<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2018:4754</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-28T10:22:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-08-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-665112-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2021:212" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2021:212, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:4754">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:4754</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-14T09:15:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2018:4754 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 09-08-2018 / 02-665112-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2018:4754:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak van faillissementsfraude. Bewezenverklaring van verduistering  - als feitelijk leidinggevende - van een geldbedrag van ruim 114.000 euro. Straf: 9 maanden gevangenisstraf.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2018:4754:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/665112-16  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 augustus 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te ( [adres 1] ) [adres 1] , [adres 1]</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <parablock>
      <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 juli 2018, waarbij de officier van justitie, mr. Bezem, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
      <para>Verdachte is weliswaar op de zitting van 26 juli 2018 verschenen, maar heeft er op een gegeven moment - nog voordat hij over de feiten op zijn dagvaarding is bevraagd - voor gekozen de zittingzaal te verlaten toen hij werd aangesproken op het verstoren van de orde op de zitting. Daarbij heeft zich het volgende afgespeeld.</para>
      <para>Gelijktijdig met de zaak tegen verdachte diende de zaak tegen de medeverdachte </para>
      <para>
        [medeverdachte] . Verdachte is op de zitting van 26 juli 2018 als getuige gehoord in de zaak van deze medeverdachte. Toen verdachte tijdens de ondervraging als getuige zijn stem steeds meer begon te verheffen terwijl hij beschuldigingen uitte in de richting van zijn voormalig medeverdachte mevrouw [naam 1] , heeft de voorzitter verdachte gemaand met de volgende woorden:</para>
      <para>“Mijnheer [verdachte] , ik zeg het nog één keer. Ik wil niet dat u mevrouw [naam 1] hierbij betrekt. Zij staat hier niet terecht. Zij is hier niet. Zij kan zich niet verdedigen. En echt, één ding, als u zo doorgaat, dan doen we straks uw zaak zonder u af, hoor.”</para>
      <para>Verdachte heeft toen geantwoord: “Dat is goed, dan ga ik weg. Dank u wel. Veroordeel me maar.” Verdachte begon vervolgens te schreeuwen en sloeg met zijn papieren op de tafel. De voorzitter vroeg vervolgens verdachte de zaal te verlaten. Verdachte heeft vervolgens uiteindelijk tierend de zittingzaal verlaten.</para>
      <para>De behandeling van de zaak tegen verdachte is vervolgens op tegenspraak voortgezet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>Verdachte staat terecht, ter zake dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2013</para>
      <para>tot en met 13 februari 2015 in de gemeente Breda, tezamen en in vereniging,</para>
      <para>althans alleen, in het vooruitzicht van het faillissement van [bedrijf 1]</para>
      <para> en/of terwijl [bedrijf 1] bij vonnis van de</para>
      <para>arrondissementsrechtbank Zeeland West Brabant op 4 november 2014 in staat van</para>
      <para>faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de</para>
      <para>schuldeisers van [bedrijf 1] :</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- lasten (heeft) verdicht en/of (een) bate(en) niet (heeft) verantwoord en/of</para>
    <para>(een) goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken en/of</para>
    <para>- één of meer van de schuldeisers van [bedrijf 1] op enige wijze</para>
    <para>heeft bevoordeeld en/of</para>
    <para>- niet heeft voldaan aan de (mede) op hem rustende verplichtingen ten</para>
    <para>opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek</para>
