<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2016:4438</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-06T11:34:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-05-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">4972735</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2016:4438">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2016:4438</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-06T11:33:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2016:4438 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-05-2016 / 4972735</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2016:4438:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>kort geding pacht – ontruiming onder opschortende voorwaarde bodemprocedure – geen declaratoire uitspraak in kort geding</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>In 1986 worden pachtcontracten geldig afgesloten. Door eigendomsovergang wordt de verpachter door zijn zoon opgevolgd. De pachter is al in 1993 door zijn zoon opgevolgd met medeweten van de verpachter, maar dat is niet geformaliseerd. In het kader van ruilverkaveling verzoekt de zoon van pachter om de pacht op zijn naam te stellen. Dat is niet mogelijk en de vader wordt ingeschreven als pachter van de nieuwe percelen volgens het ruilplan. De verpachter zendt de zoon van pachter een contract voor geliberaliseerde pacht, maar deze wenst een reguliere pacht voor de nieuwe percelen. De zoon van pachter neemt deze in gebruik. </para>
        <para>In kort geding vordert de verpachter de ontruiming van de percelen. In reconventie vordert de zoon van pachter voor recht te verklaren, althans schriftelijke vastlegging van een reguliere pacht. </para>
        <para>Aannemelijk is dat de verpachter heeft ingestemd met de opvolging van de zoon als pachter.</para>
        <para>Deze heeft zijn rechten nog niet verspeeld, omdat hij passief is gebleven. Daarom wordt hem een laatste kans geboden. Onder de opschortende voorwaarde dat de zoon van pachter binnen vier weken een bodemprocedure tot schriftelijke vastlegging van de pacht aanhangig zal maken, wordt hij veroordeeld tot ontruiming. Omdat in kort geding geen declaratoire uitspraak wordt geven, wordt zijn tegenvordering afgewezen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2016:4438:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Kanton</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.:  4972735 / VV 16-18 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van de kantonrechter d.d. 18 mei 2016</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] , België, en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] , België,</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">eisende partij in conventie,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gedaagde partij in reconventie,</emphasis>
      </para>
      <para>verder in het enkelvoud te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.J.G. Ensink, advocaat te Breda,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n :</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [gedaagde] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] , gemeente Zundert,</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gedaagde partij in conventie,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">eisende partij in reconventie,</emphasis>
      </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.A.J.M. van Houtum, Achmea Rechtsbijstand te Apeldoorn.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procedure is als volgt verlopen:</para>
    </parablock>
    <para>- dagvaarding in kort geding van [datum] ,</para>
    <para>- conclusie van antwoord, tevens houdende vordering in reconventie,</para>
    <para>- mondelinge behandeling ter zitting d.d. 10 mei 2016. