<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2016:4447</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T18:23:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-07-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">4919387 CV EXPL 16-1737</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Bergen op Zoom</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/2109</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2016/245</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2016:4447">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2016:4447</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-19T16:00:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2016:4447 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-07-2016 / 4919387 CV EXPL 16-1737</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2016:4447:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Op vordering tot vergoeding van schade wegens niet-nakoming consumenten-koopovereenkomst wordt de verkorte verjaringstermijn van artikel 7:28 BW (vorderingen tot betaling van de koopprijs) van toepassing geacht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2016:4447:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f8e90fb4-8d2d-458b-8628-be59a3109080" depth="68" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para>Kanton</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bergen op Zoom</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 4919387 CV EXPL 16-1737</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis d.d. 13 juli 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap TICKETS4U B.V., </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te Zaandam, gemeente Zaanstad,</para>
      <para>eiseres, verder te noemen “Tickets4U”,</para>
      <para>gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor Noord-Holland-Noord “Van der Meer &amp; Philipsen”, gerechtsdeurwaarder te Alkmaar,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,</para>
      <para>gedaagde, verder te noemen “ [gedaagde 2] ”, </para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procesgang blijkt uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 26 februari 2016, met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord, met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van repliek, tevens akte vermindering eis, met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>e conclusie van dupliek.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is vonnis bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Tickets4U vordert – na vermindering van eis – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, <?linebreak?> 	[gedaagde 2] te veroordelen tot betaling van € 173,50, vermeerderd met de contractuele<?linebreak?> 	rente van 0,5% per maand vanaf 27 november 2012 en met € 40,00 aan <?linebreak?> 	buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [gedaagde 2] in de <?linebreak?> 	proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [gedaagde 2] voert tegen de vordering verweer en concludeert tot afwijzing van de <?linebreak?> 	vordering.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Op grond van hetgeen door de ene partij is gesteld en door de andere partij niet, althans niet voldoende gemotiveerd is betwist, neemt de kantonrechter de volgende feiten als vaststaand aan:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>a. Op 19 september 2012 heeft [gedaagde 2] op de website van Tickets4U de bestelprocedure doorlopen ter zake de bestelling van twee tickets voor het evenement Symphonica in Rosso – Doe Maar – Gelredome Arnhem, te houden op 13 oktober 2012.</para>
        <para>b. De prijs voor deze tickets bedroeg € 173,50, inclusief servicekosten, verzendkosten en betaalkosten.</para>
        <para>c. Op 12 november 2012 heeft Tickets4U aan [gedaagde 2] een aanmaning gezonden, voor zover relevant inhoudende:<?linebreak?><emphasis role="italic">“Uit onze administratie is gebleken dat u uw bestelling helaas niet tijdig heeft afgehaald en/of heeft betaald.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Ook heeft u uw bestelling niet geannuleerd.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Daarom dan ook hebben wij nog een rekening van u open staan en verzoeken u die binnen 14 dagen alsnog aan ons te voldoen.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(…)</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Zorgt u ervoor dat het geld uiterlijk op 26 november 2012 op onze rekening zichtbaar is (…).</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Staat het geld dan nog niet op onze rekening, sturen we uw factuur door naar ons incassobureau. Wij willen u er alvast even op wijze dat ook die kosten geheel voor uw rekening zullen vallen.”</emphasis></para>
        <para>d. Op 13 mei 2013 verzoekt Tickets4U [gedaagde 2] het openstaande bedrag binnen veertien dagen te voldoen, onder aanzegging van incassokosten ad € 40,00.</para>
        <para>e. Op 16 januari 2014 heeft de gemachtigde van Tickets4U [gedaagde 2] aangemaand tot betaling van € 225,76 (de optelsom van € 173,50 aan hoofdsom, € 40,00 aan incassokosten en € 12,26 aan verschenen rente).</para>
        <para>f. Bij e-mailbericht van 17 februari 2014, gericht aan de gemachtigde van Tickets4U, heeft [gedaagde 2] erkend de order te hebben geplaatst, maar aangegeven dat hij deze heeft willen annuleren, hetgeen niet gelukt is omdat de melding werd ontvangen dat het account, waarmee de bestelling geplaatst was, niet bestond. [gedaagde 2] schrijft: <emphasis role="italic">“Ik heb dus niet kunnen annuleren en ben er vanuit gegaan dat de zaak was afgehandeld.”</emphasis></para>
