<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2016:2949</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-05-13T15:57:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-04-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">4821220</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Bergen op Zoom</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2016:2949">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2016:2949</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-05-13T15:54:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2016:2949 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 28-04-2016 / 4821220</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2016:2949:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Instellen mentorschap op verzoek betrokken persoon. De kantonrechter acht de verzochte beschermende maatregel passend. De kantonrechter heeft zich  verder  -in overeenstemming met artikel 1:452 lid 1 BW- vergewist van de bereidheid van de voorgestelde mentor om de taak van mentor op zich te nemen en hij heeft zich ook een oordeel gevormd over de geschiktheid van de -te benoemen- rechtspersoon. De kantonrechter legt -in overeenstemming met het landelijk beleid en op basis van artikel 1:459 lid 1 BW- aan deze professionele mentor de verplichting op dat zij jaarlijks een schriftelijke rapportage aan de kantonrechter overlegt. De kantonrechter benadrukt verder dat de mentor bij haar taakvervulling uit dient te gaan van de levensovertuiging, godsdienstige gezindheid en culturele achtergrond van betrokkene, als bedoeld in artikel 4, eerste lid van het Besluit Kwaliteitseisen curatoren, schermingsbewindvoerders en mentoren. Voorts dient de mentor -waar nog mogelijk- de zelfredzaamheid van betrokkene te bevorderen (zie lid 2 van voorgaand artikel). De kantonrechter wijst in dat verband op het feit, dat betrokkene geboren is op de Nederlandse Antillen, dat Papiaments haar moedertaal is en dat zij (nog) onvoldoende de Nederlandse taal beheerst. De kantonrechter heeft ter zitting vastgesteld dat betrokkene wilsonbekwaam is. De kantonrechter heeft kennisgenomen van de inhoud van het overgelegde plan van aanpak. De kantonrechter heeft ter terechtzitting het belang benadrukt, dat de bij dit plan van aanpak betrokken partijen de wederzijds gemaakte afspraken ook daadwerkelijk nakomen. Waar nodig dient dit plan te worden bijgesteld/aangepast. De kantonrechter wijst op periodieke evaluatie van in te stellen beschermende maatregel.  De kantonrechter stelt  verder o.m. de jaarbeloning van de professionele mentor vast. De kantonrechter benadrukt voorts  het belang van een goede communicatie tussen de eerder benoemde beschermingsbewindvoerder en de -te benoemen- mentor.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2016:2949:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Kanton</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bergen op Zoom</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 4821220 OV VERZ  16-833</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking d.d. 28 april 2016 op een verzoek tot instelling van een mentorschap </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam betrokkene]
        </emphasis>, [adres betrokkene].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De procesgang blijkt uit de volgende stukken: </para>
      <para>a. het op 12 februari 2016 door de griffie van de rechtbank ontvangen verzoekschrift (met bijlagen);</para>
      <para>b. het proces-verbaal van de griffier met betrekking tot het verhandelde op de terechtzitting van donderdag 14 april 2016.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De inhoud van deze stukken geldt hier als ingelast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <parablock>
        <para>Als belanghebbende is aangemerkt: [naam].</para>
        <para>De biologische vader is buiten beeld. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beschikking van 8 oktober 2010 heeft de kantonrechter te Bergen op Zoom een beschermingsbewind ingesteld over de goederen van <emphasis role="bold">[naam betrokkene]</emphasis> voornoemd, hierna te noemen betrokkene, geboren te Curaçao (Nederlandse Antillen) op </para>
        <para>
          [datum], onder gelijktijdige benoeming van Stichting Vermogensbeheer Cliënten Prisma, gevestigd te 5140 AP Waalwijk, Postbus 637, tot bewindvoerder. Betrokkene is als gevolg van haar geestelijke toestand niet meer in staat zelf ten volle haar vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het onderhavige verzoek van betrokkene strekt tot de instelling van een mentorschap, onder gelijktijdige benoeming van Stichting Mentorschap West-Brabant, adres houdend te 4870 AB Etten-Leur, Postbus 55, tot mentor. Betrokkene woont in een woonvoorziening van Stichting Prisma. De thuissituatie bleek een onvoldoende veilige voorziening voor betrokkene. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <inlinemediaobject>
            <imageobject>
              <imagedata align="center" scale="100" fileref="92aaf0b6-86d3-459f-a38d-52d0b43cb9a3" depth="68" width="96" format="image/png" />
            </imageobject>
          </inlinemediaobject>Uit de stukken en de behandeling ter terechtzitting is voldoende aannemelijk geworden dat de betrokkene als gevolg van de <emphasis role="bold">geestelijke toestand</emphasis> (ook) niet in staat is zelf ten <emphasis role="bold">volle haar belangen van niet-vermogensrechtelijke aard</emphasis> behoorlijk waar te nemen, reden waarom de kantonrechter het verzoek zal inwilligen. De kantonrechter heeft in dat verband ook ambtshalve kennis kunnen nemen van de processtukken welke aan de instelling van het beschermingsbewind ten grondslag lagen. Het verzoekschrift vermeldt dat betrokkene licht verstandelijk gehandicapt is en dat haar ontwikkelingsleeftijd tussen de 3 en 7 jaar ligt. </para>
