<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2018:4753</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-14T09:18:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-08-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-665111-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:4753">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:4753</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-14T09:16:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2018:4753 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 09-08-2018 / 02-665111-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2018:4753:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Feit (faillissementsfraude) wel bewezen, maar OVAR omdat feit niet strafbaar is. Gelet op de wijze van tenlasteleggen is de bewezenverklaring niet als een van de mogelijk van toerpassing zijnde faillissementsfraude-artikelen (341, 343 en 344 Sr) te kwalificeren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2018:4753:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/665111-16  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 augustus 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [adres 1]  , [adres 1]</para>
      <para>raadsman mr. K.R. Verkaart, advocaat te Breda</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is, nadat op 15 november 2017 een regiezitting plaatsvond, inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 juli 2018, waarbij de officier van justitie, mr. Bezem, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>Verdachte staat terecht, ter zake dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2013</para>
      <para>tot en met 13 februari 2015 in de gemeente Breda, tezamen en in vereniging,</para>
      <para>althans alleen, in het vooruitzicht van het faillissement van [bedrijf 1]</para>
      <para> en/of terwijl [bedrijf 1] bij vonnis van de</para>
      <para>arrondissementsrechtbank Zeeland West Brabant op 4 november 2014 in staat van</para>
      <para>faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de</para>
      <para>schuldeisers van [bedrijf 1] :</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- lasten (heeft) verdicht en/of (een) bate(en) niet (heeft) verantwoord en/of</para>
    <para>(een) goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken en/of</para>
    <para>- één of meer van de schuldeisers van [bedrijf 1] op enige wijze</para>
    <para>heeft bevoordeeld en/of</para>
    <para>- niet heeft voldaan aan de (mede) op hem rustende verplichtingen ten</para>
    <para>opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek</para>
    <para>3 van het Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen</para>
    <para>van de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers heeft(/hebben) verdachte (en zijn mededader(s)) - ondermeer -</para>
    </parablock>
    <para>- goederen, waaronder de inventaris (onder andere roerende goederen van de</para>
    <parablock>
      <para>unit, computers en meubilair) van het pand aan de [adres 2]</para>
      <para>(vestigingsadres [bedrijf 1] ), weggevoerd en/of doen wegvoeren</para>
      <para>en/of verkocht en/of doen verkopen zonder de opbrengst te (doen) verantwoorden</para>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para>- een of meer geldbedrag(en) (in 2013 en 2014 in totaal 114.443 euro) -</para>
    <parablock>
      <para>onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie en/of zonder</para>
      <para>onderbouwing in de administratie - gestort/overgemaakt en/of doen</para>
      <para>storten/overmaken op de bankrekening van [bedrijf 2] met als</para>
      <para>vertegenwoordiger de heer [naam 1] (ondanks dat de [bedrijf 2]</para>
      <para> al op 12 december 2012 was ontbonden) en/of (aldus) buiten de</para>
      <para>(faillissements)boedel gebracht en/of doen brengen en/of</para>
    </parablock>
    <para>- een of meer geldbedrag(en), in totaal 3.770 euro, in de periode september</para>
    <parablock>
      <para>tot en met oktober 2014 contant heeft opgenomen en/of doen opnemen van (een)</para>
      <para>bankrekening(en) van [bedrijf 1] , terwijl de feitelijke</para>
      <para>activiteiten in september 2014 stop waren gezet en/of</para>
    </parablock>
    <para>- na 1 september 2014 geen facturen meer betaald vanuit de [bedrijf 1]</para>
    <parablock>
      <para> , terwijl hij, verdachte, daarentegen loonbetalingen en overboekingen</para>
      <para>naar [bedrijf 3] (oftewel niet-preferente schuldeisers van [bedrijf 1]</para>
      <para> ) heeft gedaan en/of heeft laten plaatsvinden en/of (alle) inkomsten</para>
      <para>(onder andere gelden uit persoonsgebonden budgetten) heeft overgedragen/doen</para>
      <para>overdragen aan [bedrijf 3] (in het zicht van het faillissement) en/of</para>
    </parablock>
    <para>- in de periode januari tot en met mei 2013 overboekingen, in totaal een</para>
    <parablock>
      <para>bedrag van 142.525 euro, heeft gedaan en/of heeft laten plaatsvinden naar het</para>
      <para>
        [bedrijf 4] zonder (adequate) tegenprestatie en/of</para>
      <para>onderbouwing in de administratie</para>
    </parablock>
    <para>- leasekosten gemaakt van gemiddeld ruim 4.500 euro per maand (in de periode</para>
    <parablock>
      <para>2013 en 2014 in totaal 105.013 euro) voor onder andere een Audi A4 Avant, een</para>
      <para>Audi Limousine en een Audi A3 Sportback en/of voor voornoemde auto's in maart</para>
      <para>2014 een contract afgesloten en/of doen afsluiten oftewel in een periode</para>
