<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2017:2603</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T09:24:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-04-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 16 _ 1095</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:temporal rdfs:label="Periode">
        <start rdfs:label="van">2009</start>
        <end rdfs:label="tot">2015</end>
      </dcterms:temporal>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2018:4325" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2018:4325, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2017/34.2.2</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2017/1236</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2017/1245</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2017/1698 met annotatie van dr. D. Molenaar</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2017-1288</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2017052901</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2017:2603">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2017:2603</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-08T10:14:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2017:2603 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-04-2017 / AWB - 16 _ 1095</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2017:2603:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>16/1095</para>
        <para>De rechtbank oordeelt dat de ANBI-status van belanghebbende (een kerkgenootschap) terecht met terugwerkende kracht is ingetrokken. Belanghebbende vormt feitelijk een besloten gemeenschap tot welke derden niet zomaar kunnen toetreden. Met de feitelijke werkzaamheden worden persoonlijke belangen nagestreefd. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij ook feitelijk voor meer dan 90% het algemeen nut nastreeft. Het vertrouwensbeginsel staat de intrekking met terugwerkende kracht niet in de weg.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2017:2603:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Belastingrecht, meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer BRE 16/1095</para>
      <para>uitspraak van 26 april 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende]
        </emphasis>, gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de inspecteur van de Belastingdienst,</emphasis>
      </para>
      <para>de inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Ontstaan en loop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij beschikking van 2 april 2015 heeft de inspecteur met terugwerkende kracht vanaf 31 december 2009 de status van belanghebbende als algemeen nut beogende instelling (hierna: ANBI) ingetrokken (hierna: de intrekkingsbeschikking). Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 12 januari 2016 de intrekkingsbeschikking gehandhaafd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft daartegen bij brief van 19 februari 2016, ontvangen bij de rechtbank op 22 februari 2016, beroep ingesteld. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 334.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft vóór de zitting bij brieven van 2 maart 2017 en 8 maart 2017 nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan de inspecteur.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 maart 2017 te Breda. Van </para>
        <para>het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt, waarin ook de verschenen personen zijn vermeld. Partijen hebben ter zitting een pleitnota overgelegd aan de rechtbank en aan de wederpartij. Voor het verder ter zitting verhandelde verwijst de rechtbank naar het proces-verbaal van de zitting dat gelijktijdig met deze uitspraak aan partijen zal worden toegezonden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Belanghebbende is op 6 juli 2005 opgericht. In de statuten die zijn vastgesteld ten tijde van de oprichting van belanghebbende is onder meer het volgende opgenomen:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Artikel 2</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Doelstellingen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Doelstellingen van [belanghebbende] :</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">a. Gemeenschappelijke Godsverering door de leden van [belanghebbende] op basis van de grondslag van [belanghebbende] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">b. Ondermeer worden kerkdiensten gehouden op basis van de leer van [belanghebbende] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">c. Het aanbieden van levenslessen, waaruit de individuele mens richtlijnen kan halen als wegwijzers voor hun van God gegeven pad.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">d. Het geven van gelegenheid tot het individueel en gezamenlijk bieden van begeleiding en ondersteuning aan [het proces] van [de geestelijke familie] .</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Geestelijke familie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De leden van [belanghebbende] vormen tezamen één geestelijke familie: [de geestelijke familie] .”