    <para>3 van het Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen</para>
    <para>van de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers heeft(/hebben) verdachte (en zijn mededader(s)) - ondermeer -</para>
    </parablock>
    <para>- goederen, waaronder de inventaris (onder andere roerende goederen van de</para>
    <parablock>
      <para>unit, computers en meubilair) van het pand aan de [adres 2]</para>
      <para>(vestigingsadres [bedrijf 1] ), weggevoerd en/of doen wegvoeren</para>
      <para>en/of verkocht en/of doen verkopen zonder de opbrengst te (doen) verantwoorden</para>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para>- een of meer geldbedrag(en) (in 2013 en 2014 in totaal 114.443 euro) -</para>
    <parablock>
      <para>onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie en/of zonder</para>
      <para>onderbouwing in de administratie - gestort/overgemaakt en/of doen</para>
      <para>storten/overmaken en/of ontvangen op de bankrekening van [bedrijf 2]</para>
      <para> met als vertegenwoordiger, verdachte, de heer [verdachte]</para>
      <para>(ondanks dat de [bedrijf 2] al op 12 december 2012 was</para>
      <para>ontbonden) en/of (aldus) buiten de (faillissements)boedel gebracht en/of doen</para>
      <para>brengen en/of</para>
    </parablock>
    <para>- een of meer geldbedrag(en), in totaal 3.770 euro, in de periode september</para>
    <parablock>
      <para>tot en met oktober 2014 contant heeft opgenomen en/of doen opnemen van (een)</para>
      <para>bankrekening(en) van [bedrijf 1] , terwijl de feitelijke</para>
      <para>activiteiten in september 2014 stop waren gezet en/of</para>
    </parablock>
    <para>- na 1 september 2014 geen facturen meer betaald vanuit de [bedrijf 1]</para>
    <parablock>
      <para> , terwijl hij, verdachte, daarentegen loonbetalingen en overboekingen</para>
      <para>naar [bedrijf 3] (oftewel niet-preferente schuldeisers van [bedrijf 1]</para>
      <para> ) heeft gedaan en/of heeft laten plaatsvinden en/of (alle) inkomsten</para>
      <para>(onder andere gelden uit persoonsgebonden budgetten) heeft overgedragen/doen</para>
      <para>overdragen aan [bedrijf 3] (in het zicht van het faillissement) en/of</para>
      <para>loonbetalingen heeft ontvangen en/of</para>
    </parablock>
    <para>- in de periode januari tot en met mei 2013 overboekingen, in totaal een</para>
    <parablock>
      <para>bedrag van 142.525 euro, heeft gedaan en/of heeft laten plaatsvinden naar</para>
      <para>en/of heeft ontvangen via/middels het [bedrijf 4] zonder</para>
      <para>(adequate) tegenprestatie en/of onderbouwing in de administratie en/of</para>
    </parablock>
    <para>- leasekosten gemaakt van gemiddeld ruim 4.500 euro per maand (in de periode</para>
    <parablock>
      <para>2013 en 2014 in totaal 105.013 euro) voor onder andere een Audi A4 Avant, een</para>
      <para>Audi Limousine en een Audi A3 Sportback en/of voor voornoemde auto's in maart</para>
      <para>2014 een contract afgesloten en/of doen afsluiten oftewel in een periode</para>
      <para>waarin de [bedrijf 1] met liquiditeitsproblemen kampte en/of</para>
    </parablock>
    <para>- administratie van [bedrijf 1] niet bewaard en/of doen bewaren</para>
    <parablock>
      <para>en/of tevoorschijn gebracht en/of te doen brengen;</para>
      <para>art 343 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 343 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 343 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 343 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling</para>
      <para>mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2013</para>
      <para>tot en met 13 februari 2015 in de gemeente Breda, tezamen en in vereniging,</para>
      <para>althans alleen, in het vooruitzicht van het faillissement van [bedrijf 1]</para>
      <para> en/of terwijl [bedrijf 1] bij vonnis van de</para>
      <para>arrondissementsrechtbank Zeeland West Brabant op 4 november 2014 in staat van</para>
      <para>faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de</para>