      <para>waarin de [bedrijf 1] met liquiditeitsproblemen kampte en/of</para>
    </parablock>
    <para>- administratie van [bedrijf 1] niet bewaard en/of doen bewaren</para>
    <parablock>
      <para>en/of tevoorschijn gebracht en/of te doen brengen;</para>
      <para>art 343 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 343 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 343 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 343 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen voor zover het verwijt aan verdachte betreft datgene dat is opgenomen in de feitelijke omschrijving achter het laatste gedachtestreepje (het niet bewaren en tevoorschijn brengen van de administratie van [bedrijf 1] . Hij baseert zich daarbij op de omstandigheid dat verdachte op 1 september 2014, de datum waarop duidelijk was dat de activiteiten van deze [bedrijf 1] waren stopgezet, had moeten weten dat een faillissement aanstaande was. Verdachte besloot toch de gecrashte computer weg te doen, terwijl daarop relevante informatie stond, zoals door [bedrijf 5] teruggemailde stukken. Dat die informatie er niet meer is valt verdachte aan te rekenen. Als de volledige administratie er wel was geweest had dat kunnen leiden tot meer inzicht in de rechten en plichten van de [bedrijf 1] . Het is een feit van algemene bekendheid dat het ontbreken van een deel van de administratie in geval van faillissement leidt tot benadeling van de schuldeisers.</para>
        <para>Van de overige in de tenlastelegging (onder de eerste zes gedachtestreepjes) opgenomen verwijten acht de officier van justitie onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Voor die verwijten vordert hij vrijspraak.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman is met de officier van justitie van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de verwijten die verdachte gemaakt worden onder de eerste zes gedachtestreepjes van de feitelijke omschrijving.</para>
        <para>De raadsman is echter ook ten aanzien van hetgeen wordt vermeld achter het laatste (zevende) gedachtestreepje van mening dat vrijspraak dient te volgen. Verdachte erkent weliswaar dat hij de gecrashte computer heeft weggegooid, maar dat daar bestanden op stonden die tot de administratie behoren en die verdachte niet aan de curator zou hebben overhandigd, staat allerminst vast. Verdachte heeft immers verklaard dat hij alles wat hij had aan de curator heeft afgegeven. Dat de administratie niet compleet bleek te zijn, kan verdachte niet worden verweten. Hij was meer een marionet. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat voor de verwijten die verdachte in de tenlastelegging worden gemaakt onder de eerste zes gedachtestreepjes in de feitelijke omschrijving, gelet op de inhoud van het dossier en op de jurisprudentie inzake faillissementsfraude, vrijspraak dient te volgen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van hetgeen onder het zevende en tevens laatste gedachtestreepje staat vermeld, overweegt de rechtbank het volgende.</para>
        <para>
          [bedrijf 1] (met de statutaire zetel in Breda) is op 25 januari 2012 opgericht. Op 30 december 2013 vond een naamswijziging plaats in [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ). Verdachte was sinds 6 juni 2013 als bestuurder (penningmeester/voorzitter) van deze [bedrijf 1] in dienst en hij was vanaf 1 juli 2014 alleen/zelfstandig bevoegd om te handelen namens de [bedrijf 1] . De [bedrijf 1] is met ingang van 4 november 2014 in staat van faillissement verklaard met als curator mr. [naam 2] .<footnote-ref linkend="_ab126154-6ef9-4145-995f-e9ff09b4730a" /></para>
        <para>De curator heeft de failliet om uitlevering van de administratie verzocht en heeft in dat kader contact gehad met verdachte. In de door verdachte uitgeleverde administratie ontbrak de financiële administratie, waardoor geen controle gedaan kon worden op de persoonsgebonden budgetten (PGB’s). De curator heeft verklaard dat de computers volgens verdachte gecrasht waren. Uit de overhandigde administratie konden de rechten en plichten van de failliet niet worden afgeleid. Zo ontbraken er jaarstukken, debiteurenlijsten en loonadministratie. Het bedrijf [bedrijf 6] zou komen om de computercrash te herstellen, maar omdat de [bedrijf 1] een betalingsregeling met [bedrijf 6] niet nakwam wilde [bedrijf 6] de computer niet herstellen.<footnote-ref linkend="_5476dbde-1a38-4868-99bc-03cea4957fa0" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De administratie die de [bedrijf 1] had ingeleverd bij de curator, bestaande uit een drietal kratten en een losse ordner, is door de politie ontvangen. Deze administratie was niet volledig en bestond uit eenvoudige kas- en bankboeken, al dan niet onderbouwd met losse bonnetjes en facturen. Er zaten geen overzichten in van bijvoorbeeld crediteuren- en debiteurenlijsten, saldibalansen, declaraties van PGB-houders of werk- en loonstaten.<footnote-ref linkend="_e0f87678-e46b-40ae-9d56-265d14904707" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft op zitting ten aanzien van de administratie verklaard dat in de aan de curator overgelegde administratie, met namen de map “facturen met betalingsregeling” mogelijk facturen ontbraken en dat dat dan zijn fout was. Als hij bijvoorbeeld een betalingsherinnering ontving, stopte hij deze in een map en gooide hij de oorspronkelijke factuur weg. Verdachte erkent ook dat hij de gecrashte computer heeft weggegooid, omdat deze niet meer werkte, terwijl het de bedoeling was dat [bedrijf 6] nog zou proberen de computer te herstellen. Voorts heeft hij verklaard dat de door [bedrijf 5] opgestelde jaarstukken op die computer stonden.<footnote-ref linkend="_4ef029ff-94ce-4133-871c-b1923d3bc46e" /></para>
