<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2016:3518</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-08T00:00:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-06-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/996030-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2017:891" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2017:891, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2016:3518">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2016:3518</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-14T12:57:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2016:3518 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 15-06-2016 / 02/996030-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2016:3518:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belastingfraude door gedurende een periode van bijna 6 jaar opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting te doen waarbij verdachte fictieve bedragen aan omzet en voorbelasting opgaf. Dit deed hij steeds zodanig dat hij altijd hogere bedragen aan voorbelasting opgaf dan bedragen aan af te dragen BTW. Op die manier heeft hij de fiscus benadeeld voor een bedrag van ruim 900.000 euro. Straf: 21 maanden gevangenisstraf.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2016:3518:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/996030-14  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer d.d. 15 juni 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1959 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [adres]</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 juni 2016, waarbij de officier van justitie, mr. Van Horen, en verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>Verdachte staat terecht, terzake dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2008</para>
      <para>tot en met 31 januari 2014 in de gemeente(n) Etten-Leur en/of Apeldoorn en/of</para>
      <para>Roosendaal en/of (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)</para>
      <para>opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in</para>
      <para>de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de</para>
      <para>omzetbelasting ten name van hem, verdachte over het/de aangiftetijdvak(ken)</para>
    </parablock>
    <para>- 1 e kwartaal 2008 en/of</para>
    <para>- 1 e kwartaal 2009 en/of</para>
    <para>- 1 e kwartaal 2010 en/of</para>
    <para>- 1 e kwartaal 2011 en/of</para>
    <para>- 1 e kwartaal 2012 en/of</para>
    <para>- 1 e kwartaal 2013 en/of</para>
    <para>- 4 e kwartaal 2013</para>
    <parablock>
      <para>onjuist en/of onvolledig heeft gedaan,</para>
      <para>immers heeft/hebben hij en/of (één of meer van) zijn medeverdachte(n) toen</para>
      <para>aldaar -zakelijk weergegeven- (telkens) opzettelijk op het/de bij de</para>
      <para>Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Apeldoorn en/of</para>
      <para>Roosendaal, in elk geval in Nederland, ingeleverde en/of ingediende</para>
      <para>aangifte(n) omzetbelasting over genoemd(e) aangiftetijdvak(ken), (telkens) een</para>
      <para>te hoog en/of onjuist bedrag aan voorbelasting en/of een te hoog en/of onjuist</para>
      <para>bedrag aan terug te vragen omzetbelasting opgegeven en/of doen of laten</para>
      <para>opgeven, terwijl die/dat feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig</para>
      <para>belasting werd geheven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende elektronische aangiften OB, het proces-verbaal bevindingen van verhoor van getuige [naam getuige] van de Belastingdienst en de bekennende verklaring van verdachte.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft bekend de hem ten laste gelegde feiten te hebben gepleegd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Aangezien verdachte ten aanzien van het hem ten laste gelegde feitencomplex een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:</para>
      </parablock>
      <para>- de zich in het dossier bevindende ingediende aangiften omzetbelasting over de kwartalen zoals in de tenlastelegging vermeld<footnote-ref linkend="_3a4f0e9f-f1f9-4b4d-a5ff-7aef1e268756" />;</para>
      <para>- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 1 juni 2016<footnote-ref linkend="_d7c2de3b-e7f8-4551-a58d-77f68226c441" />; </para>
      <para>- de ambtsedige verklaring van [naam] van de Belastingdienst te Apeldoorn, inhoudende dat de in de tenlastelegging genoemde aangiften omzetbelasting elektronisch zijn binnengekomen op de computersystemen van de Belastingdienst<footnote-ref linkend="_41f739af-ab55-4122-b1e2-b75c8535543a" />;</para>
