<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2015:7527</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-26T13:37:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-11-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-811270-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2015:7527">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2015:7527</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-26T13:34:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2015:7527 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-11-2015 / 02-811270-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2015:7527:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>“Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaart in de ontnemingsvordering ivm. vrijspraak verdachte. </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat overeenkomstig arrest van de Hoge Raad van 17 februari 2009, het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Uit het wettelijk systeem, art. 511 e, lid 1 jo. Art. 348 SV, moet worden afgeleid dat het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit aan de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg staat”.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2015:7527:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 02/811270-12</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de rechtbank d.d. 24 november 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de ontnemingszaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para>raadsman mr. Van Asselt, advocaat te Roosendaal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Op 10 november 2015 is de strafzaak behandeld tegen verdachte. De officier van justitie heeft hierbij ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gevorderd. Deze vordering is gelijktijdig met de strafzaak behandeld, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het standpunt van de officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een hennepkwekerij en daarmee een voordeel heeft behaald ter hoogte van € 153.910,00. Dit bedrag is gebaseerd op het rapport van de politie met betrekking tot het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van de verdediging</title>
    <para>De verdediging is van mening dat verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem ten laste is gelegd en derhalve ook geen wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het oordeel van de rechtbank </title>
    <para>Verdachte is door de rechtbank bij vonnis van 24 november 2015 vrijgesproken van het hem ten laste gelegde feit. De rechtbank heeft kennis genomen van het arrest  van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 14 juli 2015 (ECLI:NL:GHSHE:2015:2631) waarin het gerechtshof heeft geoordeeld dat er gelet op de vrijspraak van de gehele tenlastelegging geen grondslag is voor de oplegging van een verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit leidt tot de conclusie dat de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht dient te worden afgewezen. Desalniettemin is de rechtbank van oordeel dat   – overeenkomstig het arrest van de Hoge Raad d.d. 17 februari 2009 (ECLI:NL:HR:2009: BG4258) – het openbaar ministerie in haar ontnemingsvordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Uit het wettelijk systeem, meer in het bijzonder uit artikel 511e eerste lid jo artikel 348 van het Wetboek van Strafvordering, moet worden afgeleid dat het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit aan de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg staat. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. Prenger, voorzitter, mr. De Kroon en mr. Huiskamp, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier Van Beijsterveldt en is uitgesproken ter openbare zitting op 24 november 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>