      <para>schuldeisers van [bedrijf 1] :</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- lasten (heeft) verdicht en/of (een) bate(en) niet (heeft) verantwoord en/of</para>
    <para>(een) goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken en/of</para>
    <para>- één of meer van de schuldeisers van [bedrijf 1] op enige wijze</para>
    <para>heeft bevoordeeld en/of</para>
    <para>- niet heeft voldaan aan de (mede) op hem rustende verplichtingen ten</para>
    <para>opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek</para>
    <para>3 van het Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen</para>
    <para>van de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers heeft(/hebben) verdachte (en zijn mededader(s)) - ondermeer -</para>
    </parablock>
    <para>- goederen, waaronder de inventaris (onder andere roerende goederen van de</para>
    <parablock>
      <para>unit, computers en meubilair) van het pand aan de [adres 2]</para>
      <para>(vestigingsadres [bedrijf 1] ), weggevoerd en/of doen wegvoeren</para>
      <para>en/of verkocht en/of doen verkopen zonder de opbrengst te (doen) verantwoorden</para>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para>- een of meer geldbedrag(en) (in 2013 en 2014 in totaal 114.443 euro) -</para>
    <parablock>
      <para>onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie en/of zonder</para>
      <para>onderbouwing in de administratie - gestort/overgemaakt en/of doen</para>
      <para>storten/overmaken en/of ontvangen op de bankrekening van Stichting</para>
      <para>Participatiehuis met als vertegenwoordiger, verdachte, de heer [verdachte]</para>
      <para>(ondanks dat de [bedrijf 2] al op 12 december 2012 was</para>
      <para>ontbonden) en/of (aldus) buiten de (faillissements)boedel gebracht en/of doen</para>
      <para>brengen en/of</para>
    </parablock>
    <para>- een of meer geldbedrag(en), in totaal 3.770 euro, in de periode september</para>
    <parablock>
      <para>tot en met oktober 2014 contant heeft opgenomen en/of doen opnemen van (een)</para>
      <para>bankrekening(en) van [bedrijf 1] , terwijl de feitelijke</para>
      <para>activiteiten in september 2014 stop waren gezet en/of</para>
    </parablock>
    <para>- na 1 september 2014 geen facturen meer betaald vanuit de [bedrijf 1]</para>
    <parablock>
      <para> , terwijl hij, verdachte, daarentegen loonbetalingen en overboekingen</para>
      <para>naar [bedrijf 3] (oftewel niet-preferente schuldeisers van [bedrijf 1]</para>
      <para> heeft gedaan en/of heeft laten plaatsvinden en/of (alle) inkomsten</para>
      <para>(onder andere gelden uit persoonsgebonden budgetten) heeft overgedragen/doen</para>
      <para>overdragen aan [bedrijf 3] (in het zicht van het faillissement) en/of</para>
      <para>loonbetalingen heeft ontvangen en/of</para>
    </parablock>
    <para>- in de periode januari tot en met mei 2013 overboekingen, in totaal een</para>
    <parablock>
      <para>bedrag van 142.525 euro, heeft gedaan en/of heeft laten plaatsvinden naar</para>
      <para>en/of heeft ontvangen via/middels het [bedrijf 4] zonder</para>
      <para>(adequate) tegenprestatie en/of onderbouwing in de administratie en/of</para>
    </parablock>
    <para>- leasekosten gemaakt van gemiddeld ruim 4.500 euro per maand (in de periode</para>
    <parablock>
      <para>2013 en 2014 in totaal 105.013 euro) voor onder andere een Audi A4 Avant, een</para>
      <para>Audi Limousine en een Audi A3 Sportback en/of voor voornoemde auto's in maart</para>
      <para>2014 een contract afgesloten en/of doen afsluiten oftewel in een periode</para>
      <para>waarin de [bedrijf 1] met liquiditeitsproblemen kampte en/of</para>
    </parablock>
    <para>- administratie van [bedrijf 1] niet bewaard en/of doen bewaren</para>
    <para>en/of tevoorschijn gebracht en/of te doen brengen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>tot het plegen van bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte al dan niet</para>
      <para>tezamen met de heer [verdachte] en/of met een ander of anderen, (telkens)</para>
