<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2015:2606</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T08:52:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBZWB:2015:2607</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-04-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 14 _ 669</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:temporal rdfs:label="Periode">
        <start rdfs:label="van">2012</start>
        <end rdfs:label="tot">2013</end>
      </dcterms:temporal>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002629&amp;g=2015-04-24">Wet op de omzetbelasting 1968</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2015/2226 met annotatie van Mr. P.A. Caljé</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2015-1212</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2015051103</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2015:2606">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2015:2606</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-04-24T13:43:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2015:2606 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 22-04-2015 / AWB - 14 _ 669</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2015:2606:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank heeft geoordeeld dat belanghebbende, zijnde een maatschap van specialisten, geen recht heeft op een integrale of forfaitaire proceskostenvergoeding, omdat niet belanghebbende maar het ziekenhuis uiteindelijk de factuur van de gemachtigde zal betalen. Er is dan geen sprake van op belanghebbende drukkende kosten (vergelijk HR 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD0464).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2015:2606:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Belastingrecht, meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummers AWB 14/669 en 14/670</para>
      <para>uitspraak van 22 april 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende]
        </emphasis>, gevestigd te [plaats X],</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de inspecteur van de Belastingdienst,</emphasis>
      </para>
      <para>de inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Betreft</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>De uitspraken van de inspecteur van 20 december 2013 op het bezwaar van belanghebbende tegen de door haar over de tijdvakken 1 oktober 2012 tot en met 31 december 2012 en 1 januari 2013 tot en met 31 maart 2013 voldane omzetbelasting;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Het verzoek om een proceskostenvergoeding. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zitting </emphasis>
      </para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 april 2015 te Breda. Aldaar zijn tegelijkertijd behandeld de zaken van belanghebbende met de zaaknummers AWB 14/669 en 14/670. Ter zitting zijn verschenen en gehoord de gemachtigde van belanghebbende, [gemachtigde], ter bijstand vergezeld van [A], en namens de inspecteur, [verweerder].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>1</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart de beroepen gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt de uitspraken op bezwaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verleent teruggaaf conform hetgeen tussen partijen is overeengekomen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>gelast de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 318 aan haar te vergoeden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Gronden</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Belanghebbende is een maatschap bestaande uit klinisch perfusionisten, die werkzaamheden verrichten bij cardio-thoracale chirurgie in een ziekenhuis. Lopende deze procedures bij de rechtbank heeft de inspecteur alsnog het standpunt ingenomen dat belanghebbende voor de omzetbelasting vrijgestelde prestaties verricht en dat om die reden  door belanghebbende ten onrechte omzetbelasting op aangifte is voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In geschil is thans nog of belanghebbende terecht aanspraak maakt op een integrale proceskostenvergoeding van € 90.750. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Ter zitting heeft gemachtigde verklaard dat is overeengekomen dat een vast bedrag voor juridische bijstand wordt berekend aan de hand van de hoogte van de totale bedrag aan teruggaven omzetbelasting, dat de gevraagde proceskostenvergoeding van € 90.750 mede gebaseerd is op teruggaven omzetbelasting die betrekking hebben op andere tijdvakken dan de onderhavige tijdvakken en dat uiteindelijk de factuur van gemachtigde door het ziekenhuis zal worden betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:75 van de Awb in samenhang met artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) kan aan een belanghebbende een vergoeding van de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de beroepsfase worden toegekend, indien op belanghebbende een verplichting rust of zal komen te rusten om kosten ter zake van verleende rechtsbijstand te voldoen. Uit het feit dat sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand volgt niet per definitie dat kosten op belanghebbende drukken (vergelijk HR 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD0464). Gelet op de verklaring van belanghebbende ter zitting dat de factuur van de gemachtigde uiteindelijk door het ziekenhuis zal worden betaald, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van op belanghebbende drukkende kosten, zodat belanghebbende niet in aanmerking komt voor een integrale of forfaitaire proceskostenvergoeding. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is daarom niet voor inwilliging vatbaar. Voor wat betreft de vergoeding van de door het ziekenhuis te betalen proceskosten is niet de belastingrechter maar de civiele rechter bevoegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Partijen hebben aan de rechtbank wel bericht dat overeenstemming was bereikt dat belanghebbende geen omzetbelasting is verschuldigd omdat haar diensten zijn vrijgesteld, maar niet of dat heeft geleid tot volledige teruggaaf van hetgeen op aangifte was voldaan. De rechtbank acht het niet onmogelijk dat de teruggaaf iets lager is vanwege het wegvallen van de aftrekbaarheid van voorbelasting. Om daarover ieder misverstand te vermijden, zal de rechtbank teruggaaf verlenen tot het bedrag waarover partijen overeenstemming hebben bereikt. Het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank het beroep gegrond heeft verklaard, de teruggaaf heeft verleend zoals die tussen partijen is overeengekomen en het verzoek om een proceskostenvergoeding heeft afgewezen.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan op 22 april 2015 door mr. W.A.P. van Roij, voorzitter, mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en mr. D.B. Bijl, rechters, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M. van Es-Hinnen, griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier,	De voorzitter,</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, </para>
        <para>5201 CZ ’s-Hertogenbosch.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
      </parablock>
      <para>1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.<?linebreak?>2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:<?linebreak?> 	a. de naam en het adres van de indiener;</para>
      <parablock>
        <para>	b. een dagtekening;</para>
        <para> 	c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
        <para> 	d. de gronden van het hoger beroep.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>