<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2018:3602</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-13T10:33:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBZWB:2018:4506</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-821259-15, 02-688145-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:3602">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:3602</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-25T09:33:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2018:3602 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 21-06-2018 / 02-821259-15, 02-688145-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2018:3602:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>tussenvonnis, mantelzorgers, benadeling van de gezondheid, causaliteit</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2018:3602:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 	02/821259-15 ( [Verdachte 1] )</para>
      <para>02/688145-15 ( [Verdachte 2] ) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">tussenvonnis van de meervoudige kamer d.d. 21 juni 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Verdachte 1] , </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag verdachte 1] 1975 te [geboorteplaats verdachte 1] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats verdachte 1] , [straatnaam verdachte 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Verdachte 2] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag verdachte 2] 1977 te [geboorteplaats verdachte 2] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats verdachte 2] , [straatnaam verdachte 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 mei 2018, waarbij de officier van justitie mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op 11 juni 2018.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>Aan verdachten is ten laste gelegd dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 2 november 2015</para>
      <para>te Middelburg, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een</para>
      <para>ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke</para>
      <para>toe-eigening heeft weggenomen een of meer geldbedragen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(bestaande uit geldopnames, digitale bankoverschrijvingen, elektronische</para>
      <para>betalingen en/of pinbetalingen)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in totaal ongeveer 232.606 euro, in elk geval een hoeveelheid geld, geheel of</para>
      <para>ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen</para>
      <para>dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),</para>
      <para>waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des</para>
      <para>misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen geld/goed(eren)</para>
      <para>onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,</para>
      <para>te weten een of meer bankpas(sen) met bijbehorende pincode(s) van die [slachtoffer]</para>
      <para>en/of wachtwoord(en) en/of code(s) ten behoeve van elektronische betalingen;</para>
      <para>art 310 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling</para>
      <para>mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 2 november 2015</para>
      <para>te Middelburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een</para>
      <para>ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer geldbedragen, in</para>
      <para>totaal ongeveer 232.606 euro, in elk geval een hoeveelheid geld en/of</para>
      <para>voorwerpen (klokken, oude ansichtkaarten beeldje, persoonlijke documenten)</para>
      <para>geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of</para>
      <para>anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),</para>
      <para>welk(e) geldbedrag(en) en/of voorwerpen verdachte en/of zijn mededader(s)</para>
      <para>anders dan door misdrijf, te weten als beheerder(s)/mantelzorger(s) en/of door</para>
      <para>het - met toestemming van [slachtoffer] - gebruiken van de bankpas(sen) van</para>
      <para>
        [slachtoffer] , onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend;</para>
      <para>art 321 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 27 februari 2014 tot en met 5 augustus</para>
      <para>2014 te Middelburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met</para>
      <para>een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een</para>
      <para>schenkingsovereenkomst en/of een aanvraag mantelzorgcompliment en/of (een)</para>
      <para>bankoverschrijvingskaart(en) (zogenaamde OLO's) ten name van [slachtoffer] (in</para>
      <para>totaal 26 stuks, althans een aantal), - (elk) zijnde een geschrift dat</para>
      <para>bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt</para>
      <para>of vervalst,</para>
      <para>immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk die</para>