      <para>opdracht heeft gegeven en/of (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;</para>
      <para>art 341 ahf/ond a ahf/sub 2° Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van januari 2013 tot en met december 2014 te</para>
      <para>Breda, althans in Nederland, opzettelijk een geldbedrag van in totaal 114.443</para>
      <para>euro, althans enig geldbedrag, dat geheel of ten dele toebehoorde(n) aan</para>
      <para>
        [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan</para>
      <para>verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke</para>
      <para>dienstbetrekking van/als directievoerend medewerker en/of als feitelijk</para>
      <para>leidinggevende, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had,</para>
      <para>wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;</para>
      <para>art 321 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 322 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert vrijspraak van de onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde feiten, nu hij van de in de tenlastelegging (onder de zeven gedachtestreepjes) opgenomen verwijten onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig acht om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.</para>
        <para>De officier van justitie acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 2 vermelde strafbare feit en baseert zich daarbij op de bevindingen in het dossier, waaruit blijkt dat door de [bedrijf 1] het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag is overgemaakt naar [bedrijf 2] , waarvan verdachte de vertegenwoordiger was. Uit niets blijkt dat verdachte recht had op dat geld. Hij verklaart ook wisselend over het doel van de overmaking van dat geld. Daaruit kan worden geconcludeerd dat het geld wederrechtelijk is toegeëigend. Verdachte had als feitelijk leidinggevende de beschikking over het geld en had aan bestuurder [medeverdachte] opdracht gegeven het geld over te maken naar de rekening van [bedrijf 2] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 1 primair en feit 1 subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat voor de verwijten die verdachte in de tenlastelegging worden gemaakt onder feit 1, zowel primair als subsidiair (met name hetgeen achter de gedachtestreepjes in de feitelijke omschrijving is vermeld), gelet op de inhoud van het dossier en de jurisprudentie inzake faillissements-fraude, onvoldoende bewijs voorhanden is en dus vrijspraak dient te volgen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>
          [bedrijf 1] (met de statutaire zetel in Breda) is op 25 januari 2012 opgericht. Op 30 december 2013 vond een naamswijziging plaats in [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ). [medeverdachte] was sinds 6 juni 2013 als bestuurder (penningmeester/voorzitter) van deze [bedrijf 1] in dienst en hij was vanaf 1 juli 2014 alleen/zelfstandig bevoegd om te handelen namens de [bedrijf 1] .<footnote-ref linkend="_9b3d62a4-481c-492d-bffd-64a02eb61204" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit onderzoek naar de bankafschriften van de [bedrijf 1] blijkt dat er in de jaren 2013 en 2014 vanaf de rekeningen [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 2] geldbedragen zijn overgeboekt naar bankrekeningnummer [rekeningnummer 3] bij de ING Bank.<footnote-ref linkend="_e747a1da-c28e-4196-b176-2063a8226591" /> In de periode van 4 januari 2013 tot 19 september 2014 vinden een groot aantal overboekingen plaats van bankrekeningen van de [bedrijf 1] naar deze bankrekening met nummer [rekeningnummer 3] . De overboekingen variëren van € 24 tot € 18.000 en betreffen alle ronde bedragen. Het betreft in de periode vanaf 1 januari 2013 in totaal een bedrag van € 114.284 (€ 118.321,20 </para>
        <para>-/- € 250 -/- € 3.787,20).<footnote-ref linkend="_549e3b32-74fc-484e-9a4e-d97817a31374" /></para>