      <para>- een overzicht met betrekking tot de ontvangstdata van de in de tenlastelegging genoemde aangiften en het hierdoor geleden nadeel<footnote-ref linkend="_66c68e87-c152-4354-a7ab-95b3f76497c8" />.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">hij op één of meer tijdstip(pen)</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 april 2008</para>
        <para>tot en met 31 januari 2014 in de gemeente(n) Etten-Leur en/of Apeldoorn en/of</para>
        <para>Roosendaal <emphasis role="strike-through">en/of (elders) in Nederland,</emphasis> meermalen, <emphasis role="strike-through">althans eenmaal, (telkens)</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)</emphasis>
        </para>
        <para>opzettelijk <emphasis role="strike-through">(</emphasis>een<emphasis role="strike-through">)</emphasis> bij de belastingwet voorziene aangifte<emphasis role="strike-through">(</emphasis>n<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, als bedoeld in</para>
        <para>de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten <emphasis role="strike-through">(een)</emphasis> aangifte<emphasis role="strike-through">(</emphasis>n<emphasis role="strike-through">)</emphasis> voor de</para>
        <para>omzetbelasting ten name van hem, verdachte over <emphasis role="strike-through">het/</emphasis>de aangiftetijdvak<emphasis role="strike-through">(</emphasis>ken<emphasis role="strike-through">)</emphasis></para>
      </parablock>
      <para>- 1 e kwartaal 2008 en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- 1 e kwartaal 2009 en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- 1 e kwartaal 2010 en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- 1 e kwartaal 2011 en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- 1 e kwartaal 2012 en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- 1 e kwartaal 2013 en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para>- 4 e kwartaal 2013</para>
      <parablock>
        <para>onjuist <emphasis role="strike-through">en/of onvolledig</emphasis> heeft gedaan,</para>
        <para>immers heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> hij <emphasis role="strike-through">en/of (één of meer van) zijn medeverdachte(n)</emphasis> toen</para>
        <para>aldaar -zakelijk weergegeven- <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> opzettelijk op <emphasis role="strike-through">het/</emphasis>de bij de</para>
        <para>Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Apeldoorn en/of</para>
        <para>Roosendaal,<emphasis role="strike-through"> in elk geval in Nederland,</emphasis> ingeleverde en/of ingediende</para>
        <para>aangifte<emphasis role="strike-through">(</emphasis>n<emphasis role="strike-through">)</emphasis> omzetbelasting over genoemd<emphasis role="strike-through">(</emphasis>e<emphasis role="strike-through">)</emphasis> aangiftetijdvak<emphasis role="strike-through">(</emphasis>ken<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, <emphasis role="strike-through">(telkens)</emphasis> een</para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">te hoog en/of</emphasis> onjuist bedrag aan voorbelasting en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een <emphasis role="strike-through">te hoog en/of</emphasis> onjuist</para>
        <para>bedrag aan terug te vragen omzetbelasting opgegeven <emphasis role="strike-through">en/of doen of laten</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">opgeven</emphasis>, terwijl die<emphasis role="strike-through">/dat</emphasis> feit<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">) (telkens)</emphasis> ertoe strekte<emphasis role="strike-through">(</emphasis>n<emphasis role="strike-through">)</emphasis> dat te weinig</para>
        <para>belasting werd geheven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft geen strafmaatverweer gevoerd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belastingfraude door gedurende een periode van bijna 6 jaar opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting te doen waarbij verdachte fictieve bedragen aan omzet en voorbelasting opgaf. Dit deed hij steeds zodanig dat hij altijd hogere bedragen aan voorbelasting opgaf dan bedragen aan af te dragen BTW. Op die manier heeft hij de fiscus benadeeld voor een bedrag van ruim 900.000 euro.</para>
