<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2018:1823</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-28T08:25:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-820367-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:1823">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:1823</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-27T15:12:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2018:1823 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-03-2018 / 02-820367-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2018:1823:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ontnemingsuitspraak</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2018:1823:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 02/820367-15</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de rechtbank d.d. 27 maart 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de ontnemingszaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1986 te [geboortedag] ,</para>
      <para>wonende te [adres] , </para>
      <para>raadsman mr. B.P.J. Heinrici, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Betrokkene is op 27 maart 2018 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeeld voor – onder meer – overtreding van het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd, tot de in die uitspraak vermelde straf.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 maart 2018, waarbij de officier van justitie mr. R.C.P. Rammeloo en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het standpunt van de officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat betrokkene een wederrechtelijk verkregen voordeel heeft behaald ter hoogte van € 59.687,00. Dit bedrag is gebaseerd op de kasopstelling, zoals vermeld in het ontnemingsrapport van de politie. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van de verdediging</title>
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft primair verzocht de ontnemingsvordering integraal af te wijzen, gelet op de bepleite vrijspraken in de hoofdzaak.</para>
      <para>Hij heeft subsidiair aangevoerd dat de vordering grotendeels moet worden afgewezen, nu ten onrechte in de berekening van de politie de in beslag genomen contante geldbedragen ter grootte van in totaal € 47.430,00 zijn opgenomen. Dit bedrag behoort immers in het geheel in eigendom toe aan de moeder van betrokkene, [naam 1] . Hij heeft daartoe een kopie van een door haar ingediend klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering overgelegd. Daarnaast stelt de raadsman dat betrokkene, omdat hij geen rol heeft gespeeld bij de aangetroffen hennepkwekerij in een pand aan de [straatnaam] te Rotterdam, ook niet de uitgaven van € 4.442,50 ter zake van deze kwekerij heeft gehad.</para>
      <para>Dit betekent dat op het bedrag van € 59.686,62 de bedragen van € 47.430,00 en € 4.442,50 in mindering moeten worden gebracht, zodat een bedrag van € 7.814,12 resteert.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het oordeel van de rechtbank </title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Uitgangspunten:</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt op basis van het dossier, het vonnis van 27 maart 2018<footnote-ref linkend="_5d6d3e9c-d11c-46ca-936d-1f72d48c3c92" /> en de daaraan ontleende bewijsmiddelen vast dat betrokkene met de door hem gepleegde feiten wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Met betrekking tot de omvang daarvan overweegt de rechtbank het volgende.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank gaat uit, evenals de officier van justitie en de raadsman, van de kasopstelling die in de ontnemingsrapportage is vermeld, te weten<footnote-ref linkend="_6fbdc002-ab4e-4e05-8910-ea413872196d" />:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Beginsaldo				€          0,00</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>+ Kasopnames				€ 20.485,00</para>
      </parablock>
      <para>- Eindsaldo contant			€ 47.430,00</para>
      <parablock>
        <para>					---------------</para>
        <para>   Beschikbaar voor uitgaven		€ 26.945,00</para>
      </parablock>
      <para>- Contante stortingen			€ 16.076,07</para>
      <para>- Contante uitgaven hennepkwekerij	€   4.442,50</para>
      <para>- Contante uitgaven bonnen		€   5.494,92</para>
      <para>- Contante uitgaven voeding		€   6.728,13</para>
      <parablock>
        <para>					---------------</para>
        <para>Verschil				<emphasis role="bold">€ 59.686,62</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Verweren van de raadsman:</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank overweegt ten aanzien van de posten die door de raadsman zijn betwist het navolgende.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Eindsaldo contant:</emphasis>