        <para>Het rekeningnummer [rekeningnummer 3] staat op naam van [bedrijf 2] . Verdachte is (naast [naam 2] en [naam 3] ) vertegenwoordiger van deze rechtspersoon. Op 28 maart 2012 is een zakelijk betaalpakket aangevraagd bij de ING Bank op naam van [bedrijf 2] . Voor deze betaalrekening is uiteindelijk één betaalpas afgegeven, met verdachte als pashouder. Deze pas heeft volgnummer 004. Met deze pas wordt in totaal € 60.480 opgenomen bij geldautomaten in Breda en wordt in totaal € 59.210 opgenomen bij geldautomaten bij postkantoren.<footnote-ref linkend="_3e28b69e-1f1c-4920-afd3-6ea9158131bd" /></para>
        <para>Verdachte heeft verklaard dat hij deze bankrekening van [bedrijf 2] beheert en dat hij geld van deze rekening heeft afgehaald. Voorts heeft hij over de overboekingen van de [bedrijf 1] naar [bedrijf 2] verklaard dat dit geld op zijn privé-conto kan worden gezet en dat hij niet weet of er onderliggende stukken van zijn. Hij heeft gevraagd geld over te maken als hij gewerkt had omdat hij daarvoor beloond wilde worden. Hij maakte dan een briefje waarop stond hoeveel er moest worden overgemaakt. Dit legde hij dan weg bij de administratie. Het betreft volgens verdachte geld dat hij zich op basis van overige werkzaamheden heeft toegeëigend.<footnote-ref linkend="_9568135a-fc6e-4d38-8a6e-f4193859a678" /></para>
        <para>In de inbeslaggenomen administratie zijn geen overeenkomsten, notities, contracten,</para>
        <para>declaratiebonnetjes of iets dergelijks gevonden die het overboeken van deze bedragen aan [bedrijf 2] onderbouwen en derhalve rechtvaardigen.<footnote-ref linkend="_c303fef8-df35-4bc1-8eaf-58ecb2bff4d2" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [medeverdachte] , bestuurder van de [bedrijf 1] , heeft verklaard dat hij verantwoordelijk was voor de financiële administratie en de overboekingen deed. Hij heeft onkosten-declaraties betaald aan [bedrijf 2] . Hij weet niet waar die voor bestemd waren. Verdachte gaf aan dat het voor hem bestemd was. [medeverdachte] kreeg een briefje met een bedrag erop en een rekeningnummer. Hij is nalatig geweest door niet te vragen om een bonnetje of anderszins bewijs. Er was geen basis voor deze overboekingen.<footnote-ref linkend="_8388149b-e3a8-41f8-adff-249a549bb915" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De heer [naam 4] van het bedrijf [bedrijf 5] heeft op verzoek van verdachte toegezegd dat [bedrijf 5] de jaarstukken van de [bedrijf 1] zou opmaken. De administratieve gegevens werden meestal per mail aangeleverd. Verdachte kon desgevraagd geen onderbouwing geven voor de overboekingen naar [bedrijf 2] .<footnote-ref linkend="_07864056-b9a7-47de-9ad6-f8e417bde49f" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betrokkenheid verdachte bij de [bedrijf 1]</emphasis>
        </para>
        <para>Zoals hiervoor al is vermeld heeft verdachte aan [bedrijf 5] gevraagd de jaarstukken van de [bedrijf 1] op te maken. [naam 4] van [bedrijf 5] heeft ook nog verklaard dat hij het idee had dat verdachte de touwtjes in handen had bij de [bedrijf 1] en daar feitelijk de leiding had.<footnote-ref linkend="_074c3d67-59c6-476d-872d-4d93521984d9" /> Verdachte heeft zich aan hem voorgesteld als directeur van de [bedrijf 1] .<footnote-ref linkend="_d92e4fed-047b-4ba8-8b47-d46ea1f5cbd0" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zelf over zijn rol binnen de [bedrijf 1] verklaard dat hem is gevraagd de [bedrijf 1] te helpen bij het certificeren, wat hij ook gedaan heeft. Daarnaast werkte hij bij de [bedrijf 1] als zelfstandig adviseur voor het maken van protocollen, concepten en werkprocessen. Hij kreeg daarnaast een salaris voor zijn functie als sociaal maatschappelijk dienstverlener.<footnote-ref linkend="_d1d847c3-4f75-4a7f-85bb-cc84e83fbed3" /> Hij was ook vraagbaak. Als er brand geblust moest worden, was hij als degene met de meeste ervaring degene die bluste. Hij was manusje van alles en hielp met van alles. Hij heeft ervoor gezorgd dat alles kon blijven draaien en heeft de mensen gecoacht.