<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2017:6292</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-10T14:07:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-02-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">4865807 CV EXPL 16-1667</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>GZR-Updates.nl 2018-0219</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2017:6292">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2017:6292</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-09T09:22:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2017:6292 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 08-02-2017 / 4865807 CV EXPL 16-1667</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2017:6292:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zorgverzekeringswet. Kantonrechter wijst vergoeding voor autologe lipofilling af. De kantonrechter oordeelt aan de hand van het rapport van het Zorginstituut Nederland van 26 juni 2017 dat autologe lipofilling bij behandeling van acne littekens, geen behandeling is die voldoet aan de maatstaf van ‘huidige stand van wetenschap en praktijk’.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2017:6292:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="628f35c6-ed34-4e6e-b4b6-f980f2444996" depth="68" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para>Kanton</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tilburg </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 4865807 CV EXPL 16-1667 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis d.d. 8 februari 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] , </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] , </para>
      <para>eiser, </para>
      <para>gemachtigde: mr. H.B. Azar, advocaat te Arnhem, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>  <emphasis role="bold"> , </emphasis></para>
      <para>gevestigd te [woonplaats 2] , </para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>gemachtigde: mr. H. van Hassel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: </para>
    </parablock>
    <para>a. het tussenvonnis van 28 september 2016, met de daarin genoemde stukken; </para>
    <para>b. de akte van 14 december 2016 aan de zijde van [gedaagde] .</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Bij voornoemd tussenvonnis heeft de kantonrechter onder 4.5 overwogen: </para>
        <para>“<emphasis role="italic">De kantonrechter staat voor de beantwoording van de vraag of autologe lipofilling voldoet aan de stand der wetenschap en praktijk. De kantonrechter acht het van belang om kennis te kunnen nemen van het mogelijk (herziene) standpunt van het Zorginstituut op deze vraag. De kantonrechter stelt daarom [gedaagde] in de gelegenheid om dit standpunt en de eventueel daaraan door [gedaagde] te verbinden conclusie of gevolgen bij wijze van akte in het geding te brengen op de rol van 14 december 2016. [eiser] krijgt daarop de gelegenheid om een antwoordakte te nemen.  Hierna zal de kantonrechter de zaak voor (tussen)vonnis zetten. Afhankelijk van de standpunten die partijen vervolgens innemen zal de kantonrechter beoordelen of voortzetting van de comparitie wenselijk is</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij akte heeft [gedaagde] , kort weergegeven, aangevoerd dat het (herziene) standpunt van het Zorginstituut –ten aanzien van autologe lipofilling nog niet bekend is. Aangezien dit standpunt niet eerder dan in de loop van 2017 verwacht wordt, heeft [gedaagde] de kantonrechter in overweging gegeven om de zaak tot die tijd aan te houden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Zoals eerder overwogen acht de kantonrechter het van belang om kennis te kunnen nemen van het (mogelijk herziene) standpunt van het Zorginstituut ten aanzien van de vraag of autologe lipofilling voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Gelet op het vorenstaande stelt de kantonrechter [gedaagde] daarom nogmaals in de gelegenheid om dit standpunt en de eventueel daaraan door [gedaagde] te verbinden conclusie of gevolgen bij wijze van akte in het geding te brengen op de rol van 7 juni 2017. [eiser] krijgt daarop de gelegenheid om een antwoordakte te nemen. Hierna zal de kantonrechter de zaak voor (tussen) vonnis zetten. Afhankelijk van de standpunten die partijen vervolgens innemen zal de kantonrechter beoordelen of voortzetting van de comparitie wenselijk is. In het geval dat het (herziene) standpunt van het Zorginstituut eerder bekend mocht zijn, wordt [gedaagde] verzocht om haar akte op een eerdere roldatum aan te brengen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van <emphasis role="bold">woensdag 5 juli 2017 om 9.00 uur</emphasis> teneinde [gedaagde] in de gelegenheid te stellen om bij akte het standpunt van het Zorginstituut Nederland in het geding te brengen zoals bedoeld in rechtsoverweging 4.5. van het tussenvonnis van </para>
      <para>28 september 2016. [gedaagde] kan zich daarbij tevens uitlaten over de gevolgen van het advies voor haar verweer. Hierna zal [eiser] in de gelegenheid worden gesteld om een antwoordakte te nemen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.J.M. Rouwen, en in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>8 februari 2017. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>