<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2018:5093</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-31T14:40:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-08-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/800939-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2019:965" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2019:965, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:5093">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:5093</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-31T14:39:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2018:5093 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 28-08-2018 / 02/800939-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2018:5093:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim een jaar schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking, en heeft daarbij in totaal ruim één miljoen euro van zijn werkgever weggenomen. Verdachte heeft hiervoor 48 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk gekregen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2018:5093:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/800939-17</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer d.d. 28 augustus 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [woonadres] ,</para>
      <para>thans verblijvende in de PI Middelburg, [locatie] , Middelburg,</para>
      <para>raadsman mr. G.L. de Gier, advocaat te [geboorteplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 augustus 2018, waarbij de officier van justitie, mr. Van Setten, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of rond de periode 1 augustus 2016 tot en met 13</para>
      <para>december 2017 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, </para>
      <para>(telkens) opzettelijk een of meerdere geldbedrag(en) (van in totaal 1.037.405,04 euro, dan wel 1.036.453,96 euro, in elk geval 1.035.546,46 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehoorde aan [V.o.F.] en/of [B.V. 1] en/of [B.V. 2] en/of [naam 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte al dan niet uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten financieel directeur schadebedrijven, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2016 tot en</para>
      <para>met 13 december 2017 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of </para>
      <para>meerdere geldbedrag(en) (van in totaal 1.037.405,04 euro, dan wel 1.036.453,96 euro, in </para>
      <para>elk geval 1.035.546,46 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [V.o.F.] en/of [B.V. 1] en/of [B.V. 2] en/of [naam 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 augustus 2016 tot en met </para>
      <para>13 december 2017 te [plaats 1] en [plaats 2] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een of meer voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(en) met een totaalwaarde van 1.037.405,04 euro, dan wel 1.036.453,96 euro, in elk geval 1.035.546,46 euro, (telkens) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen en/of omgezet, althans van een of meer voorwerp(en), te weten voornoemd(e) geldbedrag(en), (telkens) gebruik heeft/hebben gemaakt en/of (telkens) van voorwerpen de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding, de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemd voorwerp was en/of heeft verborgen en/of verhuld wie op voornoemd voorwerp voorhanden heeft gehad,</para>
      <para>terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs </para>
      <para>moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk -</para>
      <para>afkomstig was/waren uit een of meer misdrijf/misdrijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte beide feiten heeft gepleegd en gaat er bij feit 1 van uit dat verdachte het hoogst genoemde bedrag heeft verduisterd. Zij baseert zich voor beide feiten op de aangifte, de aanvullende aangifte en de bekennende verklaring van verdachte. Anders dan verdachte stelt hadden ook de betalingen aan [medeverdachte] en terzake van onkostenvergoedingen, geen rechtsgrond.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft, ten aanzien van feit 1, opgemerkt dat verdachte niet het gehele in de tenlastelegging opgenomen bedrag heeft verduisterd, nu er mogelijk ook onkostenvergoedingen aan verdachte en legitieme betalingen aan [medeverdachte] tussen zitten. Ten aanzien van het witwassen stelt de verdediging, dat het maar de vraag is of cryptovaluta voorwerpen zijn in de zin van zaken en vermogensrechten. Daarnaast zijn de bitcoins waarvan gesteld wordt dat verdachte ze heeft gekocht, nooit gevonden. Het is dan ook maar de vraag of deze bitcoins nog bestaan. Dat betekent volgens de verdediging dat vrijspraak zou moeten volgen. Ook is de verdediging van oordeel dat de veronderstelde witwashandeling niet te onderscheiden valt van de verduisteringshandeling. Er mag geen sprake zijn van dubbele bestraffing. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Aangezien verdachte ten aanzien van de feitelijkheden van de feiten 1 en 2 een bekennende verklaring heeft afgelegd en hier door de verdediging niets aan af is gedaan, wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank die feiten wettig en overtuigend bewezen, gelet op:</para>
      </parablock>
      <para>- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie;<footnote-ref linkend="_b065e566-46bd-4ce7-9881-d452da363bd5" /></para>
      <para>- de aangifte van [naam 1] ;<footnote-ref linkend="_ed08c9a8-ebbd-4498-b0cb-86bfc9754b5e" /></para>
