<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2015:2161</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T08:52:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-04-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-04-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 14 _ 2875</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2015/1021</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2015/29.25.16</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2015/272</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2015/1604 met annotatie van Mr. M.P. van der Burg</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2015-1193</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2015050607</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2015:2161">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2015:2161</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-04-07T16:23:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2015:2161 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-04-2015 / AWB - 14 _ 2875</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2015:2161:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Leges; aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van een vleesvarkensstal.</para>
        <para>Belanghebbende beschikt niet over een aannemingssom of een voldoende onderbouwde reële raming van de bouwkosten. Derhalve mocht de heffingsambtenaar de bouwkosten berekenen aan de hand van de ROEB-lijst. De enkele omstandigheid dat de werkelijke bouwkosten mogelijk lager zijn dan de bouwkosten volgens de ROEB-lijst, leidt niet tot de conclusie dat sprake is van een onredelijke of willekeurige heffing.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2015:2161:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Belastingrecht, enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer AWB 14/2875</para>
      <para>uitspraak van 3 april 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende]
        </emphasis>, wonende te [woonplaats],</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Oosterhout</emphasis>,</para>
      <para>de heffingsambtenaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Ontstaan en loop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende met dagtekening 23 september 2013 een bedrag aan bouwleges (hierna: de leges) in rekening gebracht van € 17.880 (notanummer [notanummer]).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij uitspraak op bezwaar van 28 maart 2014 heeft de heffingsambtenaar de leges gehandhaafd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft daartegen bij brief van 6 mei 2014, ontvangen bij de rechtbank op 7 mei 2014, beroep ingesteld. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 45.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan de heffingsambtenaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2014 te Breda. </para>
        <para>Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, vergezeld van zijn gemachtigde [gemachtigde], verbonden aan [kantoornaam gemachtigde] te ‘s-Hertogenbosch, en namens de heffingsambtenaar, [verweerder]. Van hetgeen ter zitting is verhandeld is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan een afschrift op 6 november 2014 aan partijen is verzonden. Na beide partijen te hebben gehoord, heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting geschorst en belanghebbende in de gelegenheid gesteld om nadere informatie te verstrekken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft bij brief van 7 november 2014 nadere inlichtingen verstrekt. De heffingsambtenaar heeft hierop bij brief 6 december 2014 gereageerd. Voornoemde stukken zijn telkens in afschrift verstrekt aan de wederpartij.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8.</nr>
      <para>Vervolgens hebben partijen schriftelijk aangegeven dat zij geen behoefte hebben aan een nadere mondelinge behandeling. De rechtbank heeft bij brief van 13 januari 2015 het onderzoek gesloten en een schriftelijke uitspraak aangekondigd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast: </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het bouwen van een vleesvarkensstal. Belanghebbende heeft daarin de bouwkosten geraamd op € 600.000. De heffingsambtenaar heeft de opgegeven bouwkosten op basis van de door het Regionaal Overleg Eindhoven Bouwtoezicht opgestelde lijst (de ROEB-lijst) berekend op € 894.000. Aan belanghebbende is daarom een bedrag van € 17.880 aan leges in rekening gebracht. Het daartegen ingediende bezwaar is door de heffingsambtenaar afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 2 van de “Verordening op de heffing en invordering van leges Oosterhout 2013” (hierna: de verordening) bepaalt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">b. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Paspoortwet;</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.”</emphasis>
        </para>
        <para>De leges worden ingevolge artikel 5, eerste lid, van de verordening geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij de verordening behoren tarieventabel.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>In de “Tarieventabel leges” is, voor zover hier van belang, bepaald:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“ </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <paragroup>