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 13 september 2013 zijn de statuten van belanghebbende – voor zover hier van belang – als volgt gewijzigd:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Artikel 2</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Doelstelling</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gemeenschappelijke Godsverering vanuit een hechte relatie met God op basis van de Deodictische geloofsleer van [belanghebbende] en wereldwijd richting bieden voor de invulling van die relatie.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De doelstelling wordt onder andere bereikt door:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">a. het houden van diensten voor gemeenschappelijke Godsverering;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">b. het bieden van individuele en gezamenlijke begeleiding en ondersteuning in religieuze beleving van en belijden door (aspirant)leden van [belanghebbende] ;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">c. het uitdragen en verspreiden van de Deodictische geloofsleer van [belanghebbende] op alle mogelijke wijzen;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">d. het oprichten en inrichten van leefgemeenschappen, “Cirkels” genaamd,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">e. het uitzenden van leden met een missionaire opdracht.</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geestelijke familie / Cirkels</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De (aspirant)leden van [belanghebbende] vormen tezamen geestelijke families: Cirkels.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De leden van [belanghebbende] delen hun religieuze beleving en ondersteunen elkaar in de individuele ontwikkelingsprocessen. Ieder lid van [belanghebbende] is uniek, dus niet gelijk, maar wel volstrekt gelijkwaardig.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 8 november 2013 is in de statuten van belanghebbende artikel 15, vierde lid, gewijzigd. In dit document is tevens – door middel van doorhalingen van “<emphasis role="italic">leefgemeenschappen</emphasis>” en “<emphasis role="italic">genaamd</emphasis>” met een pen – artikel 2, onderdeel d, gewijzigd in: <emphasis role="italic">“het oprichten en inrichten van “Cirkels”</emphasis>. Daarbij is geschreven: <emphasis role="italic">“wijziging 16-6-‘15”</emphasis>, gevolgd door drie parafen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 23 december 2013 is het beleidsplan 2014-2018 opgemaakt. In dit beleidsplan komt de doelstelling en de wijze waarop deze wordt bereikt overeen met hetgeen daarover is omschreven in de statuten van 13 september 2013. In dit beleidsplan is ten aanzien van het oprichten en inrichten van leefgemeenschappen (Cirkels) onder meer het volgende opgenomen op pagina 5:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Ad d. Het oprichten en inrichten van leefgemeenschappen, “Cirkels” genaamd. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [belanghebbende] heeft een zelfstandig draaiende leefgemeenschap in [gemeente X] , [locatie X] in [vestigingsplaats] . Hier leven [leden] tezamen om in hun dagelijkse praktijk gezamenlijk invulling te geven aan hun individuele relatie met God, en van elkaars gezelschap te genieten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Cirkels omvatten maximaal 100 (aspirant)leden. In verband met de groeiende belangstelling van gasten en aspiranten zal het bestuur van [belanghebbende] in de komende vijf jaar nieuwe cirkels oprichten.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 10 juli 2015 is een nieuw beleidsplan opgemaakt; het beleidsplan 2015-2019. Daarin is onder meer opgenomen:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Ad d. Het oprichten en inrichten van “Cirkels”.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Een Cirkel bestaat uit [leden] die tot dezelfde ‘geestelijke familie’ behoren (zie statuten, artikel 2 onder Geestelijke familie/Cirkels). Binnen Cirkels worden sociaal-maatschappelijke verantwoordelijkheden jegens elkaar vanzelfsprekend daadwerkelijk genomen. Dit betreft onder andere opvang van bejaarden, ziekenzorg (mantelzorg is binnen een Cirkel een gemeengoed) en ondersteuning van werkende moeders. Op deze wijze staan Cirkelgenoten altijd met hart en ziel voor elkaar klaar in woord en daad: met elkaar voor elkaar, voor elkaar met elkaar. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het aantal [leden] is in de loop der jaren gegroeid, waardoor een aantal leden zich momenteel aan het voorbereiden is op het starten van een nieuwe Cirkel.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Binnen een Cirkel kunnen [leden] besluiten tot het oprichten van een leefgemeenschap of andere vormen van samenleven. Het bestuur van [belanghebbende] heeft geen bemoeienis met de leefvorm van leden.