        <para>Daarmee heeft verdachte in feite erkend dat de administratie die hij aan de curator heeft overhandigd, niet volledig was in díe zin dat daaruit niet de rechten en plichten van de [bedrijf 1] konden worden afgeleid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het ten laste gelegde vereist door middel van de woorden “ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de [bedrijf 1] ” dat verdachte het opzet moet hebben gehad op de benadeling van de schuldeisers. Voorwaardelijk opzet is in dat verband voldoende. Derhalve is voor het bewijs van het opzet tenminste vereist dat de handeling van verdachte de aanmerkelijke kans op benadeling van de schuldeisers heeft doen ontstaan (vergelijk HR 16-02-2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4797 en HR 11-05-2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7662). </para>
        <para>Dit bestanddeel ziet ook op het tijdstip waarop verdachte zeker wist dat het faillissement, afgezien van onverwachte omstandigheden, onvermijdelijk was. Uit de jurisprudentie kan worden afgeleid dat het dan gaat om de wetenschap dat een gegronde aanvraag van het faillissement, indien ingediend en afgezien van onverwachte omstandigheden, het faillissement onvermijdbaar zou maken (zie HR 15 april 1935, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 1935, p. 1233 en HR 30 oktober 1939, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 1940/327). </para>
        <para>Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat in elk geval vanaf 1 september 2014 voor verdachte duidelijk moet zijn geweest dat een faillissement onvermijdelijk was omdat toen geen activiteiten meer plaatsvonden in de [bedrijf 1] . Dat blijkt uit het volgende.  Tot en met augustus 2014 declareerden PGB-houders zorg vanuit de [bedrijf 1] , daarna werd de zorg ingekocht via [bedrijf 3] . Vanaf de bankrekening van de [bedrijf 1] werden vanaf augustus 2014 vrijwel geen betalingen meer gedaan aan crediteuren en werden betalingen voor personeelskosten gedaan aan [bedrijf 3] . De bankrekening van [bedrijf 1] kende geen inkomsten meer vanaf september 2014, alleen kosten.<footnote-ref linkend="_08d316b6-4e08-4fb6-baee-56b2419010b3" /> Verdachte heeft verklaard dat hij vanaf september 2014 geen personeel meer in dienst had en dus geen zorg meer kon verlenen. Hij heeft toen tegen zijn klanten gezegd dat hij niet meer verder kon gaan met de [bedrijf 1] .<footnote-ref linkend="_f3b764b3-2e3f-4765-b58c-647fb4ac38c4" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat het niet op vordering van de curator uitleveren van de volledige administratie de aanmerkelijke kans op benadeling van de schuldeisers heeft doen ontstaan, moet worden beschouwd als een feit van algemene bekendheid. Zonder deugdelijke administratie heeft de curator immers onvoldoende zicht op de baten en lasten van de [bedrijf 1] en weet hij niet wat hij onder wie kan verdelen. Verder kan hij zonder deugdelijke administratie niet beoordelen of er ten onrechte activa aan de boedel zijn onttrokken die teruggehaald kunnen worden. Verdachte moet door zijn handelen – bij gebrek aan contra-indicaties – ook tenminste het voorwaardelijk opzet erop hebben gehad dat door het niet uitleveren van de volledige administratie de schuldeisers in het faillissement zouden worden benadeeld. </para>
        <para>Het ten laste gelegde feit, voor zover feitelijk omschreven onder het zevende gedachtestreepje, is dan ook naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">hij op één of meer tijdstip(pen)</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 <emphasis role="strike-through">januari 2013</emphasis> september 2014 tot en met 13 februari 2015 in de gemeente Breda, <emphasis role="strike-through">tezamen en in vereniging,</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">althans alleen,</emphasis> in het vooruitzicht van het faillissement van [bedrijf 1]</para>
        <para> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> terwijl [bedrijf 1] bij vonnis van de</para>
        <para>arrondissementsrechtbank Zeeland West Brabant op 4 november 2014 in staat van</para>
        <para>faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de</para>
        <para>schuldeisers van [bedrijf 1] :</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="strike-through">- lasten (heeft) verdicht en/of (een) bate(en) niet (heeft) verantwoord en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">(een) goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">- één of meer van de schuldeisers van [bedrijf 1] op enige wijze</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">heeft bevoordeeld en/of</emphasis>
      </para>
      <para>- niet heeft voldaan aan de <emphasis role="strike-through">(mede)</emphasis> op hem rustende verplichtingen ten</para>
      <parablock>
        <para>opzichte van <emphasis role="strike-through">het voeren van een administratie, en/of</emphasis> het bewaren en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> te voorschijn brengen van de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers als bedoeld ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek,</para>