        </para>
        <para>In de woning gelegen aan de [adres 1] te Rilland, welke op naam stond van de vriendin van betrokkene [naam 2] en waar betrokkene regelmatig verbleef, en op het GBA-adres van betrokkene, [adres 2] te Rotterdam, zijnde de woning van zijn moeder [naam 1] , zijn in totaal voor een bedrag van € 47.430,00 aan bankbiljetten aangetroffen. De raadsman stelt zich op het standpunt dat alle aangetroffen geldbedragen aan [naam 1] toebehoren. </para>
        <para>
          [naam 1] heeft verklaard dat zij een WIA-uitkering van € 1.200,00 ontvangt (na een bedrijfsongeval in 2008), schulden heeft, buiten de aangetroffen gelden geen spaargeld bezit en moeite heeft om iedere maand rond te komen. De rechtbank acht op grond van de door haar geschetste persoonlijke financiële situatie niet aannemelijk geworden dat [naam 1] voornoemd bedrag heeft kunnen sparen. De in het klaagschrift genoemde bedragen die [naam 1] buiten haar inkomen tussen 2004 en 2015 op haar rekening bijgeschreven heeft gekregen, maakt dit niet anders. De bedragen betreffen veelal constante stortingen, overboekingen van een andere eigen rekening of van die van betrokkene waarvan de herkomst onbekend is gebleven. De enkele credit-mutaties die wél zijn te herleiden – die van een verzekeringsmaatschappij, de Belastingdienst of een advocatenkantoor afkomstig zijn – zijn overwegend gering en/of dateren van langere tijd geleden. Het klaagschrift is bovendien door de rechtbank op 16 april 2016 ongegrond verklaard. De Hoge Raad heeft op 20 december 2016 het beroep in cassatie, ingesteld door [naam 1] , niet-ontvankelijk verklaard.</para>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank zijn de aangetroffen bedragen afkomstig van betrokkene, welke hij heeft verdiend met zijn handel in cocaïne. </para>
        <para>Deze post wordt dan ook niet op het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering gebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De contante uitgaven hennepkwekerij:</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft betrokkene vrijgesproken van feit 4 in de hoofdzaak, betreffende het telen van hennep in een pand gelegen aan de [adres 3] te Rotterdam. Zijn betrokkenheid is niet voldoende aangetoond. Er zijn evenmin aanknopingspunten in het dossier aanwezig, die erop wijzen dat betrokkene de hennepplantage uitsluitend zou hebben gefinancierd. De rechtbank is dan ook met de raadsman van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat betrokkene heeft bijgedragen aan de kosten voor het inrichten/onderhouden van de hennepkwekerij. De genoemde uitgaven ten bedrage van € 4.442,50 worden aldus buiten beschouwing te laten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Ontnemingsbedrag:</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op het vorenstaande zal van het berekende eindbedrag in de kasopstelling van </para>
        <para>€ 59.686,62 het bedrag van € 4.442,50 inzake de contante uitgaven hennepkwekerij worden afgetrokken, zodat als genoten voordeel een bedrag van € 55.244,12 resteert. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vaststelling ontnemingsbedrag</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal het terug te betalen bedrag vaststellen op € 55.244,12 en de vordering van de officier van justitie voor het overige afwijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">€ 55.244,12</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- legt betrokkene de verplichting op tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter grootte van <emphasis role="bold">€ 55.244,12</emphasis> ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;</para>
    <para />
    <para>- wijst de vordering van de officier van justitie voor het overige af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. K.M. de Jager, voorzitter, mr. I.M. Josten en </para>
      <para>mr. H.E. Goedegebuur, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier </para>
      <para>mr. D.A.C.M. Roebroeks en is uitgesproken ter openbare zitting op 27 maart 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Josten, mr. Goedegebuur en mr. Roebroeks zijn niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_5d6d3e9c-d11c-46ca-936d-1f72d48c3c92" label="1">
    <para> Het vonnis van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, parketnummer 02/820367-15, d.d. 27 maart 2018.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6fbdc002-ab4e-4e05-8910-ea413872196d" label="2">
    <para> Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling van de politie Zeeland-West-Brabant, District Zeeland, d.d. 24 mei 2016.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>