<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2018:4620</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-02T11:27:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-800917-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:4620">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:4620</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-02T11:26:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2018:4620 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-04-2018 / 02-800917-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2018:4620:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Diefstal van 2 elektrische tandenborstels en drie flessen shampoo. Plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor twee jaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2018:4620:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/800917-17  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer d.d. 18 april 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>thans verblijvende te PI Middelburg, Torentijd 1 te Middelburg</para>
      <para>raadsman mr. H. van Asselt, advocaat te Roosendaal</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 4 april 2018, waarbij de officier van justitie, mr. S.J. Huizenga, en mr. H. van Asselt als bepaaldelijk gemachtigd raadsman namens de verdediging, hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>Verdachte staat terecht, terzake dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 27 oktober 2017 te Roosendaal met het oogmerk van</para>
      <para>wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 2 elektrische tandenborstels</para>
      <para>en/of drie flessen shampoo, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten</para>
      <para>dele toebehorende aan [naam 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan</para>
      <para>aan verdachte;</para>
      <para>art 310 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de diefstal van twee elektrische tandenborstels en drie flessen shampoo bij de [naam 1] en baseert zich daarbij onder meer op de bekennende verklaring van verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de diefstal van twee elektrische tandenborstels wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Verdachte heeft dat op pagina 20 van het einddossier bekend. De verdediging is van mening dat er onduidelijkheid bestaat over het feit of verdachte de flessen Nivea shampoo heeft gestolen en refereert zich daarbij aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Aangezien verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:</para>
      </parablock>
      <para>- de aangifte namens [naam 1]<footnote-ref linkend="_39a51875-b56d-4b84-b89f-a8647ed7b33c" />;</para>
      <para>- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd bij de rechter-commissaris<footnote-ref linkend="_660ba88d-3070-4dc3-978b-c5d6b999287b" />.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">hij</emphasis> op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 27 oktober 2017 te Roosendaal met het oogmerk van</para>
        <para>wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 2 elektrische tandenborstels</para>
        <para>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> drie flessen shampoo, <emphasis role="strike-through">in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">dele</emphasis> toebehorende aan [naam 1] , <emphasis role="strike-through">in elk geval aan een ander of anderen dan</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">aan verdachte</emphasis>;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel). Zij ziet geen andere optie, nu in het verleden is gebleken dat andere straffen niet hebben geleid tot gedragsverandering en uit het rapport van de reclassering blijkt dat verdachte wel verandering in zijn leven wenst, maar niet weet hoe hij dit kan bewerkstelligen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging erkent dat verdachte voldoet aan de voorwaarden voor oplegging van een ISD-maatregel, maar heeft te kennen gegeven dat verdachte zich niet (meer) kan vinden in oplegging van die maatregel. Het gaat beter met verdachte sinds hij in detentie zit vanwege een nog openstaande straf. Hij is van zijn verslaving af en hij is van mening dat het hem dit keer gaat lukken om zijn leven te beteren, zodra hij vrijkomt. Voorgesteld wordt om de ISD-maatregel voorwaardelijk aan verdachte op te leggen dan wel een voorwaardelijke gevangenisstraf met daarbij als bijzondere voorwaarde een behandelverplichting.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van persoonlijke verzorgingsproducten, die hij wilde doorverkopen om geld te verdienen. Een diefstal is een laakbaar feit, aangezien het enkel gepleegd wordt uit oogpunt van persoonlijk gewin en dit voor de slachtoffers financieel nadeel en overlast met zich meebrengt. De rechtbank rekent dit verdachte aan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het strafblad van verdachte blijkt dat verdachte zich in het verleden al meermalen heeft schuldig gemaakt aan diefstal en dat verdachte ook na het thans bewezenverklaarde feit is veroordeeld voor meerdere winkeldiefstallen.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport van Novadic-Kentron van 16 maart 2018. Hierin wordt vermeld er sprake is van een delictpatroon van vermogensdelicten. Eerdere interventies in het kader van het reclasseringstoezicht met behandelverplichting hebben niet mogen baten. Verdachte komt afspraken en voorwaarden niet na. Wanneer verdachte hierop wordt aangesproken, erkent hij zijn eigen aandeel maar handelt hier vervolgens niet naar. Hij stelt open te staan voor hulpverlening en gedragsverandering en heeft regelmatig goede intenties, maar vervalt desondanks in oud gedrag en gewoontes. Verdachte beschikt kennelijk niet over voldoende vaardigheden om zichzelf staande te houden zonder crimineel gedrag. Aangezien er bij verdachte sprake is van dakloosheid, geen inkomen en cannabisgebruik wordt het recidiverisico als hoog ingeschat. Geadviseerd wordt om aan verdachte de ISD-maatregel op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter zitting heeft de deskundige, mevrouw [naam 2] , werkzaam als reclasseringswerker bij Novadic-Kentron, het advies toegelicht. Een voorwaardelijke ISD-maatregel wordt niet haalbaar geacht, nu is gebleken dat verdachte zich niet aan afspraken met de reclassering en hulpverlening houdt. Verdachte heeft daarom een strak kader nodig, waarin alleen de ISD-maatregel voorziet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van de ISD-maatregel voor de duur van twee jaar wenselijk en noodzakelijk is, teneinde het herhalende overlast veroorzakende delictgedrag van verdachte te doorbreken en de maatschappij te beveiligen. Eerdere opgelegde reclasseringstoezichten met behandelverplichtingen hebben daarin geen verandering teweeg kunnen brengen. Om een doorbraak hierin te kunnen bewerkstelligen resteert de ISD-maatregel als enige mogelijkheid. Volgens de informatie van de reclassering is een strak kader nodig, daar verdachte zich niet uit eigen beweging aan gestelde voorwaarden houdt. Om die reden ziet de rechtbank dan ook geen ruimte voor een voorwaardelijke ISD-maatregel dan wel een andere voorwaardelijke straf.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de eisen voor het opleggen van de ISD-maatregel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij het bepalen van de duur van de maatregel rekening gehouden met de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de uitspraak in verzekering heeft doorgebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 38m, 38n, 310 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para>         diefstal</para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast de <emphasis role="bold">plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor twee jaar</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. T. Peters, voorzitter, mr. W.J.M. Fleskens en </para>
      <para>mr. S. van der Burgh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.J.I.F. van Beek, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 18 april 2018.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_39a51875-b56d-4b84-b89f-a8647ed7b33c" label="1">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte, eindproces-verbaal van de politie Zeeland-West-Brabant uit het dossier met proces-verbaalnummer PL2000—2017263091 opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, p. 15.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_660ba88d-3070-4dc3-978b-c5d6b999287b" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris d.d. 6 december 2017.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>