        <para>immers heeft<emphasis role="strike-through">(/hebben)</emphasis> verdachte <emphasis role="strike-through">(en zijn mededader(s)) - ondermeer -</emphasis></para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">- goederen, waaronder de inventaris (onder andere roerende goederen van de</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">unit, computers en meubilair) van het pand aan de [adres 2]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">(vestigingsadres [bedrijf 1] ), weggevoerd en/of doen wegvoeren</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">en/of verkocht en/of doen verkopen zonder de opbrengst te (doen) verantwoorden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">en/of</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">- een of meer geldbedrag(en) (in 2013 en 2014 in totaal 114.443 euro) -</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie en/of zonder</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">onderbouwing in de administratie - gestort/overgemaakt en/of doen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">storten/overmaken op de bankrekening van [bedrijf 2] met als</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">vertegenwoordiger de heer [naam 1] (ondanks dat de [bedrijf 2]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through"> al op 12 december 2012 was ontbonden) en/of (aldus) buiten de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">(faillissements)boedel gebracht en/of doen brengen en/of</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">- een of meer geldbedrag(en), in totaal 3.770 euro, in de periode september</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">tot en met oktober 2014 contant heeft opgenomen en/of doen opnemen van (een)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">bankrekening(en) van [bedrijf 1] , terwijl de feitelijke</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">activiteiten in september 2014 stop waren gezet en/of</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">- na 1 september 2014 geen facturen meer betaald vanuit de [bedrijf 1]</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">
            [bedrijf 1] , terwijl hij, verdachte, daarentegen loonbetalingen en overboekingen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">naar [bedrijf 3] (oftewel niet-preferente schuldeisers van [bedrijf 1]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through"> ) heeft gedaan en/of heeft laten plaatsvinden en/of (alle) inkomsten</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">(onder andere gelden uit persoonsgebonden budgetten) heeft overgedragen/doen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">overdragen aan [bedrijf 3] (in het zicht van het faillissement) en/of</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">- in de periode januari tot en met mei 2013 overboekingen, in totaal een</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">bedrag van 142.525 euro, heeft gedaan en/of heeft laten plaatsvinden naar het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">
            [bedrijf 4] zonder (adequate) tegenprestatie en/of</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">onderbouwing in de administratie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">- leasekosten gemaakt van gemiddeld ruim 4.500 euro per maand (in de periode</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">2013 en 2014 in totaal 105.013 euro) voor onder andere een Audi A4 Avant, een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">Audi Limousine en een Audi A3 Sportback en/of voor voornoemde auto's in maart</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">2014 een contract afgesloten en/of doen afsluiten oftewel in een periode</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">waarin de [bedrijf 1] met liquiditeitsproblemen kampte en/of</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>- administratie van [bedrijf 1] niet bewaard <emphasis role="strike-through">en/of doen bewaren</emphasis></para>
      <para>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> tevoorschijn gebracht<emphasis role="strike-through"> en/of te doen brengen</emphasis>.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit.</title>
    <para>De rechtbank leidt uit de tenlastelegging, met name de onder de tenlastelegging genoemde wetsartikelen, af dat de officier van justitie de bedoeling heeft gehad artikel 343 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) ten laste te leggen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de periode zoals ten laste is gelegd, luidde de tekst van dit artikel als volgt:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bestuurder of commissaris van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien hij ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1°</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(....)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2°</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(.....)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3°</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(.....)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4°</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">niet voldaan heeft of niet voldoet aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 5, eerste lid, van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen in samenhang met artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in die artikelen bedoeld. </emphasis>
      </para>
      <para>Artikel 343 Sr is daarmee een kwaliteitsdelict, in die zin dat vereist is dat de gedragingen worden begaan door een bestuurder of een commissaris van de rechtspersoon.</para>
