<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2018:4608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-01T18:27:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-700138-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:4608">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:4608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-01T18:26:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2018:4608 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-07-2018 / 02-700138-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2018:4608:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Raadkamer gevangenhouding. Voorlopige hechtenis. Ernstige bezwaren. Geschokte rechtsorde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2018:4608:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</para>
  <para>Team strafrecht, locatie Middelburg</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>BEVEL TOT GEVANGENHOUDING</para>
    <para>Beschikking op de vordering van de Officier van Justitie in dit arrondissement</para>
    <para>van 19 juli 2018 strekkende tot het bevelen van de gevangenhouding van:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>parketnummer 02/700138-18</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>naam     : [verdachte]</para>
    <para>voornamen: [verdachte]</para>
    <para>geboren  : [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats]</para>
    <para>wonende  : [woonplaats]</para>
    <para>adres    : [adres]</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>thans verblijvende: PI Zuid West - De Dordtse Poorten te Dordrecht;</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>1. De overwegingen.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Tegen verdachte is op 13 juli 2018 een bevel tot bewaring verleend.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank heeft op de vordering tot gevangenhouding de officier van</para>
    <para>justitie, verdachte en diens raadsman gehoord.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank is na onderzoek gebleken dat hetgeen in het bevel tot bewaring is</para>
    <para>overwogen omtrent de verdenking, bezwaren en gronden die tot dat bevel hebben</para>
    <para>geleid, ook thans nog geldt.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bij de beoordeling van de beslissing ter zake de voorlopige hechtenis geldt als</para>
    <para>uitgangspunt het in artikel 5 van het Europees Verdrag van de Rechten van de</para>
    <para>Mens vastgelegde recht op vrijheid en veiligheid.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank overweegt over de ernstige bezwaren het volgende en legt daaraan</para>
    <para>het volgende ten grondslag.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De door [naam 1] gegeven signalementen moeten met behoedzaamheid</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>worden beschouwd aangezien zij heeft verklaard dat zij gewekt werd vanuit</para>
    <para>haar slaap en alles heel snel ging. Zij heeft daarbij verklaard dat zij van</para>
    <para>dader 1 het gezicht amper heeft gezien en dat zij het gezicht van dader 2</para>
    <para>niet heeft gezien. [naam 2] heeft verklaard dat hij de daders niet heel</para>
    <para>goed kan omschrijven, de mannen hadden volgens hem allebei een donkere</para>
    <para>huidskleur maar ook dat weet hij niet zeker. Een van de mannen droeg een</para>
    <para>capuchon.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het proces-verbaal van bevindingen van 20 juli 2017, pag. 169 met de</para>
    <para>beschrijving van de beelden van de camera's van vrijdag 14 juli 2017, vanaf</para>
    <para>00:00 tot en met 06:00 uur. Op de beelden worden twee personen beschreven tot</para>
    <para>ongeveer 04:00 uur. Uit de foto's op pagina 198 en 199 en dan in het bijzonder</para>
    <para>de onderste foto op pagina 199 maakt de rechtbank op dat de huidskleur van de</para>
    <para>linker persoon lichter is dan de huidskleur van de rechter persoon.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het proces-verbaal van bevindingen van 9 april 2018, pag. 294 betreffende de</para>
    <para>herkenning van verdachte door verbalisant [naam 3] die op de bijgevoegde</para>
    <para>foto's 1 en 2 (foto's van camerabeelden als vermeld in het proces-verbaal van</para>
    <para>bevindingen van 20 juli 2017, pag. 169 e.v.) verdachte denkt te herkennen aan</para>
    <para>zijn houding, haardracht en met name het matje in zijn nek. Hij heeft met</para>
    <para>verdachte veelvuldig contact gehad tijdens zijn werkzaamheden in Terneuzen. De</para>
    <para>verbalisant durft het niet met 100% zekerheid vast te stellen. Hij vermeldt</para>
    <para>voorts nog dat hem bekend is dat verdachte in die tijd een relatie met [naam 4]</para>
