<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2018:1802</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-05T15:36:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 18_355 en 18_343</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:1802">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:1802</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-05T15:35:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2018:1802 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 09-03-2018 / AWB 18_355 en 18_343</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2018:1802:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenen omgevingsvergunning tweede fase, bouwen biomineralenfabriek, art. 6:13 Awb, uniforme voorbereidingsprocedure, geen zienswijzen naar voren gebracht, beroep niet-ontvankelijk</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2018:1802:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: BRE 18/335 WABOM en BRE 18/343 WABOM</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 9 maart 2018 van de meervoudige kamer in de zaken tussen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiser1] en [naam eiser2] , te [plaats1] , eisers, </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal</emphasis>, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.A.M. van der Velden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde partij heeft aan het geding deelgenomen:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam derde partij]
        </emphasis>, te [plaats2] , </para>
      <para>gemachtigde: mr. E. Broeren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para>Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 31 oktober 2017 (bestreden besluit) van het college inzake het verlenen van een omgevingsvergunning tweede fase aan [naam derde partij] voor het bouwen van een biomineralenfabriek (activiteit ‘bouwen’) aan de [naam locatie1] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft besloten om deze zaken gelijktijdig te behandelen met 13 samenhangede beroepszaken. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 9 maart 2018. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door [naam eiser1] . Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, B.W. Hoekstra en J.C. Vergouwen. [naam derde partij] heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en ir. drs. L.W. Burghout, alsmede door ing. R.J.M.B. Derks (ZLTO) en ir. F.B.H. de Bree (Buro Blauw).</para>
      <para>Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para>1. Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat geen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld.</para>
    <para />
    <para>2. Vast staat dat het bestreden besluit is voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Awb. Dat betekent dat het bestuursorgaan, voordat het op een aanvraag beslist, een ontwerpbesluit bekendmaakt. Daarover kunnen belanghebbenden dan op grond van artikel 3:15 van de Awb hun zienswijze naar voren brengen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op basis van de stukken vastgesteld, en zo is ter zitting ook bevestigd, dat eisers geen zienswijze naar voren hebben gebracht over de ontwerp-omgevingsvergunning tweede fase. Eisers hebben alleen hun zienswijze ingebracht met betrekking tot de eerste fase. Eisers hebben daarvoor geen goede redenen gegeven. Derhalve valt niet in te zien dat hen geen verwijt kan worden gemaakt. Dat betekent dat voor eisers ten aanzien van de omgevingsvergunning tweede fase geen beroep bij de bestuursrechter openstaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Op basis van het voorgaande moeten de beroepen van eisers niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.F. van Ginneken, voorzitter, en mr. R.P. Broeders en mr. M. Maas-Cooymans, leden, in aanwezigheid van mr. J.H.C.W. Vonk en N.A. D’Hoore griffiers. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2018.</para>
      <para>De voorzitter is buiten staat om de uitspraak te ondertekenen. De uitspraak wordt daarom ondertekend door mr. Broeders. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>