      <para>Uit het dossier blijkt dat het verwijt aan verdachte is dat hij als bestuurder faillissements-fraude heeft gepleegd.</para>
      <para>Het bestanddeel van artikel 343 Sr dat verdachte bepaalde handelingen heeft verricht “als bestuurder van [bedrijf 1] ”, dient ook in de tenlastelegging vermeld te worden, hetgeen niet is geschied. Het bewezen verklaarde kan dan ook niet gekwalificeerd worden als het strafbare feit zoals onder artikel 343 Sr is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft ook gekeken naar andere wetsartikelen die betrekking hebben op faillissementsfraude, waarop de opsteller van de tenlastelegging zich mogelijk heeft willen richten. De rechtbank komt dan uit bij de artikelen 341 en 344 Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de periode zoals ten laste is gelegd, luidde de tekst van artikel 341 Sr als volgt:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Als schuldig aan bedrieglijke bankbreuk wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren en geldboete van de vijfde categorie, hetzij met één van deze straffen, hij: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">a.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">die in staat van faillissement is verklaard, indien hij ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1°</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(....)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2°</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(....)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3°</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(....)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4°</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">niet voldaan heeft of niet voldoet aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid, Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers in dat artikel bedoeld; </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">b.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(.........)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 341 Sr richt zich derhalve uitdrukkelijk tot degene die in staat van faillissement is verklaard en is derhalve een strafbaarheidsbepalende omstandigheid. Aangezien verdachte niet persoonlijk failliet is verklaard, kan artikel 341 Sr niet van toepassing zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de periode zoals ten laste is gelegd, luidde de tekst van artikel 344 Sr als volgt:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden en geldboete van de vijfde categorie, hetzij met één van deze straffen wordt gestraft hij die: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1°</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in geval van faillissement, of in het vooruitzicht daarvan, indien het faillissement is gevolgd, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers, enig goed aan de boedel onttrekt, of betaling aanneemt, hetzij van een niet opeisbare schuld, hetzij van een opeisbare schuld, in het laatste geval wetende dat het faillissement van de schuldenaar reeds was aangevraagd of ten gevolge van overleg met de schuldenaar; </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(.....)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de adressaat van artikel 344 Sr “derden” zijn, te weten andere personen dan de in de artikelen 341 en 343 Sr genoemden. Aangezien verdachte op grond van het procesdossier als bestuurder van [bedrijf 1] dient te worden aangemerkt, is dit artikel ook niet op verdachte van toepassing, nog los van de omstandigheid dat het thans bewezen verklaarde (het niet bewaren en tevoorschijn brengen van de administratie van de [bedrijf 1] ) niet als strafbare handeling onder artikel 344 Sr wordt vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de bewezenverklaring niet als een van de artikelen met betrekking tot faillissementsfraude kan worden gekwalificeerd, is de rechtbank van oordeel dat het bewezenverklaarde geen strafbaar feit is en dat verdachte terzake ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para>- verklaart <emphasis role="bold">het bewezene niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Van Bergen en mr. Van Duuren, rechters, in tegenwoordigheid van De Roos, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 augustus 2018.</para>
      <para>Mr. Van Duuren is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_ab126154-6ef9-4145-995f-e9ff09b4730a" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer 20GOA14020, onderzoek Uil, van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 851.</para>
    <para> Het geschrift, te weten een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, pagina’s 119 en 120.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5476dbde-1a38-4868-99bc-03cea4957fa0" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte, pagina 353.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e0f87678-e46b-40ae-9d56-265d14904707" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 294.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4ef029ff-94ce-4133-871c-b1923d3bc46e" label="4">
    <para> De verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van 26 juli 2018.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_08d316b6-4e08-4fb6-baee-56b2419010b3" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 15 en 17.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f3b764b3-2e3f-4765-b58c-647fb4ac38c4" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 322.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>