        <para>Zij heeft verder een forse achterstand wat betreft haar sociaal emotionele ontwikkeling. </para>
        <para>Dit wordt bevestigd in de -ter gelegenheid van de beide procedures- overlegde stukken. </para>
        <para>De kantonrechter acht de voorgestelde beschermende maatregel passend. Een voldoende behartiging van deze belangen kan niet worden bewerkstelligd met een minder verstrekkende voorziening. Betrokkene heeft ter zitting desgevraagd zelf ingestemd met het ten behoeve van haar instellen van een mentorschap. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De kantonrechter heeft zich verder -in overeenstemming met artikel 1:452 lid 1 BW- vergewist van de bereidheid van de voorgestelde mentor om de taak van mentor op zich te nemen en hij heeft zich ook een oordeel gevormd over de geschiktheid van de -te benoemen- rechtspersoon. De kantonrechter acht de voorgestelde mentor geschikt. De kantonrechter heeft voorts kennisgenomen van het feit, dat mw. M. Verhoeven, als (vrijwillig) mentor -onder supervisie van de mentor- dit mentorschap gaat uitvoeren. Betrokkene stemt ter zitting desgevraagd zelf in met de benoeming van de voorgestelde mentor. Tegen de voorgestelde professionele mentor zijn verder geen bezwaren gerezen.<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" scale="100" fileref="729f2d33-2145-473b-b720-b2666ae51bdd" depth="68" width="96" format="image/png" /></imageobject></inlinemediaobject></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De kantonrechter legt -in overeenstemming met het landelijk beleid en op basis van artikel 1:459 lid 1 BW- aan deze professionele mentor <emphasis role="bold">de verplichting</emphasis> op dat zij <emphasis role="bold">jaarlijks</emphasis> een schriftelijke rapportage aan de kantonrechter overlegt, waarin <emphasis role="bold">verslag</emphasis> wordt gedaan van de door haar verrichte werkzaamheden ten behoeve van betrokkene. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>De kantonrechter benadrukt verder dat de mentor bij haar taakvervulling uit dient te gaan van de levensovertuiging, godsdienstige gezindheid en culturele achtergrond van betrokkene, als bedoeld in artikel 4, eerste lid van het Besluit Kwaliteitseisencuratoren, beschermings- bewindvoerders en mentoren. De kantonrechter wijst in dat verband op het feit, dat betrokkene geboren is op de Nederlandse Antillen, dat Papiaments haar moedertaal is en dat zij (nog) onvoldoende de Nederlandse taal beheerst. Voorts dient de mentor -waar mogelijk- de zelfredzaamheid van betrokkene te bevorderen (zie lid 2 van voorgaand artikel). Dit mede gelet op de nog jonge leeftijd van betrokkene. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>De kantonrechter heeft ter zitting vastgesteld dat betrokkene wilsonbekwaam is. Er is wel normale communicatie met betrokkene mogelijk. De mentor blijft gehouden om betrokkene zoveel mogelijk bij de vervulling van haar taak te betrekken (artikel 1:454 lid 1 BW). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter heeft voorts kennis kunnen nemen van de inhoud van het -namens het  voorgestelde mentor- opgestelde <emphasis role="bold">plan van aanpak mentorschap</emphasis>. Hierin is onder meer het doel van dit mentorschap vastgelegd. De kantonrechter heeft ter terechtzitting het belang benadrukt, dat de bij dit plan van aanpak betrokken partijen de wederzijds gemaakte afspraken ook daadwerkelijk nakomen. Waar nodig dient dit plan van aanpak de komende jaren te worden bijgesteld/aangepast. De ingestelde maatregel dient verder op grond van </para>
        <para>artikel 1:459 lid 3 BW, periodiek (telkens na verloop van vijf jaren) door de mentor te worden geëvalueerd. Feiten die voor het mentorschap en het voortduren daarvan van betekenis zijn, dient de mentor terstond aan de kantonrechter mede te delen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>De kantonrechter zal de beloning van de -te benoemen- mentor voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen op een bedrag van € 519,40 (excl. BTW).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter zal <emphasis role="bold">de jaarbeloning</emphasis> van de -te benoemen- mentor, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, vaststellen </para>
        <para>overeenkomstig artikel 4 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (basistarief).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11</nr>
      <para>Tot slot benadrukt de kantonrechter het belang van een goede communicatie tussen voormelde beschermingsbewindvoerder en de te benoemen mentor.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt een mentorschap in over: <emphasis role="bold">[naam betrokkene]</emphasis> voornoemd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>benoemt tot mentor: Stichting Mentorschap West-Brabant voornoemd; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt een jaarlijkse verantwoordingsplicht aan de mentor op;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt de beloning van de mentor voor de aanvangswerkzaamheden vast op een bedrag van </para>
      <para>€ 519,40 (excl. BTW);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt de jaarbeloning van de mentor vast overeenkomstig artikel 4 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 april 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:</para>
      <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
      <para>door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>