        <para>g. Bij e-mailbericht van 17 februari 2014, gericht aan [gedaagde 2] , geeft de gemachtigde van Tickets4U aan de vordering te handhaven.</para>
        <para>h. [gedaagde 2] is niet tot betaling van de ticketprijs overgegaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Tickets4U vordert in de onderhavige procedure schadevergoeding. Zij voert daartoe <?linebreak?> 	aan dat zij de door [gedaagde 2] bestelde tickets niet heeft kunnen verkopen aan een <?linebreak?> 	derde, waardoor zij schade heeft geleden ter hoogte van de ticketprijs. Deze schade <?linebreak?> 	dient voor rekening van [gedaagde 2] te komen, nu [gedaagde 2] toerekenbaar tekort is <?linebreak?> 	geschoten in de nakoming van de tussen Tickets4U en [gedaagde 2] tot stand gekomen <?linebreak?> 	overeenkomst, aldus Tickets4U.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Als meest verstrekkende verweer doet [gedaagde 2] een beroep op verjaring. [gedaagde 2] <?linebreak?> 	stelt dat de gesloten overeenkomst dient te worden gekwalificeerd als een <?linebreak?> 	consumentenkoop, zodat de verkorte verjaringstermijn van artikel 7:28 BW <?linebreak?> 	toepassing vindt. Volgens [gedaagde 2] heeft hij sedert het e-mailbericht van de <?linebreak?> 	gemachtigde van Tickets4U d.d. 17 februari 2014 niets meer van Tickets4U  <?linebreak?> 	vernomen, tot aan het moment van dagvaarding. Op het moment van dagvaarding <?linebreak?> 	was de verkorte verjaringstermijn van twee jaar met negen dagen overschreden, <?linebreak?> 	aldus [gedaagde 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Tickets4U stelt hier tegenover dat zij geen betaling van de koopprijs, maar <?linebreak?> 	schadevergoeding vordert, zodat niet de verkorte verjaringstermijn van artikel 7:28 <?linebreak?> 	BW, maar de verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 1 BW van toepassing is. De hier <?linebreak?> 	genoemde termijn van vijf jaar, zo stelt Tickets4U, was ten tijde van het uitbrengen <?linebreak?> 	van de dagvaarding nog niet verstreken. Dat de overeenkomst tussen partijen is te <?linebreak?> 	beschouwen als een consumentenkoop, wordt door Tickets4U – terecht – niet <?linebreak?> 	weersproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Ter zake het verjaringsverweer overweegt de kantonrechter als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>De verkorte verjaringstermijn van artikel 7:28 BW beoogt de consument-koper in <?linebreak?> 	bescherming te nemen tegen niet meer verwachte vorderingen tot prijsbetaling, <?linebreak?> 	waartegen hij zich ten gevolge van het tijdsverloop mogelijk moeilijk kan verweren, <?linebreak?> 	omdat bewijsmiddelen niet langer voorhanden zijn of niet meer eenvoudig vergaard <?linebreak?> 	kunnen worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Tegen de achtergrond van deze beschermingsgedachte gaat het naar het oordeel van <?linebreak?> 	de kantonrechter niet aan om een consument, in geval een andere vordering wordt <?linebreak?> 	ingesteld dan die tot betaling van de koopprijs, een langere verjaringstermijn tegen te <?linebreak?> 	werpen, indien deze andere vordering op dezelfde feitelijke grondslag wordt <?linebreak?> 	gebaseerd als waarop ook een vordering tot betaling gestoeld had kunnen zijn. De <?linebreak?> 	kantonrechter meent in dezen een parallel te kunnen trekken met het arrest van de <?linebreak?> 	Hoge Raad d.d. 21 april 2006 (NJ 2006/272). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>Nu de in 3.7, eerste zin, beschreven situatie zich in het onderhavige geval voordoet <?linebreak?> 	(de vordering wordt immers feitelijk gegrond op de stelling dat [gedaagde 2] in de <?linebreak?> 	nakoming van de overeenkomst tekort is geschoten), is de kantonrechter met <?linebreak?> 	 van oordeel dat de verkorte verjaringstermijn van twee jaar aan de orde is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9</nr>
      <para>Door Tickets4U is niet gesteld, en ook anderszins is niet gebleken, dat in de periode <?linebreak?> 	tussen het e-mailbericht van 17 februari 2014 en het uitbrengen van de dagvaarding <?linebreak?> 	op 26 februari 2016 enige stuitingshandeling is verricht. Met [gedaagde 2] dient <?linebreak?> 	derhalve te worden geoordeeld dat de verjaringstermijn van twee jaar ten tijde van <?linebreak?> 	het uitbrengen van de dagvaarding reeds was verstreken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10</nr>
      <para>Het voorgaande brengt met zich dat de vordering van Tickets4U voor afwijzing <?linebreak?> 	gereed ligt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11</nr>
      <para>Hoewel [gedaagde 2] uitdrukkelijk heeft verzocht om – omwille van de rechtsvorming <?linebreak?> 	– op al zijn verweren te beslissen, zal de kantonrechter hetgeen [gedaagde 2] overigens <?linebreak?> 	tegen de vordering heeft aangevoerd buiten verdere bespreking laten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12</nr>
      <para>Tickets4U zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de <?linebreak?> 	proceskosten, welke aan de zijde van [gedaagde 2] worden begroot op nihil.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering van Tickets4U af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Tickets4U in de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde 2] tot op heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.E. van der Borst-Leppens, en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2016.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>