<footnote-ref linkend="_08a514f2-1514-4f44-9385-58da5d7f95a8" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [naam 1] , eerder bestuurder van de [bedrijf 1] , heeft over verdachte verklaard dat verdachte alles regelde. Hij kwam met de ideeën en het concept. Verdachte was er altijd bij. Hij adviseerde over alles, zoals over de Kamer van Koophandel en het naar de bank gaan. Verdachte leerde [medeverdachte] in het begin ook hoe hij de administratie en de zorgplannen moest regelen. Verdachte was bezig met de organisatie van de [bedrijf 1] , met zorgplannen, coachen van medewerkers en nieuwe aanmeldingen. Volgens [naam 1] deed [medeverdachte] de facturen en de financiën in opdracht van verdachte. Verdachte had de leiding. [medeverdachte] deed gewoon wat verdachte zei. Verdachte gaf de opdrachten met betrekking tot de administratie. Hij zei wat er gedaan moest worden.<footnote-ref linkend="_938b7f75-f92e-46cd-b34a-371f9b444267" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [medeverdachte] verklaart dat verdachte verantwoordelijk was voor de certificering, het klaarmaken van de onderneming, het geven van advies en maatschappelijke vraagstukken. In het laatste half jaar van 2014 heeft hij verdachte gevraagd de crediteurenregelingen te doen.</para>
        <para>Voorts zijn er schriftelijke bescheiden waaruit de rol van verdachte binnen de [bedrijf 1] naar voren komt<footnote-ref linkend="_5e4b758f-6992-49b0-a581-8248a285b10c" />, namelijk:</para>
      </parablock>
      <para>- in een brief van 17 juni 2013, die verdachte namens [medeverdachte] verstuurt, noemt 	verdachte zichzelf “coördinator IWTB”.</para>
      <para>- In een brief van 29 oktober 2013 van de [bedrijf 1] aan de gemeente Breda wordt 	aangegeven dat verdachte in loondienst werkzaam is voor de [bedrijf 1] in de functie 	van beleidsmedewerker en directievoerend.<footnote-ref linkend="_d795a984-1dfe-4468-892b-1df05af0e4b6" /></para>
      <para>- In een gemeentelijk rapport van 3 oktober 2013, welk rapport is opgesteld naar 	aanleiding van een huisbezoek in het kader van het vaststellen van een uitkering 	ingevolge de Wet Werk en Bijstand, staat dat verdachte zich volgens eigen zeggen 	aan de rapporteur voorstelde als een bestuurslid van de [bedrijf 1] .</para>
      <para>- In een brief van 13 november 2013 van de [bedrijf 1] aan de gemeente Breda 	ondertekent verdachte namens de [bedrijf 1] .</para>
      <para>- In een brief van 10 mei 2014 van de [bedrijf 1] aan [naam 5] met betrekking tot het opzeggen van de PGB-overeenkomst (waarbij PGB staat voor persoonsgebonden budget), ondertekent verdachte met als bijvoeging “beleidsmedewerker”.</para>
      <para>- In geregistreerde meldingen bij de politie en de gemeente stelt verdachte zich op als 	coördinator of woordvoerder van de [bedrijf 1] .</para>
      <para>- Uit verslagen van CZ omtrent huisbezoeken blijkt dat in de PGB-overeenkomsten 	tussen het zorgkantoor CZ en de PGB-houder verdachte zichzelf opgeeft als 	contactpersoon en trajectbegeleider van de PGB-houders.</para>
      <para>- Dit wordt tevens bevestigd door een verklaring van [naam 3] , een voormalig bestuurslid van de [bedrijf 1] , die aangeeft dat verdachte in feite de [bedrijf 1] coördineert maar nergens in de papieren vermeld staat.</para>
      <para>- Uit de inbeslaggenomen stukken van de [bedrijf 1] die bij de curator lagen (bijvoorbeeld notulen van een bestuursvergadering en een oprichtingsdocument van [bedrijf 1] ) blijkt dat verdachte intern aangemerkt wordt als voorzitter en directeur operationele zaken, crisismanager en coördinator van [bedrijf 1] . Samen met [naam 1] vormt hij het dagelijks bestuur van [bedrijf 1] . In de notulen van de bijzondere bestuursvergadering d.d. 20 mei 2013 stelt hij zich tevens op als crisismanager die de [bedrijf 1] verder gaat helpen met professionaliseren. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de genoemde bescheiden, in samenhang bezien met de genoemde verklaringen van [naam 4] , [medeverdachte] , verdachte zelf en [naam 1] over de rol van verdachte binnen de [bedrijf 1] , leidt de rechtbank af dat verdachte een bepalende en sturende rol had en daarmee feitelijk leidinggevende was van de [bedrijf 1] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als feitelijk leidinggevende kon verdachte beschikken over het geld waarover de [bedrijf 1] beschikte. Verdachte heeft, zoals uit de hiervoor vermelde verklaring van verdachte en van [medeverdachte] blijkt, geld van de bankrekening van de [bedrijf 1] laten overmaken naar de bankrekening van [bedrijf 2] , van welke stichting hij vertegenwoordiger was en van welke bankrekening hij de beheerder was, en hij heeft geld van die bankrekening opgenomen. Voorts blijkt uit genoemde verklaringen en uit de inbeslaggenomen administratie van de [bedrijf 1] dat er geen enkele onderbouwing was voor de overboekingen van de rekening van de [bedrijf 1] naar die van [bedrijf 2] en staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte zich dit geld wederrechtelijk heeft toegeëigend.</para>
