<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2017:8541</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-28T11:46:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-12-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/338141 / KG RK 17-1033</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2017:8541">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2017:8541</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-28T11:34:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2017:8541 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 15-12-2017 / C/02/338141 / KG RK 17-1033</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2017:8541:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verzoek tot goedkeuring onderhandse verkoop ex artikel 3:268 lid 2 BW toegewezen. </para>
        <para>Verzochte verklaring voor recht, dat de hypotheekgever en de zijnen op grond van de te wijzen beschikking tot ontruiming worden genoodzaakt als bedoeld in artikel 525 lid 3 Rv, afgewezen, wegens gebrek aan belang.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2017:8541:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a57d65ea-e5e3-4c68-962f-67a30962be45" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="034bce7d-8576-40fc-b3af-60ba0728c206" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Cluster II Handelszaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/02/338141 / KG RK 17-1033</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de voorzieningenrechter van 15 december 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE VOLKSBANK NV h.o.d.n. SNS</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>advocaat mr. C.C.M. Ewalds,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [verweerder] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats A] ,</para>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[verweerster]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats B] ,</para>
      <para>verweerders,</para>
      <para>niet verschenen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats C] ,</para>
      <para>belanghebbende / aspirant-koper,</para>
      <para>niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 17 november 2017 is ter griffie ingekomen het verzoekschrift tot goedkeuring 	onderhandse verkoop ex artikel 3:268 lid 2 BW met betrekking tot het registergoed, 	t.w.: het woonhuis met berging, ondergrond, erf, tuin en verdere aanhorigheden, 	plaatselijk bekend [registergoed] , thans kadastraal bekend als 	gemeente [registergoed] , groot 85 centiaren (hierna: het onderpand).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Aan de in artikel 544 Rv bedoelde belanghebbenden is bij brief van 23 november 2017 medegedeeld dat voormeld verzoek is gedaan en dat zij, indien zij bezwaar hebben tegen goedkeuring van de in het verzoekschrift omschreven koopovereenkomst, dit binnen 14 dagen na dagtekening van de voornoemde brief schriftelijk dienen mede te delen en daarbij dienen te vermelden of zij het bezwaar mondeling willen toelichten. Voorts is aan verweerders medegedeeld dat op het verzoek zal worden beslist indien een reactie uitblijft.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Van verweerders en belanghebbende is geen reactie ontvangen, hoewel uit de 	gegevens van PostNL blijkt dat voornoemde brief is bezorgd. Thans zal dan ook op	het verzoek worden beslist.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoekster verzoekt de voorzieningenrechter om bij beschikking uitvoerbaar bij 	voorraad: </para>
        <para>I.	de door verzoekster aan de voorzieningenrechter voorgelegde koopovereenkomst goed te 	keuren en te bepalen dat de verkoop van het onderpand onderhands zal geschieden bij 	deze koopovereenkomst; </para>
        <para>II.	primair voor recht te verklaren althans te overwegen dat de hypotheekgever en de zijnen 	op grond van de in de te wijzen beschikking tot ontruiming worden genoodzaakt als 	bedoeld in artikel 525 lid 3 Rv;</para>
        <para>III.	subsidiair de hypotheekgever te veroordelen het onderpand te ontruimen en met al de 	zijnen en het zijne te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking te 	stellen aan verzoekster, althans de koper, op het moment van inschrijving als bedoeld in 	artikel 3:89 BW, alsmede te bepalen dat de rechten uit de in de te wijzen beschikking op 	dit punt overgaan op de koper;</para>