      <para>- de aanvullende aangifte van [naam 1] .<footnote-ref linkend="_605918d9-e8d2-4acd-ad56-f3a2c83e3741" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft echter wel een aantal opmerkingen geplaatst ten aanzien van een aantal betalingen, meegenomen onder feit 1, en de kwalificatie van feit 2 en het gevolg daarvan. Hieromtrent overweegt de rechtbank het volgende.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het totale bedrag van € 1.037.405,04 in dienstbetrekking heeft verduisterd in de tenlastegelegde periode. Verdachte had weliswaar een mandaat om als financieel directeur betalingen te verrichten en heeft als zodanig de betalingen ook kunnen doen, maar geen van de betalingen die deel uitmaken van dit totaalbedrag had een factuur, declaratie of andere rechtsgrond als basis. Met betrekking tot al deze betalingen heeft verdachte onrechtmatig gehandeld in die zin, dat hij deze bedragen heeft verduisterd. Dat een deel van het bedrag onkostenvergoedingen aan verdachte en betalingen aan [medeverdachte] voor werkzaamheden zou betreffen, die terecht zouden zijn overgemaakt, acht de rechtbank niet aannemelijk. Verdachte heeft deze stelling op geen enkele wijze onderbouwd en ook anderszins is deze stelling niet aannemelijk geworden.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>Onder verwijzing naar de eerder aangehaalde bewijsmiddelen komt de rechtbank allereerst tot de vaststelling dat de geldbedragen een criminele herkomst hebben, namelijk het eigen misdrijf van verdachte: verduistering in dienstbetrekking. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de handelingen die verdachte heeft verricht met de door hem verduisterde geldbedragen, gekwalificeerd kunnen worden als witwassen. Verdachte heeft de geldbedragen die hij had verkregen uit eigen misdrijf onder andere overgemaakt naar rekeningnummers van andere personen, waaronder [naam 2] , verdachtes partner [medeverdachte] en ten behoeve van zijn schoonmoeder. Hij heeft reizen betaald met de geldbedragen en geïnvesteerd in onder andere bitcoins en andere cryptovaluta. Door deze handelingen te verrichten, heeft verdachte niet alleen de geldbedragen verworven en voorhanden gehad, maar deze ook overgedragen, omgezet en er gebruik van gemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aangezien niet is gebleken dat verdachte handelingen heeft verricht waarmee de werkelijke aard of herkomst van de geldbedragen zijn verborgen of verhuld zal de rechtbank verdachte vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging (artikel 420bis, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht (Sr)). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen als bedoeld in artikel 420bis, eerste lid, onder b, Sr. De verdediging heeft betoogd dat er sprake is van een voortgezette handeling (artikel 56 Sr). Dit onderdeel zal onder het kopje strafbaarheid besproken worden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">hij </emphasis>op <emphasis role="strike-through">een of meerdere</emphasis> tijdstip<emphasis role="strike-through">(</emphasis>pen<emphasis role="strike-through">)</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of rond </emphasis>de periode 1 augustus 2016 tot en met 13</para>
        <para>december 2017 <emphasis role="strike-through">te [plaats 1] en/of [plaats 2] , in elk geval </emphasis>in Nederland, </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>meermalen<emphasis role="strike-through">, althans eenmaal, </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)n het </emphasis></para>
        <para>opzettelijk </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">een of meerdere</emphasis> geldbedrag<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> (van in totaal 1.037.405,04 euro<emphasis role="strike-through">, dan wel 1.036.453,96</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">euro, in elk geval 1.035.546,46 euro</emphasis>),</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">in elk geval enig goed,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">geheel of ten dele </emphasis>
          <emphasis role="italic">toebehorende</emphasis> aan [V.o.F.] en/of [B.V. 1] </para>
        <para> en/of [B.V. 2] en/of [naam 1] ,</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte</emphasis>, </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">en</emphasis> welk goed<emphasis role="italic">eren</emphasis> verdachte <emphasis role="strike-through">al dan niet </emphasis>uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten financieel directeur schadebedrijven<emphasis role="strike-through">, in elk geval anders dan door misdrijf</emphasis> onder </para>
        <para>zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">of</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2016 tot en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">met 13 december 2017 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , in elk geval in Nederland, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">meermalen, althans eenmaal, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">meerdere geldbedrag(en) (van in totaal 1.037.405,04 euro, dan wel 1.036.453,96 euro, in </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">elk geval 1.035.546,46 euro),</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [V.o.F.] en/of [B.V. 1] en/of [B.V. 2] en/of [naam 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">hij </emphasis>op <emphasis role="strike-through">een of meerdere</emphasis> tijdstip<emphasis role="strike-through">(</emphasis>pen<emphasis role="strike-through">)</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode 1 augustus 2016 tot en met </para>