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Volgens de jaarrekening 2011 bedroegen de baten in 2011 € 109.791, waarvan € 108.284 “bijdragen levend geld” en in 2010 € 161.604, waarvan € 157.071 “bijdragen levend geld”. De lasten bedroegen in 2011 € 224.002, waarvan € 65.558 aan salaris en kosten van de voorganger en € 127.872 advocaatkosten. De lasten bedroegen in 2010 € 194.014, waarvan € 59.723 aan salaris en kosten van de voorganger en € 102.027 advocaatkosten. De advocaatkosten hebben betrekking op het verweren tegen valse beschuldigingen in de media aldus belanghebbende. In 2011 is een bedrag van € 6.948 aan “lasten erediensten, catechese etc.” opgenomen en in 2010 € 8.043.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op 25 september 2007 heeft belanghebbende het aanvraagformulier ANBI ingediend. Naar aanleiding daarvan is belanghebbende per 1 januari 2008 aangemerkt als een ANBI. Op 30 juli 2014 is een onderzoek bij belanghebbende aangekondigd met als doel vast te stellen of belanghebbende terecht als ANBI is aangemerkt en of de ANBI-status kan worden voortgezet. Met dagtekening 12 maart 2015 is van het onderzoek een rapport opgesteld. De conclusie van het onderzoek is dat de feitelijke werkzaamheden van belanghebbende niet voor 90% of meer algemeen nuttig zijn. Bij beschikking van 2 april 2015 heeft de inspecteur de ANBI-status van belanghebbende per 31 december 2009 ingetrokken. Het bezwaar van belanghebbende daartegen is door de inspecteur afgewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>In geschil zijn de antwoorden op de volgende vragen:</para>
      <para>1. Is de ANBI-status van belanghebbende terecht ingetrokken?</para>
      <para>2. Is het vertrouwensbeginsel geschonden door de ANBI-status met terugwerkende kracht vanaf 31 december 2009 in te trekken?</para>
      <para>Belanghebbende beantwoordt de eerste vraag ontkennend en de tweede vraag bevestigend. De inspecteur is de tegengestelde mening toegedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken en ter zitting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de intrekkingsbeschikking. De inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 6.33, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet IB 2001 (tekst tot 2012), wordt onder een instelling verstaan een door de inspecteur als zodanig aangemerkte uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beogende instelling, indien en zolang zij voldoen aan de door de inspecteur te stellen voorwaarden. Tot 1 januari 2010 was het, om als ANBI te worden aangemerkt, voldoende dat de werkzaamheden van de instelling ongeveer in gelijke mate het algemene en een particulier belang dienden. Per 1 januari 2010 dient – om in aanmerking te worden genomen als ANBI – het algemeen belang uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (90% of meer) te worden beoogd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>In het derde lid van artikel 6:33 van de Wet IB 2001, was tot 2012 bepaald dat de ANBI-status kan worden ingetrokken bij voor bezwaar vatbare beschikking en dat het tijdstip van intrekking kan liggen voor de datum van dagtekening van de beschikking. Voor de toepassing hiervan kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld (artikel 6:33, vijfde lid, van de Wet IB 2001). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>In artikel 41a, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 (tekst tot 1 januari 2012) was bepaald:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“1 Een uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beogende instelling wordt door de inspecteur aangemerkt als een instelling als bedoeld in artikel 6.33, eerste lid, onderdeel b, van de wet, indien en zolang:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">b. uit de regelgeving van de instelling en de feitelijke werkzaamheid blijkt dat de instelling uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen belang dient”</emphasis>
        </para>
        <para>Met ingang van 1 januari 2012 zijn de bepalingen uit de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 opgenomen in artikel 1a van de Uitvoeringsregeling AWR.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Per 1 januari 2012 luidt de definitie van een ANBI – voor zover hier van belang – volgens het eerste lid van artikel 5b van de AWR:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“a. een instelling (…) die:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. gevestigd is in het Koninkrijk, (…), en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4. door de daartoe bevoegde inspecteur als zodanig is aangemerkt;</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
        </para>