    <para> heeft gehad.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Getuige [naam 4] verklaart op 15 juni 2018 over haar vroegere relatie</para>
    <para>met verdachte. Als haar een reactie wordt gevraagd op de foto's 5 tot en met 7</para>
    <para>op de pagina's 314 tot en met 316 (foto's van camerabeelden als vermeld in het</para>
    <para>-------------------------------------------------------------------------------</para>
    <para>proces-verbaal van bevindingen van 20 juli 2017, pag. 169 e.v.) zegt zij dat</para>
    <para>zij op de foto's mensen herkent maar liever niet te willen zeggen wie het</para>
    <para>zijn. Zij verklaart wel dat een van de twee al veroordeeld is en dat de andere</para>
    <para>nog rond loopt. Zij zegt met die andere een relatie te hebben gehad en zij</para>
    <para>zegt verder nog: 'Jullie zitten sowieso goed'. Voor de rechtbank is voldoende</para>
    <para>aannemelijk dat de getuige het in haar verklaring over verdachte heeft.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank stelt vast er geen beelden van camera's zijn van de tijdsperiode</para>
    <para>van 04:00:37 uur tot 05:24:17 uur. Volgens de verklaring van het slachtoffer</para>
    <para>
      [naam 1] vond het feit plaats tussen 04:30 uur en 05:00 uur. Er zijn aldus</para>
    <para>geen beelden van camera's waarop te zien is dat beide daders de woning binnen</para>
    <para>gaan of daaruit vertrekken. Dit betekent dat in deze fase van het onderzoek</para>
    <para>op basis van camerabeelden niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de</para>
    <para>beide personen die op genoemde foto's te zien zijn ook als daders van het feit</para>
    <para>kunnen worden aangemerkt. Feit is wel dat de beide personen op de foto's</para>
    <para>relatief kort voor het tijdstip waarop [naam 1] het feit in de tijd plaatst in</para>
    <para>de directe omgeving van de plaats delict zijn waargenomen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, vormt naar het oordeel van de</para>
    <para>rechtbank voldoende basis voor het bestaan van ernstige bezwaren jegens</para>
    <para>verdachte. Er zijn gronden namelijk de twaalfjaarsgrond en de herhalingsgrond.</para>
    <para>De rechtbank acht, gelet op de aard en ernst van het feit waarvan verdachte</para>
    <para>wordt verdacht en het gegeven dat verdachte [naam 5] inmiddels voor het</para>
    <para>betreffende feit door de rechtbank is veroordeeld tot een langdurige</para>
    <para>gevangenisstraf, te verwachten dat bij vrijlating van verdachte in Terneuzen</para>
    <para>en omgeving sprake kan zijn maatschappelijke onrust. Er is in de opvatting van</para>
    <para>de rechtbank dan ook nog steeds sprake van een geschokte rechtsorde. De</para>
    <para>rechtbank ziet in het feit dat de getuige [naam 4] nog door de</para>
    <para>rechter-commissaris zal worden gehoord, aanleiding de vordering toe te wijzen</para>
    <para>voor een periode van 30 dagen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De afweging van het gestelde persoonlijke belang van verdachte tegenover het</para>
    <para>strafvorderlijke belang dat de voorlopige hechtenis blijft voortduren, valt in</para>
    <para>het nadeel van verdachte uit. Om die reden wordt het verzoek tot schorsing van</para>
    <para>de voorlopige hechtenis afgewezen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>2. De beslissing.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank beveelt de gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van</para>
  </parablock>
  <para>30 ( dertig) dagen ingaande op het ogenblik van de tenuitvoerlegging; bepaalt</para>
  <para>dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in een huis van bewaring.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank geeft de officier van justitie opdracht om getuige [naam 4]</para>
    <para>binnen de periode van de thans bevolen periode van gevangenhouding te laten</para>
    <para>horen door de rechter-commissaris.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Deze beschikking is gegeven op 24 juli 2018 door</para>
    <para>mr. G.H. Nomes, voorzitter,</para>
    <para>mr. M.L. Weerkamp, rechter,</para>
    <para>mr. E.J. Zuijdweg, rechter,</para>
    <para>in tegenwoordigheid van R. de Moor, griffier.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>===============================================================================</para>
    <para>parketnr. 02/700138-18, datum behandeling 24 juli 2018,verdachte […]</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>De officier van justitie gelast de tenuitvoerlegging van vorenstaande</para>
    <para>beschikking en brengt deze ter kennis van verdachte.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>