<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2018:5033</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-29T08:58:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-08-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-700162-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:5033">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:5033</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-29T08:57:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2018:5033 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 28-08-2018 / 02-700162-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2018:5033:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beslissing raadkamer gevangenhouding. Motivering ernstige bezwaren en recidivegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2018:5033:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</para>
  <para>Team strafrecht, locatie Middelburg</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>BEVEL TOT GEVANGENHOUDING EN DE NADERE VORDERING EX ARTIKEL 67B VAN HET</para>
    <para>WETBOEK VAN STRAFVORDERING</para>
    <para>Beschikking op de vordering van de Officier van Justitie in dit arrondissement</para>
    <para>van 23 augustus 2018 strekkende tot het bevelen van de gevangenhouding van:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>parketnummer 02/700162-18</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>naam     : [verdachte]</para>
    <para>voornamen: [verdachte]</para>
    <para>geboren  : [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats]</para>
    <para>wonende  : [woonplaats]</para>
    <para>adres    : [adres]</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>thans verblijvende: PI Middelburg- locatie Torentijd te Middelburg;</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>1.De overwegingen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Tegen verdachte is op 20 augustus 2018 een bevel tot bewaring verleend.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank heeft op de vordering tot gevangenhouding de officier van justitie</para>
    <para>en de verdachte gehoord.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank is na onderzoek gebleken dat hetgeen in het bevel tot bewaring is</para>
    <para>overwogen omtrent de verdenking, bezwaren en gronden die tot dat bevel hebben</para>
    <para>geleid, ook thans nog geldt, hetzelfde geldt voor hetgeen zoals vermeld in de</para>
    <para>nadere vordering ex artikel 67b van het Wetboek van Strafvordering.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bij de beoordeling van de beslissing ter zake de voorlopige hechtenis geldt als</para>
    <para>uitgangspunt het in artikel 5 van het Europees Verdrag van de Rechten van de</para>
    <para>Mens vastgelegde recht op vrijheid en veiligheid.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Op basis van de zich in het dossier van verdachte bevindende stukken en de</para>
    <para>behandeling ter zitting is de rechtbank van oordeel dat er ernstige bezwaren</para>
    <para>bestaan tegen verdachte ten aanzien van de/ het in de vordering omschreven</para>
    <para>feit/feiten en dat er sprake is van het bestaan van grond / gronden, zoals</para>
    <para>vermeld op het aan deze beslissing gehechte stuk, waarvan de inhoud als hier</para>
    <para>herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De ernstige bezwaren voor feit 1 vinden grondslag in de aangifte, de</para>
    <para>letselverklaring en de verklaringen van verdachte dat hij tegen aangever</para>
    <para>geweld heeft gebruikt. Het door verdachte geschetste alternatieve scenario,</para>
    <para>inhoudende dat aangever in de woning een pistool trok en dit op verdachte</para>
    <para>richtte, wordt door de rechtbank op basis van de voorliggende stukken</para>
    <para>vooralsnog niet als geloofwaardig beoordeeld. Dit komt doordat verdachte in</para>
    <para>eerste instantie niet over een pistool heeft gesproken en verklaard (zie de</para>
    <para>eerste verklaring van verdachte en het proces-verbaal van bevindingen van 13</para>
    <para>augustus 2018 (pagina 152)) en ditzelfde geldt voor de in de woning aanwezige</para>
    <para>
      [naam 1] en [naam 2] . Ook zij verklaren in eerste instantie niet over een</para>
    <para>pistool. Als het is gegaan zoals verdachte stelt dan had voor de hand gelegen</para>
    <para>dat direct bij binnenkomst van de politie in de woning melding zou zijn</para>
    <para>gemaakt van het gebruik van een pistool door aangever en dan had eveneens</para>
    <para>verwacht mogen worden dat het pistool direct aan de politie zou zijn</para>
    <para>overhandigd. In plaats van dit laatste is het pistool op verzoek van verdachte</para>
    <para>door [naam 1] in een schuurtje weggelegd. De ernstige bezwaren voor de feiten</para>
    <para>2, 3 en 4 volgen uit het dossier.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De grond voor herhaling is gelegen in het strafblad van verdachte waaruit</para>
    <para>blijkt dat hij bij vonnis van 22 maart 2018 is veroordeeld voor</para>
    <para>medeplichtigheid aan een geweldsfeit, bij vonnis van 27 juni 2018 is</para>
    <para>veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet en aan hem op 4 mei 2017 een</para>
    <para>strafbeschikking is opgelegd ter zake overtreding van de Wet wapens en</para>
    <para>munitie. Daarbij komt dat verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij de</para>
    <para>-------------------------------------------------------------------------------</para>
    <para>afgelopen periode in softdrugs heeft gehandeld. Het is een feit van algemene</para>
    <para>bekendheid dat dit een vorm van criminaliteit is waarin financiële belangen</para>
    <para>van betekenis zijn en geweld niet zelden wordt geschuwd. Dit draagt ook bij</para>
    <para>aan het bestaan van de herhalingsgrond.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Gelet op de aard en ernst van de verdenking van de feiten 1 tot en met 4</para>
    <para>weegt het persoonlijk belang van verdachte bij schorsing van de voorlopige</para>
    <para>hechtenis minder zwaar dat het strafvorderlijk belang dat de voorlopige</para>
    <para>hechtenis voortduurt.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>2. De beslissing.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank beveelt de gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van</para>
  </parablock>
  <para>90 ( negentig) dagen ingaande op het ogenblik van de tenuitvoerlegging; bepaalt</para>
  <para>dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in een huis van bewaring.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Wijst af het schorsingsverzoek.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Deze beschikking is gegeven op 28 augustus 2018 door</para>
    <para>mr. G.H. Nomes , voorzitter,</para>
    <para>mr. E.J. Zuijdweg ,rechter,</para>
    <para>mr. M.L. Weerkamp ,rechter,</para>
    <para>in tegenwoordigheid van I.A. Walhout , griffier.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
</uitspraak>
</open-rechtspraak>