<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2018:5986</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-24T13:17:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-700173-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:5986">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:5986</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-24T13:15:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2018:5986 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 16-10-2018 / 02-700173-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2018:5986:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beslissing raadkamer gevangenhouding. Verzoek opheffing voorlopige hechtenis. Alternatief scenario vooralsnog niet aannemelijk geworden. Ernstige bezwaren</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2018:5986:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</para>
  <para>Team strafrecht, locatie Middelburg</para>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Parketnummer: 02/700173-16</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Afwijzing opheffing voorlopige hechtenis.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Beslissing op het verzoek d.d.  12 oktober 2018 tot opheffing van het bevel</para>
    <para>tot voorlopige hechtenis en/of schorsing van de voorlopige hechtenis van:</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>- [verdachte] ,</para>
  <parablock>
    <para>geboren op 1983 te [geboorteplaats] ,</para>
    <para>wonende te    Z.V.W.O.V.H.T.L.,</para>
    <para>thans gedetineerd.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>1. De procedure.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:</para>
  </parablock>
  <para>- het verzoek;</para>
  <para>- het bevel tot bewaring d.d. 27 september 2016;</para>
  <para>- het bevel tot gevangenhouding d.d. 04 oktober 2016;</para>
  <para>- het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer d.d. 16 oktober 2018,</para>
  <parablock>
    <para>waaruit blijkt dat de officier van justitie is gehoord. Tevens is verdachte</para>
    <para>gehoord.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>2. De beoordeling.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Door de verdediging is verzocht de voorlopige hechtenis bij gebreke van</para>
    <para>ernstige bezwaren op te heffen. In de kern komt het betoog van de verdediging</para>
    <para>neer op de presentatie van een alternatief scenario inhoudende dat het</para>
    <para>uitwendig inwerkend botsend geweld dat bij het slachtoffer tot traumatisch</para>
    <para>hersenletsel en daaropvolgend tot zijn dood heeft geleid door een eigen val</para>
    <para>van het slachtoffer is veroorzaakt. Dit heeft volgens de verdediging tot</para>
    <para>gevolg dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde</para>
    <para>zal kunnen komen. Uitgaande van dit scenario bestaan er geen ernstige bezwaren</para>
    <para>jegens verdachte.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank overweegt het volgende. In het kader van de voorlopige hechtenis</para>
    <para>moet het bij de beoordeling van ernstige bezwaren gaan op een stevige</para>
    <para>verdenking in de zin van het waarschijnlijk moet zijn dat verdachte het</para>
    <para>strafbare feit heeft begaan. In deze zaak is uitvoerig technisch, tactisch en</para>
    <para>forensisch onderzoek verricht en een deel van de resultaten (onder meer de</para>
    <para>resultaten van sporenonderzoek, de gegevens van de telefoon die bij verdachte</para>
    <para>in gebruik was, getuigenverklaringen en verklaringen van de medeverdachte)is</para>
    <para>belastend voor verdachte. Tijdens de zitting van 18 juni 2018 zijn door</para>
    <para>verdachte en de medeverdachte verklaringen afgelegd. Ter zitting is ook</para>
    <para>prof.dr. B. Kubat, arts en forensisch patholoog van het NFI, als deskundige</para>
    <para>gehoord. Zij heeft over het ook toen besproken alternatieve scenario dat door</para>
    <para>de verdediging aan haar was voorgelegd onder meer verklaard dat de letsels in</para>
    <para>het gezicht en in de hals van het slachtoffer minder waarschijnlijk zijn</para>
    <para>ontstaan door vallen dan dat ze zijn ontstaan door niet vallen (pagina 18 van</para>
    <para>het proces-verbaal van de zitting). Tevens heeft zij verklaard dat de</para>
    <para>bloeduitstortingen bij de oogleden van het slachtoffer aan de linkerkant niet</para>
    <para>typisch zijn voor een val (pagina 24 van genoemd proces-verbaal). Tijdens en</para>
    <para>in vervolg op de zitting zijn 114 vragen van de verdediging door prof. Kubat</para>
    <para>en prof.dr. P.A.M. Hofman, radioloog, beantwoord. In vervolg daarop heeft de</para>
    <para>verdediging verzocht om aanvullend 94 vragen aan beide deskundigen voor te</para>
    <para>leggen. De beslissing op dit verzoek ligt nog bij de rechter-commissaris.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat nog steeds sprake is</para>
    <para>van ernstige bezwaren jegens verdachte. Het geschetste alternatieve scenario</para>
    <para>is, mede gelet op genoemde verklaring van de deskundige Kubat,vooralsnog</para>
    <para>-------------------------------------------------------------------------------</para>
    <para>onvoldoende aannemelijk geworden.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De verdenking, bezwaren en gronden, die in het meest recente bevel tot</para>
    <para>voorlopige hechtenis zijn vermeld, bestaan ook thans nog, zodat er geen redenen</para>
    <para>aanwezig zijn het verzoek tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis</para>
    <para>toe te wijzen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>3. De beslissing.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank wijst het verzoek tot opheffing van genoemd bevel van de</para>
    <para>voorlopige hechtenis van verdachte af.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Deze beslissing is gegeven op  17 oktober 2018 door mr  G.H. Nomes, voorzitter,</para>
    <para>en mrs  E.J. Zuijdweg en H. Skalonjic, in tegenwoordigheid van  I.A. Walhout,</para>
    <para>griffier.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>De officier van justitie gelast de tenuitvoerlegging van vorenstaande</para>
    <para>beschikking en brengt deze ter kennis van verdachte.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>                            Middelburg,</para>
    <para>                              De officier van justitie,</para>
    <para>Gezien op</para>
    <para>De directeur van het huis van bewaring,</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>afschrift aan raadsman/vrouw mr.</para>
    <para>verstrekt op:</para>
    <para>[Einde tekst]</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>