        <para>13 december 2017 <emphasis role="strike-through">te [plaats 1] en [plaats 2] , althans </emphasis>in Nederland, meermalen<emphasis role="strike-through">, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">) een of meer </emphasis>voorwerp<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, te weten <emphasis role="strike-through">een of meerdere </emphasis>geldbedrag<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> met een totaalwaarde van 1.037.405,04 euro<emphasis role="strike-through">, dan wel 1.036.453,96 euro, in elk geval 1.035.546,46 euro, (telkens)</emphasis> heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> verworven, voorhanden heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> gehad, heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> overgedragen en/of omgezet, althans van <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> voorwerp<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, te weten voornoemd<emphasis role="strike-through">(</emphasis>e<emphasis role="strike-through">)</emphasis> geldbedrag<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, <emphasis role="strike-through">(telkens) </emphasis>gebruik heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> gemaakt <emphasis role="strike-through">en/of (telkens) van voorwerpen de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding, de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemd voorwerp was en/of heeft verborgen en/of verhuld wie op voornoemd voorwerp voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit een of meer misdrijf/misdrijven.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Met betrekking tot het standpunt van de verdediging dat artikel 56 Sr van toepassing is, overweegt de rechtbank dat volgens recente jurisprudentie van de Hoge Raad, in een aantal op 20 juni 2017 gewezen arresten (onder meer ECLI:NL:HR:2017:1113), voor de vraag of er sprake is van een voortgezette handeling in de zin van artikel 56 Sr bepalend is of de verschillende bewezen verklaarde, elkaar in tijd opvolgende gedragingen - ook ten aanzien van het ‘wilsbesluit’ - zo nauw met elkaar samenhangen dat verdachte daarvan (in wezen) één verwijt kan worden gemaakt. In de onderhavige zaak zijn de verduisterde geldbedragen weliswaar op verschillende momenten en op verschillende wijzen witgewassen, maar dit witwassen moet in het onderhavige geval als een voortgezette handeling in de zin van artikel 56 Sr worden beschouwd. Het verduisteren van geldbedragen en het vervolgens witwassen van die geldbedragen zijn handelingen die naar het oordeel van de rechtbank in de kern genomen voortkomen uit één ongeoorloofd wilsbesluit van verdachte. Daarbij neemt de rechtbank mede in aanmerking dat het witwassen feitelijk betrekking heeft op het op diverse manieren gebruik maken van het verduisterde geld, waarbij niet gebleken is van bijzondere witwasconstructies. Het betreffen gelijksoortige en elkaar in tijd opvolgende gedragingen, waardoor de verschillende bewezen geachte gedragingen, ook ten aanzien van het wilsbesluit, zo nauw met elkaar samenhangen dat verdachte daarvan één verwijt kan worden gemaakt.  Bovendien gaat de rechtbank er van uit dat verdachte de geldbedragen niet heeft verduisterd om vervolgens niets met het geld te gaan doen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het ten laste van verdachte bewezen verklaarde levert de volgende misdrijven op:</para>
      <para>Feiten 1 en 2:</para>
      <para>De voortgezette handeling van verduistering door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd, en witwassen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn voor het overige geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en dat verdachte zich moet houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat inhoudt dat verdachte zich ambulant moet laten behandelen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging sluit zich aan bij het schriftelijke strafadvies van de reclassering, te weten een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf zonder bijzondere voorwaarden. Daarbij wijst de verdediging erop dat verdachte een first offender is en dat de zaak al grote impact heeft op zijn leven en zijn sociale omgeving. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim een jaar schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking, en heeft daarbij in totaal ruim één miljoen euro van zijn werkgever weggenomen. Hij heeft daarbij misbruik gemaakt van zijn functie als financieel directeur bij [B.V. 2] en het door zijn werkgever in hem gestelde vertrouwen, door op slinkse wijze geldbedragen naar zijn eigen bankrekening en naar die van anderen uit zijn omgeving over te (laten) maken. Tevens heeft hij zich schuldig gemaakt aan de voortgezette handeling van witwassen van dit geld. Het buitgemaakte geld heeft hij onder andere uitgegeven aan reizen en aanschaf van bitcoins en andere cryptovaluta. Door zijn handelen heeft verdachte grote financiële schade toegebracht aan zijn werkgever. Uit de toelichting van de benadeelde partij ter terechtzitting blijkt dat een aantal werknemers ’s nachts heeft moeten doorwerken om de problemen die verdachte veroorzaakt heeft, op te lossen. Ook los van die schade vormt het handelen van verdachte een persoonlijke teleurstelling voor de werkgever, die nota bene een mooie verdere carrière voor verdachte binnen het bedrijf voor ogen had. De werkgever begrijpt nog altijd niet waarom verdachte zo gehandeld heeft. Verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door het oogmerk van financieel gewin ten koste van anderen. De rechtbank neemt het verdachte ook kwalijk dat hij zijn werkgever publiekelijk in een negatief daglicht heeft gezet, door ongefundeerde, niet bewezen, negatieve uitlatingen over de werkgever in de pers te brengen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat een lange gevangenisstraf op zijn plaats is, waarbij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS en de straffen die rechtbanken voor soortgelijke