" label="7">
    <para> Het proces-verbaal bevindingen, p. 24 en 25. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_43657535-48b5-4a67-9130-560d4ee39ebd" label="8">
    <para> Het proces-verbaal herkenning persoon door [opsporingsambtenaar 1] , p. 39. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3087c307-7ab2-4bbc-9c17-db87c68123f0" label="9">
    <para> Het proces-verbaal bevindingen, opgemaakt door verbalisant [opsporingsambtenaar 2] , p. 40. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5f8a76f9-f641-4801-901d-aad8a735232c" label="10">
    <para> Het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 265 en 267</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7f1ed738-27ee-4640-baa0-fab7f352c75e" label="11">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , p. 109 en 110.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0482dfe6-79c4-435f-8ee6-f03e8a09e73b" label="12">
    <para> Het rapport meervoudige fotobewijsconfrontatie met een getuige, p. 121 en 123.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b61a6690-a630-4024-b370-a76f9b9d8985" label="13">
    <para> Het proces-verbaal tonen selectie bij bewijsconfrontatie, p. 125. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2972feac-0c3f-4f74-9ab2-bbdd8ae2f8fa" label="14">
    <para> Het proces-verbaal bevindingen, p. 127. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c72231f4-014e-436d-8476-94cf85167967" label="15">
    <para> Het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 270.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d55aa720-7f0b-4684-9647-021f12327df4" label="16">
    <para> Het proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 3] , p. 132 en 133.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6abc4890-2ef1-4a05-807f-e8f371ac6557" label="17">
    <para> Het proces-verbaal bevindingen, p. 130 en 131.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1f4f9ff2-ebc3-493c-86e5-4af2d559ad1f" label="18">
    <para> Het proces-verbaal camerabeelden, p. 136. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_596d1f6d-68c6-45d0-842b-3b80e423de4b" label="19">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] , p. 212. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>