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>de beoordeling van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie en in reconventie:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op [datum] is de ruilakte van de ruilverkaveling Weerijs-Zuid ingeschreven in de openbare registers. [eiser] werd daardoor eigenaar van (onder andere) de percelen grond, kadastraal bekend: gemeente [woonplaats] K415 en K554, groot 2.62.55 ha respectieve-lijk 4.59.15 ha. Voorts is ingeschreven dat de vader van [gedaagde] , [vader gedaagde] (verder: [vader gedaagde] ), de pachter is van de percelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De vader van [eiser] (verder: [vader van eisers] ) had in 1986 met [vader gedaagde]  pacht-overeenkomsten gesloten, die door de grondkamer zijn goedgekeurd en telkens zijn verlengd. De laatste looptijd van zes jaren zou eindigen op [datum] , maar er is niet opgezegd. De eigendom van de verpachte percelen is in die tijd overgegaan op [eiser] , waardoor deze ex art. 7:361 BW de verpachter werd. Door het effectueren van het ruilplan is de pacht van de percelen vervolgens overgegaan op de voormelde percelen K415 en K554. De grondkamer heeft niet, zoals art. 76 Wet inrichting landelijk gebied (Wilg) voorschrijft, de pachtovereen-komst ontworpen die uit de vorige voortvloeit. Een akte van een nieuwe pachtovereenkomst is niet opgemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] had de bestuurscommissie verzocht de pacht op zijn naam te stellen. Dit is op een hoorzitting d.d. 22 januari 2013 met [gedaagde] besproken. Hem is meegedeeld dat de tenaamstelling van de pachtovereenkomst in het kader van het ruilplan niet gewijzigd kan worden. Er is vervolgens ingeschreven dat [vader gedaagde]  de pachter is van de percelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>
        [vader van eisers]  heeft eind 2015 of begin 2016 aan [gedaagde] een geliberaliseerde pacht-overeenkomst gezonden voor het perceel K554. De gemachtigde van [gedaagde] heeft bij brief van 7 maart 2016 aan [vader van eisers] . geantwoord dat [gedaagde] een reguliere pachtovereen-komst wenst voor de percelen K415 en K554, beide. Voorgesteld is de geldende afspraken te formaliseren in een pachtovereenkomst ter goedkeuring door de Grondkamer. [eiser] heeft daarop zijn gemachtigde ingeschakeld. Partijen zijn niet tot overeenstemming gekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Ter zitting vernam [eiser] dat [gedaagde] perceel K415 in gebruik heeft genomen door het inzaaien van groenbemesting en voornemens is perceel K554 in gebruik te nemen voor het inzaaien van mais. [gedaagde] heeft perceel K554 tijdelijk gebruikt voor het inkuilen van plantgoed, bestemd voor een ander perceel. In verband met een en ander heeft [eiser] een ter zitting mondeling meegedeelde wijziging van eis weer ingetrokken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vordering van [eiser] strekt ertoe dat [gedaagde] de percelen K415 en K554 beide zal ontruimen en ontruimd zal houden op straffe van dwangsommen. [gedaagde] heeft deze vordering bestreden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Van zijn kant heeft [gedaagde] gevorderd dat de rechtbank voor recht zal verklaren, althans schriftelijk zal vastleggen de reguliere pacht voor onbepaalde tijd en drie gewaarmerkte afschriften van het vastleggingsvonnis aan de Grondkamer zal zenden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>3. 	Het zaaiseizoen is begonnen, waarmee een voldoende spoedeisend belang van [eiser] bij zijn vordering aannemelijk voorkomt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft gesteld dat hij al vanaf 1993 door [vader van eisers]  is geaccepteerd als de pachter. Maar hij gaat daarbij voorbij aan de wettelijke regels voor gereguleerde pacht. Een vordering tot indeplaatsstelling zou nodig geweest zijn om hem destijds pachter te maken tegen de wil van de verpachter. Een dergelijke vordering was echter niet nodig, wanneer [vader van eisers]  ermee heeft ingestemd dat [gedaagde] zijn vader als pachter heeft opgevolgd. Maar in dat geval had deze wijziging van de pachtovereenkomst schriftelijk vastgelegd moeten worden en door de Grondkamer goedgekeurd. Dat is niet gebeurd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Mogelijk zag [gedaagde] er de urgentie niet van om zijn opvolging als pachter schriftelijk vast te leggen, zolang [vader van eisers]  hem feitelijk als pachter accepteerde. Maar die schriftelijke vastlegging werd voor hem actueel toen hem is meegedeeld dat de tenaamstelling van de pachtovereenkomst niet in het kader van het ruilplan gewijzigd kan worden. Ten onrechte is [gedaagde] vervolgens passief gebleven. Nadat zijn verzoek tot wijziging van de tenaamstelling van de pacht was afgewezen, had hij zich moeten laten informeren over zijn rechtspositie en in overleg moeten treden met [vader van eisers] . Beide heeft hij nagelaten. Daarom komt hem geen beroep toe (zoals ter zitting gedaan) op zijn goede trouw. Indien [vader van eisers]  toen niet bereid zou zijn geweest om met [gedaagde] een onderhandse akte op te maken omtrent diens opvolging als pachter, dan had [gedaagde] onmiddellijk de schriftelijke vastlegging van de pachtovereenkomst moeten vorderen teneinde zijn rechten veilig te stellen in het kader van de ruilverkaveling. Het komt daarom voor zijn  rekening en risico dat niet hij, maar [vader gedaagde] als de pachter is ingeschreven van de percelen K415 en K554. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Vooralsnog komt het aannemelijk voor dat [vader van eisers] heeft ingestemd met de opvolging van [gedaagde] als pachter. [gedaagde] heeft de pacht betaald aan [vader van eisers] , en [vader van eisers]  heeft aan [gedaagde] (niet zijn vader) nota’s gezonden voor de betaling van de pacht. Ook heeft [vader van eisers] aan [gedaagde] (niet zijn vader) een geliberaliseerde pacht-overeenkomst gezonden. Aangenomen kan worden dat [vader van eisers]  ervan op de hoogte was, dat [gedaagde] (niet zijn vader) al vanaf 1993, of al vele jaren de verpachte percelen in gebruik had voor de landbouw. Niettemin is de reconventionele vordering niet toewijsbaar, omdat die vraagt om een declaratoir vonnis in kort geding. De vordering in reconventie wordt ex art. 257 Rv. afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Maar [gedaagde] heeft zijn rechten nog niet verspeeld alleen maar omdat hij passief is gebleven. Omdat het vooralsnog aannemelijk is dat [vader van eisers]  heeft ingestemd met de opvolging van [gedaagde] als pachter, komt het billijk voor dat [gedaagde] nog een laatste kans zal krijgen om zijn rechten als pachter jegens [eiser] veilig te stellen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal daartoe binnen vier weken na heden een vordering tot schriftelijke vastlegging van de pachtovereenkomst met [eiser] voor de percelen K415 en K554 moeten instellen voor de pachtkamer van deze rechtbank. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Indien [gedaagde] deze laatste kans niet zal benutten, dan wordt het ervoor gehouden dat hij berust in de rechtstoestand, die hij door eigen passiviteit heeft laten ontstaan, namelijk dat zijn rechten als pachter van de percelen K415 en K554 niet vaststaan, nu zij door [eiser] gemotiveerd worden betwist. Onder die omstandigheden zal hij die percelen dienen te ontruimen en ontruimd dienen te houden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal dus binnen vier weken na heden een bodemprocedure moeten beginnen en wanneer hij dat niet of niet tijdig doet, de percelen moeten ontruimen. Slechts in die zin zal de vordering in conventie toegewezen worden. Een verdergaande voorlopige voorziening is thans niet toewijsbaar. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. 	Omdat partijen over en weer op punten in het ongelijk worden gesteld, zullen de proceskosten tussen hen worden verdeeld in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten zal moeten dragen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter, rechtdoende als voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] onder de na te melden voorwaarde om na verloop van vier weken na heden en vervolgens binnen vijf dagen na de betekening van dit vonnis de percelen grond, kadastraal bekend: gemeente [woonplaats] , sectie K, nummers 415 en 554, te ontruimen en ontruimd te houden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom van € 500,- te voldoen voor iedere dag dat [gedaagde] niet aan deze veroordeling zal voldoen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat boven € 5.000,- geen dwangsom meer zal worden verbeurd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt als voorwaarde dat de voormelde veroordelingen slechts van kracht zullen zijn, wanneer [gedaagde] niet of niet tijdig binnen vier weken na heden tegen [eiser] een bodemprocedure zal beginnen voor de pachtkamer van deze rechtbank tot schriftelijke vastlegging van een pachtovereenkomst betreffende de voormelde percelen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in reconventie:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie en in reconventie:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat ieder van partijen de eigen proceskosten moet dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Klarenbeek, kantonrechter, en uitgesproken ter open-bare terechtzitting van 18 mei 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>