        <nr>2.1.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">2.1.1.2 bouwkosten:</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">de aannemingssom exclusief omzetbelasting, als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989 (UAV 1989), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. De opgegeven bouwkosten worden getoetst aan de op dat moment geldende vastgestelde lijst van Regionaal overleg Eindhoven bouwtoezicht (ROEB). Deze lijst ligt bij de gemeente ter inzage. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in dit hoofdstuk onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="bold italic">Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit onderdeel en de onderdelen 2.4 en 2.5. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>2.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bouwactiviteiten</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">2.3.1.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Indien de bouwkosten tussen € 100.000 en € 1.000.000 (exclusief BTW) bedragen 2,0% van de bouwkosten met een maximum van € 18.000”.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>In geschil is de hoogte van de grondslag voor de berekening van de leges. Het geschil spitst zich toe op de hoogte van de in aanmerking te nemen bouwkosten. Naar de rechtbank begrijpt is de berekening van de leges als zodanig niet in geschil.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken en ter zitting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de leges naar een grondslag van € 616.000. De heffingsambtenaar concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Belanghebbende stelt dat de gemeente ten onrechte is voorbijgegaan aan de door hem overgelegde offertes en de bouwkosten heeft geraamd conform de ROEB-lijst. Volgens belanghebbende zijn de bouwkosten in de ROEB-lijst zodanig hoog, dat deze niet reëel zijn. Het bouwen van stallen en het daarin houden van varkens tegen de bouwkosten als berekend op grond van de ROEB-lijst is volgens belanghebbende onrendabel. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat een aanneemsom als bedoeld in artikel 2.1.1.2 van de “Tarieventabel leges” ontbreekt, zodat voor het bepalen van de bouwkosten moet worden uitgegaan van een raming van de bouwkosten. Belanghebbende heeft in dit kader een tweetal offertes overgelegd. De rechtbank stelt vast dat de als eerste overgelegde offerte is opgemaakt voor een ander object dan het onderhavige, zodat die offerte reeds om die reden niet kan gelden als een reële raming van de bouwkosten van het object waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd. Ten aanzien van de offerte van [A BV] heeft de heffingsambtenaar gesteld dat deze onvolledig is. De heffingsambtenaar heeft daarbij de ontbrekende onderdelen van het bouwwerk, waarvoor wel een vergunning is aangevraagd, benoemd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende tegenover de gemotiveerde weerspreking daarvan door de heffingsambtenaar, niet aannemelijk gemaakt dat de offerte van [A BV] als een reële raming van de bouwkosten kan worden aangemerkt. Nu belanghebbende voor de bouw van de vleesvarkensstal waarvoor hij een vergunning had aangevraagd niet beschikt over een aannemingssom of een voldoende onderbouwde reële raming van de bouwkosten, mocht de heffingsambtenaar naar het oordeel van de rechtbank voor de berekening van de bouwkosten uitgaan van de ROEB-lijst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De ROEB-lijst is een lijst van prijzen voor bouwwerken die door ter zake kundigen is vastgesteld aan de hand van marktgegevens. Daarmee wordt bereikt dat sprake is van gelijkheid in heffing van leges voor die belastingplichtigen die een aanvraag indienen voor de bouw van vergelijkbare bouwwerken, waarbij geen aanneemsom of raming van de bouwkosten beschikbaar is. Uit het oogpunt van rechtszekerheid is het heffen van leges naar standaardbedragen in dergelijke gevallen ook goed te billijken. Op deze manier was bij de aanvraag immers al na te gaan welk bedrag belanghebbende aan leges verschuldigd zou zijn, aangezien de aard en grootte van het bouwwerk bij belanghebbende bekend waren. Het voorgaande in acht genomen, leidt de enkele omstandigheid dat de werkelijke bouwkosten mogelijk lager zijn dan de bouwkosten volgens de ROEB-lijst naar het oordeel van de rechtbank niet tot de conclusie dat er sprake is van een onredelijke of willekeurige heffing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Gesteld noch gebleken is de berekening van de bouwkosten op basis van de ROEB-lijst door de heffingsambtenaar onjuist is. De leges zijn derhalve terecht en tot het juiste bedrag geheven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Gelet op het vorenstaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Proceskosten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 3 april 2015 door mr.drs. M.H. van Schaik, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. L. Arts, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	De rechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.</para>
      <para>Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para>1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;<?linebreak?>2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
    <parablock>
      <para>	a. de naam en het adres van de indiener;</para>
      <para>	b. een dagtekening;</para>
      <para>	c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
      <para>	d. de gronden van het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.</para>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>