        <para>	kosten rechtens. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>In het taxatierapport van 16 juni 2017 is het onderpand getaxeerd op een marktwaarde van € 115.000,00. De vermoedelijke verkoopopbrengst bij een 	executoriale veiling bedraagt € 95.000,00. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het onvoldoende aannemelijk dat bij een reguliere openbare verkoop van het onderpand ter veiling een wezenlijk hogere opbrengst zal worden gerealiseerd dan met de thans voorgestelde onderhandse verkoop. De overeengekomen koopsom ad € 131.000,00 is immers ruim boven de getaxeerde executie- en marktwaarde gelegen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Nu ook de in artikel 544 Rv bedoelde belanghebbenden geen bezwaar hebben 	gemaakt, het door de bank geaccepteerde bod het hoogste bod van drie biedingen 	betreft en er overigens geen omstandigheden zijn gebleken die aan toewijzing van 	het verzoek in de weg staan, zal het verzoek tot goedkeuring van de onderhandse </para>
        <para>	koopovereenkomst worden toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Wat betreft de gevorderde verklaring voor recht overweegt de voorzieningenrechter als volgt. De vraag, die in dit verband van belang is, is of artikel 525 lid 3 Rv ook een ontruimingstitel geeft indien er sprake is van een onderhandse verkoop als bedoeld in artikel 3:268 lid 2 BW. </para>
        <para>Artikel 525 lid 3 Rv is opgenomen in Boek II, Titel 3, afdeling 2. Deze afdeling ziet op de executoriale verkoop van onroerende zaken. </para>
        <para>In de onderhavige zaak is sprake van de uitoefening van het recht van parate executie door een hypotheekhouder. Een dergelijke executoriale verkoop dient in beginsel in het openbaar plaats te vinden, maar kan met goedkeuring van de voorzieningenrechter ook onderhands geschieden. Een dergelijke onderhandse verkoop betreft dus ook een executoriale verkoop.</para>
        <para>De voorzieningenrechter stelt voorop dat de executieleer meebrengt dat de verplichting van de geëxecuteerde het goed ter beschikking te stellen evenzeer inherent aan de executie is als de bevoegdheid van de executant tot juridische levering. Het begrip executie impliceert automatisch het recht van de koper ontruiming af te dwingen krachtens de titel waarbij hem het goed wordt toegewezen. Bij een onderhandse verkoop is die titel de beschikking van de rechtbank waarin wordt bepaald dat de verkoop onderhands zal geschieden en waarbij goedkeuring wordt verleend aan de koopovereenkomst. In de plaats van “proces-verbaal” in artikel 525 Rv mag dan ook naar het oordeel van de voorzieningenrechter naar analogie “de beschikking van de rechtbank ex artikel 3:268 lid 2 BW” worden gelezen. In dit verband wordt verwezen naar de volgende literatuur: [naam A] , JBN 1994 (7-8) 86, alsmede [partijnamen] 3-VI 2010/392 en 419. </para>
        <para>De hypotheekgever en de zijnen kunnen derhalve op grond van onderhavige beschikking tot ontruiming worden genoodzaakt als bedoeld in artikel 525 lid 3 Rv. Gesteld noch gebleken is welk belang verzoekster zelf heeft bij de verzochte verklaring voor recht, omdat artikel 525 Rv geen bevoegdheid tot ontruiming toekent aan de hypotheekhouder en verzoekster aangeeft dat zij de ontruiming van het onderpand wil overlaten aan de koper, zodat dit verzoek wordt afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter acht geen termen aanwezig om met toepassing van artikel 	289 Rv een proceskostenveroordeling uit te spreken.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de verkoop van het registergoed, t.w.: het woonhuis met berging, ondergrond, erf, tuin en verdere aanhorigheden, plaatselijk bekend [registergoed] , thans kadastraal bekend als gemeente [registergoed] , groot 85 centiaren, onderhands zal geschieden overeenkomstig de hierbij goedgekeurde koopovereenkomst zoals aan deze beschikking is gehecht,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr.  Combee en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2017.<footnote-ref linkend="_5e9ff791-5416-4bd5-a5f7-0f2e334e4396" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_5e9ff791-5416-4bd5-a5f7-0f2e334e4396" label="1">
    <para>type: EB</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>