feiten plegen op te leggen als uitgangspunt worden genomen. Daarbij heeft de rechtbank de lange pleegperiode en de hoogte van het verduisterde en witgewassen bedrag als straf verhogend aangemerkt. Tevens heeft de rechtbank in het nadeel van verdachte rekening gehouden met zijn proceshouding: hij presenteert zich als slachtoffer in plaats van als dader en hij is niet ter zitting verschenen om verantwoording af te leggen. Daarnaast is verdachte tot op heden niet duidelijk geweest over de reden van zijn handelen; hij doet het voorkomen alsof hij het beste voorhad met het bedrijf, maar het geld is alleen bij hemzelf en personen uit zijn naaste omgeving terechtgekomen. Ook heeft verdachte meerdere malen aangegeven tot een oplossing te willen komen en het geld terug te willen geven, maar geeft hij uiteindelijk niet thuis. Telkens zegt hij ‘schoon schip te willen maken’, maar de werkgever heeft nog niet één euro van hem teruggekregen. Het lijkt erop dat verdachte, bij het zoeken naar een oplossing, met name oog heeft voor zijn eigen voorwaarden en belangen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft tevens acht geslagen op de rapportage van 15 mei 2018 van de Reclassering. Over de mogelijke achterliggende gedachte en reden van het delict rapporteert de reclassering dat verdachte meent over veel vaardigheden en kennis te beschikken op het gebied van cijfers en computers. Aan deze kennis en vaardigheden en zijn werk als financieel directeur ontleende hij status en een gevoel van eigenwaarde. Deze status en het gevoel van eigenwaarde lijken te hebben bijgedragen aan de totstandkoming en het voortduren van delictsgedrag. Dit is tevens een risicofactor omdat verdachte mogelijk weer op zoek zal gaan naar een dergelijke behoeftebevrediging. Het recidiverisico is als laag tot gemiddeld ingeschat. Op grond van het recidiverisico en de criminogene factoren zijn geen (gedrags)interventie(s) en/of behandelingen geïndiceerd. Verdachte wordt voldoende in staat geacht, gezien zijn cognitieve vaardigheden en steunend netwerk, om zijn leefgebieden op orde te krijgen. De reclassering adviseert een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf, zonder bijzondere voorwaarden, op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Wel ziet de rechtbank aanleiding een deel daarvan, te weten zes maanden, voorwaardelijk op te leggen. Met deze voorwaardelijke straf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank acht het niet zinvol om daarbij bijzondere voorwaarden, zoals reclasseringstoezicht op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partij</title>
    <para>De benadeelde partij [V.o.F.] vordert een schadevergoeding van € 1.037.405,04, te vermeerderen met de wettelijke rente, voor feit 1.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.</para>
      <para>Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen. Tevens zal de wettelijke rente vanaf de datum van de aangifte, 13 december 2017, worden toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Het beslag</title>
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De verbeurdverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp, te weten 0,00927454 Bitcoin, met een waarde van €330,98 volgens de beslaglijst van 12 juli 2018, is vatbaar voor verbeurdverklaring.</para>
        <para>Gebleken is dat het aan verdachte toebehoort en het geheel of grotendeels door middel van het strafbare feit is verkregen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 33, 33a, 56, 321, 322 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feiten 1 en 2: </emphasis>
      </para>
      <para>de voortgezette handeling van</para>
      <para>verduistering, gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd, en witwassen. </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 48 maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat een <emphasis role="bold">gedeelte van deze gevangenisstraf groot 6 maanden</emphasis> niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd van twee jaren na te melden voorwaarde niet heeft nageleefd;</para>
    <para />
    <para>- stelt als algemene voorwaarde:</para>
    <para>* dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen voorwerp, te weten 0,00927454 Bitcoin;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [V.o.F.] een geldbedrag van € 1.037.405,04, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 13 december 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, ter zake van materiële schade; </para>
    <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; </para>
    <para />
    <para>- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [V.o.F.] (feit 1), € 1.037.405,04, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 13 december 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, te betalen, bij niet betaling te vervangen door 365 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Beudeker, voorzitter, mr. De Weert en mr. Van Bergen, rechters, in tegenwoordigheid van Van Rensch, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 augustus 2018. De voorzitter en griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_b065e566-46bd-4ce7-9881-d452da363bd5" label="1">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen gesprek [verdachte] , d.d. 9 mei 2018, los opgenomen in dossier, </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed08c9a8-ebbd-4498-b0cb-86bfc9754b5e" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [naam 1] , d.d. 13 december 2017, pag. 420 e.v.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_605918d9-e8d2-4acd-ad56-f3a2c83e3741" label="3">
    <para> Proces-verbaal van aanvullende aangifte [naam 1] , d.d. 9 februari 2018, pag. 471 e.v.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>