        <para>Daarmee acht de rechtbank feit 2 wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>feit 2:</para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">hij</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van januari 2013 tot en met december 2014 te</para>
        <para>Breda, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland,</emphasis> opzettelijk een geldbedrag van in totaal <emphasis role="strike-through">114.443</emphasis> 114.284</para>
        <para>euro, <emphasis role="strike-through">althans enig geldbedrag,</emphasis> dat <emphasis role="strike-through">geheel of ten dele</emphasis> toebehoorde<emphasis role="strike-through">(n)</emphasis> aan</para>
        <para>
          [bedrijf 1] , <emphasis role="strike-through">in elk geval aan een ander of anderen dan aan</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">verdachte,</emphasis> en welk<emphasis role="strike-through">(e)</emphasis> goed<emphasis role="strike-through">(eren)</emphasis> verdachte <emphasis role="strike-through">uit hoofde van zijn persoonlijke</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">dienstbetrekking van/als directievoerend medewerker en/of</emphasis> als feitelijk</para>
        <para>leidinggevende<emphasis role="strike-through">, in elk geval anders dan door misdrijf</emphasis> onder zich had,</para>
        <para>wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen onder feit 2 meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 15 maanden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich als feitelijk leidinggevende van een rechtspersoon (een stichting die zich bezig hield met zorgverlening aan PGB-houders) schuldig gemaakt aan verduistering van een geldbedrag van ruim 114.000 euro. Daarmee heeft hij in eerste instantie de betreffende rechtspersoon ernstig benadeeld, maar doordat de rechtspersoon kort na het plegen van de strafbare feiten - wellicht mede door het plegen van die feiten -, failliet is gegaan, zijn ook de schuldeisers van de rechtspersoon ernstig benadeeld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij meermalen, zowel in Nederland als België, is veroordeeld voor delicten waarbij personen in financieel opzicht zijn benadeeld. Thans wordt hij wederom voor een soortgelijk delict veroordeeld. </para>
        <para>De rechtbank maakt hieruit op dat verdachte zich weinig aantrekt van het leed dat hij daarmee benadeelden berokkent. Zij zal daarmee in strafverzwarende zin rekening houden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank ook rekening met de hoogte van het benadelingsbedrag.</para>
        <para>Als uitgangspunt voor de op te leggen straf hanteert de rechtbank de oriëntatiepunten van het LOVS met betrekking tot fraude. Voor een benadelingsbedrag van € 70.000 tot </para>
        <para>€ 125.000 dient dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 tot 9 maanden dan wel een taakstraf gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf als uitgangspunt genomen te worden.</para>
        <para>Gelet op de ernst van het bewezen verklaarde feit in combinatie met het strafblad van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf, al dan niet gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf, een gepasseerd station is. Zij acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 10 maanden in beginsel noodzakelijk.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt voorts dat in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als zodanige handeling te gelden. Wel dienen de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als een zodanige handeling te worden aangemerkt. </para>