      <para>schenkingsovereenkomst en/of die aanvraag mantelzorgcompliment en/of die OLO's</para>
      <para>ingevuld en ondertekend met een handtekening die moest doorgaan voor de</para>
      <para>handtekening van [slachtoffer] , zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat</para>
      <para>geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen</para>
      <para>gebruiken;</para>
      <para>art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 27</para>
      <para>februari  2014 tot en met 10 april 2014 te Middelburg, in elk geval in</para>
      <para>Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,</para>
      <para>met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door</para>
      <para>het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door</para>
      <para>listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Rabobank</para>
      <para>heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (in totaal ten bedrage van</para>
      <para>2.585,33 euro, in elk geval een hoeveelheid geld), in elk geval enig goed,</para>
      <para>hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -</para>
      <para>zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in</para>
      <para>strijd met de waarheid (telkens) een overschrijvingsformulier (OLO) ten name</para>
      <para>van [slachtoffer] (in totaal 26 stuks, althans een aantal), valselijk opgemaakt</para>
      <para>of vervalst,</para>
      <para>immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk die</para>
      <para>OLO's ingevuld strekkende tot girale overboeking van een geldbedrag en/of die</para>
      <para>OLO's ondertekend met een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening</para>
      <para>van [slachtoffer] , en/of vervolgens die valselijk opgemaakte OLO's (telkens)</para>
      <para>bij/naar de Rabobank afgegeven/verzonden,</para>
      <para>waardoor de Rabobank (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 7 juli</para>
      <para>2014 tot en met 10 november 2014 te Middelburg, in elk geval in Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het</para>
      <para>oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het</para>
      <para>aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige</para>
      <para>kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de SVB heeft</para>
      <para>bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (in totaal ten bedrage van 200</para>
      <para>euro, in elk geval een hoeveelheid geld), in elk geval enig goed, hebbende</para>
      <para>verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk</para>
      <para>weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd</para>
      <para>met de waarheid een aanvraagformulier mantelzorgcompliment ten name van [slachtoffer]</para>
      <para> , valselijk opgemaakt of vervalst,</para>
      <para>immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk die aanvraag</para>
      <para>ingevuld, strekkende tot girale overboeking van een geldbedrag en/of die</para>
      <para>aanvraag ondertekend met een handtekening die moest doorgaan voor de</para>
      <para>handtekening van [slachtoffer] , en/of vervolgens die valselijk opgemaakte aanvraag</para>
      <para>bij/naar de SVB afgegeven/verzonden,</para>
      <para>waardoor de SVB werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2013</para>
      <para>tot en met 21 september 2015 te Middelburg, in elk geval in Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)</para>
      <para>opzettelijk de gezondheid van [slachtoffer] , heeft benadeeld, door met dat opzet</para>
    </parablock>
    <para>- onvoldoende inspanningen te tonen om de kwaliteit van leven van die</para>
    <parablock>
      <para>
        [slachtoffer] te verbeteren, immers toen die [slachtoffer] niet meer het huis uit kon</para>
      <para>heeft verdachte onvoldoende levensmiddelen gebracht en/of bedorven</para>
      <para>levensmiddelen niet verwijderd;</para>
    </parablock>
    <para>- onvoldoende overleg te voeren met de professionele hulpverlening, door het</para>
    <parablock>
      <para>zorgplan niet dan wel onvoldoende bij te houden en/of zich onbereikbaar te</para>
      <para>houden voor die [slachtoffer] en die hulpverleners en/of de adviezen van die</para>
      <para>hulpverlening ten aanzien van de verzorging niet dan wel onvoldoende op te</para>
      <para>volgen;</para>
    </parablock>
    <para>- onvoldoende inspanningen te tonen om ontstane onhygiënische en/of onveilige</para>
    <parablock>
      <para>situaties voor die [slachtoffer] te beëindigen dan wel te verbeteren, immers heeft</para>
      <para>verdachte en/of zijn mededader(s) nagelaten om defecte apparaten zoals</para>
      <para>gasfornuis en/of gaskachel en/of koelkast en/of bed en/of wc en/of rookmelder</para>
      <para>te vervangen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus handelende heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) - als</para>