        <para>Verdachte had geen andere inkomsten dan de bedragen die hij middels fraude van de Belastingen ontving. Hij heeft het geld naar eigen zeggen gespendeerd aan vakanties, etentjes, auto’s, theaterbezoeken, bezoeken aan nachtclubs en aan de maandelijkse lasten van zijn gezin. Hij heeft verklaard dat hij een gevoel van luxe wilde creëren. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij puur uit financieel eigen gewin deze feiten heeft gepleegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij belastingheffing in het algemeen zijn gewichtige gemeenschapsbelangen betrokken nu daarmee wordt beoogd de Staat de geldmiddelen te verschaffen die voor zijn instandhouding en voor de vervulling van zijn taak nodig zijn. Verdachte heeft deze gemeenschapsbelangen geschonden. Daar komt nog eens bij dat de goede werking van het systeem voor de heffing van omzetbelasting staat of valt bij de betrouwbaarheid, juistheid en volledigheid van de aangiften. Dit systeem is immers mede gebaseerd op het vertrouwen dat de ondernemer een juiste aangifte doet en dat de belastingdienst op basis daarvan in beginsel tot uitbetaling overgaat. Daarvan heeft verdachte misbruik gemaakt. Indien aangiften worden gedaan die niet stroken met de werkelijkheid, wordt het systeem van de heffing van omzetbelasting ondergraven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van het feit en de lange duur van de aan verdachte te verwijten gedragingen, een onvoorwaardelijk gevangenisstraf van substantiële duur noodzakelijk is. Bij de bepaling van de duur van die straf heeft de rechtbank meegewogen dat als landelijk oriëntatiepunt voor straftoemeting bij een fraudebedrag van </para>
        <para>€ 500.000,= tot € 1.000.000,= een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 tot 24 maanden geldt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als strafverzwarend merkt de rechtbank aan dat verdachte, nadat hem in april 2013 namens de Belastingdienst was gevraagd inlichtingen te verstrekken in verband met een in te stellen boekenonderzoek, is doorgegaan met zijn strafbare handelen. Om de controle van de Belastingdienst te vertragen heeft verdachte ook nog een ernstig ongeluk, waarbij hij in coma zou zijn geraakt, gefingeerd en daardoor medewerkers van de Belastingdienst misleid. Verdachte heeft ook zijn vrouw misleid door te doen alsof hij directeur van een bedrijf was, terwijl hij in werkelijkheid werkloos was en ook geen onderneming meer runde.</para>
        <para>Ten nadele van verdachte wordt ook rekening gehouden met zijn strafblad, waaruit blijkt dat hij in 2007 is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke straf met betrekking tot verduistering en een poging tot verduistering, beide in dienstbetrekking gepleegd, en de omstandigheid dat hij nog in een proeftijd liep van genoemde veroordeling in 2007 toen hij onderhavige fraudedelicten begon te plegen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf van 18 maanden gevangenisstraf, gelet op voornoemde strafverzwarende omstandigheden, onvoldoende recht doet aan de feiten en de persoon van verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen de artikelen 96, 72 en 96 van de  Algemene wet inzake rijksbelastingen, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd</emphasis>;</para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 21 maanden</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Schotanus, voorzitter, mr. Kooijman en mr. Hermans, rechters, in tegenwoordigheid van De Roos, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 15 juni 2016.</para>
      <para>Mrs. Schotanus en Hermans zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_3a4f0e9f-f1f9-4b4d-a5ff-7aef1e268756" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met dossiernummer 55222 van de Belastingdienst/FIOD, kantoor Roosendaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 228.</para>
    <para>De geschriften, te weten aangiftes OB, pagina 0034, 0038, 0042, 0046, 0050, 0054 en 0057 van voornoemd eind-proces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d7c2de3b-e7f8-4551-a58d-77f68226c441" label="2">
    <para> De verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van 1 juni 2016.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_41f739af-ab55-4122-b1e2-b75c8535543a" label="3">
    <para> Het geschrift, te weten een ambtsedige verklaring, pagina 0029 van voornoemd eind-proces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_66c68e87-c152-4354-a7ab-95b3f76497c8" label="4">
    <para> Het geschrift, te weten een overzicht, pagina 0114, bijlage AMB-013 2 van 2, van voornoemd eind-proces-verbaal.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>