        <para>Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, terwijl geen sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn van artikel 6, eerste lid, van het EVRM is overschreden met 10 maanden, nu deze is aangevangen op 1 oktober 2015 toen verdachte in verzekering werd gesteld in verband met deze strafzaak en sindsdien 2 jaar en 10 maanden jaar zijn verstreken.</para>
        <para>Nu de redelijke termijn is overschreden, zal de rechtbank in plaats van 10 maanden gevangenisstraf 9 maanden gevangenisstraf opleggen. Deze op te leggen straf is passend en geboden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 10, 27 en 321 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het onder 1 primair en 1 subsidiair tenlastegelegde feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.3 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para>
      <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>: verduistering;</para>
    <para />
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 9 maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Van Bergen en mr. Van Duuren, rechters, in tegenwoordigheid van De Roos, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 augustus 2018.</para>
      <para>Mr. Van Duuren is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_9b3d62a4-481c-492d-bffd-64a02eb61204" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer 20GOA14020, onderzoek Uil, van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 851.</para>
    <para> Het geschrift, te weten een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, pagina’s 119 en 120.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e747a1da-c28e-4196-b176-2063a8226591" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 19.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_549e3b32-74fc-484e-9a4e-d97817a31374" label="3">
    <para> Het geschrift, zijnde een overzicht van bijschrijvingen op bankrekening [rekeningnummer 3] , pagina’s 485 t/m 488.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3e28b69e-1f1c-4920-afd3-6ea9158131bd" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 466-467.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9568135a-fc6e-4d38-8a6e-f4193859a678" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 341 onderaan.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c303fef8-df35-4bc1-8eaf-58ecb2bff4d2" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 19.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8388149b-e3a8-41f8-adff-249a549bb915" label="7">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] , pagina’s 320 en 331 t/m 332.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_07864056-b9a7-47de-9ad6-f8e417bde49f" label="8">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 396 en 397.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_074c3d67-59c6-476d-872d-4d93521984d9" label="9">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 396 en 397.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d92e4fed-047b-4ba8-8b47-d46ea1f5cbd0" label="10">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor [naam 4] als getuige bij de rechter-commissaris.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d1d847c3-4f75-4a7f-85bb-cc84e83fbed3" label="11">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 336.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_08a514f2-1514-4f44-9385-58da5d7f95a8" label="12">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 341.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_938b7f75-f92e-46cd-b34a-371f9b444267" label="13">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor [naam 1] als getuige bij de rechter-commissaris. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5e4b758f-6992-49b0-a581-8248a285b10c" label="14">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 270 t/m 272.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d795a984-1dfe-4468-892b-1df05af0e4b6" label="15">
    <para> Het geschrift, zijn een brief, pagina 77. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>