        <para>In het zevende lid van dit artikel is bepaald dat de intrekking van de ANBI-status kan geschieden indien de instelling niet meer voldoet aan de in de ministeriële regeling gestelde eisen en dat het tijdstip van intrekking kan liggen voor de datum van de dagtekening van de intrekkingsbeschikking.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Belanghebbende dient aannemelijk te maken dat zij rechtstreeks het algemeen nut beoogt. Hierbij moet niet slechts worden gelet op de statutaire doelstelling van de instelling, doch ook op hetgeen zij in werkelijkheid nastreeft. Voorts is vereist dat het algemeen belang door de werkzaamheden van de instelling voor ten minste 90% (en tot 2010 voor ten minste 50%) wordt gediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Volgens de statuten is belanghebbende een religieuze instelling. Blijkens de beleidsplannen wordt de doelstelling van belanghebbende bereikt door het houden van openbare erediensten, het bieden van individuele en gezamenlijke begeleiding en ondersteuning in religieuze beleving, het uitdragen van de Deodictische geloofsleer, het oprichten en inrichten van cirkels en het uitzenden van leden met een missionaire opdracht. Blijkens de notitie van belanghebbende van november 2014 en hetgeen belanghebbende ter zitting heeft verklaard, valt laatstgenoemde werkzaamheid buiten de werkzaamheden van de instelling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Uit de jaarverslagen blijkt dat de feitelijke werkzaamheden naast juridische en financiële activiteiten voornamelijk bestaan uit het houden van erediensten. Volgens de statuten en beleidsplannen zijn de erediensten openbaar. Op de website van belanghebbende staat hierover echter geen concrete informatie. Belanghebbende heeft ter zitting verklaard dat de erediensten op verschillende – steeds wisselende – plaatsen in het land worden gehouden. Locatie en tijdstip van de erediensten worden niet bekend gemaakt op de website omdat belanghebbende in het verleden nare ervaringen heeft gehad met personen die deze erediensten verstoorden. Geïnteresseerden voor erediensten dienen zich daarom via e-mail aan te melden bij belanghebbende. Voor niet leden is aldus niet duidelijk waar en wanneer de erediensten plaatsvinden. Naar het oordeel van de rechtbank hebben deze diensten geen openbaar karakter. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De cirkels bestaan uit leden die elkaar hulp en bijstand verlenen. Deze leden vormen een leefgemeenschap, die volgens belanghebbende op vrijwillige basis is gevormd. Belanghebbende heeft betoogd dat zij niets van doen heeft met de inrichting van de leefgemeenschappen. Ook niet-leden kunnen volgens belanghebbende aanspraak maken op begeleiding en ondersteuning in religieuze beleving. Dat deze werkzaamheden feitelijk ook plaatsvinden heeft belanghebbende echter niet aannemelijk gemaakt. Uit de gedingstukken volgt veeleer dat hulp en bijstand, en begeleiding en ondersteuning in religieuze beleving, feitelijk binnen de cirkel dan wel leefgemeenschap plaatsvindt. Dat belanghebbende ook op andere wijze haar geloof uitdraagt, heeft zij niet aannemelijk gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit hetgeen hiervoor is overwogen dat belanghebbende feitelijk een besloten gemeenschap vormt tot welke derden niet zomaar kunnen toetreden. De feitelijke werkzaamheden zijn gericht op de persoonlijke behoeftebevrediging van de leden van [belanghebbende] . Daarmee is niet voldaan aan de eis dat de instelling ook feitelijk een algemeen belang nastreeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat zij ook feitelijk voor meer dan 90% het algemeen nut nastreeft. De inspecteur heeft de ANBI-status daarom terecht ingetrokken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft voorts gesteld dat het vertrouwensbeginsel is geschonden door de ANBI-status met terugwerkende kracht in te trekken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Een ANBI-status wordt verleend op basis van de in het aanvraagformulier verstrekte informatie omtrent de activiteiten en de doelstellingen. Op dat aanvraagformulier stond als omschrijving van het doel van belanghebbende enkel vermeld: gemeenschappelijke godsverering door de leden van [belanghebbende] en de organisatie van wekelijkse openbare kerkdiensten. Achteraf wordt pas getoetst of de instelling of het lichaam aan de voorwaarden voldoet, zoals in casu heeft plaatsgevonden bij het onder 2.6 genoemde onderzoek. Gelet hierop kon belanghebbende aan het toekennen van de ANBI-status niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat een nader onderzoek nadien niet tot intrekking van de ANBI-status kon leiden. Derhalve kon de inspecteur op grond van artikel 5b, zevende lid, van de AWR de beschikking waarin de ANBI-status was verleend, met terugwerkende kracht per 31 december 2009 intrekken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Gelet op het vorenstaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Proceskosten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 26 april 2017 door mr. S.E. Postema, voorzitter, mr.drs. M.H. van Schaik en prof.mr. I.J.F.A. van Vijfeijken rechters, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. L. Mesman-Arts, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	De rechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr.drs. M.H. van Schaik.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para>1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;<?linebreak?>2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
    <parablock>
      <para>	a. de naam en het adres van de indiener;</para>
      <para>	b. een dagtekening;</para>
      <para>	c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
      <para>	d. de gronden van het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>