      <para>mantelzorger(s) - aan voornoemde [slachtoffer] de (professionele) verzorging</para>
      <para>ontzegd en/of voornoemde [slachtoffer] onvoldoende en/of niet constante en/of niet</para>
      <para>adequate verzorging geboden, waardoor [slachtoffer] de benodigde (reguliere)</para>
      <para>mantelzorg is onthouden, mede ten gevolge waarvan een verergering van het</para>
      <para>ziektebeeld van [slachtoffer] en/of een aanzienlijke afname van de genezingskans</para>
      <para>en/of levensverwachting en/of een (ernstige) toename van de reeds bestaande</para>
      <para>klachten in samenhang met de aandoeningen van die [slachtoffer] is opgetreden, die</para>
      <para>het gevolg waren van het uitblijven van deugdelijke zorg;</para>
      <para>art 300 lid 4 wetboek van strafrecht</para>
      <para>art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vordering.</para>
      <para>Er is geen reden tot schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De onvolledigheid van het onderzoek ter terechtzitting.</title>
    <parablock>
      <para>Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest, aangezien de rechtbank zich op basis van de voorhanden zijnde stukken en het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende geïnformeerd acht over de vraag of de onder feit 4 bij de gedachtestreepjes genoemde gedragingen van verdachten – indien bewezenverklaard – een verergering van het ziektebeeld van [slachtoffer] en/of een aanzienlijke afname van de genezingskans en/of levensverwachting en/of een (ernstige) toename van de reeds bestaande klachten in samenhang met de aandoeningen van die [slachtoffer] tot gevolg kunnen hebben gehad.</para>
      <para>Voor de beantwoording van deze vraag acht de rechtbank tevens van belang dat door de te benoemen deskundige wordt vastgesteld waaruit ‘het ziektebeeld’, ‘de reeds bestaande klachten’ en ‘de aandoeningen’ bij [slachtoffer] bestonden. In verband hiermee wijst de rechtbank op de verslagen die drs. C.G.M. Nicolasen in het kader van deze zaak reeds heeft opgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de beantwoording van deze vragen zou het nodig kunnen zijn dat de te benoemen deskundige beschikt over gegevens waaruit de geestelijke en lichamelijke toestand van [slachtoffer] gedurende de ten laste gelegde periode en tot aan zijn overlijden blijkt, zoals gegevens van de huisarts van [slachtoffer] , en gegevens van Emergis waar [slachtoffer] sinds </para>
      <para>22 september 2015 verbleef.</para>
      <para>Voor zover de te benoemen deskundige deze informatie bij het door de rechtbank gewenste onderzoek zou willen betrekken, en deze informatie niet rechtstreeks door de te benoemden deskundige kan worden opgevraagd bij de aan te zoeken artsen, verzoekt de rechtbank de rechter-commissaris deze stukken op te vragen, althans de regie te voeren in het verkrijgen van deze informatie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de stukken in handen van de rechter-commissaris stellen opdat deze genoemd onderzoek doet uitvoeren en daartoe een deskundige zal benoemen. De eerder in deze zaak rapporterende deskundige drs. C.G.M. Nicolasen komt hiervoor in aanmerking.</para>
      <para>De rechter-commissaris zal de officier van justitie en de verdediging voorafgaand aan het onderzoek door de deskundige in de gelegenheid stellen zich schriftelijk uit te laten over de vraagstelling zoals hierboven vermeld.</para>
      <para>Nadat de deskundige heeft gerapporteerd omtrent de vraagstelling zullen de officier van justitie en de verdediging in de gelegenheid worden gesteld een schriftelijke reactie te geven op het rapport van de deskundige, alvorens de behandeling van de zaak ter terechtzitting zal worden voortgezet. Indien het rapport tot nadere onderzoekswensen zou leiden, verzoekt de rechtbank de rechter-commissaris hier de regie in te voeren. De verwijzing naar de rechter-commissaris betreft uitsluitend het onderwerp waarover de rechtbank zich onvoldoende geïnformeerd acht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing.</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para>- heropent en schorst het onderzoek en beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum zal worden hervat;</para>
    <para />
    <para>- beveelt de oproeping van verdachten tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter zitting zal worden hervat, met kennisgeving aan de raadslieden mr. M. van der Want en </para>
    <para>mr. V.C. Serrarens;</para>
    <para />
    <para>- stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris, opdat deze het hierboven omschreven onderzoek uitvoert.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Nomes, voorzitter, mr. E.J. Zuijdweg en </para>
      <para>mr. H. Skalonjic, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Moggré-Hengst, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 21 juni 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>